+ Meer informatie

AL 75 JAAR STRTIDT DE BOND TEGEN HET VLOEKEN

8 minuten leestijd

Vloeken als een Hollander. Dat buitenlandse spreekwoord typeert een opvallend kenmerk van ons volk. Bijna nergens ter wereld wordt de naam van God zo frequent misbruikt als in het land waar de Reformatie haar diepste sporen trok. Nederland is een vloekende natie. Niet sinds een aantal jaren, maar al vele eeuwen. Vanaf 1917 probeert de "Bond tegen het vloeken" het kwaad tegen te gaan. Dit jaar viert de stichting haar 75e verjaardag. Een jubileum dat weinig reden tot vreugde biedt.

De stelling dat nood leert bidden, wordt door de praktijk ontkracht. Opvallend is het jaartal waarin de "Bond tegen het schenden door het vloeken van Gods heilige Naam" werd opgericht. Het was in 1917. Terwijl de wereld zuchtte onder een oorlog die aan tallozen het leven kostte, werd in Nederland gevloekt als nooit tevoren. Zozeer dat een gereformeerd man uit Den Helder van een nationale zonde sprak en besloot een stichting op te richten om het kwaad te bestrijden. Dr. Abraham Kuyper bedacht een passende naam. Een wandbord in het bureau van de stichting, die in Veenendaal kantoor houdt, illustreert de geestelijke ontwikkeling die ons land sindsdien heeft doorgemaakt. Aanvankelijk verwezen de affiches van de Bond naar het Woord van God en de tien geboden. Bijna elke Nederlander was daarmee bekend. Nu wordt vooral geappelleerd aan fatsoensnormen en het gevaar van taalverloedering. Vanaf de bekendste poster van de Bond waarschuwt een kleurrijke papegaai: "Vloeken is aangeleerd! Wordt geen naprater!"

Verbreding
In de beginjaren was de achterban van de Bond tegen het vloeken grotendeels te vinden in gereformeerde kring. Geleidelijk vond een verbreding plaats. Nu vertegenwoordigt het bestuur het geheel van bijbelgetrouwe christenen in Nederland. Een belangrijke doelstelling is het mobiliseren van de achterban in de strijd tegen het vloeken. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan propaganda en voorlichting, om het Nederlandse volk bewust te maken van het misbruik van Gods naam in ons land. De inkomsten van de Bond, die 12.500 donateurs telt, halen nog niet de 450.000 gulden, wat gezien de breedte van de achterban een betrekkelijk gering bedrag is. Een groot deel ervan wordt gestoken in stationsreclame en reclame op Schiphol. Verder worden kleine advertenties geplaatst in de Telegraaf en in het Algemeen Dagblad. Voor scholen en verenigingen beschikt de Bond over videoopnamen van de voorlichtingsfilm, die doorlopend worden aangevraagd. Op verzoek van leerkrachten is onlangs een lesbrief ontwikkeld.

Vertalingen
De uitvoering van het beleid is in handen van adjunct-secretaris drs. R. van de Poll, de enige fuU-time medewerker van de Bond. Over de ontwikkeling van het taalgebruik in ons land is hij allerminst optimistisch. „Ik heb zeker niet de indruk dat er minder wordt gevloekt dan vroeger. Met name in de media is het openlijke misbruik van Gods naam sterk toegenomen. Vroeger gold in de omroepwereld de ongeschreven regel dat niet werd gevloekt. Na de jaren zestig is dat totaal veranderd." Hoe verklaart u dat juist een door het calvinisme gestempeld land als Nederland al sinds mensenheugenis opvalt door Godslastering ? „Dat is moeilijk te zeggen. Misschien vanuit een reactie op het calvinisme. In 1989 verscheen het boekje "You bloody fooi, hoe vertaal je dat" van Niek Bakker. Daarin wordt aangetoond dat Nederlandse vertalingen van Engelse boeken meer vloeken bevatten dan de originele uitgaven. Door de vertalers wordt dus zeer welbewust gevloekt. Dat geldt ook voor het vloeken op reformatorische scholen. Zelfs daar komt het voor, waarschijnlijk vanuit dat zelfde afzetten tegen de christelijke achtergrond." Momenteel groeit een generatie op die weinig tot niets van het christelijk geloof weet. Zal het vloeken daardoor afnem.en f „Dat betwijfel ik. Veel jongeren zijn opgegroeid in een milieu waarin bij emotionele omstandigheden werd gevloekt. Dat wordt klakkeloos overgenomen. Als ik op een school in een behoudende streek vraag of vloeken zonde is, gaan alle vingers de lucht in om dat te te bevestigen. Stel ik dezelfde vraag op een school in de buurt van Rotterdam, dan komt er geen enkele vinger.

Kinderdagverblijf
De generatie die nu opgroeit ziet een vloek als een verspreking, niet als zonde tegen God. Je kunt ze daar ook niet meer op aanspreken. Wat overblijft is het appelleren aan fatsoensnormen en het feit dat anderen door vloeken worden gekwetst. Daar zijn zeker jongeren op aanspreekbaar. Nog niet zo lang geleden werd in Hoevelaken een kinderopvangverblijf geopend onder de naam "Gossie". Daarop werden wij door iemand in de achterban gewezen. Wij hebben naar het bestuur van dat kinderverblijf geschreven dat dit woord moeilijk ligt voor gelovige mensen, omdat het een bastaardvloek is. Dat wisten die bestuursleden niet. Ze waren direct bereid de naam aan te passen. Als je de moeite neemt om te reageren valt er nog heel wat te bereiken. Veel mensen roepen onder elkaar ach en wee te roepen, maar doen in de praktijk niets."

Papegaai
De spreuken waarmee de Bond werkt zijn veel algemener geworden. Was dat een bewuste keuze? „Daar is inderdaad uitvoerig over gesproken. Vroeger kon je inspelen op de godsdienstige achtergrond van mensen of aanwezige kennis van de Bijbel. We leven nu in een tijd waarin velen nauwelijks godsdienstig besef hebben. Gelovigen voelen zich aangesproken door "Spreek vrijmoedig over God, maar misbruik nooit Zijn naam", maar het ongelovige deel van ons land zegt zo'n spreuk niets. Wat we proberen is in de gedachtenwereld van deze men- > sen een ingang te vinden, om toch binnen te komen. Dat vraagt een andere benadering. De boodschap moet overkomen bij een doelgroep die van de Bijbel geen weet heeft. Daaruit is die papegaai-poster ontstaan. Die blijkt bijzonder aan te spreken." Is het bezwaar niet dat het wezenlijke kwaad van het misbruik van Gods naam niet m.eer wordt aangegeven ? „Daar ligt inderdaad een bezwaar. We denken er daarom over om op een nieuw affiche in kleinere letters een verklarende tekst te zetten. Een praktisch probleem daarbij is wel dat je op een affiche maar een geringe hoeveel tekst kwijt kunt. Zet je er te veel op, dan gaat het effect verloren. Mensen nemen in een flits kennis van de boodschap. Die mag daarom niet te lang zijn."

Functioneel vloeken
Hoe is de werkwijze van de Bond tegen het vloeken ? „In de eerste plaats adviseren we mensen altijd om zelf te reageren als ze worden geconfronteerd met het misbruik van Gods naam. Voor het indienen van een protest bij een omroep verstrekken wij gratis voorgedrukte protestkaarten. Van die kaarten wordt veel gebruik gemaakt, al komt een persoonlijke brief meestal nog beter over. Ziet men onze naam, dan is de reactie meestal veel geprikkelder." Er wordt w}elgereageerd? „Meestal wel. Vooral op persoonlijke brieven van particulieren komen vaak keurige antwoorden terug. Wij ontvangen daar geregeld afschriften van." Is er wat dat betreft sprake van een ontwikkeling in de goede richting? „Aan de ene kant wel. Bij een omroep als de VPRO vind je nog steeds geen luisterend oor, maar dat ligt bij de meeste andere omroepen anders. Uit passages in een jaarverslag van de VARA viel op te maken, dat het beleid erop gericht is om het imago van een beschaafde omroep te krijgen. Dat komt overeen met brieven die mensen uit onze achterban krijgen, als ze reageren op aanstootgevende uitspraken in programma's van deze omroep. Daarin wordt aangegeven dat van de presentatoren wordt verwacht dat ze niet vloeken. Maar men maakt er geen bezwaar tegen als een persoon die wordt geïnterviewd de naam van God misbruikt. Dat heet dan functioneel vloeken."

Affiche
Hoe groot is het effect van de posters en stickers van de Bond? „Dat valt nooit helemaal te meten. Maar het effect is er zonder meer. In februari verscheen zelfs een artikel over ons werk in de Frankfurter Allgemeine Zeitung. Een journalist van die krant had op het Centraal station in Amsterdam onze papegaai-poster zien hangen en was daardoor nieuwsgierig geworden. Bij het artikel was ook het adres van de Bond vermeld. Het gevolg was dat wij prompt reacties uit Duitsland kregen. Aanvragen voor posters en informatie." De Bond diende in januari een klacht in bij de Reclame Code Commissie over reclameposters van de Belgische drukkerij Hecht, waarop de zondeval werd gebruikt als reclamegegeven. Valt zo 'nprotest nog binnen de doelstelling? „De directie van de drukkerij vroeg zich inderdaad af waarom wij reageerden, omdat het affiche geen vloek bevatte. Wij hebben daartegenover gesteld dat het affiche een signaal afgeeft dat het effect heeft van een vloek of nog erger. Het is niet voor niets dat juist wij reacties binnenkregen en het verzoek om te reageren."

Mythologie
nis afneemt, steeds meer reclamemakers bijbelse thema's gaan gebruiken voor reclamedoeleinden ? „Ik denk dat het volledig past in onze post-christelijke cultuur. In elke culturele overgangsperiode wordt teruggegrepen op zaken uit het verleden die men als mythologie is gaan beschouwen. Hoe vaak is ook niet teruggegrepen op de Griekse mythologie. Voor hedendaagse reclamemakers is het gebruik van bijbelse gegevens een aardige manier om terug te grijpen op de christelijke wortels van hun voorouders. Waarbij ze geen rekening houden of willen houden met het feit dat er een bevolkingsgroep is die het christelijk geloof nog op precies dezelfde wijze beleeft als die voorouders." <

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.