+ Meer informatie

Wiegel (III)

3 minuten leestijd

In de pauze is er voor het handjevol verslaggevers gelegenheid om Zich in een bovenzaaltje persoonlijk met Wiegel te onderhouden. Daar blijkt dat de ogenschijnlijk moeiteloze voordracht heel wat inspanning gevergd heeft van de WD-lijsttrekker. Hij baadt in het zweet en klaagt over de „tropische temperatuur" op het podium. Aan al te serieuze vragen heeft hij tijdens de korte pauze dan ook weinig behoefte. Zelfs het complete pakket schriftelijke vragen dat intussen is binnengekomen, laat hij voor wat het is.

Toch heeft hij met de beantwoording ervan niet de minste moeite. Eenmaal achter de microfoon gezeten, ontpopt zich de raspoliticus die kritiek aan zijn adres weet om te buigen in Zijn voordeel. Zo zijn er vragen gesteld over het toenemend geweld van politie en marechaussee. Of dat wel noodzakelijk is? Wiegels antwoord is niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Hij heeft die dag een gesprek gehad met de politiebonden uit Nijmegen over de recente onlusten in die stad en het raadsbesluit dat daarop volgde. „Ik moet erg voorzichtig zijn", zegt Wiegel, „om de lagere overheden niet op de vingers te tikken. Toch wil ik niet verhelen dat ik me goed kan voorstellen dat de Nijmeegse politie zegt: waar deden we het eigenlijk Voor? En dat er wel eens een klap verkeerd valt, ja dat risico loop je nu eenmaal als actievoerder. Ik pieker er dan ook niet over om de politie, te kritiseren en ik vind dat de Nederlandse burgerij moet tonen dat zij voor 100 procent achter de handhavers van onze rechtsorde staat." Dat vindt de zaal ook, afgaand althans op het klaterend applaus dat volgt.

Als de schriftelijke vragen afgewerkt zijn, mag men zich mondeling tot Wiegel wenden. Een alternatief geklede jongeman maakt van de gelegenheid gebruik om hem te vragen wat hij vindt van de aangekondigde tariefstijging voor het openbaar vervoer. Vraagsteller vreest dat met name de zwakkeren in de samenleving daarvan de dupe zullen worden. Wiegel heeft ook met deze vraag niet de geringste moeite. De overheid, betoogt hij, legt thans op alle trein-, bus- en tramkaartjes dik geld bij. Daarom is het billijk dat de gebruikers van het openbaar vervoer meer moeten betalen als de kosten toenemen. „Voor niks gaat de zon op", houdt hij de jongeman voor. „Dat is dan een duidelijk antwoord", • repliceert deze. „Het blijkt nu wel voor welke groep in de samenleving u kiest." Wiegel ad rem: „Dat heeft u goed begrepen."

Dan dient zich een studente aan die Wiegels mening vraagt over de nieuwe Wet twee-fasenstructuur. „Een prima stuk wetgeving", antwoordt de liberale voorman. De studenten zullen nu in vier jaar hun studie moeten afronden en dat is een redelijke termijn. In andere landen blijkt dat systeem goed te werken; bovendien: studeren geschiedt in Nederland voor een groot deel op kosten van de overheid. „De studenten zullen dus wat minder met hun neus achter de spandoeken en wat meer in de boeken moet zitten", verklaart Wiegel tot grote hilariteit van de zaal. Toch laat de jongedame zich niet uit het veld slaan. Want waar moet een student naar toe als hij niet binnen vier jaar zijn papieren op zak heeft? Het antwoord is verbluffend simpel. „Gewoon een baan zoeken", zegt Wiegel, daar als proeve . van zijn humor aan toevoegend; „Ik ken ook mensen die het zonder die papieren heel ver geschopt hebben". Die knipoog naar zichzelf wordt door het publiek onmiddellijk begrepen en voor de zoveelste keer heeft Wiegel die avond de lachers op zijn hand.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.