+ Meer informatie

Gods gebod doet appèl op onze naastenliefde

Vrijgemaakt Gereformeerde Jeugdbondsdag

5 minuten leestijd

DEN HAAG — Wie is onze naaste in de kerk, in de maatschappij, in de derde wereld? Rond dit thema hield de Nederlandse Bond van (Vrijgemaakt) Gereformeerde Jeugdverenigingen zijn jaarlijkse bondsdag die ditmaal werd gehouden in de Haagse Houtrusthallen. De voorzitter ds. D. Grutter bepaalde de ruim 2500 aanwezige jongeren bij het Schriftwoord uit Ezechiel 36 vers 26 waar wordt gesproken over het geven van God van een vlesen hart aan mensen in plaats van een stenen hart.

De bondsvoorzitter merkte ten aanzien hiervan op dat het God er om gaat dat wij als mensen geheel aan Hem zullen zijn toegewijd. „Wij mogen elkaar niet meenemen in het egoïsme en de machtswellust die ons bestaan bedreigt. Wij zullen in heel ons leven moeten toegewijd zijn aan de dienst van God die niet wil dat Zijn Naam ontheiligd wordt door de kinderen van het verbond.

Daarom wil Hij ze een vlesen hart geven en daarin heenwerken naar het herstel van heerlijkheid van het paradijs. God vraagt ons vrede en zachtmoedigheid, omzien naar de ander. Dat we meevoelen en daadwerkelijk helpen daar waar nood is.

De stralen van het nieuwe Jeruzalem vallen over ons. En hierdoor gaan we anders leven. Proberen we Zijn naam te heiligen, proberen we elkaar voor te houden de vraaf of wij werkelijk willen meewerken aan de herschepping van het leven. Juist in een tijd van toenemende vereenzaming en Godsverlating verdienen deze vragen onze volle aandacht", zo zei ds. Grutter.

Maatschappij
Vervolgens werd dit thema door een drietal sprekers verder uitgewerkt. De heer F. H. Wilcke als maatschappijleraar verbonden aan de Gereformeerde scholengemeenschap te Amersfoort sprak over de naaste en de maatschappij. De spreker beklemtoonde dat wij in Nederland bijzonder bevoorrecht zijn. „Het is bij ons niet de vraag of we te eten hebben vandaag maar wat we te eten hebben. Zo zijn wij gewend aan de luxe welvaart die we kennen. En die welvaart is niet eens meer een voorrecht maar een recht. Daar zorgt onze sociale wetgeving wel voor", zo zei de heer Wilcke.

Ook wat de gezondheid betreft meende de spreker dat we ons geen enkele zorg behoeven te maken. In dit verband wees de heer Wilcke ook op de vele problemen die er ondanks alle goede voorzieningen zijn. Hoe komt dat toch, ondanks dat we het zo goed hebben. De spreker meende dat de oorzaak daarvan moet gezocht worden in het feit dat deze maatschappij geen maatschappiij is met een toekomst met een perspectief.

Men ziet geen gemeenschap. Met ziet niet een door God gewild en genormeerd leven. Wij als christenen zullen Gods geboden moeten aanvaarden en daarna gaan leven. Zo zijn we dan volkomen toegerust. Tot alle goed werk. En als we de Bijbel goed leren lezen dan zien we hoe nauw de Heere ons betrekt in Zijn werk. We worden opgeroepen tot een geestelijke eenheid. Een eenheid in liefde van mensen die nemen en geven.

Verre naasten
In de middagvergadering werd het woord gevoerd door de voorzitter van de vereniging de Verre naasten, dit is de vereniging tot het betrachten van christelijke barmhartigheid buiten Nederland, mr. dr. P. W. Kwant. Hij sprak over het barmhartigheidswerk ten aanzien van de naasten in de verre landen. Onze hulp, zo zei hij, is gebaseerd op Gods gebod dat we onze naaste zullen liefhebben.

Wij maken niet uit wie dat is. Daarom hebben we ook ten aanzien van hen die ver van ons wonen en leven een opdracht. En dan mag het niet blijven bij het kennisnemen van de nood die daar heerst maar we zullen de mogelijkheden moeten aangrijpen om daadwerkelijk steun te verlenen. De spreker deed in dit verband een oproep op de jongeren niet bang te zijn eens een jaar uit Nederland weg te gaan. Hij zei: „Gods licht schijnt ook in andere landen. En wat is het mooi als we als mondige christenen daadwerkelijk hulp kunnen bieden".

In de kerk
Tot slot sprak de Amersfoortse predikant dr. A. N. Hendriks over de naaste in de kerk. Hij meende dat men daarmee toch wel de kern van de zaak raakt. God gebiedt, zo zei hij, ons naastenliefde maar dat geldt toch primair voor de naaste in die gemeenschap der heiligen. Die gemeenschap die kan alleen maar goed floreren als de Heilige Geest daar regeert.

Wil de buitenstaander iets zien van de liefdesdienst in de kerk, wil hij daar iets van begrijpen dan moet hij zien de geloofsband die er is tussen Christus en Zijn gemeente.

Verderop in zijn toespraak wees ds. Hendriks op de pastorale taak die de verenigingen binnen de gemeenschap de Heiligen kunnen uitoefenen. Hij wees er in de eerste plaats op dat de jeugdverenigingen er zijn om elkaar op te bouwen met het Woord van God. Dat is een beproefde vorm van naastenliefde. Daarnaast beklemtoonde hij het pastorale aspect dat de jeugd kan vervullen ten aanzien van de ouderen in de gemeente, de bejaarden en de zieken. Maar daarnaast ook ten aanzien van de jeugd die dreigt af te dwalen. Wat kan er veel kracht van uit gaan als de jeugd de jeugd probeert vast te houden.

Aan het slot van de toespraak deed ds. Hendriks dan ook de oproep dat in een tijd van groeiend egoïsme de kerkjeugd elkaar meer dan ooit nodig heeft. Deze dag werd muzikaal begeleid en omlijst door het Gereformeerd koperensemble uit Groningen. Verder waren vrijwel alle Vrijgemaakt Gereformeerde organisaties op deze dag via stands vertegenwoordigd.

De Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen telt op dit ogenblik ruim 8.000 leden. Het is een bloeiende bond met ruim 300 verenigingen waaronder nog 100 jongelingsverenigingen. De bond onderhoudt goede contacten met aanverwante organisaties in het buitenland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.