+ Meer informatie

Ter overweging

3 minuten leestijd

Hans Bouma in gesprek met Prof. Dr. Berkhof en anderen. De aarde is er ook nog. Op zoek naar een ethiek van het milieubeheer. 205 blz., f 18,90, uitg. Zomer en Keuning, Wageningen, 1974.

Hans Bouma is predikant en dichter. Hij is bekend geworden als vegetariër en criticus van onze cultuur. Met name de beide laatste gezichtspunten weet hij in dit boek naar voren te brengen.

Dit boek bevat 15 gesprekken met hooggeleerde en zeergeleerde heren. Toch blijft na het lezen de indruk achter, dat Bouma in het gesprek de boventoon voerde. Dat leid ik niet alleen daaruit af, dat op verscheidene bladzijden zijn vragen twee- tot driemaal zo lang zijn als de antwoorden (bijv. 13, 17, 35-37, 68 en 74). Meer nog blijkt dat daaruit dat hij met zijn vragen de gesprekspartners een probleemstelling opdringt. Sommigen weten daaraan te ontkomen. Bijvoorbeeld Berkhof en Schillebeeckx. Hun antwoord heeft dan ook iets van een college dat ze aan Bouma en diens lezers geven. Het valt op, dat een aantal vragen in vrijwel alle gesprekken terugkeert. Dat geeft aan het onderhoud meer het karakter van een enquête dan van een interview.

Het valt mij moeilijk het uitgangspunt van Bouma te delen, als zou er tussen de mens en de natuur een soort bloedverwantschap bestaan (blz. 39). De mens is het Beeld Gods. Dat maakt zijn positie verschillend van al wat verder geschapen is. Ik meen dat deze notie te weinig in het gehele beeld is verdisconteerd. Het verschil met de dieren moge ook daaruit blijken, dat aan de mens het rentmeesterschap is opgedragen en niet aan de vogels, vissen of bloemen. Het komt mij voor, dat Bouma uit reactie tegen een door hem geconstateerde onderwaardering van de dieren, vervalt in een overwaardering door hen met de mens op één lijn te zetten.

Bouma laat zijn gesprekspartner helaas maar weinig ruimte voor een inbreng, die buiten zijn vraagstelling ligt. Zou het daaraan te wijten zijn, dat een ethiek van het milieubeheer door dit boek niet zoveel verder komt ?

Het gesprek met dr. G. van Putten heb ik het meest informatief gevonden.

Dr. C. Gilhuis: ”Terwijl ik nog ben…”.

Nieuwe gesprekken over het ouder worden. Uitg.: Zomer en Keuning, Wageningen.

Het boekje ”Terwijl ik nog ben …” van de Haagse pastor dr. C. Gilhuis is in een nieuwe editie — de vijfde — uitgekomen. Anders dan het bekende ”Hoe dichter ik nader …” van dezelfde auteur is dit werkje meer gericht — de titel duidt het reeds aan — op de zin van het leven van de ouder wordende mens: Ik ben er (nog) en heb — dus — een taak. De stof voor zijn pastorale gesprekken ontleende dr. Gilhuis voor een groot deel aan brieven en telefonische discussies, waarin ouderen hun zorgen, hun vragen en hun vreugden kenbaar maakten. Het boekje is dan ook duidelijk praktisch gericht, eveneens direct en helder geschreven. Niet alleen de ouderen zullen er mee gediend zijn; zeker óók degenen die ambtelijk of op andere wijze dienend en verzorgend met ”bejaarden” in contact komen, zullen er veel aan hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.