+ Meer informatie

Capelse veren deden 350 jaar dienst

„Ik snap niet dat jullie ons laten betalen om over die rivier te lopen"

4 minuten leestijd

CAPELLE A/D IJSSEL Na meer dan 350 jaar trouwe overzetdiensten tussen Capelle en Krimpen aan den IJssel verdwenen de twee veerdiensten uit de Capelse samenleving. Het is inmiddels ruim dertig jaar geleden.

In de stukken van het Heerlijkheidsarchief wordt in het jaar 1611 al over veerrechten gesproken. Er moeten in die tijd al twee veren geweest zijn: het kleine veer vanaf de steiger aan de Dorpsstraat en het nieuwe veer, dat Capelle-Keeten met de Stormpolder in Krimpen aan den IJssel verbond. In 1666 kocht de stad Gouda de ambachtsheerlijkheid Capelle, met inbegrip van de twee veerdiensten. Toen Gouda het kleine veer in 1681 verkocht aan Dirk Groenhout, was Hendrik Leendertse Verstraaten pachter.

In het begin van de twintigste eeuw kwam het gemeentelijk besluit om de heer C. de Vries toestemming te verlenen een woonhuis te bouwen „met gelagkamer aan Schielands Hoogen Zeedijk op het Dorp". C. de Vries was toen pachter van het kleine veer, eigenares was jonkvrouwe W. B. M. van Santheuvel, echtgenote van H. B. de Roo van Capelle.

Veerhuis

Het veerhuis werd in 1918 gebouwd; het kwam te staan tegenover de steiger van het voetveer. Toen zoon Piet in 1932 trouwde, werd het café bij het woongedeelte van het huis getrokken. In de jaren twintig werd er met twee boten gevaren. Er was drie man personeel: pachter C. de Vries, zoon Piet en knecht Dirk Vogelezang de Jong, een jongen die in 1928 veertien jaar was, dagelijks van acht tot vijf werkte en daarmee 3,50 gulden per week verdiende. Ondanks de komst van de Algerabrug in 1958 bleef het voetveer in gebruik. De dienst werd gestaakt toen veerman De Vries in 1964 stierf. Het veer verdween, maar het veerhuis staat er nog: als zodanig herkenbaar en als sprekend toonbeeld van het verleden.

Chagrijnig

Het nieuwe veer staat bekend als het „veer van de Ruit". Op 14 maart 1848 besloot de Raad der stad Gouda de ambachtsheerlijkheid, waaronder ook het Capelse veer, te verkopen. Het veer werd verpacht voor een bedrag van 380 gulden per jaar aan de Krimpenaar Jacobus Moret. In latere jaren kocht de gemeente Capelle aan den IJssel het veer terug voor de prijs van 6100 gulden. Dit gebeurde toen Dirk Kley burgemeester van Capelle aan den IJssel was.

Het veer van de Ruit was een pontveer. De pont „met de ronde bomen" werd in 1925 door de firma Vuyk gebouwd en kostte 11.000 gulden. In 1883 werd het veer eigendom van de familie Van de(r) Ruit.

Gerrit van der Ruit begon het veerbedrijf in 1883 en in 1925 namen zijn zoons Jan, Wouter en Gerrit het bedrijf over. Nazaat Neo van de Ruit noemde het een akelige baan: „Natuurlijk is zo'n veer het middelpunt van de gemeente en brengt het een zekere gezelligheid met zich mee, maar het werd zo druk, dat er wachttijden van meer dan een uur ontstonden. De chauffeurs werden er soms bar chagrijnig van", aldus veerman Neo.

De winters waren een verhaal apart. Het gebeurde wel dat de IJssel dichtvroor. Als het ijs sterk genoeg was, werd dit bij de gemeente gemeld en mocht er een plankier gelegd worden, terwijl er verlichting aangebracht werd. Deze activiteit werd niet door iedereen in dank aanvaard. Een wel eens gehoorde reactie: „Ik begrijp niet dat jullie ons laten betalen om over Gods eigen rivier te lopen".

Weer anders lag het met de Krimpense leden van het hervormd lokaal in Capelle-Schenkel, die uit principiële overwegingen op zondag geen gebruik van de veerdiensten maakten en zelf met een roeiboot de oversteek maakten. Dat het hier om enkel principes ging, niet om zuinigheid of om andere redenen, blijkt uit het feit dat sommigen van hen op maandagmorgen als eersten van het veer gebruik maakten.

Zwemmende varkens

Ook varkens werden met de pont vervoerd. Ooit meende een vrachtwagenchauffeur dat hij op de rem trapte, die hij evenwel met het gaspedaal verwisselde. Het gevolg was dat de wagen met varkens te water raakte. „Overal zwommen ze heen, het moet een geweldige toer geweest zijn ze te vangen!", vertelt de ex-pontbaas.

In 1958 werd de Algerabrug geopend en het pontveer van de Ruit gesloten. We citeren een gedicht: „Maar nu is het feest, kom over de brug Het veer van der Ruit komt nooit meer terug!!!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.