+ Meer informatie

TER OVERWEGING

25 minuten leestijd

Drs. J. van Mulligen, Zicht op de toekomst Een hedendaags verstaan van de nachtgezichten van Zacharia. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1992. 73 biz. f 13, 90.

Gezichten of visioenen zijn in de Bijbel gebruikelijke middelen van de Here God om zijn boodschap aan zijn dienstknechten te openbaren. Doordat visioenen veel beeiden en voorstellingen bevatten die een sterk symbolische betekenis hebben, worden ze vaak als heel moeilijk ervaren. Zelfs Zacharia vraagt meer dan eens om uitleg over wat hij ziet. De auteur beperkt zich in dit boekje tot de nachtgezichten van Zacharia. Ondanks het feit dat het onderwerp misschien wat droog aandoet is het een zeer lezenswaardig boekje, waarbij lijnen worden gelegd naar de hedendaagse tijd. De auteur heeft kans gezien om op een heldere en moderne wijze de nachtgezichten nader te belichten. Het boekje leent zich dan ook uitstekend voor bijbelstudie en gespreksgroepen.

Dr. T. Brienen, Orlëntatile In de liturgie. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1992. 119 blz. f 18, 50.

Deze derde uitgave in de serie “Theologie in reformatorisch perspectief” gaat over het gebied van de liturgie, waarbij ook de synagogale liturgie aan de orde komt. Er wordt breed ingegaan op de bijbelse gegevens omtrent de liturgie. In een historisch deel worden de verschwende typen van liturgie beschreven van de vroeg-christelijke samenkomst tot het liturgisch ontwerp van het Lima-rapport. Vervolgens komen de theologische noties van de liturgie aan de orde, waarbij o.a. de momenten van ontmoeting en viering, de christologische basis en het pneumatologische karakter van de liturgie naar voren komen, en ook de relaties van de liturgie met het levensbesef en de dienst in de samenleving. Ook allerlei praktische zaken worden aangesneden zoals de plaats en de orde van samenkomst, zang en muziek, beeld en symbool, feest en kerkelijk jaar. De verschillende betrokkenen bij de liturgie krijgen aandacht (de liturg, de liturgiecommissie, de organist enz.). Dit boek is geschreven met de bedoeling een bijbelse, theologische en praktische handleiding aan te bieden voor het terrein van de liturgie. Ondanks het feit dat binnen onze kerken er verschillend wordt gedacht over liturgie, is er vanuit “eigen kring” een positief boek uitgebracht waarin naar voren komt dat in de liturgie de gemeente van Christus zich keer op keer aan haar Heiland mag overgeven, van Hem zingen en juichen, zich laten toerusten tot onderling dienstbetoon en tot een getuigen door woord en daad in de wereld. Vooral ambtsdragers die zich meer willen verdiepen in de liturgie, kunnen aan dit boek veel hebben.

Ds. R.J. van de Hoef, Kernteksten uit Ruth. Handreiking voor persoonlijke meditatie en gemeenschappelijke bijbelstudie. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 58 blz. f 12, 90.

De schrijver, hervormd em. predikant te Ede, laat aan de hand van zeven kernteksten, waarvan zes teksten uit het boek Ruth, in dit boekje zien hoe de God van Israël een Moabitische vrouw, een heidense vrouw, gebruikt in de voortgang van Zijn heilsplan. Op eenvoudige, zuivere wijze weet hij goed weer te geven de genade en barmhartigheid van God met Zijn volk. Het messiaans karakter van het boek Ruth loopt als een rode draad door de hoofdstukken. Aan het einde van elk hoofdstuk zijn gespreksvragen opgesteld, die zich goed lenen voor bijbelstudie.

Ds. K. Harmannij, Beterschap beloofd. Bijbels spreken over ziekte. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 120 blz. f 18,75.

In dit boek, geschreven door de vrijgemaakte ds. Harmannij, gaat de schrijver als mens, als pastor in op het onderwerp ziekte. Daarbij is het boek niet alleen bedoeld voor zieken, maar ook voor mensen die om hen heen staan. Hij gaat in op vragen die ook zo vaak kunnen leven bij onze gemeenteleden. Daarbij worden heel wezenlijke vragen niet uit de weg gegaan: Waar komt ziekte vandaan; waarom raakt het mij? Zijn er nog wonderen? Helpt bidden in ziekte? Waarom verhoort God mij niet? etc. De auteur behandelt zoveel vragen die opborrelen bij ziekte, dat soms door de veelheid dingen over het hoofd gezien worden. Op pastorale wijze schetst hij de ernst van de ziekte. Daarbij gaat hij nader in op de emotionele betekenis voor de zieke en hen die eromheen staan. In het laatste hoofdstuk gaat hij in op de zorg. De “care” gaat voor de “cure”. Uit bijbels oogpunt Iigt de oorzaak van alle Problemen juist dieper dan de ziekte zoals die in allerlei nare symptomen aan de dag treedt. Bij zieke en verzorger moet het besef van schuld aanwezig zijn. Ziekenzorg is dan ook eerst goede begeleiding en liefdevolle verzorging. Pas daarna komt de gerichte bestrijding van de ziekte aan bod.

Er valt nog veel te zeggen over dit boek. Het is hier niet de plaats om er verder op in te gaan. Het is goed, zeker voor hen die veel contact hebben met zieken, dit boek te lezen ondanks het feit dat hij geprobeerd heeft een totaaloverzicht te geven, waardoor de gemiddelde lezer de draad zo nu en dan een beetje kwijt raakt.

Ds. J. van Amstel, Echt geloven. Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1992. 104 biz. f 14,50.

Ds. Van Amstel, chr.geref. predikant in Ede, heeft een boekje geschreven over echt geloven. Hij gaat nader op de vraag in “wat nu echt geloven is en wat houdt dat dan in?” De bedoeling is om aan de hand van die vragen jongeren - maar ook ouderen kunnen die vragen hebben - een handreiking aan te bieden die met dergelijke vragen.zitten.

Het boekje leent zich uitstekend als belijdenisgeschenk.

Dr. A.W. Velema, God ter sprake. Een homiletisch onderzoek naar de vooronderstellingen van de prediking bij Karl Barth in vergelijking met Hans Joachim Iwand, Ernst Lange en Rudolf Bohren. Uitg. Boekencentrum B.V., ’s-Gravenhage. 317 biz. f 49,-.

Dit boek diende de auteur als proefschrift ter verkrijging van de graad van doctor aan de Utrechtse universiteit. Startend met de onderscheiding die de bekende Duitse theologe Solle maakt inzake de relatie theologie-cultuur, herinnert dr. Velema aan haar visie op Karl Barth ni. dat diens theologie ook “vooruitwijst naar de bevrijdingstheologie”, waarvan dan het “kenmerk” zou zijn “dat in het betoog de armen het eerst recht van spreken hebben omdat God voor hen gekozen heeft”. Dat bedoelde theologie dat “recht” bewust of onbewust honoreert door vooral zèlf het woord te nemen en háár woord - doorgaans ex cathedra - te spreken zonder daarbij overigens ook maar een moment Matt. 19:21 m te praktizeren (“…..geef het aan de armen”), blijkt op menige bladzijde van deze dissertatie. De ontwikkeling die Karl Barth heeft doorgemaakt als dogmaticus en prediker, wordt breed getekend mede in confrontatie met de cultuur, de context waarin hij leefde en werkte (blz. 24-149). Vele preken van Barth worden - verkort -weergegeven en geanalyseerd. Na de “intenties van de jonge Karl Barth” te hebben besproken, volgt een hoofdstuk over de “crisis in de theologie en de prediking” en wordt in hoofdstuk 4 de “weg naar een théorie der prediking in christologisch perspectief” weer-gegeven. Zesmaal worden “voorlopige konklusies” getrokken (45 in totaal). De volgen-de hoofdstukken stellen de confrontatie met Iwand (in “kritische congenialiteit”), Lange (“het geding om de werkelijkheid”) en Bohren (“een charismatisch criticus”) aan de orde. In het laatste hoofdstuk “Konklusies en perspektief” gaat het over de “prediking” van Barth en de drie genoemde theologen in haar aspecten, spiritualiteit, zicht op de wer-kelijkheid en de structuur van de preek om het “eigene van de vier theologen” recht te doen (blz. 265), gevolgd door een evaluatie van de kritiek van Lange en Bohren op Barth. In een korte paragraaf wordt tenslotte de kritiek op de diabetische theologie en de betekenis van Barth voor de prediking aangegeven. Er worden in dit boek heel rake opmerkingen gemaakt resp. geciteerd, maar er blijven ook vraagtekens staan. Wat wordt bijv. bedoeld met de “onhoudbare homiletische tegenstelling tussen explicatio en applicatio” (174 vgl. 195, 276). Al biedt dr. Velema geen gemakkelijke lectuur, het vraagstuk hoe in prediking - èn pastoraat - kerk en theologie gestalle geven aan wat hun wezen bepaalt, is en blijft boeiend. De context van Karl Barth, resp. de “cultuur” waarin hij en de andere theologen leefden, theologiseerden en predikten, moge hun “oplossing” ervan dateren, het kan de moeite waard geacht worden kennis van deze “traditie” te nemen en het belang van de vraag naar de gereformeerde traditie, hier niet gesteld, te onderstrepen.

Dr. G.H. Cohen Stuart (red.), Een bevrljdend woord uit Jeruzalem? In gesprek met Joodse Palestijnse bevrijdingstheologie. Uitg. Boekencentrum B.V., ’s-Gravenhage. 132 blz.

In het begin van dit boekje Staat een opmerking die van wijder betekenis is dan in het daar bedoelde verband: als we “ophouden naar elkaar te luisteren, vervangen we dialoog door etikettering”, waarvan chaos het einde is (11). “Luisterend” naar de “woorden” van “vooraanstaande denkers, theologen en rabbijnen in Jeruzalem”, die de theologische adviseur van de Ned.Herv. Kerk eind 1990 bijeenbracht, is het vraagteken in de titel m.i. niet ten onrechte geplaatst. Immers onder de tien scribenten wordt niemand nadrukkelijk als représentant van de “Palestijnse bevrijdingstheologie” aangediend, al gaat het “gesprek” wel over een vertegenwoordiger ervan, de anglicaanse kanunnik, een Palestijns christen Nairn Stifan Ateek. Dit neemt niet weg dat het waardevol is te luisteren naar de stemmen uit Jeruzalem, die ons confronteren met het Israëlisch-Palestijns conflict, dat ook theologisch kerk en Christenheid moeite baart. Dat hierbij de relatie Israël-kerk aan de orde wordt gesteld, is te verwachten. Menige opmerking stemt tot nadenken! Het begrip “bevrijdingstheologie” wordt in dit boekje nauwelijks in de gebruikelijke zin gehanteerd. In elk geval schrikke het niet af om te gaan “luisteren”.

Ds. Reinder Bruinsma, Wonderen. Wat kunnen christenen daar nog mee? Uitg. Kok, Kampen. 114 blz. f 19, 50.

Het geloof in “wonderen” heeft voor velen allang afgedaan. Wat niet redelijk verklaarbaar is, bestaat niet voor een “modern” mens! Dat die zich zo graag “modern” wanende mens intussen niet zo rationeel is als hij beweert, blijkt wel uit veler gretigheid horoscopen te trekken, paranormale verschijnselen te aeeepteren enz. enz. Uiteraard sneuvelden ook de bijbelse wonderen voor de menselijke rede: ze passen niet in het schema dat de mens het absolute subject is van alle kennis. Dit boekje gaat tamelijk breed hierop in, ontleedt het verzet tegen de bijbelse wonderen en poogt aan te geven wat het wonder nú voor het geloof betekent. Hier en daar is een vraagteken te zetten. Is het juist te stellen “dat Christus in demonische bezetenheid geloofde” met de conclusie dat “wij er maar beter aan doen ook daarin te geloven” en “exorcisme” toe te passen, althans te overwegen (blz. 104)? Wel stemt de schrijver toe dat “we ons hier op een terrein met veel voetangels en klemmen bevinden” en acht hij “inzicht en ervaring in deze materie een absolute vereiste”. Maar is zo’n betoog niet al te oppervlakkig en een indirect ontkennend antwoord op de vraag van de ondertitel? Het wonder is van een totaal andere orde dan de onze, ongrijpbaar voor en niet af te roepen door menselijk “inzicht en ervaring”. Is het “wonder van genade” niet het grootste wonder dat een mens beleven kan?

Gn. Werner, De Schotse kerkgeschiedenls. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld. 120 blz. f 22, 75.

Een interessante uitgave die in kort bestek informeert inzake de Schotse kerkgeschiedenis, met name van de laatste anderhalve eeuw. Kerkelijke verdeeldheid plus de daarbij kennelijk onontkoombare bijverschijnselen is ook de kerk van de Reformatie in Schotland niet onbekend. De schrijver informeert erover op een vlotte wijze. Wel ontbreekt er een en ander aan de zorg voor de tekst. Als hij het heeft over een “gewapende” burgeroorlog (blz. 38), wanneer tot driemaal toe de geografische spreiding wordt aangegeven (88, 95, 115), zou de bedoeling duidelijker gesteld kunnen worden. Is het waar dat de Gereformeerde Kerken in Nederland pas in 1892 met kerkelijke zending zijn begonnen (111)? De schrijver denkt overigens bij “Gereformeerde Kerken in Nederland” aan de postaal als vrijgemaakt aangeduide kerkgemeenschap (108, 117). Daar ook onze kerken contact met de Free Church of Scotland hebben (door de schrijver verzwegen), is de verstrekte informatie met name wat de Free Church betreft, zeker welkom.

Dr. A.P. Bos, In de greep van de Titanen. Inleiding tot een hoofdstroming van de Griekse filosofie. Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam. 132 blz. f 23, 75.

Voor filosofisch geïnteresseerden een boeiend geschrift! En niet alleen voor hen. De “vóórwetenschappelijke ervaringskennis is een noodzakelijke voorwaarde voor het gaan beoefenen van wetenschap”, aldus dr. Bos die, aanknopend bij de Griekse mythe van de Titanen, de lijnen trekt naar onze tijd, naar de Westerse wetenschap die de weg van de rede als zgn. objectief en neutraal volgt. Toen meenden “de wetenschappelijke ‘;theologen’ met hun redelijk inzicht te kunnen vaststellen hoe de bijbel gezag behoorde te hebben, en wat daarin wel gezag behoorde te hebben en wat niet” (124) en “dat alle spreken over boven van beneden komt, ook de uitspraak dat iets van boven komt” (127). Het is duidelijk in welke “greep” de schrijver de hedendaags gangbare theologie ziet liggen.

Ds. D. Rietdijk, De zonde tegen de Hellige Geest. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen. 75 blz. f 12, 90.

Het onderwerp dat in dit deel van de Serie Pasmunt aan de orde wordt gesteld, is vermoedelijk heden ten dage niet meer zo’n persoonlijk probleem als dat vroeger wel het geval was. Werd het voorheen ook wel eens “aangepreekt”? En nu genegeerd? In elk geval ds. Rietdijk, zorgvuldig de bijbelse gegevens in dezen besprekend, behandelt het “probleem” op een pastorale wijze en schuwt niet medische hulp in te roepen als het probleem tot psychische stoornis leidt. leder die met het pastoraat te maken heeft, graag aanbevolen.

Dr. G.J. Schutte, Patriotten Prlnsgezlnden Gereformeerden. Over Calvinisme en Revolutie in de achttiende eeuw. Uitg. Willem de Zwijgerstichting, Apeldoorn. 48 biz.

In deze brochure wordt aangetoond dat de verhouding tussen de in de titel genoemde groeperingen rond de Franse Revolutie iets genuanceerder is dan doorgaans wordt aangenomen. De vaak simpele zwart-witverhouding die een eeuw geleden in scherp antithetische zin de gangbare visie was, wordt een mistekening genoemd. Heel leerzaam.

K. van der Grijp, Geloven In de stad. Geloofsverantwoording in stedelijk perspectief. Uitg. Kok, Kampen 1991. 124 biz. f 29, 90.

In dit boek wordt ingegaan op de ontkerkelijking met name in de grote Steden. Van verschwende kanten worden gegevens aangevoerd, situaties beschreven en oorzaken besproken. Theologische oplossingen (vooral van de zijde van de bevrijdingstheologie) worden gememoreerd. Er is ook een uitvoerige bespreking van bijbelse gegevens over de stad. Het resultaat daarvan is positief. De oplossing wordt gezocht in een radicale mentaliteitsverandering, die niet het minst door gemeenteleden in kerk en theologie moet worden doorgevoerd. De schrijver beseft dat hij met deze voorstellen de kerk in tweeën splijt. Zijn ervaring in Zuid-Amerika wil hij in onze samenleving gepraktizeerd zien. Een boek dat impulsen geeft, maar dat zo ingrijpend radicaal is, dat men zich afvraagt of de schrijver zelf gelooft in het welslagen van dit voorstel in de Nederlandse kerken.

Paul C. Schrotenboer e.a.. Catholilcity and Secession. A dilemma? Uitg. Kok, Kampen 1992. 211 biz. f 42, 50.

Een boek uit kerken die aangesloten zijn (geweest) bij de Gereformeerde Oecumenische Synode (Raad). De lijn van het boek wordt in niet geringe mate bepaald door de bijdrage (het standpunt) van dr. Schrotenboer, die in de loop der jaren is opgeschoven naar een tamelijk brede oecumenische opstelling. Van hieruit is er plaats voor afscheiding op weg naar eenheid. De laatste neemt de eerste onder haar hoede. Prof. Van’t Spijker behandelt de gedachte van de catholiciteit van de kerk bij de Afscheiding en de Doleantie. Hij gaat in op verschillen bij de leiders van de Afgescheidenen en op Kuyper. Voor de eersten geldt: separatie zonder separatisme. Uiteraard komt ook H. Bavinck ter sprake. Een bundel die men als een soort tussenbalans kan typeren.

W.J. op ’t Hof, Voorberelding en bestrljdlng. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 176 biz. f 42, 50.

De auteur is niet alleen een vruchtbaar schrijver, maar ook een succesvol speurder in bibliotheken. Hij bespreekt hier twee voorbereidingspreken van ds. P. Boers, waarvan niet meer dan het bestaan bekend was. Hij heeft het boek in een bibliotheek gevonden. Hij had er in De Waarheidsvriend al over geschreven. Hij laat zien dat reeds aan het eind van de 17e eeuw preken in gereformeerd piëtistische geest werden gepubliceerd. Ik heb bewondering voor de kennis en voor het commentaar dat de auteur geeft. Het tweede deel handelt over een predikant uit Tholen, die de Nadere Reformatie bestrijdt. Het onderwerp was al eerder door de auteur aangesneden in een boek over de kerk in Zeeland. Ik vind het verbluffend dat de auteur deze bestrijder van de Nadere Reformatie op de voorlaatste bladzijde als een voorloper tekent van drs. Exalto. De toon van het boek is op zulke momenten (ook als hij dr. Brienen in diens proefschrift corrigeert) net iets te triumfantelijk. Overigens heb ik voor het vakwerk respect.

Piet Schoonenberg, De Geest, het Woord en de Zoon. Theologische overdenkingen over Geest-christologie, Logos-christologie en drieëenheidsleer. Uitg. Altiora Averbode/ Kok, Kampen 1991. 258 biz. f 52,-.

Dit boek is fraai uitgegeven. Het verscheen ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van de schrijver, die dogmatiek heeft gedoceerd in Nijmegen. Zijn bibliografie is in dit boek opgenomen - een respectabele lijst van boeken en artikelen. De schrijver wil de christologie van Boven combineren met die van beneden. Jezus werd hoe langer hoe meer God (hoe kan dat?) en God werd in samenhang met deze ontwikkeling hoe langer hoe meer de drieënige God. Een voor mijn besef onmogelijke constructie. We zien hier, hoe de schrijver het oude dogma meent te kunnen combineren met moderne gedachten over de geschiedenis van God en in God. Het is niet onduidelijk dat de orthodoxe leer het dan verliest. Het is moeilijk te begrijpen, dat de schrijver meent in de lijn van de kerk der eeuwen te blijven. Het is een diepzinnig, maar duidelijk geschreven boek.

Ds. J.H. Velema, Evangelische Oogst. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1991. 144 blz. f 24, 90.

In dit boek zijn bijdragen gebundeld die de auteur heeft geschreven in E.O.-verband. De titel correspondeert met E.O. Toch komt het bij mij wat vreemd over om in een zekere dubbelzinnigheid aan je eigen werk de titel Evangelische Oogst te geven. In elk geval is de herkomst ermee getypeerd. Er staan mooie hoofdstukken in dit boek. Ze rusten toe, roepen op en bemoedigen.

M.A. van den Berg, De dominée heeft een beroep. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 88 blz. f 15, 90.

De schrijver heeft inzage gekregen in correspondentie die ouderling Streefland uit het Zuidhollandse Waarder heeft gevoerd met predikanten die beroepen zouden worden, een beroep niet kregen of het wel kregen en ervoor bedankten of het aannamen. Hij was kennelijk hun vertrouwensman, al bezocht hij de kerkeraadsvergaderingen niet getrouw, vooral niet als de gemeente een eigen dominee had. Het is een aardig, echt menselijk boekje van en over predikanten. Voor wie van geschiedenis houdt, heel boeiend. Het zou mij geen bezwaar zijn geweest, als de schrijver er een eigen en eigentijds hoofdstuk aan had toegevoegd.

O.J. van der Ploeg, Pastoraat onder druk. Een onderzoek naar de pastorale benadering van patiënten die een operatie wegens borstkanker hebben ondergaan. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1991. 176 blz. f 35,-.

Dit proefschrift is in Utrecht verdedigd. Het boek behandelt wat de titel belooft. Het is opvallend dat de patientes over het algemeen meer van de pastor verwachten dan deze meent te kunnen bieden. Het zou mij welkom zijn geweest als dit punt wat breder uitgesponnen was. Men vindt in dit boek ook een waardevolle samenvatting van verschwende standpunten. Het is een boek speciaal voor die predikanten, die over het pastoraat verder willen nadenken met het oog op de praktijk.

H.W. de Knijff e.a., Horen en zien. Opstellen over de theologie van K.H. Miskotte. Uitg. Kok, Kampen 1991. 165 blz. f 42, 50.

In dit boek zijn voordrachten gebundeld die in 1989 op een Barth-conferentie in Nederland zijn gehouden. Er zijn nog andere hoofdstukken aan toegevoegd. De relatie Miskotte - Barth staat in het centrum. Het boek behandelt vooral Miskotte. Dat gebeurt gedetailleerd en specialistisch. Wie met Miskotte bezig is, kan om dit boek niet heen.

R,. van Woudenberg, J.H. Bavinck - Een keur uit zijn werk. In de serie Befaamde theologen. Uitg. Kok, Kampen 1991. 220 blz. f 32, 50.

In de bekende blauwe série nu een boek over de zendingshoogleraar J.H. Bavinck. De inleiding schetst levensgang en theologische positie. De hoofdstukken gaan terug op voordrachten en artikelen. Interessant zijn de eerste twee artikelen, waarin Bavinck zijn boek over psychologie verdedigt tegenover kritiek van J. Waterink en T. Hoekstra. Jammer vind ik het dat de inaugurele rede uit 1939 niet is opgenomen. Deze serie bedoelt een kennismaking met de besproken figuur te leveren. Als zodanig is dit boek geslaagd te noemen.

Ir. J. van der Graaf e.a., Ervaring rijker. In gesprek met jongeren over geestelijke vragen. Uitg. Groen, Leiden 1991. 125 blz. f 19,50.

In dit boek beantwoorden drie auteurs (ook ds. Van der Mey en drs. I.A. Kole) samen 23 vragen van jonge mensen. De vragen raken geloofsleer, geloofsleven en ethische Problemen. Dat wordt op heldere manier gedaan. Als men zich wat beknopter had uitgedrukt, zouden nog meer vragen behandeld kunnen zijn! Hier en daar overlappen bepaalde antwoorden elkaar. Een boekje voor ieder die met jonge mensen contact heeft, en voor de jongeren zelf.

M.H. Sliggers, Samen geloven, samen belljden. Toelichting op Dordtse Leerregeis, Apostolische geloofsbelijdenis, Geloofsbelijdenis van Nicea en van Athanasius. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 80 blz. f 11, 50.

De Vierde druk van dit boekje bewijst dat het zijn weg heeft gevonden. Een duidelijke, beknopte toelichting op de vier belijdenisgeschriften.

P. Dijkstra e.a., Een zelfstandige overheld in een Sterke samenleving Groen van Prinstererreeks 68. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1991. 94 blz. f 16, 90.

Deze Studie gaat in op de taak van de overheid in de hedendaagse samenleving. Er wordt ingegaan op de huidige gecompliceerde verhouding. De overheid wordt meer en meer afhankelijk van groepen in de samenleving. Dit boekje betoogt dat dit een verkeerde ontwikkeling is, die moet worden teruggedrongen. Vandaar accent op zowel zelfstandig als op sterk bij de termen in de titel. Er worden wegen aangewezen; of die voldoende zijn om het euvel (en meer dan dat!) te verhelpen is voor mij de vraag. Een waardevolle studie.

Dr. A. Noordegraaf, Leesbril of toverstaf. Over het verstaan en vertolken van de Bijbel. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1991. 61 biz. f 17.50.

Dit boekje is ontstaan uit weekbladartikelen en lezingen. Het bespreekt op bevattelijke wijze moderne hermeneutische posities. De schrijver wil staan in de traditie van de Reformatie, uit eerbied voor de Schrift als Gods Woord. Dat maakt indruk. Ik zou niet willen zeggen dat we de uitdrukking “versmelting van horizonten” ook wel op een goede wijze kunnen gebruiken. Uitleg en toepassing blijft voor mij de tweeslag. Deze tegemoetkoming aan Gadamer tekent hoe de auteur bij anderen, wier standpunt hij afwijst, toch graag wat wil waarderen. In de literatuurlijst trof ik publikaties aan die ik er niet had verwacht. Ook miste ik titels die ik er wel had verwacht. Overigens een helder en leerzaam, ook goed bruikbaar boekje.

Ds. J.H. Velema, Veelvuldig vragen naar de weg. Deel 6. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1991. 147 biz. f 20, 90.

Een nieuw deeltje in de bekend geworden série. De tweeëntwintig hoofdstukken zijn verdeeld over vier rubrieken: Bijbeluitleg, Rondom de leer van de kerk, Geloofsleven, Christelijk leven. Gespreksvragen maken het boek bruikbaar voor kringen. Het zou mij wel interesseren, wanneer de tekst voor de microfoon is uitgesproken. Wie de vorige delen heeft, zal dit deel niet willen missen.

Leidse Lezingen. Jezus’ vlsie op Zichzelf. In discussie met De Jonge’s christologie. Uitg. Callenbach, Nijkerk 1991. 176 blz. f 29, 50.

Een nieuw deel in deze série. De Leidse nieuwtestamenticus M. de Jonge heeft een boek over de christologie gepubliceerd. Ter gelegenheid van zijn emeritering hebben binnen- en buitenlandse nieuwtestamentici op zijn grondstellingen commentaar gegeven. Ook andere auteurs zijn op onderdelen van zijn boek ingegaan. Mij treft de verscheidenheid van opvattingen en de soms wel erg specialistische redenering of argumentatie. Om te zien wat er met de christologie aan de hand is, is het een informerend boek.

Dr. M.A. Maurice, De onzekere zekerheid des geloofs. Beschouwingen in het spanningsveld van geloven en denken. Uitg. Meinema, Zoetermeer 1991. 173 blz. f 24, 50.

Dit boek bevat reacties op de geruchtmakende rede van prof. Versnel, gehouden aan de V.U. op 24 november 1990. Deze hoogleraar van kerkelijke huize heeft geloof en kerk vaarwel gezegd en daarvoor aan de V.U. zijn argumenten gegeven, cynisch soms en scherp logisch redenerend. Op die Stellingen gaan verschillende wetenschappers in dit boek in; niet alleen theologen. Het meest heeft mij toegesproken de reactie van de Delftse natuurkundige prof. Van den Beukel. In dit boek blijkt hoe zwak moderne theologen staan tegenover het zo duidelijk beleden atheîsme van Versnel. In zekere zin een huiveringwekkend boek.

M.J. Mulder, Hooglled. Uitg. Kok, Kampen 1991. 77 blz. f 18, 10.

Een vertaling en verklaring in de bekend geworden serie Tekst en Toelichting. De schrijver ziet Hooglied als een gewoon liefdeslied. Tekst en toelichting zijn duidelijk.

Dr. A.J. Verbrugh, Nederlandse levensstijl en taal In het Verenlgd Europa, met een woord vooraf van dr. G. Puchinger. Uitg. Groen van Prinstererstichting, De Vuurbaak, Barneveld 1991. 164 blz. f 17, 50.

Een krachtig pleidooi voor de culturele souvereiniteit van elke lidstaat van het Verenigd Europa. Achtergronden en doelstellingen worden blootgelegd. Het eigene van onze (lands)cultuur wordt naar voren gehaal;d en ter bewaring (verdediging) aangeprezen.

Bijbels Dagboek 1992. Kracht voor elke dag. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld. f 15, 90.

Het bekende dagboek(je) met zeer gevarieerde inhoud, ook wat tekstkeus voor de tijd van het jaar betreft.

J. Veenstra, Van peuter tot puber. De seksuele opvoeding van het jonge kind. Uitg. Oosterbeen & Le Cointre, Goes 1991. 176 blz. f 22, 50.

Dit boekje biedt wat het belooft. De schrijver behandelt op kiese wijze de Problemen heel praktisch. Deze uitgave is de vierde druk; een bewijs dat het boekje in een behoefte voorziet.

C. Vonk, Openbarlng (in de série De voorzeide leer). Uitg. Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1991. 149 blz. f 33, 90.

Dit deel is (evenals de andere) prachtig uitgegeven. De inhoud kan ons niet bevredigen. Het boek Openbaring wordt uitgelegd vanuit het perspectief op de verwoesting van Jeruzalem. Daarmee wordt onzes inziens het hele beeld scheefgetrokken. Jammer van deze voorname uitgave. Andere delen bevredigen gelukkig veel meer!

W.B. Drees, Heelal: mens en God. Vragen en gedachten. Uitg. Kok, Kampen 1991. 149 blz. f 24, 50.

Dit boek poogt de bijbelse boodschap te combineren met de aanvaarding van de evolutietheorie. Dat brengt een radicale herschrijving van de christelijke geloofsleer mee. We vinden hier inderdaad: vragen en gedachten van de schrijver.

Jetze Baas, Je groelt In lief de Liefde en seksualiteit, met tekeningen van Anneke Kerstholt. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1991. 111 blz. f 17, 50.

Een fijnzinnig, goed verzorgd boekje dat leiding en hulp geeft voor seksuele voorlichting van ouders aan kinderen.

Dr. J.C. Sturm (red.), Leven en werken van prof.dr. Jan Waterlnk, een Nederlandse pedagoog, psycholoog en theoloog (1890-1966). Uitg. Kok, Kampen 1991. 135 blz. f 22, 50.

In dit boek zijn de bewerkte lezingen bijeengebracht, die in 1990 zijn gehouden ter herdenking van Waterinks honderdste geboortedag. Allerlei aspecten van zijn leven en werk worden belicht. Een boeiend overzicht, dat zich meer met het verleden dan met Waterinks betekenis voor de toekomst bezighoudt. Als samenvattende introduetie van betekenis.

Derk Visser, Zacharlas Urslnus. Leven en werk van een Hervormer tegen wll en dank. Uitg. De Groot Goudriaan, Kampen 1991. 175 blz. f 34, 50.

Dit boek is reeds enige jaren geleden in Amerika versehenen. Het biedt een interessante beschrijving van het leven en het werk van Ursinus, vooral vanuit zijn correspondentie. Er zijn nieuwe gegevens aan de vertaalde versie toegevoegd. De naam van Ursinus is bekend, zijn levensgeschiedenis veel minder. Dit boek geeft een goede introduetie tot leven en werk van een bekend-onbekend hervormer.

Drs. A.G. Knevel, Jezus, de enlge weg. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1991.115 blz. f 18, 50.

Een bundeling van E.O.-radiovoordrachten. Er Staat veel goeds in over dit thema. Toch komen er nogal wat herhalingen of overlappingen in voor. De opzet had mijns inziens strakker moeten zijn. Dan had het boekje aan diepte gewonnen. Niettemin handzaam en bruikbaar.

Herma Smits, Trekken door de Zeven dorpen van Rheden. Langs mooie, karakteristieke plekjes, met veel oude verhalen en toeristische routes. Illustraties van Jan Velders. Uitg. Bredewold, Wezep. 160 blz. 173 foto’s. f 30,-.

Een kostelijk boek, zowel om de foto’s als om de informatie. Wie van dit soort lectuur houdt, moet zich dit boek zeker aanschaffen.

Drs. W.G. Rietkerk, De aarde en haar toekomst. Uitg. Kok Voorhoeve, Kampen 1992. 100 blz. f 18, 90.

Een opmerkelijk geschrift dat aandacht vraagt voor de schepping: onze zorg ervoor, de plaats ervan in ons geloofsleven, en haar toekomst. De schrijver stelt zich positief op en heeft een goede verwachting voor de schepping en ons werk daaraan. Dit hoopvolle perspectief heeft mij getroffen. Het zou mijns inziens meer christologisch gemotiveerd moeten zijn.

Greg Officer, Zinvolle relatles. Uitg. Kok, Kampen 1992. 88 blz. f 15, 90.

Een boekje met korte stukjes over allerlei relaties. De schrijver wil tussen anarchie en wat hij noemt fundamentalisme, door. Met name zijn opstelling tegenover (homo)seksualiteit vind ik onbevredigend. Het boekje is vlot geschreven. De schrijver verliest zich in soms al te gemakkelijke of oppervlakkige oordelen, al bedoelt hij dat niet.

Inge Oostdijk, Van kind tot kind. Over godsdienstige opvoeding. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1992. 123 blz.

Het boek werd eerder aangekondigd en ontvangt nu een tweede druk. Een bewijs dat er vraag naar is - en dat terecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.