+ Meer informatie

DE APELDOORNSE STUDENTEN EN DE KERKEN

8 minuten leestijd

De redactie kreeg de vraag om eens aandacht te besteden aan de verschillende ‘soorten’ studenten aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn en aan de route die zij volgen. In De Wekker worden meermalen mededelingen van het curatorium over die studenten gegeven, maar niet altijd begrijpt de lezer wat er bedoeld wordt.

TWEE ‘SOORTEN’

In hoofdzaak onderscheiden we in Apeldoorn twee ‘soorten’ studenten: allereerst zijn er studenten die binnenkomen en toegelaten worden via het admissie-examen; die term treft u regelmatig in ons kerkelijk orgaan De Wekker aan. Het gaat dan om broeders die graag predikant willen worden in de Chr. Geref. Kerken en die oprecht menen een roeping daartoe van de Here ontvangen te hebben. Zij kunnen zich in het voorjaar aanmelden bij het curatorium en krijgen dan een oproep voor het admissie-examen in juni. Dat wordt afgenomen door het curatorium, bijgestaan door de hoogleraren. Wanneer dat positief verloopt, begint daarmee een route die uiteindelijk onder Gods zegen leidt tot beroepbaarstelling. Over die route hieronder meer.

Maar niet iedere student is in Apeldoorn met dat oogmerk ingeschreven. Er is een andere stroom studenten, die bestaat uit hen die ‘gewoon’ graag in Apeldoorn, aan een confessioneel-gereformeerde wetenschappelijke instelling, theologie studeren. Van hen wordt geëist dat zij het gereformeerd belijden onderschrijven en in de praktijk komen deze studenten dan ook uit het brede palet van de zogenaamde gereformeerde gezindte. Men vindt er jongeren (meestal) uit de Geref. Gemeenten, PKN, een enkele uit de Geref. Kerken (vrijgemaakt), mannen en vrouwen. Ook komt het voor dat een christelijk-gereformeerde broeder afgewezen wordt voor het admissie-examen, maar toch via deze weg ‘alvast’ in Apeldoorn komt studeren. Later meldt hij zich nog eens voor het admissie-examen, en dan soms ook met goed gevolg: het leven is meer gerijpt en het curatorium heeft meer zicht op de weg die de Here met zo’n broeder gaat.

In de praktijk werden tot voor kort de admissiale studenten intern wel aangeduid als studenten ‘naar art. 12’, de anderen als studenten ‘naar art. 16’. U vindt die aanduidingen nog terug in het Jaarboek 2008 van de CGK. De cijfers verwijzen naar het reglement van de TUA, waarin e.e.a. geregeld was. ‘Was’ inderdaad, want sinds 28 mei 2008 heeft de Universiteit een vernieuwd reglement, als gevolg van een noodzakelijke herstructurering.

DE ROUTE VAN DE ADMISSIALE STUDENT IN DETAIL

Ik spits het artikel nu toe op de admissiale groep. Zij volgen net als iedereen de gewone theologische opleiding. Dat wil zeggen dat ze ongeveer zes jaar in Apeldoorn verblijven. Vroeger werd dat aan het eind bekroond met de titel ‘doctorandus’; zodoende ziet u in het Jaarboek heel wat dominees met die titel staan. Verreweg de meeste studenten zijn tegenwoordig op weg naar de titel ‘master’. Dat heeft allemaal te maken met veranderde wetgeving bij het Ministerie. Het eerste jaar geeft zicht op de inhoud van de theologische studie (vanouds heet dat de propedeuse), na het derde jaar kan de zogenaamde bachelor behaald worden. Dan volgen drie jaar studie op weg naar de master-titel. In Apeldoorn is er daarbij na anderhalf jaar een ‘tussenstop’: master I; opnieuw na anderhalf jaar volgt master II. Dit alles onder voorbehoud van ongestoord en op schema studeren; in de praktijk treedt er niet zelden enige vertraging op voordat er een mijlpaal wordt bereikt, bijv. door deeltijdarbeid van een student.

Voor de admissiale studenten worden sommige van die mijlpalen extra gemarkeerd: rond het behalen van het master I is er de gelegenheid om preekconsent binnen de CGK aan te vragen, en bij het behalen van het master II kan beroepbaarstelling worden aangevraagd.

DE KERKEN KOMEN IN BEELD

Voor de kerken betekent dit dat zij ingeschakeld worden bij de voorbereiding op het predikantschap. Wanneer een student immers preekconsent heeft gekregen, mag hij een aantal diensten in Chr. Geref. gemeenten voorgaan. Voor de periode waarin de colleges worden gegeven, kunnen kerkenraden van vacante gemeenten daarvoor een verzoek indienen bij een centrale persoon, de zogenaamde pretor van de studenten (elk jaar is dat een ander); deze verdeelt de aanvragen zo evenwichtig mogelijk over de studenten die ervoor in aanmerking komen); hij zorgt er o.a. voor dat de studenten al doende kennis kunnen maken met de geestelijke gevarieerdheid in de CGK; niet onbelangrijk! In die periode mogen de studenten een beperkt aantal zondagen voorgaan. Er moet immers ook stevig gestudeerd worden? Voor de vakantieperiode mogen alle kerkenraden/preekvoorzieners zelfstandig de studenten voor een zondag benaderen; namen en adressen vindt u in het Jaarboek, voor 2008 op blz. 164.

Let wel: het laten voorgaan van een student in de zondagse eredienst is een heel andere zaak dan het laten voorgaan van een predikant. Ik noemde het hierboven: ‘ingeschakeld worden bij de voorbereiding op het predikantschap’. Kerkenraden krijgen van de Universiteit een evaluatieformulier, waarin zij hun ervaringen met een student kunnen doorgeven. Ook wordt op of rond de zondag dat hij voorgaat een nagesprek of een andere vorm van ‘feed-back’ op prijs gesteld. Het is echt de bedoeling dat de studenten ervan leren en er inhoudelijk-geestelijk verder door komen. Zij stellen een eerlijke ‘spiegel’, in liefde positief getoonzet(!!), op prijs en zijn er op ingesteld. En het curatorium en de hoogleraren dringen er op aan: het kan het dominee zijn in de praktijk een paar jaar later alleen maar ten goede komen. Het wordt aan de kerkenraden overgelaten in welke vorm zij dit gieten en dat gebeurt dan ook heel verschillend:

• er wordt een nagesprek gehouden na de tweede dienst door de kerkenraad of het moderamen;

• idem, maar de kerkenraad nodigt daar nog een aantal andere gemeenteleden voor uit — laat de kring niet te groot worden, maar zorg wel voor een dwarsdoorsnede van de gemeente;

• de kerkenraad nodigt de student uit op een kerkenraadsvergadering, volgend op de zondag waarop hij voorging;

• de student ontmoet bij de gemeenteleden waar hij ‘overblijft’ enkele anderen die niet alleen voor koffiedrinken, maar ook voor reflectie zijn uitgenodigd;

• de kerkenraad komt schriftelijk terug op de gehouden diensten en plaatst enkele opmerkingen.

DE STAGE

Er is nog een andere manier waarop de kerken ‘Apeldoorn’ van dienst zijn: in het master II gedeelte van de studie (dus de laatste anderhalf jaar) kiest de student een hoofdvak (Oude Testament bijv.) en twee bijvakken. De admissiale studenten zijn verplicht om de kerkelijke stage in ieder geval als bijvak te kiezen; voor de keuze van het andere bijvak zijn zij vrij. De hoogleraren en het curatorium zoeken voor een student een stageplaats: een CGK-gemeente met een predikant waarvan verwacht mag worden dat hij gezien ervaring en gaven in staat zal zijn een student op goede wijze in aanraking te laten komen met het praktische werk in de gemeente. Daarbij wordt ook gelet op geestelijke aansluiting. Voor de kerkenraad en de gemeente zijn dat bijzondere maanden: de student doet bezoekwerk, hij woont enkele catechisaties bij en verzorgt er in de tweede fase ook een paar, ge-sprekskringen maken kennis met hem, gemeenteopbouwcommissies laten hem ‘in de keuken kijken’. Ook is er een kerkdienst die de student leidt, met nabespreking. Niet zelden zien gemeenten na afloop terug op een gezegende periode, en de student houdt ook een bepaalde band met de gemeente waar hij voor het eerst kennismaakte met het ambtelijk werk.

HET CURATORIUM

Al een paar keer viel de naam van het curatorium. De meeste lezers zullen weten: het zijn de negen broeders, die samen het deputaatschap vormen dat verantwoordelijk is voor de kerkelijke gang van zaken in Apeldoorn. Na het admissie-examen houden zij de aangenomen studenten nauwlettend in het oog. Iedere student krijgt een curator toegewezen die zijn kerkelijke begeleider wordt. Hij kan er voor alle mogelijke vragen terecht, en de curator staat hem bij in de geestelijk-praktische vorming. Minimaal één keer per jaar doet hij huisbezoek bij ‘zijn’ studenten (afhankelijk van het aantal admissiale studenten heeft een curator er meestal twee of meer); in bijzondere situaties is er extra pastorale aandacht. Speciale aandacht hebben de curatoren voor de preken die studenten houden, zowel in de opleiding als in de kerken: preken moet men echt leren, zowel wat de ‘technische’ kant betreft (hoe maak ik een preek, hoe verwerk ik mijn theologische kennis erin?) als de geestelijke kant (te denken is aan het onderscheidend preken, aan het oog hebben voor speciale persoonlijke situaties waarin de hoorders kunnen zitten). Daartoe dienen de preekcolleges van prof.dr. A. Baars, maar er is hierin ook een nauw en vaak heel persoonlijk contact tussen curator-begeleider en student. Ook de hoogleraren hebben overigens hun eigen taak hierin, als mentor van een student.

DE BEROEPBAARSTELLING

En als dit alles door God gezegend wordt, komt dan uiteindelijk het moment waar ieder lang naar uitgekeken heeft: de dag van de beroepbaarstelling. Vier keer per jaar is er gelegenheid: begin februari, in mei — eigenlijk in juni, maar de indruk bestaat dat deze maand in verband met de vakanties niet meer zo geëigend is, vandaar een proef in deze jaren voor de maand daaraan voorafgaand -, begin september en eind november. Attente kerkenraden volgen een student op weg naar dit moment en letten op de dag waarop een beroep kan worden uitgebracht. De student — en niet zelden op dat moment ook zijn gezin — wil immers niets liever dan een plekje krijgen in de wijngaard van de Here. En ook voor het curatorium is dat een opluchting: zij hebben een roeping in beginsel bij het admissie-examen overgenomen, maar de roeping wordt pas écht concreet wanneer men een beroepsbrief in handen heeft!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.