+ Meer informatie

Herdersleven

3 minuten leestijd

Ik liep behoedzaam, haast confuus de treden af van het grachtenhuis. Zo verslagen, dat ik me nauwelijks nog bewust was van de mensen in mijn directe nabijheid. En vanuit mijn hart wilde ik keihard over de gracht schreeuwen: „Anne... Anne... waarom? Waarom ben je hier niet om me te vertellen wat ze met je gedaan hebben? Anne, waarom kun je me niet vandaag rondleiden als vrouw van middelbare leeftijd?" Boosheid, verwarring en zo'n enorm vraagteken. Dat was de last waarmee ik het Achterhuis aan de Prinsengracht verliet. Waarom ik dit met u deel? Omdat mijn leven zich niet alleen op de heide afspeelt. Wel grotendeels, en daar stel ik ook prijs op. Ik houd van de stilte.
Misschien nog meer dan van de natuur houd ik van de stilte. Enkele malen per jaar verlaat ik dit rustige oord om de wereld om me heen te zien. Bewust, weloverwogen. Ik ben ook als herder een deelnemer aan de maatschappij. Dat is een keuze. Een keuze om aan het gevaar van isolement te ontkomen. Een keuze om deel te hebben aan zoveel boeiends dat zich achter de einder van mijn heidevelden bevindt. Een keuze om me voor eigenzinnigheid te behoeden. Het is zo gemakkelijk om botsingen met mijn eigen denkwereldje uit de weg te gaan. Om op een eiland te zitten, zonder confrontaties. Maar ik wil als mens deelgenoot zijn en blijven en geen elitaire alternatieveling. Zo ben ik herder en vooral doodgewoon medemens. Dat wil ik.
Van vrienden kregen Dieuwke en ik een reductie-treinkaartje voor Amsterdam. Het was al langere tijd onze wens om het Achterhuis van Anne Frank te bezoeken.
Een treintocht naar Amsterdam. In vrijheid... Zo vroeg in de ochtend was zelfs hartje Mokum nog niet druk. Geen lange rij wachtenden voor de ingang van huize Frank.
Eenmaal binnen, groeide mijn verslagenheid met de minuut. Hier is het allemaal gebeurd. Het beklemmende, afgesloten bestaan met mensen die elkaar niet uitgekozen hadden. Die met de dood in de schoenen de moed bijeen raapten om het samen dan maar te rooien. Ik keek door hetzelfde raam als waar Anne doorheen keek, naar de Westertoren. In deze ruimtes, hier is ze echt geweest. Een hoogbejaard Israëlisch echtpaar kon de tocht door het pand niet volbrengen. In Engels op z'n Ivriet vroegen ze me naar de uitgang. Ik wees hun de uitgang. Was het gek dat het ze te veel werd? Zwaar ademend gingen ze de trap af, weg van het achterhuis.
Tien minuten later stonden wij buiten. De rij wachtenden voor de ingang van het pand was flink groter dan straks.
Voor mij was de overgang van de Loenermark naar Amsterdam en het Achterhuis al meer dan genoeg. Ik had de handen vol aan het verwerken van mijn gevoelens. Wat doe je als je dan toch in de hoofdstad bent? Even hier kijken en even daar zitten. Scharrelen en ondertussen samen praten. Allemaal goed, heus. Maar uit het onbewoonde huis aan de Prinsengracht hoor ik een roep. Een ijzig stille roep! De stem van Anne of ik niet vergeet om Jeruzalem vrede toe te bidden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.