+ Meer informatie

Luther en de Bijbelvertaling

7 minuten leestijd

(SLOT)

Wc hebben nu gezien, hoe door Luther de complete Bijbel werd uitgegeven en bovendien een herziening van de Psalmen.

De volledig uitgegeven Bijbel is ook nog enkele malen herzien. In 1541 verscheen een geheel herziene editie. Meer dan 60 vergaderingen werden hiervoor door de commissie belegd. De notulen van deze vergaderingen zijn bewaard gebleven. Enkele opmerkingen zullen we overnemen. Genesis 12 spreekt over de leugen van Abraham, die in Egypte zijn vrouw voor zijn zuster uitgaf. Melanchton zei hierover: Mijn overtuiging is, dat die houding van Abraham meer uit kracht dan uit zwakheid des geloofs voortkwam." En dan Luther: Ik voor mij zou liever willen, dat zijn zwakheid de oorzaak was — want wij liggen allemaal in 't zelfde ziekenhuis." Bij Lev. 35 : 36 zegt Luther (het gaat hier tegen de woeker): Schrijf dat aan de handelaren in Leipzig. Nu drijven ze de korenprijzen weer op. De wetten zijn wel goed. Maar wie houdt zich eraan? Bij de bespreking van 1 Sam. 3 : 1 (Het Woord des Heeren was schaars in die dagen) merkt Luther op: , 't Was er net mee als onder het pausdom, niemand onderzocht het Woord Gods, de Bijbel lag onder de bank."

Zo zouden we nog even door kunnen gaan. Het lezen van die notulen is bijzonder interessant. Vaak lijkt het, of men maar een gezellig praatje hield, vol spreekwoorden, grapjes en toespelingen. Soms is de toon ook ruw en grof; met spot en satire worden de tegenstanders overladen. Maar het doel waar het om gaat, verliest men geen ogenblik uit bet oog en het reusachtige werk wordt met wetenschappelijke precisie uitgevoerd.

Na zulk een intense herziening wordt in de titel van de uitgave van 1541 ingevoegd: „Aufs neue zugericht." Ook kreeg deze Bijbel een nieuwe titelpagina. In cle geïllustreerde omlijsting zien we aan de linkerkant bovenaan de gestalte van God, omgeven door engelen, daaronder de koperen slang temidden van de tenten in de woestijn, geheel beneden cle dood en de duivel, bezig een man voort te drijven naar cle hel, waarin men o.a. een monnik en een paus kan onderscheiden. Rechts bovenaan wordt Maria met de herders uitgebeeld, in het midden Christus, dood en duivel vertredend, onderaan Christus aan het kruis en het Lam met de overwinningsvaan; vóór het kruis staan Johannes de Doper en een man met een lendedoek op wie het bloed vloeit uit de doorboorde zijde van Christus. De pagina is in tweeën gedeeld door een boomstam, welke ter linkerzijde kale takken heeft, ter rechterzijde bladeren draagt. Aan de voet van de boom ziet met twee mannen, waarvan een cle tafelen der Wet vasthoudt. Een merkwaardig, boeiend geheel.

In deze uitgave wordt de indeling in paragrafen gemarkeerd door grote hoofdletters. Belangrijke teksten, inzonderheid woorden met troostend karakter, worden op opvallende wijze gedrukt, zodat men ze snel vinden kan. Dit was een idee van Luther en is lateivaak nagevolgd. Vóór periscopen met een vertroostend karakter staan bovendien de letters A, B, C enz. in Gotisch type, vóór die, waarin van de toorn Gods sprake is dezelfde letters in Latijnse stijl. Luther zelf vond dit „narrenwerk." Luther zelf voegde een waarschuwing aan de drukkers toe. Paulus zegt: De gierigheid is een wortel van alle kwaad. Die vervloekte gierigheid nu heeft zich ook op onze arbeid gestort en wil daarop haar boosheid en kwade bedoelingen botvieren. Want nadat de barmhartige God ons hier in Wittenberg zijn onuitsprekelijke genade gegeven heeft, dat wij Zijn heilig Woord en de heilige Biblia duidelijk en zuiver in de Duitse taal hebben mogen overbrengen, een ondernemen, waaraan wij bijzonder veel arbeid (maar alles door Gods genade) ten koste gelegd hebben, valt de gierigheid aan op onze drukkers met schelmenstreek en boeverij en haalt anderen over om alles na te drukken, zodat onze mensen het werk doen en de onkosten dragen, terwijl de anderen met de winst

gaan strijken. Dat is een complete, grote, openlijke roverij. God zal haar wel straffen en een fatsoenlijk, christelijk mens wil er niet mee te maken hebben. Wat mijzelf betreft, er is me niets aan gelegen; want ik heb het om niet ontvangen, om niet heb ik het gegeven en ik begeer er ook niets voor. Christus mijn Heere, heeft het mij wel honderdduizendmaal vergolden.

Maar wel wil ik mijn beklag doen over een gevolg van die gierigheid, nl. dat die gierige vetzakken en rovende nadrukkers met onze arbeid slordig en onverschillig omgaan. Want omdat ze alleen op hun winst uit zijn, kan het ze niet schelen of ze het goed of slecht nadrukken. En menigmaal is het me gebeurd, dat ik, als ik die nagedrukte uitgaven las, mijn eigen werk op veel plaatsen niet herkennen kon en voortdurend aan het verbeteren kon blijven. Zij doen het maar rits rats: het gaat om het geld. Als ze echte drukkers waren, zouden ze waarlijk uit ervaring wel weten, dat in het drukkersvak geen inspanning ooit genoeg is; wie er zich wel eens toe gezet heeft, zal het met me eens zijn.

Daarom, als iemand deze onze opnieuw verbeterde Bijbel wil aanschaffen voor zichzelf of voor een bibliotheek, die zij hiermee door mij ernstig gewaarschuwd om goed toe te zien wat en waar hij koopt en hij zorge ervoor, dat hij deze druk krijgt, die door de onzen gecorrigeerd is en die hierbij in het licht komt. Want ik denk niet, dat ik nog zo lang zal leven, dat ik de Bijbel nog een keer kan herzien. En al zou ik nog zo lang leven, ik ben nu toch te zwak voor zulk een arbeid.

En ik hoop, dat een ieder wil bedenken, dat niet licht iemand anders zulk een ijver aan de Bijbel ten koste zal leggen, als wij hier in Wittenberg mochten doen, want wij waren de eersten aan wie de genade gegeven werd om Gods Woord weer onvervalst en geheel gezuiverd aan het licht te brengen. En we hopen ook, dat onze nakomelingen in volgende drukken dezelfde ijver daaraan zullen besteden, opdat onze arbeid zuiver en onbedorven bewaard blijft.

Wij hebben alles zonder gierigheid, eigenbaat of verdienste (daarop kunnen wij ons in Christus beroemen) getrouw en onbekrompen ten bate van onze mede-christenen verricht. En wat wij daarvoor hebben verdragen, gedaan en geofferd, behoeft niemand te weten dan Hij, Die ons de gaven schonk en die door ons, onwaardige, ellendige, arme werktuigen deze dingen gewerkt heeft. Hem alleen zij eer, lof en dank in eeuwigheid. Amen."

Na deze herziene uitgave werd de Bijbel tijdens Luthers leven nog tweemaal opnieuw uitgegeven in 1543 en 1545. Ook in deze uitgaven is geen enkel woord gewijzigd zonder uitdrukkelijke toestemming van de doctor.

Zo ziet men, dat de grote hervormer tot het laatste toe bezig bleef met het verwijderen van kleine feilen in zijn vertaling en met verbeteringen in de uitgave. Er is nog een brief bewaard van de drukker, gedateerd 7 oktober 1546, waarin deze aan de hertog van Pruisen meedeelt, dat Luther op de 23e januari vóór zijn vertrek naar Eisleben, waar hij sterven zou, hem opdroeg om een druk van het Nieuwe Testament gereed te maken met grote letters terwille van slechtzienden, en dat hij hem op zijn verzoek een proefpagina voor zulk een boek gezonden had. Daaruit volgt, dat de laatste drukproef die Luther onder ogen kreeg (hoeveel duizenden waren er in de loop der jaren door zijn handen gegaan!) behoorde tot het werk, waaraan hij zo'n groot deel van zijn leven gewijd had: de Bijbel leesbaar te maken voor zoveel mogelijk mensen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.