+ Meer informatie

TER OVERWEGING

24 minuten leestijd

Ds. C. van den Berg, Leer ons bidden. Dagboek. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 111 blz. f 16, 75.

De schrijver, predikant van de (Vrijgemaakt) Gereformeerde kerk te Amersfoort, gaat in dit boek nader in op bidden. Het is met name geschreven voor jonge mensen. Elke dag wordt een gedeelte uit de Bijbel gelezen. Naar aanleiding van het gelezen gedeelte probeert de auteur telkens de wezenlijke trekken van een gebed aan te geven. Vervolgens geeft hij een voorbeeldgebed. Niet om na te zeggen, maar om te laten zien hoe je mag en kunt bidden. Zodat men het zelf kan leren.

Drs. P. Eikelboom e.a., Samen het huwelijk in. In de serie “Praktisch en Pastoraal”, een serie die op begrijpelijke wijze praktische voorlichting wil geven over levensvragen en -problemen. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Leiden 1992. 140 blz. f 24, 95.

Wanneer twee mensen in het huwelijk treden, gaat dit samen met een belofte van trouw voor het leven. Geen eenvoudige beslissing, vooral in deze tijd waarin het huwelijk meer dan ooit wordt aangevallen. Een goede voorbereiding op deze keuze is daarom van groot belang, zelfs een noodzaak. De auteurs van dit boek willen jonge mensen helpen bij de voorbereiding op hun huwelijk. Maar niet alleen hen. Ook zij die al langere tijd getrouwd zijn, kunnen zich aan de hand van dit boek bezinnen op hun huwelijk. De auteurs hebben gekozen voor een bespreking van het huwelijk in den brede. Zowel relationele en seksuele aspecten binnen het huwelijk, als praktische problemen (financiën) komen aan de orde. Het is een boek, dat de huwelijksproblemen goed en open behandelt. Voor (jong)gehuwden kan het een goede handreiking zijn voor hun huwelijk.

Dr. W.H. Velema, Geloof en gevoel. Uitg. J.J. Groen en Zoon, Leiden 1992. 94 blz. f 17, 95.

Veel geestelijke vragen van christenen zijn terug te leiden tot de verhouding tussen geloof en gevoel. Rond dit onderwerp zijn in de loop der jaren veel misverstanden ontstaan. In dit boek gaat de auteur op pastorale wijze in op de verhouding geloof en gevoel. Hij begint met een praktische omschrijving van beide begrippen en behandelt vervolgens de spanningen in de relatie tussen geloof en gevoel. Vragen die aan de orde komen, zijn bijvoorbeeld: Als je het werk van Gods Geest niet voelt in je hart, is er dan ook geen geloof? Is het gevoel een bedreiging voor het geloof? Hoe kun je in een periode van depressie toch geloven? Met dit boek wil de auteur mensen helpen die veel bezig zijn met hun eigen gevoelens.

C.A. van den Berg e.a. (red.), 100 jaar verantwoordelijkheid. Verleden, heden en toekomst van christelijk-sociaal denken. Uitg. Kok, Kampen. 99 blz. f 29, 95.

In deze bundel zijn de “inleidingen” bijeengebracht die “gezaghebbende sprekers” (een dertiental) leverden “ter voorbereiding en ter ondersteuning” van het Christelijk-Sociaal Congres dat verleden jaar werd gehouden. Inderdaad kunnen de geleverde bijdragen veelszins als “belangwekkend” worden aangemerkt al kan over het “gezag” ervan verschil van mening bestaan. In de meeste bijdragen wordt nadrukkelijk de “verantwoordelijkheid” aan de orde gesteld, de verantwoordelijkheid die essentieel is voor het christelijk-sociaal denken. De vraag laat zich juist daarom niet onderdrukken waarom geen van de dertien scribenten ook maar een moment in dit verband stakingen e.d. ter sprake brengt. Staken wordt beschouwd als een wettig strijdmiddel. Staking als ultiem machtsmiddel moge acceptabel worden geacht, maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid voor de schade die meestal weerloze derden erdoor lijden? Moet een mens zich niet aansprakelijk weten voor de schade die hij anderen toebrengt, soms onbedoeld en ongewild, maar zeker óók als dat willens en wetens gebeurt? Is dit machtsmiddel langzamerhand niet achterhaald na een eeuw “verantwoordelijkheid” in een rechtsstaat die toch weet dient te hebben om in een gecomplieeerde samenleving conflicten tot oplossing te brengen? Waar de christelijke sociale beweging steeds het “harmoniemodel” voorop heeft gesteld, bevreemdt het mij dat deze verantwoordelijkheid niet ter sprake komt. Speelt hier misschien, zij ’t niet opzettelijk, het feit mee dat in de Westerse rechtsstaat doorgaans het slachtoffer de vergeten partij is, die buiten het rechtsbestel valt en zich civiel maar moet redden resp. op “slachtofferhulp” (sprak men een eeuw geleden niet over “weldadigheid”?) is aangewezen? Er zouden meer vragen te stellen zijn. Wordt bijv. niet wat te argeloos met het - ook daarom falend -marxisme gesproken over de tegenstelling kapitaal-arbeid (in zekere zin ook: werknemer-werkgever), een falende, zo geen valse tegenstelling? Maar dat zou te veel ruimte vragen. Duidelijk zal zijn dat de “toekomst van christelijk-sociaal denken” zeker alle aandacht verdient.

Dr. A. Wind, Zending en oecumene in de twintigste eeuw. Handboek over de geschiedenis van zending en oecumene aan de hand van de grote conferenties en assemblées. Deel IIa. Van Ghana 1957/58 tot en met Uppsala 1968. Uitg. Kok, Kampen. 536 blz. f 115,-.

Ruim tweederde deel van dit boek wordt in beslag genomen door de beschrijving van de vier “grote conferenties en assemblées” die de Internationale Zendingsraad resp. de commissie voor zending en evangelisatie van de Wereldraad van Kerken alsmede de Wereldraad zelf gedurende de periode 1957 - 1968 hebben gehouden; het resterende deel bevat de noten, een lijst van aangehaalde literatuur enz. Beschreven worden de zendingsconferenties van Ghana en Mexico (1963) en de assemblées van de Wereldraad van New Delhi (1961) en van Uppsala. Heeft de schrijver voor “Ghana” 36 bladzijden nodig, de beschrijving van “Uppsala” vergt 190 bladzijden! Breed, tot in details wordt de gang van zaken beschreven, alsook wat er inhoudelijk passeerde. Wie hiervan kennis neemt, komt zeker onder de indruk van de inzet van dr. Wind om de geschiedenis van de IZR en van de WvK zo weer te geven als in dit deel geschiedt, objectief en duidelijk. Niet minder sterk zal de indruk zijn dat “zending en oecumene” in deze periode voor ons steeds problematischer zijn geworden. Natuurlijk wil dat niet zeggen dat elke daad, elke uitspraak een probleem ging vormen. Zonder wat waardevol en te waarderen is over het hoofd te zien, de tendens dat het “accent in de reflectie” verschoof van “dogmatiek (christologie en ecclesiologie) naar ethiek, van verticaal naar horizontaal, van de ene kerk naar de ene mensheid” en dat “de inter-religieuze dialoog legitiem werd”, zoals dr. Wind in een “tussenbalans van de WRK van twintig jaar” constateert (383v.), maakt kerk en zending tot een probleem. Wordt de eerste niet overbodig en de tweede een zaak om je voor te schamen zoals ik onlangs een vooraanstaande 100%-voorstander van de oecumene hoorde opmerken? Hoe dan ook, dit boeiende naslagwerk voor ieder die zich in zending en oecumene interesseert, doet uitzien naar deel IIB (dan met personen- en zakenregister?)

Philips van Marnix heer van St. Aldegonde, Trouwe vermaning tot troost en bemoediging in deze benauwde tijden. In hedendaags Nederlands vertaald en van een inleiding voorzien door drs. P. Schot. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen. 114 blz. f 19, 50.

Dit is een heruitgave van een geschrift van de onder ons niet onbekende Marnix van St. Aldegonde dat hij in 1589 schreef voor “de Christelijke gemeenten van Brabant, Viaanderen, Henegouwen en andere omliggende gewesten, zowel degene die nog onder het kruis zijn, als die welke naar andere landen zijn uitgeweken; ten zeerste dienend tot troost en bemoediging tegen alle aanvechtingen in deze benauwde tijden”, zoals hij zelf in de ondertitel omschreef. Drs. Schot heeft aan de “vertaling” een brede inleiding - bijna de helft van het boekje - toegevoegd, waarin de nodige informatie wordt gegeven waardoor Marnix’ waardevolle geschrift beter toegankelijk wordt. Kennisname van deze “vermaning” (in Friesland de aanduiding van een doopsgezind kerkgebouw resp. -dienst) is zeker vier eeuwen later nog de moeite waard. Drs. Schot helpt uitstekend met zijn toelichtende informatie. Hij attendeert bijv. op het feit dat er voor Marnix geen sprake is “van enige discrepantie tussen het Woord, zoals dat beleden wordt en het leven, zoals dat in praktijk wordt gebracht” (47). Maar om van de “tale Kanaans” te spreken als ware die taal een “gewijde taal” (45), lijkt me meer Kanaänitisch dan reformatorisch.

Dr. H. Vreekamp, Een unbedachte verhouding. De plaats van Israel in een kerkelijke dogmatiek. Uitg. Kok, Kampen. 86 blz. f 16, 90.

In het eerste hoofdstuk van dit boekje (nr. 3 in de sehe Verkenning en Bezinning) stelt dr. Vreekamp, secretarisa van de Hervormde Raad voor de verhouding van Kerk en Israël, dat tot voor kort de christelijke geloofsleer aan Israël alleen aan plaats gaf in het verre verleden en in de verre toekomst, maar voor het levende Israël geen plaats had. “Na de Grote Macht die in Europa viel over het joodse volk en na de morgen van de stichting van de Staat Israël” kan deze negatie niet volgehouden worden. Het gaat er nu om “de verhouding tot het joodse volk zó onder woorden te brengen dat in alle loci van de dogmatiek de invloed van deze verhouding herkenbaar wordt” (10). Dr. Vreekamp wijst dan op “de joodse oorsprong van de christelijke traditie” waarbij enkele van “alle loci” ter sprake komen, om vervolgens deze loci verspreid aan de orde te stellen naar aanleiding van de visies van Barth, Miskotte enz. enz. Zodoende wordt meer benadrukt dàt aan Israël een plaats in de dogmatiek toekomt, dan hóé die plaats concreet gegeven dient te worden. Overigens een alleszins bezinnenswaardig deel van de serie.

Ds. J. van Amstel, Welke rol speelt rollenspel? Uitg. Boekencentrum, ’s-Gravenhage. 73 blz. f 16, 50.

Ds. Van Amstel beschrijft en beoordeelt in dit boekje het “rollenspel” dat tegenwoor-dig bij allerlei opleidingen een onderdeel vormt voor de vorming van de op te leiden jongeren (en soms ook ouderen). Hij betwijfelt niet alleen de opleidingswaarde, maar acht het meedoen eraan uiterst gevaarlijk, zo niet funest voor de betrokkene en dringt krachtig aan zich ervan te onthouden: “samen hebben we na te gaan wat het rollenspel inhoudt” (48). Ieder die direct of indirect met dit opleidingsmiddel geconfronteerd wordt, ter nadere bezinning aanbevolen.

Drs. W. Steenbergen en dr. J.J. Visser, Waar waait de Geest? Over Godsverduistering en geloofsopleving. Uitg. Vereniging van Regionale Christelijke Gereformeerde Studie-kringen, Amstelveen. 23 blz.

Op de (jaarlijkse) RCGS-conferentie van 1991 werd de vraag behandeld die in de titel van deze brochure wordt gesteld naar aanleiding van het secularisatieproces dat in onze samenleving gaande is. De twee referaten die toen gehouden zijn om die vraag te beantwoorden, zijn als een “handreiking” aan de RCGS-leden uitgegeven. Dat ook nietleden - niet het minst als zij ambtsdrager zijn - profijt kunnen hebben van wat de beide referenten bieden, zal duidelijk zijn. Wie kan zich opstellen alsof dat proces hem niet raakt? Ambtsdragers zeker niet!

Dr. M.J. Arntzen e.a., Opstanding van Christus. Uitg. “Schrift en getuigenis”, vereniging tot opbouw en bewaring van het gereformeerde leven. Adres: Arabislaan 48, 2555 DL ’s-Gravenhage. 24 blz. f 2, 50.

Voor al wat pretenteert modern te zijn, is vanouds de opstanding van onze Heiland een onverteerbare zaak en daarom op allerlei wijze geloochend. Mede naar aanleiding van de modieus ouderwetse manier waarop wijlen prof. ~Van Gennep een paar jaar geleden dit deed is deze brochure uitgegeven, die in kort bestek heel veel biedt inzake “de kern van dit geloofsstuk”, een getuigenis niet naar de mens, al dan niet modern, maar naar de Schrift.

Dr. L. Floor, Jakobus. Brief van een broeder. Uitg. Kok, Kampen 1992. 213 blz. f 43,-.

We zijn blij met dit deel van de serie waartoe prof. Van Bruggen het initiatief heeft genomen. Prof. Floor is deskundig. Er Iigt veel onderzoek aan dit commentaar ten grondslag, zonder dat de lezer met te veel details overladen wordt. Op heldere wijze komt de auteur tot zijn conclusies, na de mening van anderen (voorzover nodig) te hebben besproken en gewogen. Het is een mooi boek, dat ieder helpt die Jakobus wil verstaan. Beter nog: het stimuleert tot preken over deze brief. Daarmee is veel gezegd ten gunste van dit boek. We hopen dat er meer delen komen van de hand van prof. Floor.

P.P. Meinders, Kom en zie. Geen lust in onze dood. Uitg. Groen, Leiden 1992. 198 blz. f 29, 95.

Een dogmatiek in meditatievorm zou ik dit eerste van vier delen willen noemen. Er worden telkens vragen aan de lezer gesteld over zijn persoonlijke kennis en betrokkenheid bij de stof. Dit deel behandelt: God en Zijn Woord (W. Pieters), De mens en zijn val (G.J. Hiensch), De Middelaar (Tj. de Jong). Het boek is keurig uitgegeven. De inhoud is een meditatieve, populaire samenvatting van confessioneel-gereformeerd gedachtengoed. De opzet van het tweede hoofdstuk kon mij niet bevredigen. Hier hadden de zaken mijns inziens anders gerangschikt moeten worden. Het boek bevat bekende stof die men, zij het verspreid, ook eiders kan vinden.

M.E. Brinkman, 100 jaar theologie. Aspecten van een eeuw theologie in de Gereformeerde Kerken in Nederland (1892-1992). Uitg. Kok, Kampen 1992. 334 blz. f 50,-.

Een uitvoerig boek over de theologie aan de V.U. (en minder breed in Kampen). Het is opvallend dat de schrijvers allen dogmatici zijn. Zij hebben zich beperkt tot een blik naar binnen, zonder op gevoerde discussies of de context van de theologie in Nederland in te gaan. Dat lijkt mij een gemiste kans. Het verleden wordt belicht door de meeste auteurs om daarmee het heden te rechtvaardigen. De grote vraag is of daarvoor de rechte maatstaf is gebruikt. Het meest opmeri

Jaarboekje 1992 van de Christelijke Gereformeerde Kerken en Informatieboekje van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam, resp. 320 blz. f 15, 90 en 216 blz. f 15, 30.

Beide boekjes zijn bekend en verschijnen bij dezelfde uitgever. Dat over de Christelijke Gereformeerde Kerken heeft boeiende artikelen i.v.m. de herdenking van 1892, over artikelen in de Jaarboeken sinds 1892, over kerkenbouw en over motiveringen tot het voortbestaan. Het boekje is goed verzorgd en onmisbaar. Dank aan de redactie.

Ook het Nederlands-Gereformeerde Jaarboekje voldoet aan zijn bedoeling. Het overzicht is van ds. K.H. de Groot. Het jaaroverzicht draagt de titel “Tussen verwijdering en samenwerking”. De auteur is kritisch, ook naar eigen kerken. Het trof me dat geen melding wordt gemaakt van het oordeel van drs. H. de Jong (studiebegeleider) over het preekonderwijs in Apeldoorn. Het zou goed zijn daarover ook ds. De Groot te horen. Ook dit boek is onmisbaar. Vandaar dat we de aankondiging van beide combineren.

Ebenezer Erskine, De zekerheid van het geloof, vertaald door dr. P.H. van Harten. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1992. 152 blz. f 19, 50.

Dit is een bekend boek van een even bekend prediker. Reeds in 1744 is de eerste vertaling ervan in het Nederlands versehenen. Dr. Van Harten, die op de prediking van de broers Erskine is gepromoveerd, heeft een duidelijke, nieuwe vertaling gemaakt. De evangelische toon van deze preken is leerzaam voor het onderricht over het geloof. Hier ziet men hoe in de angelsaksische wereld tweehonderdvijftig jaar geleden werd gepreekt en geschreven. Geestelijke leiding van reformatorische huize.

Drs. C. Bijl, Leren geloven. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 272 blz. f 34, 75 (paperback f 29, 90).

Dit is reeds de vijfde druk (sinds 1985) van een (vrijgemaakt) gereformeerd commentaar op de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Het boek heeft zijn plaats verworven. Het is een heldere toelichting met gesprekspunten per artikel.

Marius Plooy, Herfsttij van het christelijk geloof. Brieven aan Paulus van Tarsen. Uitg. Kok, Kampen 1992. 229 blz. f 39, 50.

De auteur heeft aan Paulus, hier Paul genoemd, brieven geschreven over onze situatie, over de geschiedenis van kerk en samenleving en over de inhoud van het Nieuwe Testament. Het resultaat is een merkwaardige mengeling van gegevens. Het slot is: ondanks alle moeiten en bezwaren moeten we de brieven van Paulus maar blijven lezen. Het boek heeft iets weg van een tijdspiegel. Het is even ondoorzichtig als onze tijd zelf. Ik had van dit boek meer verwacht.

Stichting Bijbel en Onderwijs, Rijp en Gifgroen. Uitg. Groen, Leiden 1992. f 13, 50.

Een belangrijk boek, dat kinderboeken bekijkt onder het gezichtspunt van occulte invloeden. Die blijken er in ruime mate te zijnl Er wordt ook gewezen op goede kinderboeken. Voor ouders en voor ambtsdragers die ouders adviseren, een belangrijk hulpmiddel.

A.J. van Zuijlekom, De rijkdom van het gebed. Zondag 45-52. Uitg. Van Wijnen, Franeker 1992. 104 blz. f 19, - (paperback).

Het laatste (zesde) deel van de serie catechismustoelichting. Het boek bestaat uit 22 hoofdstukjes, die gewijd zijn aan acht zondagen. Ik zou het boekje willen typeren als een meditatieve, praktische parafrase van de verschillende antwoorden. Deze opzet heeft zijn voordelen en zijn nadelen.

Coert H. Lindijer, Jezus ter sprake. Op zoek naar de plaats van Jezus Christus in pastorale praktijk en pastorale psychologie. Uitg. Meinema, Zoetermeer 1992. 212 blz. f 32, 50. Dit boek bevat gecomprimeerde overzichten van standpunten ter zake van pastoraat en de relatie godsdienst en psychologie. Verder treft men er verslagen aan van enquetes en gesprekken met mensen over geestelijke moeilijkheden. De vraag is: hoe komt Jezus in zulke gesprekken voor. Het gaat meer over Zijn woorden dan over de persoonlijke relatie met Hem. Eigenlijk is het resultaat teleurstellend. De oplossing wordt gezocht in de sfeer van een breed oecumenisch, interconfessioneel, zelfs interreligieus spreken over Jezus. Een boek met veel informatie, dat zich niet zo gemakkelijk laat lezen. De boodschap is breed en vaag.

Janny Agterkamp e.a., Ongehuwd. Kan ik er wat aan doen? Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 132 blz. f 21, 50.

Dit boek is door ongehuwden zelf geschreven. Het heeft daarom een andere inhoud dan eerder in deze rubriek besproken boeken (geschreven door gehuwden) over het ongehuwd zijn. Onderwerpen als bijbelse gegevens, seksualiteit, werken voor een relatie en Gods leiding komen aan de orde. Vooral de beschrijving van de vier typen ongehuwden, met de verschillende wijzen van reageren op andere mensen, vond ik verhelderend. Er valt uit dit boek veel te leren voor de omgang met ongehuwden. Ook voor ongehuwden zelf. Ambtsdragers zouden in twee of drie gespreksronden dit boek moeten bespreken.

Prof.dr. C. van der Meer, Omgaan met emstig zieken. Uitg. Kok, Kampen 1992. 89 blz. f 16, 90.

Dit is het eerste boekje in de nieuwgestarte reeks “Interactie”, opgezet vanuit de V.U. Prof. Van der Meer behandelt zijn onderwerp duidelijk, sober en praktisch. Op allerlei vragen van en in verband met ernstige ziekte wordt ingegaan. Zijn standpunt inzake euthanasie delen we niet. Het is een boekje met veel informatie voor alien die met ernstig zieken omgaan.

W.H. Elwell (red.), Gids bij de Bijbel. Klein handboek. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1992. 352 blz. f 32, 50.

In klein formaat is dit een waardevol handboek met veel overzichtelijke informatie over de Bijbel: het ontstaan van de boeken, hun inhoud, overzichten van wonderen en gelijkenissen, lijsten met jaartallen, en toelichting op allerlei gebruiken, maten, gewichten enz. in de tijd van de Bijbel. Ik had graag gezien dat over de Heilige Geest duidelijk als over een persoon was geschreven. De heilsfeiten worden beleden. Bepaalde formuleringen zijn voor verbetering vatbaar (zoals ook bepaalde jaartallen), maar over het geheel genomen is het een handig en handzaam boekje om informatie op te doen over alles wat met de Bijbel te maken heeft. Een reisgids in het klein. Bovendien staan er mooie foto’s in. Een boek dat zijn geld waard is.

R.Kuiper, Zelfbeeld en wereldbeeld. Antirevolutionairen en het buitenland, 1848-1905. Uitg. Kok, Kampen 1992. 316 blz. f 55,-.

Dit is een boeiend boek over de buitenlandse politiek zoals antirevolutionairen daarover dachten en daaraan meewerkten in de jaren 1848-1905. Er is heel wat onderzoek verricht op het terrein van de politieke geschiedenis. Aan de orde komt de visie van antirevolutionairen op de plaats en de rol van Nederland in de wereldgeschiedenis. Groen van Prinsterer, Kuyper en De Savornin Lohman zijn de voornaamste politici. Om hen heen komen ook anderen aan de orde. Misschien had het zelfbeeld nog scherper getekend kunnen worden. Nu is dat meer het spiegelbeeld van het wereldbeeld. Een boeiende studie, bestemd voor hen die in het onderwerp en het tijdvak geïnteresseerd zijn.

S. van der Linde, Prediking en uitverkiezing. Dertien preken over de onverdiende uitverkiezing van Jakob en de verwerping van Ezau (1564), Johannes Calvijn. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1992. 224 blz. f 42,-.

Dertien preken van Calvijn, in goed verstaanbaar en leesbaar Nederlands vertaald door prof. Van der Linde. Het is de moeite waard hiervan kennis te nemen, vooral om te zien hoe verkiezing en verwerping hier ter sprake komen. De gebeden van Calvijn zijn aangrijpend en indrukwekkend. Men kan deze preken niet achter elkaar uitlezen. Dat ze er zijn, acht ik waardevol.

Th. Klein, Veertig jaar orde in de Hervormde Kerk? Schetsen rond de hervormde kerkorde. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 135 blz. f 24, 90.

Opstellen die ingaan op het feit dat de nieuwe, naoorlogse kerkorde 40 jaar geleden door de hervormde synode werd aangenomen. Een overzicht van de periode van 1816 - 1951 door ds. S. Kooistra, een opstel over de invoering (en inhoud) van de nieuwe kerkorde door dr. A.W. Kranenburg. Een bijzonder kritisch opstel van prof. Van de Beek - Er is te veel geregeld. Er is te veel bureaucratie, te weinig ruimte voor de Geest. De gereformeerde ds. B.J. Aalbers ziet de hervormde kerkorde als model (enigszins bijgeschaafd) voor de verenigde Hervormde en Gereformeerde Kerken. Een interessant boek, met waardering en onbehagen gevuld. Wie van buiten de Hervormde Kerk iets wil weten over de veertigjarige kerkorde, kan hier voor een eerste kennismaking met haar geschiedenis, haar strekking en haar betekenis voor vandaag (positief en negatief) terecht.

Aart Visser (tekst), Chgris Stein (foto’s), Veluws Portret. Uitg. Bredewold, Wezep 1992. 116 blz. f 29, 50.

Een prachtig fotoboek, met name van Veluwse figuren (soms in klederdracht). Werkelijk voor Veluwnaars een rijk bezit en voor allen die er belangstelling voor hebben. Een onopgesmukte tekst erbij.

Dr. M. te Velde, Gemeenteopbouw 2. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 134 blz. f 18, 75.

Dit is het tweede deel in een série van drie over gemeenteopbouw. Tien basisprincipes worden besproken: plaats, basis, doel, taken, norm, hart, kracht, functioneerwijze, gaven, ambten. Men ziet, alles wat bij het gemeenteleven bedacht of besproken kan worden, krijgt hier een plaats. Het wordt vanuit de Schrift met het oog op de praktijk besproken. De volgorde van de verschillende principes, en ook van de onderdelen binnen de principes, vind ik nogal willekeurig. Een andere volgorde laat zich even goed verdedigen, soms nog beter! Dit is een inhoudrijk boekje. Wat het oplevert moet in het derde deel blijken.

Dr. M.J. Tang, Herodes. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 143 blz. f 29, 50.

De familie Herodes is bekend en berucht. Er zijn vele generaties en telgen in dat geslacht. Ze worden hier beschreven vanuit bijbelse gegevens en buitenbijbelse bronnen. Het is een ingewikkeld verhaal, omdat de familie ingewikkeld in elkaar heeft gezeten. Veel onverkwikkelijke verwikkelingen (nijd, trots, moord en gulheid). Men kan hier zijn hart ophalen en men krijgt veel informatie. De gegevens zijn zo goed mogelijk op een rij gezet. Twee overzichten van de stamboom vergemakkelijken het terugvinden van de besproken figuren. Herodes de Grote steekt boven alles uit.

Ds. C.den Boer, 1 Korinthiërs l-VI. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1992. 213 blz. f 29, 90.

In de bekende série De Bijbel open heeft ds. Den Boer nu de eerste zes hoofdstukken van 1 Korinthiërs behandeld. Hij doet dat deskundig, praktisch, pastoraal en tegelijk met eerbied voor wat er Staat. Gespreksvragen, tekstverwijzingen en exegetische opmerkingen onderaan de bladzijden zijn een belangrijk hulpmiddel bij het boek dat we gaarne aanbevelen.

Sybe Bakker, Vuurproeven. Over literatuur. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 144 blz. f 27, 75.

De schrijver is neerlandicus. Hij heeft in tal van tijdschriften essays over literatuur en over auteurs gepubliceerd. Daarnaast veel kritieken. Deze zijn hier gebundeld. Ze gaan in op moderne romans, op het oeuvre van bepaalde schrijvers. Dat gebeurt terzakekundig, mild en tegelijk zonder eigen geloofsovertuiging achter te houden. De besproken literatuur wordt op haar inhoud en vormgeving en op haar boodschap beoordeeld. Voor wie in hedendaagse literatuur is geïnteresseerd en jongeren moet helpen hierin een weg te vinden, is dit een belangrijk hulpmiddel. Een boek waarvoor ik waardering heb.

Dr. Eewout Klootwijk, Commitment and Openness. The interreligious Dialogue and Theology of Religions in the Work of Stanley J. Samantha. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer. 380 blz. f 55,-.

Dit proefschrift werd ons toegezonden. Het is bestemd voor hen die belangstelling hebben voor de dialoog in het contact met mensen van andere godsdiensten. De Indiër S.J. Samantha vervult in deze interreligieuze dialoog-theologie een sleutelrol. Dit proefschrift geeft een heldere en indringende beschrijving van zijn ontwikkeling en van zijn denkbeeiden. Gematigd kritisch aanvaardt de schrijver het resultaat van Samantha’s theologie. Jezus Staat wel centraal, maar moet Zijn plaats met anderen delen. Een knap boek, ook al kunnen we de schrijver in zijn kritische waardering van Samantha niet volgen.

Dr. H. Blanchi, Politiek en Criminaliteit. Uitg. Kok, Kampen 1992. 128 blz. f 24, 50. In de reeks Interacties, onder redactie van het Bezinningscentrum van de V.U.

De auteur vertelt over de visies van de politieke partijen op bestrijding en bestraffing van de criminaliteit. Hoe het was en hoe het zou moeten zijn. Hij pleit ervoor dat aandacht aan het slachtoffer wordt gegeven en dat de misdadiger de plicht krijgt om het weer goed te maken. Een boek dat veel informatie verschaft en goede suggesties doet. Het moet op eigen wijze verwerkt worden. Ik zou de basis overwegend humanistisch willen noemen. Van vergelding wil de schrijver in het strafrecht niet weten.

DE REDACTIE ONTVING

Van Boekencentrum, Zoetermeer:

Ds. E. v.d. Ham, Uit Gods hand. De geboorte van een kind. f 7, 50.

Van Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam:

Stichting Publikatiefonds van de Bond tegen het vloeken. Jubileumuitgave: Zo’n wonderlijke club. f 16, 90.

Drs. J.A. van Delden, De wet van de liefde. f 25,-.

Van Uitg. Callenbach, Nijkerk:

Drs. J.P. Heering e.a., Jezus’ visie op Zichzelf. In discussie met De Jonge’s christologie. Leidse Lezingen. f 29, 50.

Van Evangelische Hogeschool, Amersfoort:

Willem L. Meijer, Moderne kunst getoetst aan de Schrift. Amersfoortse Studies, deel 10. f 10,-.

Van Uitg. Groen, Leiden:

Drs. N.C. van Velzen, Tot Zijn gedachtenis. Voor de week van voorbereiding. f 12, 50.

Wijlen ds. C.A. van Harten, Ik geloof… Uitleg van de Apostolische Belijdenis. f 24, 50.

Drs. J.W. Maris, Geloof en ervaring (dissertatie). f 49, 50.

Ir. J. van der Graaf e.a., Ervaring rijker. In gesprek met jongeren over geestelijke vragen. (In de dagboekenserie “Leren”). f 19, 50.

Ineke van Herk-van Rijssel (tekst), Marianne Witvlliet (tekeningen). Mam, waar was ik toen? Deel I in de serie “Het wonder van geboorte en groei” (voor kinderen van 4-7 jaar). f 19, 95.

Van Uitg. J.H. Kok, Kampen:

Kernteksten uit Ruth. f 12, 90.

Paul G. Schrotenboer, Catholicity and Secession. A dilemma? f 42, 50.

ZWO Vandaar 2 geloven in de stad. f 23, 90.

Dr. A. Noordegraaf, Leesbril of toverstaf. Over het verstaan en het vertolken van de Bijbel. f 17, 50.

Ds. J.H. Velema, Veelvuldig vragen naar de weg. Deel 6. f 20, 90.

Berg, Een nieuw begin. f 14, 90.

Drs. W.G. Rietkerk, De aarde en haar toekomst. f 18, 90.

Dr. G. Dekker, De stille revolutie. De ontwikkeling van de Gereformeerde Kerken in Nederland tussen 1950 en 1990. f 35,-.

Dr. Joh. Verkuyl, De kern van het christelijk geloof. f 45,-.

Dr. W. ter Horst, Eerherstel van de Liefde. f 32, 50.

F.A. van Lieburg, Levens van vromen. Gereformeerd pietisme in de 18e eeuw. f 39, 50.

Aalbers, Samen op weg. Vroomheid. f 25, 75.

Notifies over de ambten. f 14, 50.

Notities over spiritualiteit. f 14, 50.

Aad W. van der Kooy, Beestje… Majesteit. Belevenissen van een vader met zijn babydochter. f 12, 50.

Valkenburg, Soms ben ik bang dat. f 24, 50.

Bartlema, Het binnenste buiten. f 14, 90.

Van Marnix van St. Algedonde Stichting, wetenschappelijke studiecentrum RPF:

Mr. A. Rouvoet, Reformatorische Staatsvisie. De RPF en het ambt van de overheid. Marnix brochure nr. 11. f 19, 90.

Van Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes:

Ds. J. van Amstel, Echt geloven. f 14, 50.

Van Uitg. De Vuurbaak, Barneveld:

D. Deddens, M. te Velde, Vereniging in wederkeer. Opstellen over de Vereniging van 1892. f 34, 75.

Ds. T. Dijkema e.a., Als moeilijkheden problemen worden. Uitgave t.g.v. veertigjarig jubileum Stichting De Driehoek, Zwolle. f 12, 50.

Drs. G. Harinck e.a., Diakonie in verleden en heden. Opstellen over een eeuw gereformeerde diakonie. f 29, 75.

Van Boekhandel & Antiquariaat T. Wever B. V., Franeker:

H.C. van der Meulen, Die wond en heelt, doodt en levend maakt. Een struktuuranalyse van de theologie van Helmut Thielicke (1908-1986). f 39, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.