+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Jullie nemen het mij natuurlijk niet kwalijk, dat ik nog even terug kom op die ontmoetingsdag, die we, als vrienden van Bewaar het Pand, op zaterdag 17 april, met elkander mochten hebben te Dordrecht, in de Christelijke Gereformeerde Kerk aan de Singel.

Het is een dag geworden, die menigeen niet gauw vergeten zal.

De Commissie van Redactie, die deze dag georganiseerd heeft, kan alleen maar van een „wonder” spreken. We wisten niet of er 50 of 500 bezoekers zouden komen. En zie daar, de mededelingen in ons vorige nummer hebben er niet om gelogen, het aantal heeft de gedachten van de Commissieleden ver overtroffen.

We kunnen niet anders dan dankbaar zijn, voor zulk een belangstelling.

De reacties, die we persoonlijk van verschillende bezoekers mochten ontvangen, waren, zonder uitzondering, onverdeeld gunstig! Iemand uit het Noorden vertelde mij zclfs: Ds., als u weer zo’n dag houdt, ’t zij waar ook in het land, al moet ik er droog brood voor eten, ik kom weer. Want ik ben er helemaal opgcleefd. Wat er gesproken werd, dat had mijn hart.

Kijk, beste vrienden, zulke woorden doen je toch nog goed. Het is een bewijs, dat onze arbeid niet ijdel is. We hopen daarom, in de kracht Gods, er mee door te mogen gaan.

Je hebt ook al gelezen natuurlijk, dat het in de bedoeling ligt, om al het gesprokene op een eenvoudige wijze uit te geven. Je kunt er dan nog eens over nadenken. En degenen, die niet hebben kunnen komen en dat zijn er natuurlijk nog veel meer dan er wel geweest zijn die kunnen er dan ook kennis van nemen.

We hopen dat het gesprokene, wat dan op schrift staat, ook ter harte zal worden genomen. We twijfelen er niet aan. of het geschreven-gesprokene aftrek zal vinden. Maar dat is natuurlijk nog iets anders dan het ter harte nemen.

Men kan natuurlijk een boekje kopen. Voor een paar centen of dubbeltjes ben je eigenaar. Maar als het daarbij blijft, dan kom je er niet veel verder mee. En dat is de bedoeling niet.

We moeten er op bedacht blijven dat we in een tijd van diep verval leven, zoals dit door ons enigermate is betoogd en aangetoond. En de waarachtige bekering, zoals door de oude Ds. Kok daarover is gesproken, blijft een evenzeer noodzakelijke zaak. Ten deze sloten de onderwerpen wel prachtig bij elkaar aan, al hebben wij natuurlijk, een ieder op zijn eigen manier, aan onze gevoelens uiting gegeven.

We schreven zo juist dat we „enigermate” hebben zoeken aan te tonen, dat we in een tijd van diep verval leven. Daar zou natuurlijk nog veel meer over te zeggen zijn geweest. Vooral ook in betrekking tot de jeugd. Doch op zo’n dag ben je altijd aan beperkingen gebonden. Het is ergens ook gelukkig dat men niet alles in een keer zeggen kan, want dan zou er in het vervolg niets meer te zeggen zijn.

Doch nu is er nog heel wat te zeggen. En ik moet zeggen, in velerlei opzicht: Helaas!

Ik denk allereerst aan de buitenkerkelijke jeugd. Dat is de jeugd die niet in de kerk komt. Ze houden alleen de zondag in ere als een vrije dag. Maar dan om hem te besteden, naar eigen genoegen. De wegen zijn daarom op de zondagen overladen met jonge mensen, die overal heengaan, behalve naar Gods huis. Zij gaan naar voetbalvelden, allerhande uitspanningen, waar men tot allerhande uitspattingen komt, bioscopen, danszalen, kroegen, ja waar kan men de jonge mensen des zondags al niet vinden. Men verteert veel geld en heeft daarom uiteindelijk nooit genoeg. Doch dat men z’n arme ziel aan de duivel verkocht heeft, daar is men niet op bedacht.

Misschien denkt iemand van jullie wel: Wat hebben wij daar nu eigenlijk mede te maken?

Ik zou zeggen: Stel deze vraag niet al te gauw zo. Want door hebben jullie, jongens en meisjes, ontzettend veel mede te maken. Want diezelfde jongens en meisjes, die je des zondags niet ziet, omdat ze een andere kant uitgaan, die kom je des maandags en de verdere dagen van de week weer tegen. Je komt ze tegen op de scholen en je komt ze tegen op je werk. En dan hebben ze het grootste woord over alles wat ze op de dag des Heeren hebben gehoord en gezien. Dat is dan natuurlijk meer kwaad dan goed. Ja, laten we maar zeggen, dat het allemaal kwaad is. Want als men de dag des Heeren buiten de dienst des Heeren doorbrengt, dan is dat altijd kwaad. Ook al zou men dan nog niets gedaan hebben, wat de wereld goed noemt.

Ik heb natuurlijk hier niet op het oog allerhande noodzakelijke arbeid, zoals het verplegen van zieken en dergelijke en de verzorging van het vee. Want dat moet doorgaan, ook op de zondag. De bijbel laat hieromtrent geen onduidelijk geluid horen.

Doch we denken aan datgene wat buiten de noodzakelijke zondagsarbeid valt. We behoeven hier verder niet over uit te wijden, want iedere lezer begrijpt wel wat we bedoelen. De mond van de wereldse jeugd loopt over in de week, waar op de zondag het hart vol van is geweest. Ze hebben het over sport en spel. Mooie streken die men heeft bezocht. De omgang tussen jongens en meisjes. Ook tussen lieden van hetzelfde geslacht, maar dan allemaal op een verkeerde manier natuurlijk. Ik hoop dat jullie mij begrijpen, want het lust mij eerlijk niet, om over deze dingen nog meer te zeggen. Alleen het gebruik van verdovende middelen zou ik nog willen noemen. Want dat komt steeds meer „in”. Het gebruik is bij de wet nog wel verboden, doch men laat het oogluikend toe. Ja, men vecht er zelfs voor, om het er door te krijgen, dat men ook ten deze vrij zijn gang kan gaan. Heeft een onderzoek niet uitgemaakt dat ± 22% van een aantal jongelui, waarbij men naar deze dingen een onderzoek heeft ingesteld, van verdovende middelen gebruik maakt? Onderschat daarom dit kwaad niet. Want het neemt hand over hand toe. Ja, het vreet voort gelijk de kanker.

Met dat soort jongelui komen onze jongens en meisjes, de gehele week in aanraking. Daar staan ze tussen. Daar leven ze tussen. Daar tussen moeten ze hun eigen houding bepalen. Dat is ontzaggelijk moeilijk. Jongens en meisjes, daar hebben we begrip voor.

Doch wat doen jullie nu te midden van deze „wereld”? We hebben het woord wereld maar tussen aanhalingstekens geplaatst, om daarmede aan te duiden, dat we in dit verband met het woord „wereld” het terrein van de duivel bedoelen. Dus de goddeloze wereldbevolking, waar de duivel de overste van is.

Je kunt drie dingen doen:

A. Je kunt mee gaan doen. Dat is het gemakkelijkst. Dan val je niet op. Dan ben je immers hunner een? Dan ben je een vriend van de wereld. Je hebt dan van de wereld geen last. Want de wereld heeft het hare lief, zegt de bijbel. En dat is de waarheid.

Aan dat „mee gaan doen” zit meestal een proces verbonden. Dit komt niet zo ineens. Neen, dat gaat van lieverlede zo. Langzaam aan. Maar het is dan net als met iemand die op een hellend vlak staat. Het gaat steeds sneller en tenslotte is er geen houden meer aan. Eerst lach je mee. Dan praat je mee. Daama ga je mee. En tenslotte doe je mee. Eerst word je door je geweten nog wat gewaarschuwd. Doch die stem wordt tegengesproken. De stem van het geweten wordt daardoor steeds zwakker. Tenslotte zwijgt hij. En dan staat men zo ongeveer nergens meer voor.

Zo zijn er al heel wat jongens en meisjes van de kerk afgeraakt. Men werd „wijzer”, naar men dacht. Men wist het beter dan die ouderwetse vader en moeder. Dat zijn immers mensen die pas komen kijken?

Tot verdriet van de ouders, geeft men dan tegen alles, wat men van huis uit meegekregen heeft, een trap. Men heeft met het kerkverband gebroken. Men komt dan alleen nog thuis om te eten en te drinken en zo nodig, om te slapen en geld te halen.

Het is niet te zeggen, hoeveel verdriet er vanwege deze dingen in menig ouderhart leeft. We herinneren ons een uitspraak van een moeder, die een groot gezin had: Ze zei: Vroeger, Ds., trapten ze op m’n schoot, en nu trappen ze op mijn hart. Ongctwijfeld zullen er ook onder onze lezers zijn, die deze dingen vanuit de praktijk van het leven moeten onderschrijven.

Jongens en meisjes, als jullie dit lezen, denkt dan maar veel aan dat bekende vers, Ps. 119:5:


Waarmede zal de jongeling zijn pad,
Door ijdelheen omsingeld rein bewaren?
Gewis, als hij het houdt naar’t heilig blad.
U zoekt mijn hart, mijn oog blijft op U staren;
Laat mij van het spoor, in Uw geboon vervat,
Niet dwalen Heer, laat mij niet hulpeloos varen.


Ouders, als u zulke kinderen hebt en er niet meer mee praten kunt, zoekt ze maar veel op te dragen aan de troon van Gods genade. Voor de Heere zijn er gelukkig geen hopeloze gevallen.

De volgende keer nog iets meer.

Jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.