+ Meer informatie

Kunst en curiosa uit de Zeevaartschool

"Het aankweeken van jeugdige zeelieden" in Amsterdams Scheepvaartmuseum

6 minuten leestijd

"Het aankweeken van jeugdige zeelieden" ging ook in vroeger jaren niet altijd van een leien dakje. Bij ernstige overtredingen waren tot ver in de negentiende eeuw lijfstraffen toegestaan. Een van de zwaarste straffen was het om zich te moeten voortbewegen met het zogenaamde "blok aan het been". Op werkdagen moest het blok, met een gewicht van ongeveer 4,5 kilo, worden meegesleept. Op zondagen mocht het met behulp van een strop in de hand worden meegedragen naar de kerk.

Een zuinig bewaard exemplaar van het blok is onder meer te zien op de expositie "Het aankweeken van jeugdige zeelieden", die tot begin oktober in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam wordt gehouden. Getoond wordt de verzameling van het Vaderlandsch Fonds ter Aanmoediging van 's Lands Zeedienst. Deze collectie bevond zich tot voor kort in de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam en is in bruikleen overgedragen aan het museum. Deze school, die in 1971 is opgegaan in de Hogere Zeevaartschool, werd op 24 oktober 1785 opgericht.

Bij de openingshandeling van de tentoonstelling werd het ceremonieel van de ..plegtige overbrenging van het borstbeeld van den admiraal De Ruijter" op 10 mei 1819. door drie sloepen herhaald. De leiding van het museum is van mening dat het nog maar zelden in zijn geschiedenis zo'n grote en belangrijke verzameling in langdurige bruikleen kreeg. Tientallen schilderijen, tekeningen, instrumenten en allerlei herinneringen aan de maritieme geschiedenis van ons land maken nu deel uit van de museumcollectie. Reden genoeg voor het museum om er gedurende enkele maanden een expositie aan te wijden.

Doel kweekschool

Doel van de oprichting van de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam —zowel onderwijsinstelling als internaat- was ..het aankweeken van ZATERDAG 13 JUL11991 jeugdige zeelieden". De oprichters waren tot de conclusie gekomen dat er aan geschoold personeel voor marine en koopvaardij in die jaren groot gebrek was. Tijdens de kort tevoren beëindigde Vierde Engelse Oorlog was dat gebleken. aan de Buitenkant (de huidige Prins Hendrikkade) in Amsterdam, werd verbouwd en gold als eerste onderkomen. Op de binnenplaats werd een fregatscheepje geplaatst opdat zeilinstructies op het droge konden worden gegeven.

„Kloek zeeman"

Reeds in 1780 publiceerde mr. Guillelmus Titsingh, reder en koopman op Suriname, een pamflet onder de titel "Bedenkingen over de schaarsheid aan zeevaarend volk in het gemeen, en het verval onzer nationale zeevaart in het bijzonder". Hij deed in zijn boekje voorstellen om de opleiding van zeevarenden te verbeteren.

De "Zeeslag bij Doggersbank" (1781) werd weliswaar gevierd als een grote overwinning op de Engelsen, maar in de praktijk was de zeemacht van de Republiek nog maar een schaduw van wat zij in de zeventiende eeuw was geweest. Ter ondersteuning van de slachtoffers van deze strijd werd het Vaderlandsch Fonds ter Aanmoediging van 's Lands Zeedienst opgericht. Een gedeelte van dit fonds werd „aangelegt tot aankweekinge van jonge zeelieden, hetzij door middel van vereeniging, dan wel door kragtdadige ondersteuning van de Stichtinge, ten dien einde door den Heer Titsingh in gang gebracht". Het leegstaande Willige Rasphuis, het stadswerkhuis

De kwekelingen, die soms al vanaf hun twaalfde jaar aan het strenge internaatsleven onderworpen waren, dienden bij hun vorming tot een „kloek zeeman" een voorbeeld te nemen aan de heldendaden van vorige generaties. Dat laatste heeft sterk bijgedragen tot de groei van de verzameling van de Kweekschool. Zo werd het gebouw geleidelijk gevuld met portretten van zeehelden uit de Gouden Eeuw, als Tromp, De Ruyter en Piet Heyn, maar ook met herinneringen aan latere admiraals.

Tot de verzameling behoren dan ook niet alleen portretten van genoemde zeehelden, maar ook van de admiraals Zoutman en Van Kinsbergen, die naam maakten in de Slag bij Doggersbank. Reeds in 1783 schonk Zoutman zijn eigen portret aan de Kweekschool. De bescheiden zeeofficier liet overigens niet na aan de gift toe te voegen „de uitdrukkelijke protestatie teegen alle oogmerken, die uit zugt tot glorie hunnen oorsprong neemen". Zoutman kreeg ook Tijdens de officiële opening van de expositie "Het aankweeken van jeugdige zeelieden" werd het ceremonieel van de „plegtige overbrenging van het borstbeeld van den admiraal De Ruijter", op 10 mei 1819, door drie sloepen herhaald. Reproduktie van een gekleurde aquatint van A. Lutz naar A. G. van Schoone (löly). Foto Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam een eresabel ter herinnering aan deze overwinning. Deze sabel maakt deel uit van de zogenaamde "Doggersbank-memorabila", die voortaan ook een plaats hebben in het Scheepvaartmuseum.

Tot de meest curieuze voorwerpen behoort een "Turks zakje" met daarin de kogel waarmee schout-bij-nacht Willem van der Zaan in 1669 door Algerijnse piraten werd doodgeschoten. Het dubbelportret van de schout-bij-nacht en zijn echtgenote Aechje van der Eyck schilderde Jurriaen Jacobson.

Nautische instrumenten

De verzameling van het Vaderlandsch Fonds bevat niet alleen afbeeldingen en scheepsmoddellen, maar ook nautische instrumenten. Naast de passerdozen van de prinsen Alexander en Willem, zoons van koning Willem III en koningin'Sophie, zijn er octanten en sextanten te zien die bij het onderwijs gebruikt werden.

De motieven van waaruit voorwerpen aan de Kweekschool geschonken werden veranderden in de loop der jaren. In de tweede helft van de negentiende en in twintigste eeuw werden objecten gegeven -overigens minder in aantal dan voorheen— uit verbondenheid met de instelling. Doorgaans waren de giften afkomstig van oud-leerlingen, die hun dankbaarheid voor het aan de Kweekschool genoten onderwijs kenbaar wilden maken. Een voorbeeld van een recent verworven schilderij is het zeventiende-eeuwse gezicht op 's lands Zeemagazijn (het huidige Scheepvaartmusuem) door Abraham Storck, geschonken bij het aftreden van een commissaris van de Kweekschool in 1957.

Honderden kwekelingen zijn gefotogafeerd in het want van "Kaatje", zoals het schip op de binnenplaats werd genoemd. Het leven in de school ademde een maritieme sfeer. Dat is niet alleen te zien aan de uniformen van de kwekelingen, maar ook terug te vinden in het taalgebruik. De jongens waren in „bakken" ingedeeld van tien „koppen" en sliepen niet in bedden maar in kooien. Dat was overigens pas zo sinds 1866, toen de hangmatten plaats maakten voor ijzeren kooien.

Het museum is geopend van dinsdag tot en met zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur. De toegangsprijzen van het museum zijn. nadat het VOC-schip "Amsterdam" voorgoed ligplaats koos bij het museum, verhoogd. Volwassenen betalen voor een bezoek aan museum en schip nu 10 gulden, kinderen tot zes jaar mogen gratis mee. In de leeftijd van zes tot achttien jaar moet 7,50 betaald worden. De collectebus is weer terug van weggeweest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.