+ Meer informatie

NOORDENWIND EN ZUIDENWIND

6 minuten leestijd

In het vorige vers sprak de bruid over de fontein der hoven en de put van ievendewateren. Deze wateren zijn tot verkwikking, totlessing van de dorst, maar ooktot reinigmaking. Alleen, wanneer we de plagen en de kwalen van ons eigen hart hebben lerenkennenenweten wat er van nature huishoudt bij ons, wordt deze fontein voor onsheilzaamenonmisbaar. Van nature verstaan we daar niets van. Want zo we onszelf niet hebben leren kennen in ons diep bederf, is daar geen fontein tot reiniging noodzakelijk. Van nature omgorden we ons met de spranken van ons eigen vuur. En de Heere zegt er van in Jes. 50 : 11: „In smart zult gij nederliggen”.

Daarom verstaat gij niet, dat ge arm, jammerlijk, naakt en blind zijt. Door zielsontdekkende en ontledigende genade alleen krijgen we deze fontein nodig. Daardoor leert een ziel dorsten naar vergeving van schuld, rechtvaardigmaking en heiligmaking. Dorsten naar geloof, naar de Persoon en de gezegende weldaden van de Heere Jezus Christus. Dit is het uitgaan der ziel, dat is het schreien en roepen, dat is wat de kerk uitroept:


Mijn ziel is voor Uw alziend’ ogen.
Gelijk een dor en dorstig land,
Dat sedert lang ligt uit te drogen
Verkwijnend in die doodse stand.


Weten wij wat het zeggen wil zo neder te liggen voor God in onze ellende en schuld, in onze onreinheid en walgelijkheid? Niets te hebben niets te zijn, niets te kunnen, niets te hebben dan schuld en onreinheid? Maar uit de ellende en ledigheid naar Hem te zuchten en te vluchten? Als een hert schreeuwt naar de waterstromen, alzo dorst mijn ziel naar God, naar de levende God.

Aan deze zijde des grafs, maar straks tot eeuwige verwondering in heerlijkheid, zal de kerk verwaardigd worden om de drieenige God te ontmoeten in al Zijn deugden en volheid om Hem te verheerlijken en Hem toe te brengen de offeranden des lofs.

De bruid hier echter in het 16e vers begint te spreken in een ander beeld, waarin zij haar wens, haar begeerten en zielszuchten opzendt, onder deze taal, nl. als er staat: „Ontwaak, noordenwind en kom gij zuidenwind doorwaai mijn hof”.

Eerst het beeld van water, dan het beeld van wind. De wind is een machtig natuurelement. Het gewas van het veld is afhankelijk ook van de wind, zowel als van de regen des hemels. Die wind kan bulderen maar ook lieflijk suizen. Hij kan uit het noorden of uit het zuiden komen. Ik ben tot mijn 25ste jaar in de landbouw geweest. In het voorjaar zeiden we weleens: „Wat blijfthettocheenschrale en stugge wind”.

Er wordt gesproken van een noordenen zuidenwind. De winden kunnen uit verschillende hoeken waaien. Men spreekt dan ook van de vier windstreken. En de richting waaruit de wind waait, heeft een grote invloed op het gewas.

De kerk wordt hier voorgesteld als een hof. En werd er gesproken over een fontein, die van de wind. Zal die hof vruchtbaar zijn, dan is zijn afhankelijk van de wind.

Nu bidt hier de kerk: Ontwaak noordenwind en kom gij zuidenwind.

Wij zouden zeggen: eigenaardig, dat de kerk ook bidt om de noordenwind.

De noordenwind echter is net zo noodzakelijk als de zuidenwind. Vdor ons gevoel is de zuidenwind lieflijker, maar de noordenwind is noodzakelijk. Zal de zuidenwind betekenis hebben, dan moet ook de noordenwind komen. Als in’t voorjaar een zachte, zoele zuidenwind waait wordt de tarwe niet zo vruchtbaar als wanneer er een stugge oosten-of noordenwind waait. Daardoor toch wordt de vrucht gezet.

En wat betekent dat geestelijk? Zal een hof vrucht voortbrengen, dan zal ook de wind er het zijne toe moeten doen.

Als de noordenwind gaat waaien door de kerk, betekent dit een ontdekkende, zuiverende en ontblotende bediening van Gods Geest, en dat is net zo noodzakelijk als de zuidenwind. De ontkleding van de ziel is niet minder noodzakelijk dan de bekleding.

Ik las vanmorgen in Psalm 6:


Uw strenge geselroede,
Maakt mij van zuchten moede,
Verteert geheel mijn kracht.


Weten wij wat dit zeggen wil? De ontdekkende bediening van Gods Geest leert ons wat we door de zonde geworden zijn. Ach, vrienden dit is noodzakelijk, want wie vlood er ooit naar Jezus heen, als niet zijn eigen hoop verdween?

Alle hoop ten aanzien van eigen werken, ten aanzien van de wet; alle hoop ten aanzien van de gronden, die de zondaar legt om aangenaam voor God te zijn. Al ditgene moet hij verliezen en dit geschiedt alleen door de Geest der uitbranding enontdekking, als een mens in waarheid voor God wordt wat hij is. Dan wordt bewaarheid: „Ik ben nooddruftig, arm en naakt”, dan wordt door de noordenwind plaats gemaakt voor: „Uw komst is ’t die mijn heil volmaakt”. De wind is een machtig natuurelement. Gij kent de geschiedenis van de „onoverwinnelijke vloot”. Philips dacht Schotland en Nederland ten onder te brengen door middel van dezemachtige vloot, doch de schepen zijn door een stormwind op de noordkust van Schotland te pletter geslagen, en er werd een gedenksteen opgericht, waarop stond: „Gods adem heeft ze verstrooid”. Zo is ook de Geest Gods machtig in Zijn bediening. Onwederstandelijk in Zijn werkingen. Vrijmachtigin Zijnopenbaringen. De wind blaast, waarheen hij wil! Ge hoort zijn geluid, maar ge weet niet vanwaar hij komt, noch waar hij henengaat.

Hoe no dig is deze bede van de bruidskerk ook in onze tijd. Er is nog een overblijfsel naar de verkiezing der genade, maar ach, Jacob is dun geworden. Allerwegen is er een verlaten van de paden des Heeren. Er is een jagen naar allerlei nieuwigheid, nieuwe bijbelvertaling, nieuwe psalmberijming, wijziging formulieren en veranderingen in debelijdenisschriften, invoering van gezangen ook in de kerken der scheiding. Het is een zoeken in de breedte, maar geen afsteken in de diepte. Het zijn alle vruchten van de geest der wereld, maar niet van de Geest Gods.

Daarbij komt, op het brede kerkelijke terrein is een verscheurdheid en verbrokkeling, die beter te beschreien dan te beschrijven is. Een geest van wereldzin enoppervlakkigheid heeft zich baan gebroken. Wat reden om uit te roepen: Wee onzer dat we zo gezondigd hebben. Maar ook om te roepen om die noordenwind van overtuiging en ontdekking, waardoor onze zonde ons ordentelijk voor ogen wordt gesteld, waardoor zonde zonde en schuld wordt. Dit geldt van onze personen, maar niet minder vandekerkinhetalgemeen. En daarom, de bede inonzetekstgenoemd, zij ook onze bede. Ontwaak gij noordenwind en kom gij zuidenwind.

S.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.