+ Meer informatie

Landverhuizers van Van Raalte waren niet allen Afgescheidenen

7 minuten leestijd

Een paar jaar geleden had ik het voorrecht wat rond te reizen in een streek van de Amerikaanse staat Michigan met plaatsen alls Vriesland, Drente, Overisel, Graafschap en vooral de flinke stad Holland aan het Michiganmeer. Het is vertrouwd land: de vaderen der Afscheiding drukten hier hun sporen en ds. A. C van Raalte was één van de grote leiders. Maar het is onjuist, te menen dat die grote emigratiegolven van 1831 en 1847 overwegend Afgescheidenen betroffen, die dan wel om aan geloofsvervolging te ontkomen wegtrokken naar Noord-Amerika.

Nee, het aantal Hervormden was in genoemde jaren wel twee keer zo groot als het aantal Afgescheiden volgelingen van De Cock en Brummelkamp, dat de overtocht waagde. Dat zeg ik in navolging van een zo pas verschenen alleraardigst boekje over deze volksverhuizing naar staten als Michigan, Wisconsin en ook Iowa. Het is ,,De landverhuizers", met als ondertitel ,,Emigratie naar Noord-Amerika uit het 'Gelders-Westfaalse grensgebied tussen de jaren 1830-1850".

Auteur is G. H. Ligterink, die helaas de verschijning van zijn boek niet meer meemaakte; hij overleed eind vorig jaar nadat het manuscript voltooid was. Het boek is deel 3 in de Werken van het Staring Instituut te Doetinchem.

De heer Ligterink, die ook een roman over deze grote trek naar de Nieuwe Wereld zou schrijven, heeft na jarenlange studie een interessant boek voorbereid, dat weliswaar nadruk legt op de emigratie vanuit de Achterhoek en het grensgebied met Westfalen, maar waarin ook een flinke hoeveelheid algemene informatie over achtergronden en motieven van de landverhuizers bijeen is gebracht.

In een twintigtal hoofdsftakjes, ook gevolgd door een Duitstalige samenvatting, zet hij eerst de maatschappelijke situatie uiteen van deze opmerkelijke volksverhuizing. Hij noemt de bevolkingstoename, de looninflatie (ook toen al!), het onstabiele nevenberoep in de Achterhoek (naast liet kleine boerenbedrijf beoefende men huisnijverheid, vooral vlas- en linnenweven) en de belastingdruk (ook nu een gezocht emigratiemotief!).

Bisdom Münster

Maar het hoofdstukje „Godsdienstige factoren" interesseert ons natuurlijk bijzonder. Dan blijkt, dat er een levendig grensverkeer bestond. De bekende ds. A. Brummelkamp preekte bijv. in Varsseveld, waar de eerste afscheiding in de Achterhoek inzette. De politie viel binnen, maar Brummelkamp — gangmaker van de emigratie, naast Van Raalte en anderen — week uit naar Westfalen, waar hij veel vrienden had en nauwe betrekkingen onderhield met de Evangelische kerken. Hij kwam even later via Bergh de grens weer over om klandestien verder te arbeiden door openluchtprediking.

Nu waren er ook duidelijke overeenkomsten tussen de Afgescheidenen onder Willem I en II en de Evangelischen in Westfalen, zo toont Ligterink aan. Deze Duitse christenen, met name in het Werther gebied, hadden moeilijke tijden gehad en verdrukking ondergaan door de RK bisschoppen van Munster. Daarbij hadden ze veel steun van geloofsgenoten aan de Hollandse kant van de grens gekregen. In rujl daarvoor boden zij hulp aan, nu deze Afgescheidenen onder druk kwamen te staan. Overigens preekten ook diverse Afgescheiden voorgangers in Bocholt en andere Westfaalse plaatsen.

Ook RK landverhuizers

Toch maakt de schrijver duidelijk, dat het percentage emigranten onder de Afgescheidenen wel hoog was, maar dat geloofsvervolging niet de eerste en overheersende factor was.

Opmerkelijk is het wel, dat bij de vroegste groepen landverhuizers uit de regio Gelderland-Westfalen veel roomskatholieke arbeiders waren, ook uit Twente. Later nam dat percentage af, maar Ligterink ziet het vertrek van juist deze groep sterk beïnvloed door RK geloofsgenoten uit Westfalen.

In elk geval is dit gegeven — gevoegd bij het eveneens hoge aantal Hervormden — een aardige correctie van het beeld van deze landverhuizing als massale uittocht van Cocksianen en Raaltianen. Dat was uit de wetenschappelijke literatuur natuurlijk wel bekend, maar in meer populaire werken kan men toch de (ver)tekening vinden dat het hier een soort exodus betrof uit het verdrukkende Nederlands (èn Hervormd) Egypteland naar het beloofde land, met o.a. Van Raalte als een 19e-eeuwse Mozesfiguur. Ik schets het nu wat overdreven, maar de bedoeling is zo duidelijk.

Linnen en vlas

Ondertussen doen we er natuurlijk goed aan, niet in tegenovergestelde richting door te slaan en heel die migratie naar wat later plaatsen als Holland, Graafschap, Overisel enz. werden, te zien als een samenspel van vooral sociale en economische factoren. Uit de brieven van Amsterdamse en andere emigranten is genoegzaam gebleken, hoe landverhuizers zelf hun vertrek als een door God beschikte bevrijding uit het diensthuis ervoeren.

Ik vond het zeer leerzaam, bij Ligterink te lezen hoezeer die Gelderse migratie beïnvloed is door en verweven met de trek uit Westfalen. In tweeërlei opzicht was die trek er: de grens fungeerde niet sterk als barrière en vanuit, Tecklenburg en Minden waren er allang linnen-, vlas- en hennep-handelaren die massaal hun waren in ons land afzetten. Die zogeheten ,,Todden" werden naderhand soms wereldberoemd: de Brenninkmeyers (C & A), Lampe en Voss en andere kledingdynastieën stammen er vanaf.

Soc.-econ. motieven

Deze „Hollandgangers" omvatten vele duizenden personen. Bij Lingen werd in 1848 een aantal van meer dan 25.000 van die „gastarbeiders" en „gastkooplui" gemeld. De sociaal-economische situatie in Westfalen bevorderde die trek sterk. Maar toen de economie ook in Holland verder neerwaarts ging kwam de belangstelling voor migratie naar Amerika naar boven.

Daarbij waren godsdienstige motieven niet direct van belang. Er is wel één geval bekend: al in 1827 vertrok eén groep van 247 personen uit het graafschap Lippe naar Amerika, nadat hun verzoek om de Heidelbergse Catechismus te mogen gebruiken, van de hand werd gewezen.

Hervormde migratie

Er is in dit boekje een kleine schat aan lokaal materiaal bijeengebracht maar we komen ook hoofdstukjes tegen over de Nederlandse overheid en emigratie, de publieke opinie in de periode 1830-1850, de eerste briefschrijvers en de ,,grote trek" van 1847. In dat topjaar liep het aandeel in de emigratie van Nederlandse Afgescheidenen op tot 35 procent, maar dat van de Hervormden was nog hoger!

In de periode 1831-1847 was het percentage Afgescheidenen in Gelderland dat de overtocht aandurfde niet hoger dan zestien procent van de gezinshoofden en alleenstaanden in het gewest. En bij de volkstelling van 1949 woonden er in de Achterhoek nog 725 „Christelijk-Afgescheidenen". Ligterink maakt ook duidelijk, dat heel wat Hervormden gebruik maakten van de „afgescheiden" Vereniging voor landverhuizers van Van Raalte en Brummelkamp.

De toeloop naar de Chr.-Afgescheiden gemeenten (bijv. in Winterswijk) wekt bovendien de indruk, dat men deze stap deed om over de faciliteiten van Van Raaltes ,,Chr. Vereniging voor landverhuizing" te kunnen beschikken. Trouwens, de sociale en economische ellende trof Hervormde en Afgescheidenen gelijkelijk: zo was er lotsverbondenheid.

Orthodoxie

De Hervormden die wegtrokken waren voor het overgrote deel van orthodoxe signatuur, aldus dit boek, dat wijst op hun „godsdienstig gedrag in Amerika". Zo verbleekten de kerkelijke controversen bij hen, die samen de onbekende toekomst ingingen, de ,,grote kolk" over. Die kloof werd aan boord van de migrantenschepen al overbrugd, doordat, Afgescheiden oefenaars als scheepsprediker optraden, naar wie men gezamenlijk luisterde.

De Afgescheidenen vormen zelf ook geen koekoek-eenzang. Een student van Brummelkamp noemde Van Raalte „de geweermaker uit Arnhem" en zet uiteen in één van z'n rondzendbrieven, dat ,,De Drentschen tegen ons waren". Deze student. Mannes Mensink, nam het vooral op voor hen, die de oude schrijvers als Brakel en Smytegelt liefhadden. De Achterhoekers, die Van Raalte volgden naar Michigan, waren echter gering in getal. De kolonisten vormden alom hun eigen stukje in den vreemde: in lowa, Wisconsin vooral en Michigan ontstonden delen Nederland, herleefde „thuislanden".

Doleantie

Cedar Grove en Oostbrug in Wisconsin werden Achterhoekse volksplantingen, Sheboygan ten dele ook. Maar van het stoere Afgescheiden karakter bleef niet zo heel veel bewaard: Hervormden en Afgescheidenen kwamen vaak in dezelfde al bestaande Amerikaanse „Reformed Church" terecht.

En het verhaal van de Doleantie en de Christian Reformed Church in navolging van Kuypers Geref. Kerken in Nederland valt buiten het bestek van dit heel aardige boekje met een negental bijlagen en details, die weer meer licht werpen op die grote landverhuizing van Zeeland tot de Achterhoek en van Drente tot Amsterdam. De detailkritiek die ik wel heb weegt niet op tegen de waardering voor dit deeltje uit de Werken van het Staring Instituut.

N.a.v. G. H. Ligterink: „De landverhuizers - emigratie naar Noord-Amerika uit het Gelders-Westfaalse grensgebied tussen de jaren 1830-1850. Uitg. De Walburgpers, Zutphen, 1981, Ingenaaid 111 pag.,. prijs ƒ 22,50.


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.