+ Meer informatie

Deurloo doet tekort aan gezag van de Bijbel

"Waar gebeurd'' — historiciteit van bijbelverhalen

5 minuten leestijd

BAARN — De vraag, die de auteur Karel Deurloo (hoogleraar aan de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam) in het boek „Waar gebeurd" bezig houdt, is die naar de historiciteit van de bijbelverhalen.

Zijn boekje vormt de neerslag van kringgesprekken die ook aan deze vraag gewijd zijn. Heel het geschrift is bedoeld om te laten zien dat de bijbelverhalen vaak een onhistorisch karakter dragen, maar dat dat niet in mindering behoeft te komen op hun waarheidsgehalte. Onhistorische verhalen kunnen juist voor de lezer of hoorder een duidelijke kern van waarheid bevatten; waarheid dan opgevat in de zin van datgene wat door de lezer of hoorder als waarheid ervaren wordt.

In dat verband bespreekt hij ook de bronnensplitsing. Hij wijst Hoedemakers verdediging van de historiciteit van de eerste boeken van de Schrift af, overigens zonder overtuigende argumentatie. Historische kritiek en literaire kritiek zijn onvermijdelijk. Toch kan bronnensplitsing ook op een dwaalspoor brengen.

De auteur laat dit zien aan de hand van Gen. 28. Hij betwist Hoedemaker dat met een historisch-kritische of literair-kritische benadering van de Schrift „de roem en de troost van de kinderen Gods" in het geding zou zijn.

Vervolgens komen de verschillende vormen van overlevering aan de orde. In verband met de bijbelse literatuur komen de mondelinge en de schriftelijke beide voor. De reconstructie van een bijbelverhaal, zoals wij dat kennen is echter vaak niet eenvoudig.

Eigen leven
Ten hoogste kunnen we volgens Deurloo motieven ontdekken, die een eigen leven zijn gaan leiden en door verschillende auteurs op verschillende manieren gebruikt zijn. Zoals er overlevering is voor het ontstaan van de huidige bijbeltekst, is er ook overlevering na dat ontstaan. Deze midrasj-literatuur wordt door de auteurs van het N.T. gebruikt en verwerkt.

Deurloo laat zien hoe elementen uit het verhaal van de geboorte van Mozes terugkeren in de beschrijving van de vlucht van Jozef en Maria voor Herodes. Hij wijst dan op de naamgeving van Jezus, zoals die door Mattheus beschreven wordt. Waar ligt de kern van de beschrijving. Niet in de historische naam Jezus!! Immers: zijn rol in de geschiedenis is een grote mislukking (welke christologie gaat hierachter schuil?). Maar daarin in de naam Immanuel. Want in deze reddeloze krijgt JHWH's bevrijding gestalte.

Na een hoofdstukje over patronen en variaties gaat Deurloo in op het historisch kader van verschillende bijbelverhalen. Er zouden veel anachronismen in de Schrift voorkomen, terwijl bepaalde gebeurtenissen ook geprojecteerd zijn op het verleden. Als voorbeeld noemt hij de verering van het kalf ten tijde van Jerobeam, waarop de profeten scherpe kritiek leverden. Dit gebeuren wordt teruggeprojecteerd in de tijd van Mozes, zodat we in Exodus 32 het verhaal van het gouden kalf aantreffen.

In het zevende hoofdstuk bespreekt de auteur het bijzondere realisme dat in de bijbelverhalen tot ons komt. Zoals in de schilderkunst een stuk realisme naar voren kan komen dat de ware toedracht van een gebeuren niet altijd dekt, zo geldt dat ook ten aanzien van de bijbelverhalen. Bepaalde kenmerken en trekken van gebeurtenissen of personen worden overbelicht om zekere werkelijkheden aan te geven, met als gevolg dat in een verhaal onhistorische dingen plaats vinden. Dit wordt geïllustreerd aan de hand van het verhaal van de moeder van de zonen van Zebedeus. Zoals Mattheus het verhaal vertelt vindt er een typisering plaats. Zij. vraagt om een plaats ter rechter- en ter linkerzijde van Jezus. Bij het kruis ziet ze dat er twee misdadigers hangen ter rechter- en ter linkerzijde van de Heiland. Daarin wordt voor de lezer de draagwijdte van de oorspronkelijke vraag duidelijk.

Tenslotte maakt volgens de auteur de naam JHWH het onmogelijk om uit te gaan van het historische karakter van de bijbelverhalen. Hij geeft daarbij wel een naar onze overtuiging dubieuze interpretatie aan het Tetragrammaton: „Ik zal er zijn, zoals Ik er zal zijn, houdt ook in: Je vindt mij niet per se daar, waar je mij al eens gevonden hebt" (pag. 103).

Het zal duidelijk zijn dat wij dit geschrift nauwelijks kunnen aanbevelen. De auteur gaat daarvoor te veel uit van een subjectief waarheidsbegrip, waarbij de vraag rijst waarin de bijbelverhalen verschillen bijv, van literatuur uit de Umwelt van Israël. Als immers bepaalde bijbelverhalen waar zijn, omdat en voorzover ze door de lezer als waar worden ervaren, kan dat ook toegepast worden op Mesopotamische volksverhalen. Wellicht zal Deurtloo dat ook niet ontkennen, maar doet daarmee intussen wel tekort aan het normatieve en goddelijke gezag van die bijbelverhalen, op grond van het zelf-getuigenis van de Schrift (vergelijk 2 Tim. 3 : 16 er 2 Petr. 1:19-21).

Hiermee hangt uiteraard samen het feit dat hij zonder meer uitgaat van het gezaghebbend karakter van de historisch-kritische en literair-kritische benadering van de Schrift.

Wij willen de problemen, waarvoor een zorgvuldige exegese van de tekst ons kan plaatsen, niet bagatelliseren, doch weigeren te aanvaarden dat het alternatief voor de benadering van de Schrift, die de auteur voorstaat, een onkritisch biblicisme zou zijn.

Er is ook nog een tussenweg: Die van een nauwkeurig filologisch en exegetisch onderzoek van de tekst, vanuit een theonome houding, waarbij tegelijk recht gedaan wordt aan de eigen stijl en het eigen taalgebruik van de verschillende bijbelschrijvers.

Dan zullen er vragen overblijven (denk alleen al aan de vraag van de overlevering van de handschriften); maar dan zullen wij ons ervoor wachten vanuit een autonome benadering oplossingen aan te dragen voor wat op het eerste gezicht oneffenheden in de tekst lijken.

N.a.v. „Waar gebeurd" door Karel Deurloo. Uitgave: Ten Have, Baarn.
1981, 109 pagina's, prijs f 14,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.