+ Meer informatie

Het magere spoor van vader Smijtegelt

8 minuten leestijd

Zijn familienaam komt nergens meer voor. In heel Nederland niet. En ook niet daarbuiten. Toch zijn er nog heel wat plaatsen in ons land waar zijn naam valt. Zondags, vanaf de kansel bijvoorbeeld. Dan zegt de dienstdoende ouderling: "En de gelezen preek was van dominee Smijtegelt."

Wie zijn naam noemt, denkt meteen aan Middelburg. Daar, in de Zeeuwse hoofdstad, woonde hij immers een groot deel van zijn leven. Van een werkzaam leven, dat moet gezegd. Smijtegelt werkte zolang het dag was. Hij was Zeeuw onder de Zeeuwen, was geboren in Zeeland, was in die provincie aan drie gemeenten verbonden en overleed in Zeeland. Zeeuwser kon het bijna niet. Zijn de voetsporen van deze overbekende oudvader nog te vinden? Wat herinnert nog aan hem in Middelburg?

Bruggetje

Dat is hoegenaamd niets meer. De Duitsers hebben ook in Zeelands eerste stad hun werk grondig gedaan. Het centrum werd tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels weggevaagd. En wat nog overbleef als herinnering aan dominee Smijtegelt, is daarna onder verantwoordelijkheid van het stadsbestuur gesloopt.

Zoals het befaamde Smijtegeltbruggetje, ook wel het Sint-Jorisbruggetje genoemd. Dat heeft wel de Duitse brisantbommen overleefd, maar niet de sloophamer van de gemeente. In 1959 ging de beuk erin.

Dat brugje was een levende herinnering aan het verhaal dat ging. Dat generatie op generatie en van mond tot mond verteld werd, jaren achtereen. Dat verhaalde van een samenzwering van enkele mannen, die de Middelburgse predikant haatten met een dodelijke haat. Die hem in het holst van de nacht onder voorwendsel dat iemand op sterven lag, uit zijn bed lokten. Twee kerels, die hem op dit bruggetje van het leven wilden beroven, maar die tot hun verbijstering zagen dat de predikant door vier engelen werd begeleid: aan weerskanten liep een engel, voor en achter hem was ook een witte gedaante.

We laten dit verhaal voor wat het is; historici staan er sceptisch en zelfs helemaal afwijzend tegenover. Hoe dan ook - het bruggetje was nog zo'n residu van het Smijtegeltverhaal. Het heeft de tand des tijds dus niet kunnen doorstaan.

Bombardement

Wat nog meer aan Smijtegelt herinnerde? De Nieuwe Kerk met de Koorkerk en de hoge toren, oneerbiedig de Lange Jan genoemd. Onder de hoge gewelven heeft vast en zeker de heldere stem van Smijtegelt heldere dingen verkondigd.

Hij nam er in 1727 een nieuwe preekstoel in gebruik, die geslachtenlang de bijnaam "de preekstoel van Smijtegelt" behield. Bij die gelegenheid hield hij bepaald geen feeststof; hij preekte over Ezechiël 11:9. In die tekst komen de woorden voor: "en Ik zal u overgeven in de hand der vreemden." Die woorden gingen in de meidagen van 1940 in trieste vervulling. Ook deze kerk is zwaar beschadigd bij het bombardement van vrijdag 17 mei 1940. Een stuk torenromp en wat muren bleven overeind staan.

De abdij dan? Ongetwijfeld had Smijtegelt ook daar zijn voetstappen liggen. Maar ook die is uit het oorlogspuin herrezen als nieuwe wijn in een oude lederen zak. Zijn woonhuis? Dat bevond zich aan de Singel, tegenwoordig de Herengracht. Niet meer te traceren. Smijtegelt had de bijnaam "De oude van het Singel" en die deels misplaatste bijnaam duidde niet alleen op zijn leeftijd, maar ook op de straat waaraan hij woonde. Misplaatst, want zo hoogbejaard is de Middelburgse prediker niet geworden; 73 jaar.

Oostkerk

De Oostkerk aan de Breestraat is in ieder geval een monument vol herinneringen. In 1647 werd met de fundering van deze koepelkerk begonnen. De muren waren al tot halverwege de uiteindelijke hoogte opgetrokken, toen geldgebrek de oorzaak was dat het werk voor een aantal jaren werd stilgelegd.

Zo'n acht of negen jaar later kwamen de metselaars terug en in 1667 werd de kerk voltooid. Smijtegelt preekte er, maar heeft het orgel nooit horen spelen. Dat kwam er pas in 1782, toen Smijtegelt al 43 jaar geleden de weg van alle vlees was gegaan.

Verdwenen monument

Nog een verdwenen monument dat aan Smijtegelt herinnerde was de Oude Kerk. Onder dat kerkendak deed hij op zondag 16 januari 1695 intrede als predikant van Middelburg. Een tijd van bejubeling en verguizing lag voor hem. Hij werd hoog geëerd en was zeer geliefd bij de vromen, maar kreeg ook smaad en schimp.

Dat laatste kwam doordat Smijtegelt vanaf de preekstoel onomwonden op misstanden wees. En die waren er heel wat in het kerkelijk leven daar in Middelburg. Bij de doopsbediening, bijvoorbeeld. Onder het formulier zaten de gemeenteleden te praten en te lachen, of ze stonden op en verlieten het kerkgebouw.

Ook ergerde het de predikant dat er zo weinig kleine kinderen in de kerk kwamen. Hij ontzag vanaf de kansel niets en niemand, zonder van de preekstoel een steekstoel te maken. "Er zijn weinig bekeerde predikanten", zei hij eens. "Sommigen zijn luiaards, vadsige optooiers, vijanden van Gods kinderen."

De Oude Kerk ademde nog lang de geest van Smijtegelt. In dit kerkgebouw vond hij zijn laatste rustplaats. Het gebouw bleef tot 1809 bestemd voor de kerkdiensten. In dat jaar vonden Engelse soldaten daarin een onderkomen, die het interieur zowat geheel verwoest hebben. Na die tijd werd het gebouw alleen nog gebruikt voor begrafenissen. Daaraan kwam in 1834 een einde, toen de Oude Kerk werd afgebroken en de vrijgekomen grond als Hofplein een tweede leven kreeg.

De Gasthuiskerk staat er nog, de tegenwoordige christelijke gereformeerde kerk aan de Lange Delft 94. In dit rijksmonument ging prof. G. Wisse voor. En ongetwijfeld werden daarbinnen, lang geleden, ook de sermoenen van Smijtegelt gehoord. Middelburg telde in zijn dagen zes gereformeerde kerken. Naast de reeds genoemde was daar nog de Vismarktkerk. Ook die bestaat niet meer. Toen het aantal predikanten terugliep, gingen de kerkdeuren op 1 februari 1808 voorgoed dicht en op 8 september van datzelfde jaar werd het gebouw aan een sloper verkocht. Niets kan hier zijn stand behouden.

Straatnaam

Is er dan niets meer in Middelburg dat aan Smijtegelt herinnert? Jawel, een straatnaam, in de tweede nieuwbouwwijk van na de oorlog, de Breewegwijk. Daar stond -jawel, ook al verleden tijd- de Dominee Bernardus Smijtegelt ULO. Het Middelburgse gemeentebestuur besloot tot de straatnaamgeving toen het groene licht werd gegeven om het Smijtegeltbruggetje te slopen. Als een soort troostprijs.

Maar goed, die straat bestaat nog steeds. De ulo ging later op in het Calvijn College. Wég naam. Dat wil zeggen: van de gevel van dit schoolgebouw. Maar Smijtegelts naam is niet verbleekt, leeft onder meer voort in de prekenserie die de interkerkelijke stichting Smijtegeltfonds uitgeeft.

Wat ook overgebleven is: de prediking die Smijtegelt bracht. Die kan nog steeds in enkele Middelburgse kerken worden gehoord. En wie de Segeersstraat inloopt, treft tegenover de plaats waar ooit de grote kerk van de gereformeerde gemeente stond, een boekhandel die Smijtegelts boeken nog steeds op voorraad heeft.

Er verschijnen nog steeds boeken en publicaties over zijn leven en preekmethode. De uitgebreide, bijzonder positieve aandacht die dagblad De Rotterdammer op zaterdag 21 augustus 1965 aan hem gaf -waarin hij werd getekend als "Schilder van rijke Christus voor arme zondaars" en "Smijtegelt na drie eeuwen nog populair", is gelukkig niet de laatste publicatie over hem.

Wie op internet naar zijn naam zoekt, treft 1370 verwijzingen aan. De eerste geeft met enkele woorden kernachtig weer wie hij was: "Indringend vertolker van Gods Woord". Zo'n getuigenis zegt meer dan een blauw bord met witte letters voor aan in een Middelburgse straat.


Bernardus Smijtegelt (1665-1739)

Boekverkoper Marinus Smijtegelt en zijn vrouw Anna Lambrechtse kregen op 20 augustus 1665 in Goes hun vierde kind, de derde zoon. Tot hun grote vreugde ging Bernardus theologie studeren in Utrecht - de enige jaren dat hij buiten Zeeland verbleef. Op 21-jarige leeftijd sloot hij zijn studie af met een dissertatie over Augustinus die hij opdroeg aan zijn vader en aan diens broer, dominee Pieter Smijtegelt, predikant in Middelburg.

Als student had hij de meeste omgang met hoogleraar Melchior Leydekker, die uit Middelburg afkomstig was. In 1689 werd Smijtegelt predikant in Borssele. Hier was wel een gereformeerde gemeente, maar geen kerkgebouw. Smijtegelt preekte volgens bronnen in de door hem aangekochte pastorie, later in het polder- of gemeentehuis. Er viel zegen op zijn prediking. Tot verdrietige zaken behoorden de censuurgevallen. Ruzies, dronkenschap en overspel gingen hand in hand. En Smijtegelt kon als jong, onervaren predikant deze zaken in kerkrechtelijk opzicht proberen tot een goed einde te brengen.

In 1692 werd Borssele verwisseld voor zijn geboortestad Goes, een stad met ongeveer 35.000 inwoners. Daar preekte hij onder andere in de nog bestaande Maria Magdalenakerk aan het einde van de Korte Kerkstraat. Ongetwijfeld heeft zijn stem ook geklonken in de Kleine of Gasthuiskerk, die in 1644 van gasthuis tot bedehuis werd verbouwd. Hoewel het Schriftwoord zegt dat een profeet in zijn vaderland niet geëerd was, kreeg Smijtegelt een grote plaats in de gemeente; men hoorde hem graag.

In 1695 kwam Smijtegelt in zijn laatste gemeente, die hij diende tot zijn emeritaat in 1735. Op 6 mei 1739 overleed hij. Ds. J. van Wingerden sprak bij de begrafenis over Henoch, die wandelde met God en die door God werd weggenomen. Deze woorden waren ook van toepassing op de overledene. Smijtegelt was ongetrouwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.