+ Meer informatie

Diaconie en sociale wetgeving

4 minuten leestijd

De christelijke gemeente heeft het van oudsher haar plicht geacht barmhartigheid te bewijzen aan hen die in nood verkeren, hiertoe geroepen door haar Heer, Jezus Christus. Hij gaf ons hetgrote gebod onze naaste lief te hebben als onszelf en liet er, door het uitspreken van de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, geen twijfel over bestaan wie wij als onze naaste hebben te beschouwen.

De armen.

In deze wereld zullen „de armen” altijd met ons zijn, niet slechts de materieel armen (waartoe het slachtoffer van de rovers uit de gelijkenis zeker niet behoorde), maar elkeen die op een of andere wijze hulp behoeft. De apostelen, als opbouwers van de eerste christengemeenten, hebben deze gemeenten voortdurend in toespraken en brieven gewezen op de plicht om niet met de mond hun geloof te belijden, maar ook met de daad, door het uitoefenen van barmhartigheid.

Ook de laatste kerkorde roept in een afzonderlijke ordinantie voor het diaconaat de gemeenten op tot de dienst der barmhartigheid met een opsomming van vele terreinen, waarop deze kan worden beoefend. Wij mogen ons gelukkig prijzen, dat in deze wereld de oproep van Christus als een zuurdesem heeft gewerkt en met name in tal van uitingen van christelijke barmhartigheid of sociaal medegevoel.

De overheid.

Als zodanig mogen wij ook zeker aanmerken de in onze Nederlandse samenleving door overheid en volksvertegenwoordiging getroffen wettelijke maatregelen ter voorziening in de materiële en immateriële nood van onze bevolking, hetzij voor bepaalde groepen of als algemene voorziening.

Naast de Armenwet 1854 en 1912 ontstonden wettelijke financiële voorzieningen voor hen die tijdens hun arbeid door een ongeval werden getroffen, voor invaliden, zieken, werklozen, weduwen en wezen en bejaarden. Hiernaast bestaan tal van regelingen voor bepaalde groepen van personen, zoals zelfstandigen, gedemobiliseerden, oorlogsslachtoffers, gerepatrieerden, blinden, gehandicapten, enz.

Ter voorziening in immateriële nood werden tal van mogelijkheden geschapen door subsidiëring van instellingen welke op dit terrein hun arbeid verrichten in gezinsverzorging, maatschappelijk werk, kinderbescherming, reclassering, enz.

Soms een harde zaak.

Voor hen, die geen aanspraak konden doen gelden krachtens een wettelijk vastgelegde regeling of die hiermede onvoldoende waren geholpen, bestond dan de mogelijkheid om bij kerk of overheid een verzoek om steun in te dienen. De aanvraag moest worden beoordeeld, waarna de wettelijk niet verplichte steun al of niet of onder bepaalde voorwaarden werd verleend.

Dit „verzoeken om steun” nu, hoe tegemoetkomend de houding van sociale diensten of diakenen ook was, stuitte menigeen tegen de borst. Zeer begrijpelijk, omdat financiële moeilijkheden veelal het gevolg zijn van oorzaken, waarop de hulpbehoevende geen enkele invloed kon uitoefenen. Overlijden van een der echtgenoten, ziekte, wijziging van de maatschappelijke situatie, geldontwaarding, economische omstandigheden, enz., waren dikwijls aanleiding dat iemand uit een ijverig opgebouwde bestaansmogelijkheid terugviel op een inkomstenpeil waarbij geen redelijk bestaan meer mogelijk was. Zulk een „armoede” is geen schande, doch wel was het een harde zaak om ondanks zuinigheid en hard werken toch als „armlastige” te moeten worden beschouwd.

De Algemene Bijstandswet.

Aan dit laatste nu komt per 1 januari 1965 een einde. Op 13 juni 1963 ondertekende H.M. Koningin Juliana een „Wet, houdende nieuwe regelen betreffende verlening van bijstand door de overheid, de Algemene Bijstandswet”, waarin wordt bepaald (artikel 1) dat „aan iedere Nederlander, die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken, dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, bijstand wordt verleend door burgemeester en wethouders”.

De oude Armenwet vervalt hierbij geheel en de niet wettelijk verplichte steun wordt vervangen door een „recht op uitkering” door de overheid te verstrekken aan hen die dit behoeven, zoals dit ook geschiedt volgens de Algemene Ouderdomswet, Weduwen- en Wezenwet, Werkloosheidswet, enz.

Deze Algemene Bijstandswet kan worden gezien als een sluitstuk op het geheel der sociale voorzieningen in de Nederlandse wetgeving tot stand gekomen, zodat nu niemand meer op „steun” is aangewezen of van „liefdadigheid” behoeft te leven, maar rechten kan laten gelden op de noodzakelijke kosten van het bestaan.

En de diaconie.

Aangezien deze wet van bijzonder belang is voor alle charitatieve instellingen, behoort een diaconie in eerste instantie hierover contact op te nemen met het betreffende orgaan van de burgerlijke gemeente dat door B. en W. met de uitvoering van deze wet is belast. Een goede samenwerking tussen gemeentedienst en diaconie is voor alle belanghebbenden van grote betekenis. Zo zal de diaconie bemiddelend kunnen optreden bij het vervullen van de nodige formaliteiten, en kan zij, indien de betrokkene dit wenst, worden gemachtigd namens de aanvrager op te treden. De gemeentedienst behandelt volgens wettelijke voorschriften de aanvrage rechtstreeks met de betrokkene, in uitzonderingsgevallen met de gemachtigde.

Op deze wijze kunnen beide instellingen gezamenlijk bereiken, dat het wettelijk recht van de betrokkene t.a.v. de materiële voorziening zo goed mogelijk wordt gehonoreerd, terwijl de reeds gelegde contacten bij voorkomende immateriële nood ongetwijfeld zullen medewerken tot het bereiken van een zo juist mogelijke dienstverlening.

De bedoeling van dit artikel is u allen zo goed mogelijk te informeren over de nieuwe situatie per 1 januari 1965 opdat u hieraan de noodzakelijke aandacht zult schenken. Wij wekken u hiertoe gaarne op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.