+ Meer informatie

Ruimtevaart

5 minuten leestijd

Men kan een schilderij, een muziekstuk, een gedicht mooi vinden, zonder het gegeven in zijn omvang te begrijpen. Men wordt erdoor aangesproken en men voelt, dat het iets zegt, en toch weet men niet nauwkeurig w& t er wordt bedoeld. Zo is het bij meer dan één gegaan met het gedicht „Ruimtevaart", dat in no. 11 van de 12de jaargang werd geplaatst. Het zal daarom geen kwaad kunnen even hierop in te gaan.

Mogelijk, dat dit aanzet tot nauwkeuriger lezen en herlezen, maar vooral tot intens nadenken. Een schilderij moet men meer dan eens zien; een muziekstuk treft soms meer als het een tweede of derde maal wordt gehoord; een gedicht kan niet even worden doorgenomen en dan terzijde gelegd. Zulke dingen moeten rustig worden gelezen en overdacht.

Het moet dus niet gaan, zoals het ging bij het lezen van „Ruimtevaart": een moeder zegt tegen haar kinderen: „Hier

zijn de tien plagen van Egypte, kinderen, luister maar eens." Het gedicht werd toen opgedreund op de manier, waarop vooral oudere mensen gedichten lezen.

In een gedicht worden beelden gebruikt, die iets anders moeten betekenen dan letterlijk zou worden gedacht; woorden worden gebezigd met een heel andere betekenis als men eraan zou hechten.

Dat het niet over de plagen van Egypte ging, was wel duidelijk uit het opschrift „ruimtevaart" af te leiden. Toch komen er vele dingen in voor, die betrekking hebben op genoemde plagen. De tovenaars in Egypte weerstonden Mozes en mitsdien ook God, Die Mozes geroepen had om het volk Israël uit te leiden. De duivel bootst Gods werk na tot op zekere hoogte, zó, ver als het God behaagt. De erkenning moet volgen, dat de Heere de machtige is.

Dat zal ook zo zijn bij de machtsontplooiing van de mens. De wetenschap is heel ver gevorderd in onze tijd. De aarde wordt te klein en men steekt de handen uit naar andere hemellichamen: zouden die te bewonen zijn; zouden we ons daar niet kunnen nestelen en onze grootheid ten toon spreiden?

Nu werpen de russische en amerikaanse geleerden hun staven neer, om die te veranderen in slangen, om de Heere weg te cijferen: wij kunnen evenveel als God; we zullen als God zijn, het woord, waarmee satan de eerste mens ten val bracht. En vele pogingen zijn gelukt. Bloedige revoluties hebben plaats gevonden en op het gebied van oorlogvoering zijn vreselijke wapens uitgevonden. Soldaten zwemmen als kikvorsen om vijandelijke schepen te vernietigen.

Maar zoals de tovenaars in Egypte moesten erkennen, dat het Gods vinger was, zo zal de alles-ondernemende mens straks gewaar worden, dat er een halt wordt toegeroepen: het stof zal niet veranderen in luizen. De Heere laat de teugels zó lang vieren als het Hem behaagt. En wanneer het dan zo ver is gekomen als God het wil, dan zal alles falen en de opzet van vele dingen mislukken.

De tovenaars stonden machteloos toen de insektenplaag kwam en toen de veepest uitbrak en de andere plagen het land tot een woestenij maakten. Ze konden voor het aangezicht van de koning niet staan, omdat ook zij aangetast waren door de boze zweren.

Al zouden de geleerden nog zo vele ontdekkingen doen, dat de hele wereld er verbaasd over zou staan, toch zullen ze aan het kortste eind trekken, omdat de Heere de Oppermachtige is. Ofschoon ze zouden opklimmen ten hemel, toch zullen ze ter helle nedergestoten worden.

De tovenaars kunnen maar enkele wonderen nabootsen en de plagen, die volgen, kunnen ze niet eens afwenden. Zo is het ook nu: laten ze landen op de maan, en laten er echte ruimteschepen komen, de vreselijke onheilen op de aarde vermogen de geleerden niet weg te nemen. Overstromingen kunnen niet worden tegengegaan, hongersnoden zijn moeilijk te keren en er kan niet voorkomen worden dat er oorlogen uitbreken. Vandaar dat er ook staat in het gedicht:

Ze keren geen sprinkhanenvluchten: Het land wordt een dorre woestijn; straks duistren de lichtende luchten, en tijd zal er nimmermeer zijn.

Ook het eindgericht zal niet afgewend kunnen worden. Het laatste woord heeft God, zoals Hij dat ook had in Egypteland. De Egyptenaren verzonken als lood in de diepte van het water; ze werden van voor Gods aangezicht verdaan, uitgedelgd. Met al de uitvindingen en experimenten zal het grote Oordeel niet worden uitgesteld of te niet gemaakt. De hoogmoed der mensen zal worden verbroken. Op het willenzijn-als-God volgt toch een vreselijke val. Het laatste woord zal door de Heere gesproken worden:

De ruimtevaartschepen verzinken in 't bruisende water als lood, als de stem van d' archangel zal klinken .... en het eind is de gapende Dood.

Alles wat de mens in zijn hoogmoed en ijdele waan heeft opgericht zal vergaan. Wanneer? „Als de zee en watergolven groot geluid zullen geven" (Lucas 21). Daarom staat er in het gedicht „in 't bruisende water." En dan moeten we Ietten op de hoofdletter bij het woord „Dood". Het wil hier zeggen, dat dan het einde aller dingen is gekomen en het Eindgericht een aanvang zal nemen.

Na deze eenvoudige uiteenzetting vertrouw ik, dat het gedicht voor velen meerzeggend zal zijn. Ik raad die lezers dan ook aan, het met aandacht te lezen en dan zullen ze bemerken, dat ze nu iets vinden wat eerst niet gezien werd.

INDEX.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.