+ Meer informatie

„Burgers" denken positiever dan vroeger over „boeren"

3 minuten leestijd

I DEN HAAG — Er is een I belangrijke verschuiving geI komen in het denken van de I „burgers" over de „boeren". I Veel spreekwoorden en geI zegden in onze taal duiden er I op dat men boeren vroeger I veelal zag als achterlijk, dom I of onderontwikkeld. Nu is I men van mening dat voor het I boerenbedrijf veel opleiding I nodig is. Ontwikkeling en inI telligentie wordt de boeren in I hoge mate toegeschreven.

Door L. J. Ruijgrok

Deze verandering in het ^ denken van „burgers" over § boeren kwam naar voren uit j een onderzoek dat in septem

ber '83 werd uitgevoerd door 1 de Nederlandse Stichting f voor Statistiek (ISfSS). Uit de ^ analyse van het onderzoek, § dat dezer dagen werd vrijge

geven, blijkt dat bijna de § helft van de bevolking, fami§ lie of kennissen heeft die |i werkzaam zijn in het boereng of tuindersberoep. Dat is een § vrij hoog percentage, omdat |i thans niet meer dan ongeveer 5,5 procent van de Nederlan§ ders, ongeveer een kwart milI joen van de mensen, werki zaam is in deze sector. In het I midden van de vorige eeuw f. was nog 45 procent van de i beroepsbevolking werkzaam P in landbouw en veeteelt.

Boeren en tuinders nemen § dus zeker geen geïsoleerde ^ positie in. De contacten met ^ andere groepen van de bevol

king zijn veelvuldig. Dat I blijkt ook nog uit het feit dat bijna 70 procent van alle Nederlanders in de afgelopen 10 jaar minstens éénmaal een j bezoek bracht aan een boe§ ren- of tuindersbedrijf. Bij de i jongeren kwam dit trouwens meer voor dan bij de ouderen.

Harde werkers

Uitvoerig aandacht is in ^ het NSS-onderzoek besteed aan het beeld dat de andere J burgers van de agrariërs hebi ben. Dat ze hard werken I staat buiten kijf. Daar is 90 i procent van de ondervraagI den het mee eens. De overi grote meerderheid (83 proi cent) vindt ook dat het een hard bestaan is. In verband met de fricties die er nogal eens zijn tussen de agrarische sector en het natuurbehoud is het opvallend dat toch 66 procent van mening is dat boeren natuurliefhebbers zijn. Wat is zo'n agrariër nu voor een soort man? Bijna tweederde van de ondervraagden denkt dat hij „godsdienstig" is, maar ook een „individualist" en „conservatief" (53 procent). De helft ziet de boer als „ontwikkeld", maar ook „zwijgzaam". De meerderheid (58 procent), vindt hem commercieel'. Oök op dit punt is het imago van de boer verbeterd. Veel oude uitdrukkingen hebben het immers over „boerenbedrog", „boerenslimheid" en „boerenwijsheid", als men vindt dat een kind dat wel kan begrijpen. Nu was het vroeger ook niet allemaal negatief. De uitdrukking „gezond boerenverstand" stond en staat nog voor de opvatting dat ook ingewikkelde zaken door verstandig en praktisch denken kunnen worden opgelost. Nog een paar andere opvattingen over de agrarische medeburgers: 47 procent noemt men vriendelijk, 42 procent sociaal voelend en 36 procent pessimistisch. .,, .; Of de commerciële instelling van de boer veel resultaten afwerpt is twijfelachtig, maar 34 procent denkt dat hij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.