+ Meer informatie

In memoriam Ds. M. BAAN

4 minuten leestijd

(8 augustus 1905 — 7 juni 1973)

De gang van ons leven wordt bepaald door het raadsplan Gods, ook wat wij worden en eens zullen zijn. Zo was ook de levensgang van de nu overleden Ds. Baan bepaald.

Reeds jong mocht hij de trekkende liefde des Heeren in Zijn hart ontwaren. Het was die liefde die in hem de begeerte bracht om in de wijngaard des Heeren te mogen arbeiden, om Hem te dienen in het bijzondere ambt, als verbi divini minister als dienaar van het Goddelijke Woord. Hij wist zich gezonden te zijn en kende Zijn zender. Zo heeft hij onze kerken mogen dienen gedurende ruim 37 jaar. Eerst de gemeente van Rijnsburg, daarna van Bussum, vervolgens Dordrecht en tenslotte Zeist, waar hij zijn emeritaat verkreeg.

Wanneer wij zijn ambtelijke loopbaan overzien, dan is deze overwegend in Dordrecht gelegen. Bijna 16 jaar heeft hij onze gemeente mogen dienen. Ds. Baan was een man, die in zijn optreden stijl en voornaamheid betoonde, maar ook bevreesd was voor mensenverheerlijking. Dit gaf iets van beslotenheid in zijn leven, hij bleef graag op de achtergrond zowel in de gemeente als in de kring van de kerkeraad. Hij wenste te zijn een „predikant anonymus”, mits goed verstaan. Hij had misschien wel 20 boeken kunnen schrijven, maar hij heeft het niet gedaan bevreesd als hij was dat dominee Baan in het middelpunt zou komen. Hij kon als mens een kerkgebouw mooi vinden, maar — en dat was typerend voor Ds. Baan — het allerbelangrijkste, het allerschoonst vond hij dat Gods Woord er werd gevonden. En vanuit dat Woord heeft hij onder ons geleefd en de boodschap van vrije genade verkondigd, want Ds. Baan kende geen derde weg.

Als wij daaraan terugdenken dan komen er vele gedachten boven. Hoe ernstig maar ook bewogen heeft hij vanuit dat Woord ons op twee wegen gewezen. Wij hebben gehoord hoe ernstig de zonde wel is, zo ernstig dat eer de Heere die zonde ongestraft kon laten, Hij deze aan Zijn enige geboren Zoon door de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft. Zo zal gemeenschap met Christus lijden ons de bittere vrucht der zonde doen kennen en bewenen. Maar dat wekt ook op de hartelijke begeerte om in een nieuw godzalig leven te wandelen. Wij horen het hem nog uitspreken als hij sprak over een onverzoende schuld en het wachtend oordeel: „gemeente wij zeggen het u aan met ontroering”. Er zijn er onder ons die weten tot eeuwige zegen hoe zij onder de prediking tot stilstand gebracht zijn, omdat het Gode behaagd heeft om door middel van zijn prediking hen te trekken uit de duisternis. Er zijn er ook onder ons die ervaren hebben hoe bewogen hij kon zijn in dagen van smart en leed. Wat kon hij op vaderlijk zorgende, maar ook met gerijpte wijsheid raad geven, daarbij altijd op de achtergrond blijvend. Dit maakte hem bij een deel van het kerkvolk wel eens „een ondermaatse dominee”, maar diegenen die hem wat beter kenden — en daar mogen wij ons gelukkig toe rekenen — wisten hoe de gemeente op zijn hart was gebonden.

De binnenkamer was voor Ds. Baan geen onbekend vertrek, en daar heeft hij de gemeente gedragen en opgedragen aan de troon der genade. Zo zijn leven was, zo was ook zijn ziek- en sterfbed. Ook dat was in Gods raadsplan opgenomen, ook dat moest worden uitgediend en werd voor hem afgewikkeld.

En zo begon hij aan zijn laatste les, waarin geleerd werd, dat wij vereenzaamd moeten worden om zo alleen genoeg aan de Heere te hebben. Ook hierin was de beslotenheid, het stil zijn, wars van alle sensatie, omdat hij begeerde dat ook daarin God alleen de eer zou ontvangen.

De Heere gedenke in het bijzonder zijn vrouw en kinderen alsmede aan de vader van Ds. Baan die op bijna honderd jarige leeftijd zijn zoon zo zeer zal missen. Zij allen verliezen in hem een zorgend man en vader die een spoor van godvruchtig leven in zijn gezin getrokken heeft; moge die godsvrucht bewaard blijven.

Hiermede willen wij dit woord van nagedachtenis besluiten, nu zijn ogen toegesloten, zijn en zijn mond zich niet meer tot ons zal openen, willen wij nog dit van hem doorgeven hetwelk hij eens heeft uitgesproken: „Maar Heere dat is een zalige smart, Gij pijnt de wereld weg uit het hart, Opdat zielsheimwee zich zou strekken, Naar ’t leven dat Uw dood kwam wekken”.

Dat leven heeft hij nu mogen verkrijgen, en nu mag hij eeuwig zijn Koning groot maken.

Dordrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.