+ Meer informatie

Marine niet het „stiefkind" van onze strijdkrachten

Vice-admiraal (b.d.) over de Nederlandse vloot:

7 minuten leestijd

DEN HAAG — Bij de overdracht vna het commando over de zeestrijdkrachten, welke ceremonie op 1 maart jl. plaats had op het geleidewapenfregat Hr. Ms. Tromp in de haven van Den Helder, gebruikte de scheidende Marinecommandant viceadmiraal B. Veldkamp inspirerende zeemanstaal: ,,Het is, gelet op de smalle marges bij de keuze tussen personele dan wel materiële lasten dus zaak om mentaal alle plannen, idealen en verwachtingen zeevast te sjorren".

De onlangs „afgezwaaide" commandant zeemacht Nederland, vice-admiraal B. Veldkamp, werd op 6 november 1921 geboren als zoon van ds. H. Veldkamp, toen Geref. predikant te Bedum. Zijn vader was auteur van diverse boeken over de kleine profeten, zoals o.m. ,,Boer uit Tekoa", „Die knopen ontbindt". Na zijn schoolstudie ging de jonge Veldkamp in 1939 de opleiding volgen bij het Kon. instituut voor de Marine te Den Helder. Van 1942 -1945 zat hij als krijgsgevangene in Duitsland, waarna hij in laatstgenoemd jaar werd geplaatst aan boord van Hr. Ms. Evertsen. Vervolgens diende hij bij het maritiem commando in Soerabaja. Terug in Nederland werd hij eerste officier van de ,,Evertsen" en daarna doorliep hij diverse rangen en was hij o.m. werkzaam als hoofd onderwijs aan de Marinestaf school, als marine-attache in Washington en bevelhebber van de ,,Karel Doorman" om in 1970 te worden benoemd tot chef-stafbij de commandant zeemacht, van wie hij in 1972 het commando overnam, waarbij hij werd bevorderd lot vice-admiraal. Vice-admiraal Veldkamp is drager van verschillende onderscheidingen. Hij gaat als vogelliefhebber en - kenner in zijn vrije tijd zijn aandacht nu meer .schenken aan de gevleugelde dieren, al zal hij „zijn" schepen moeilijk kunnen vergeten.

_______________________________________________________________

De personele belangen lagen de vertrokken chef van de Marinestaf na aan het hart; „het kostbaarste, dat de Koninklijke Marine heeft....", zo zei hij in zijn afscheidstoespraak. Het ging hem aan zijn hart, dat de marine in de loop der jaren personeel moest ,,inleveren", maar nu heeft „iedere vent zijn functie", zo zegt hij in een gesprek, dat wij met de vice-admiraal b.d. (buiten dienst noemt men dit officieel) hadden over de Koninklijke marine en haar huidige taak.

Als men dan weet dat het Marinepersoneel sedert 1950 werd ingekrompen van 25.000 man tot nu ongeveer 16.500, dus met een derde, dan mag daaruit niet direct de conclusie worden getrokken, dat de vloot aan kracht zou hebben verloren. Integendeel, volgens vice-admiraal Veldkamp, is de huidige vloot veel krachtiger dan vroeger, ook relatief gezien. Men streeft naar zoveel mogelijk hoogwaardig personeel; dit is geen eenvoudige opgave, want door de invoering van nieuwe wapensystemen, zoals bijvoorbeeld op de staridaardfre' gatten, neemt de omscholing van het personeel een belangrijke plaats in, hetgeen soms grote problemen geeft. Voor de opleiding op de standaardfregatten moet wel personeel van de overige vloot worden weggehaald, hetgeen ,,bij stukjes en beetjes" geschiedt. Het gaat erom per schip het juiste aantal mensen operationeel te maken.

Nieuwe methoden

Er worden op de marineschepen allerlei nieuwe methoden toegepast. Het is de verdienste van nu oud-minister Stemerdink dat hij de vernieuwing van het materieel op gang heeft gebracht, zo oordeelt de vice-admiraal. Hij heeft uitvoering gegeven aan de Defensienota '74, waarin tal van vernieuwingen en bestellingen in.het vooruitzicht werden gesteld. De huidige minister van Defensie heeft weer nieuwe impulsen daaraan gegeven, onder meer door de bestelling van twee onderzeeboten en van de Orionvliegtuigen vervangen. die de Neptunes moeten vervangen.

Die bestelling van de nieuwe Marinetoestellen is veel te laat. Daarover laat de oud-marinechef geen twijfel bestaan. „De Neptune vliegt nog, maar vraag niet hoe en is nog goed voor surveillancediensten". Onwillekeurig gingen bij het uitspreken van deze woorden onze gedachten terug naar het ,,vliegend protest" van de Marinevliegers van de vliegbasis Valkenburg in Zuid-Holland, waar de Neptunes zijn gestationeerd, enkele jaren terug. Met een vlucht boven het Haagse Binnenhof gaven zij uiting aan hun bezorgdheid over het uitblijven van de aankoop van nieuwe ,,kisten". De Defensieleiding kon toen niet anders dan de vliegers een berisping geven voor zulk een ,,eigenmachtig" protest, dat men van dit altijd correct in de pas lopend krijgsmachtpersoneel niet had verwacht.

„Nee, de Neptunes zijn nauwelijks meer geschikt voor verkenning en bestrijding van onderzeeboten. Voor de moderne Russische onderzeeërs zijn deze toestellen beslist geen partij" aldus Veldkamp.

Inkrimping

De introductie van andere methoden en systemen in de loop van de tijd brengt uiteraard gevolgen mee voor het personeel. Vroeger waren er in de machinekamer diverse mannen nodig. Nu wordt de apparatuur bediend door een man, die maar op een knop hoeft te drukken en de zaak „loopt" gesmeerd. De automatisering bracht tevens inkrimping van mankracht; dit geldt evenzeer voor de bediening van de wapensystemen. In het verleden was voor de bediening van een kanon aan boord twintig man personeel nodig. Thans kan men dit met drie man af.

Vice-admiraal Veldkamp wijst n dit verband op de standaardfregatten, die nu al meer dan een jaar varen. Deze schepen zijn stukken kleiner en hebben een bemanning van 176 man, vijftig minder dan de schepen, die zij vervingen. Een uniek voorbeeld van weldoordachte vermindering van personeel, noemt de vice-admiraal dit en toch kunnen deze schepen veel meer dan de vroegere fregatten. Ze leveren voor de schepelingen geen enkele (van onze binnenlandredactie} moeilijkheid op. Ook de nieuwelingen onder hen ervaren zelf gauw wat ze aan kunnen. Het is voor de Marineleiding niet altijd gemakkelijk om de ,,zaken" zo in elkaar te schuiven dat de planning goed verloopt, maar het lukt tot nu toe.

In NAVO-verband

Wanneer we de inbreng van de marine en de samenwerking in NAVOverband ter sprake brengen, merkt vi. ce-admiraal Veldkamp 6p, dat die inbreng optimaal is. Men kan Nederlandse schepen en vliegtuigen op en boven de Atlantische Oceaan tegenkomen en onze smaldelen draaien binnen een oefening goed mee. De Oostflank van de Atlantische Oceaan wordt,,gedekt" door de Britse en Nederlandse marine en in een verhouding van 3/4 - 1/4. Dit onderdeel omvat weinig grote schepen, maar veel kleine schepen en daarin slaan onze fregaaten een uitstekend figuur. „Met de nieuwe standaardfregatten lopen we zelfs voorop" is de mening van de vice-admiraal. Deze schepen hebben een nieuw en beter wapenpakket. Onze maritieme functie in het Navobondgenootschap moet beslist niet onderschat worden en de samenwerking met andere landen verloopt uitstekend.

Gezien de nationale politieke verhoudingen en inzichten zouden wij binnen het kader van de Defensienota '74 ook niet beter kunnen. Onze wensen zijn niet altijd politiek realistisch, maar toch vindt de vice-admiraal dat de prioriteiten in het regeringsbeleid niet altijd even goed en duidelijk worden gelegd.

Afhankelijk

Wij willen graag een welvaartsstaat blijven, veel geld uitgeven aan ontwikkelingshulp en met de WIR onze industrie in leven houden. Uitstekend, als wij maar niet vergeten dat wij voor onze grondstoffen afliankelijk blijven van aanvoer van overzee; 98% van onze olie, 85% van onze granen en 85% van onze ertsen moet van verre komen, ook in oorlogstijd, waarvoor de Tweede wereldoorlog het duidelijke bewijs leverde. Wij zullen ook in ons maritiem denken niet alleen de Noordzee en de Atlantische Oceaan in zicht moeten houden, maar dienen wereldwijd onze ogen open te zetten. De oceanen dienen „vrij" te blijven, ook in crisistijd voor de aanvoer van grondstoffen, hulptroepen enz.

De vice-admiraal slaat met zorg de uitbreiding van de Sovjet-vloot gade en is niet zo gerust op de ,,omsingelingstaktiek", welke tot uitdrukking komt in steeds meer bases voor deze vloot in de wereld.

Is onze Koninklijke marine het ,,stiefkind" van de strijdkrachten? Neen, beslist niet, vice-admiraal Veldkamp hoort juist andere geluiden, want er wordt nogal eens beweerd, dat de marine eigenlijk voorop loopt. Nu, dit wil hij ook niet zeggen, liever gebruikt hij de woorden: „De Marine loopt in de pas".

Na jaren van ,,touwtrekken" besloot de regering enige tijd geleden het Loodswezen, dat nu deels onder Defensie, deels onder Verkeer en waterstaat ressorteert, geheel bij laatstgenoemd ministerie onder te brengen.

Op onze vraag, of hij deze beslissing juist acht, antwoordt de vice-iadmiraal: ,,Best, maar " Dit „maar" betekent voor hem, dat het Loodswezen in tijd van oorlog onder bevel van de Marine behoort en dat het personeel dan „gemilitariseerd" dient te zijn, want onze kusten moeten worden bewaakt, mijnen moeten worden gelegd of opgeruimd enz., uitsluitend taken die aan de Marine zijn voorbehouden. Deze visie is zeker zo vreemd niet. Alle loodsen zijn reserve-marine-officieren en de inpassing kan dus geruisloos verlopen. Laten we hopen, dat na de omschakeling van het Loodswezen naar Verkeer en waterstaat deze inpassing nooit behoeft te geschieden.

Een wens, die vice-admiraal Veldkamp graag beaamt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.