+ Meer informatie

Een twijfelachtig voorrecht

3 minuten leestijd

In tegenstelling tot andere mensen hebben dnze parlementariërs het voorrecht dat ze zelf over de hoogte van hun salaris kunnen beslissen.

Maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat dat voorrecht in de praktijk eerder in hun nadeel dan in hun voordeel werkt. Zeker als het gaat om hun eigen salaris, zitten kamerleden in een glazen huis. Zij worden immers geacht daar niet voor hun eigen belang te zitten, maar het algemeen belang te behartigen. Voor de moeite en kosten die dat met zich meebrengt, krijgen zij —zoals dat vanouds heet— een schadeloosstelling.

Dat maakt het voor kamerleden moeilijk hun eigen salaris aan de orde te stellen. Daarbij komt dat de overheidsfinanciën de afgelopen tien jaar in het teken hebben gestaan van kortingen en bezuinigingen. In zo'n situatie is al het helemaal niet verstandig en verantwoord om te praten over een verhoging van deze schadeloosstelling. Inmiddels is het economisch tij gekeerd, al heeft de schatkist daar nog maar in beperkte mate van geprofiteerd. De reële lonen gaan weer in stijgende lijn. Onder die omstandigheden is er meer aanleiding om de vraag te stellen of het inkomen van de kamerleden niet omhoog moet.

In Elsevier van deze week is het oud-minister Brinkman die hier zijn nek durft uit te steken. Brinkman heeft enkele maanden geleden de overstap gemaakt van het ministerschap naar de Tweede Kamer. Uiteraard heeft hij daarbij op allerlei terreinen moeten inleveren.

De suggestie van Brinkman is nu om een aantal onafhankelijke deskundigen te laten onderzoeken in hoeverre de schadeloosstelling van de kamerleden zou moeten worden opgetrokken. Wanneer er een advies op tafel ligt dat in die richting gaat, wordt het voor de parlementariërs gemakkelijker om voor de verhoging van hun salaris te stemmen en hebben ze ook 'objectieve' argumenten bij de hand om dat in hun achterban te verdedigen.

Een belangrijk gezichtspunt bij de vaststelling van dit advies is uiteraard de werkdruk van de Tweede-Kamerleden. Die ligt ontegenzeggelijk hoog. Het mag dan zijn dat in de Kamer herhaaldelijk gedebatteerd is over arbeidstijdverkorting, voor de kamerleden zelf is daar de afgelopen jaren geen sprake van geweest. Eerder van het omgekeerde.

Maar wat het vaststellen van de gewenste salarishoogte van de kamerleden zo moeilijk maakt, is het ongewisse van de baan. Terwijl voor het overgrote deel van de Nederlandse werknemers geldt dat zij behoorlijk zeker kunnen zijn van hun baan (aangenomen dat ze hun werk niet al te slecht doen en hun bedrijf niet moet inkrimpen) ligt dat voor de kamerleden geheel anders. Ook al spannen ze zich nog zo in en kan hun een grote kennis van zaken niet ontzegd worden, toch moeten ze iedere vier jaar maar afwachten in hoeverre hun partij hen weer op een verkiesbare plaats wil zetten en de verkiezingsuitslag niet al te zeer tegenvalt.

Daarbij konden ex-ambtenaren altijd gemakkelijk weer terug naar hun oude baan, wanneer hun politieke carrière ten einde was. Voor mensen uit het bedrijfsleven betekende een overstap naar de Tweede Kamer veel meer het achter zich verbranden van de schepen. Wanneer die overstap dan ook nog gepaard gaat met een forse vermindering van inkomen, dan moet de liefde tot de eigen partij of het verlangen naar een politieke carrière wel erg groot zijn, anders doet men het niet.

Waarschijnlijk zal uit zo'n onderzoek van deskundigen wel blijken dat er reden is om de schadeloosstelling van de parlementariërs wat op te trekken. Maar toch is het verstandig daarbij aan de voorzichtige kant te blijven. Een al te royale honorering van kamerleden doet ons politieke bestel meer schade dan een regeling die aan de krappe kant is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.