+ Meer informatie

Bevinding en „De aard van het Schriftgezag"

13 minuten leestijd

In „God met ons", gemeente-editie van het rapport dat betreffende deputaten onder de titel „De aard van het Schriftgezag" aan de synode der Gereformeerde Kerken aanboden, geeft deze synode „een handreiking tot een dieper verstaan van de Heilige Schrift". Dat is althans haar bedoeling.

De kern van dit rapport is het relationeel waarheidsbegrip. Vooruitlopend op nader onderzoek stellen wij vast dat dit begrip stoelt op het idee dat de waarheid pas zinvol is als zij als waarheid ervaren wordt.

Zo geformuleerd lijkt het erop dat de gereformeerde deputaten de erfenis van de Nadere Reformatie hebben aangesproken. Immers, wordt ook in onze kring niet geleerd dat de waarheid bevindelijk gekend, dat is als waarheid ervaren, moet worden? Dat wij hier voor een reële vraag staan moge uit het vervolg genoegzaam blijken.

Het probleem
Waardoor zijn (ook) de Gereformeerde Kerken in moeilijkheden gekomen? De dominee neemt in zijn studeerkamer kennis van de resultaten van de wetenschap. De wetenschap heeft hem geleerd — zoals dat dan heet — dat de aarde anders is ontstaan dan in Genesis beschreven, dat de Pentateuch uit verscheidene bronnen is samengesteld, dat zogenaamde geschiedschrijving in de Bijbel slechts het karakter van volksverhaal of van etiologie heeft, dat homofilie niet een kwestie van ,,zo" doen is, maar van „zo" zijn, dat Jezus niet alles gezegd heeft wat Hem wordt toegeschreven etc. Deze resultaten hebben gevolgen voor zijn Schriftvisie, voor zijn exegese, voor zijn pastoraat.

Intussen gelooft een groot deel van het minder bestudeerde kerkvolk nog „gewoon" in dé Bijbel, evenals de zogeheten fundamentalistische intellectuelen. De dominee kan natuurlijk een vraagteken achter de resultaten van de wetenschap plaatsen. Maar als hij dat niet doet en de resultaten overneemt als betrouwbaar, ontstaan de spanningen.

Onze dominee is immers én theoloog én predikant. Hij staat dan ook voor de keus een dubbelleven te leiden of de knuppel in het hoenderhok te gooien. Moet hij op de preekstoel de wetenschap mee laten spreken? Hardop zeggen dat het verhaal over Sodom een primitieve verklaring is voor het ontstaan van de Zoutzee? Hardop zeggen dat het verhaal over de dochters van Lot verzonnen is om uiting te geven aan de minachting van het buurland, een soort Belgenmop dus? Dan komt de kerkganger in opstand.

Dan maar op de preekstoel de schijn ophouden dat hij óók nog ,,gewoon" gelooft? Dan voelt de dominee zich wellicht een huichelaar. Kortom, òf de dominee, òf het volk raakt in gewetensnood. Daar moet wat aan gedaan worden. Zeker met het oog op de dreigende verstrooiing van de kudde.

De alternatieven
Eigenlijk draait het hele probleem om wat „waar" is. Wie heeft gelijk? De Bijbel? Dan is de dominee een ketter. De wetenschap? Maar dan moet het geloof op de helling. Allebei? Hoe kan dat dan?

Er zijn twee manieren om dit probleem op te lossen. Een voorbeeld ter verduidelijking. Iemand vraagt mij: „Ben je al oud?" Ik antwoord: ,,Nee, 26." Hoe kon ik „nee" zeggen? Omdat ik stilzwijgend aannam dat de vraagsteller hetzelfde met „oud" bedoelt als ik. Maar ik had natuurlijk ook meteen kunnen antwoorden: „Och, 't hangt er maarvanaf wat je ,,oud" noemt.

In het eerste geval antwoordde ik gegeven het begrip „oud", in het tweede stelde ik het begrip ,,oud" ter discussie. Evenzo kan je het probleem of de Bijbel waar is, op twee manieren oplossen. De eerste manier is die van het bewijs. Denk aan een titel als ,,De Bijbel heeft toch gelijk". De tweede manier is die van de wijziging van begrip. Voor deze oplossing heeft de gereformeerde synode gekozen.

Het bewijs fungeert gegeven het begrip dat men van ,,waar" heeft. Wat verstaat de kerkganger onder ,,waar"? Een spiegeling van de werkelijkheid. De uitspraak „Jan is op school en niet thuis" is waar als Jans lichaam zich op school bevindt en niet thuis. De uitspraak is waarheid, omdat er, zeg maar, een live-opname in gegeven wordt. Als de kerkganger zegt dat de Bijbel „waar" is, bedoelt hij dus dat er een live-opname in gegeven wordt: de ezel van Bileam sprak, Jona was in de walvis zoals Jan op school was. En net zoals de vraag, of de uitspraak „Jan is op school en niet thuis" waar is, beantwoord wordt met het bewijs dat Jan op school is, wordt bewezen dat de Bijbel waar is door bijv. opgravingen, of door ingenieuze berekeningen die aantonen dat in de tijd van Jozua de zon inderdaad even stilstond.

Waarheidsbegrip
De tweede methode is het sleutelen aan het begrip ,,waar". Zag de twijfelende, kerkganger nu maar in dat met ,,waar" iets anders bedoeld wordt dan „live-opname" — men noemt dat het objectief waarheidsbegrip — de verontrusting zou rusten. Het begrip dat men van ,,waar" heeft moet veranderen.

De gereformeerde synode heeft, zoals genoemd, voor deze methode gekozen. Waarom? Dat zullen wij straks nagaan. Eerst proberen wij het nieuwe waarheidsbegrip in beeld te krijgen. Het is geleend bij de filosofie.

Wat waarheid is, kan als een polariteit voorgesteld worden: óf de waarheid dringt zich als zodanig onontkoombaar aan ons op (objectief waarheidsbegrip) óf wij maken zelf wel uit wat waarheid is (subjectief waarheidsbegrip). Zoals in de mode: van mini naar maxi. Daar tussenin zit midi.

Zo wordt in de ontwikkeling van de filosofie een waarheidsbegrip geboren dat zowel het objectieve als het subjectieve element herbergt, het zgn. ,,relationele waarheidsbegrip". Waarheid is het produkt van subject en object.

In het objectief waarheidsbegrip is de Bijbel, als een live-opname, aan de mens medegedeeld. God zendt de waarheid, de mens ontvangt de waarheid.

In het relationeel waarheidsbegrip is sprake van samenwerking. God met óns. God spreekt (d.i. het Woord, object, het ,.tegenover"), te weten in de werkelijkheid, hetgeen door de mens (subject) wordt opgemerkt, waardoor die mens van God gaat gewagen. Hij gaat opschrijven, wat hij, als exponent van zi'jn — primitieve — cultuur, in zijn relatie met God, van God begrepen heeft. De Bijbel is dan de relationele waarheid: menselijk antwoord op een sprekende God: door de mens medebepaalde waarheid. Voorwaar een geniale oplossing.

Huidige denken
Waarom heeft de synode nu voor deze oplossing gekozen? Eén beweegreden wordt zwart op wit in het rapport genoemd. In de dagen van Kuyper en Bavinck dacht men graag in termen van „organismen", zoals wij tegenwoordig graag over „systemen" spreken. De grondleggers van de mannenbroederschap speelden met hun organische inspiratieleer dus in op het denken van hun tijd.

Deze werkwijze nu wordt door de synode gekopieerd. Het huidige denken, zo leert de filosofie, is relationeel. Je kunt een ander niet zeggen wat waar is, hooguit wat jij waar vindt, als waar bevindt. Waarheid is niet, zij wordt. Toegepast op het geloof: wat heb je eraan, te beweren dat Christus wáár is opgestaan, als je toehoorder geen relatie met Jezus heeft? De opstanding is waarheid, zodra het voor de toehoorder waarheid geworden is.

De andere beweegredenen moet je proeven. Probeert men niet God en de wetenschap te sparen? Laten wij het eens toepassen op Genesis 1. Het objectief waarheidsbegrip voldoet niet: God zou een live-opname aan de schrijver van Genesis gegeven hebben, die blijkens wetenschappelijk onderzoek geen live-opname is. (Merk op dat in deze redenering de Bijbel niet hoger gewaardeerd wordt in zijn betrouwbaarheid dan de wetenschap).

Het relationeel waarheidsbegrip voldoet wel. Waarom? De auteur van Genesis zag de bloemetjes en de bijtjes. Hij merkte daarin de stem van God op. Het spreken Gods bracht zijn mensentong in beweging. Hij schreef het verhaal van de schepping zoals dat voor hém, in zijn relatie tot God, als exponent van zijn cultuur, waarheid was. Ziedaar. God blijft. Hij schiep. Hoe? Dat vertelt de wetenschap. En zo heeft de mens van het relationeel waarheidsbegrip de waarheid toebedeeld. Aan God en aan de wetenschap. Al is de leugen nog zo snel, de waarheid is relationeel.

Unieke
Probeert men niet een middel te vinden om het unieke van het christelijk geloof van een vraagteken te voorzien? Over de verhouding tot de andere godsdiensten wordt in „God met ons" gezegd dat het niet om de woorden, maar om de daden gaat. „Als het in het christelijk geloof werkelijk om een „uitnemender weg" gaat, moet men dat niet zeggen, maar tonen door die weg daadwerkelijk te gaan. (...) In het gesprek tussen wereldreligies moet het hierop aankomen: welke waarheid zal de betrouwbare blijken te zijn?".

De christen mag dus niet meer zeggen dat hij dé waarheid kent. Getuigenis wordt gesprek. Evangelie wordt dialoog. Gesteld wordt dat de vraag naar de verhouding met de andere religies in het verlengde van het relationeel waarheidsbegrip ligt. De stellingname ten aanzien van die religies zou er dus de consequentie van zijn. Maar ligt de relatie niet andersom? Heeft men niet eerst voor de oecumene gekozen, om het vervolgens in te zegenen met een beroep op het relationeel waarheidsbegrip?

Bevrijding
De synodepraeses sprak van een dag van bevrijding. Je ziet het voor je. De verontrusten fladderen angstig in hun fundamentalistisch kooitje rond, nu de zwabber van de wetenschap langs de tralies wordt gehaald. De synode doet met het nieuwe waarheidsbegrip het deurtje open: eindelijk vrijheid, gelijkheid en broederschap, met dank aan Geelkerken.

Vrijheid, omdat het geloof van zijn krampachtigheid is verlost. Gelijkheid, omdat niemand dé waarheid in pacht heeft. Broederschap, omdat, nu de betuttelende waarheid aan de galg hangt, de poort geopend is naar ongekende perspectieven, waarnaar men samen op weg gaat.

Maar is er intussen niet een beetje gemanipuleerd? Men suggereert dat het relationele waarheidsbegrip afrekent met het verschijnsel dat de ene mens, de waarheid in pacht hebbend, de andere mens met die waarheid knecht. Vanaf heden heeft niemand de waarheid in pacht. Want waarheid is niet, zij wórdt, in relatie, en moet getóónd worden.

Maar intussen heeft de synode wel de waarheid in pacht... dat de waarheid relationeel is, sterker nog, dat de waarheid relationeel is. All pigs are equal, but some pigs are more equal...

Werkelijkheid
In het rapport wordt waarheid losgekoppeld van werkelijkheid. Zo kan Genesis 1 of het boek Jona best waarheid zijn, zonder werkelijkheid te zijn. Men heeft het begrip waarheid gewijzigd, in navolging van de filosofie, maar het begrip werkelijkheid laten staan. Is dat niet een beetje opportuun?

Is het begrip werkelijkheid niet evengoed in de filosofie een dynamisch begrip geweest? Zijn er geen discussies gevoerd over de eenzijdigheid van het positivisme? Waarom heeft men het relationeel waarheidsbegrip ingevoerd? Toch vanwege de onrust in de kerk? En waardoor ontstond die onrust? Toch vanwege de resultaten van de wetenschap? Toch vanwege de resultaten van de wetenschap?

En welk waarheidsbegrip hanteert die wetenschap? Toch het objectief waarheidsbegrip? Wat is er dus aan de hand? De kerkganger moet zijn objectief waarheidsbegrip laten plaatsmaken voor het relationeel waarheidsbegrip omdat de wetenschap een objectief waarheidsbegrip hanteert!

Wij lezen weliswaar in het rapport ,,Steeds meer wint de overtuiging terrein dat de moderne wetenschappen niet zonder meer de natuur rondom spiegelen", maar is de wording van het rapport intussen niet voortgesproten uit een wetenschap die nog het objectieve waarheidsbegrip hanteerde?

Waarom dan ,,neen" tegen de gelovige en „ja" tegen de wetenschap gezegd, als beiden zich van hetzelfde objectieve waarheidsbegrip bedienen? Als de synode van mening is dat het objectief waarheidsbegrip niet voldoet, moet zij dan niet beginnen met vraagtekens te plaatsen achter de resultaten van de wetenschap waarop zij zich baseert?

Verstandelijk en bevindelijk
In de gereformeerde gezindte bezigt men het begrippenpaar „verstandelijk en bevindelijk". Toen ik één van de deputaten hoorde zeggen dat waarheid niet is, maar wórdt, nl „in relatie met de Opgestane", vroeg ik hem of de driedeling objectief-subjectief-relationeel niet beter vervangen kan worden door de tweedeling verstandelijk-bevindelijk. Het antwoord was ontkennend. Waarom?

Jezus Christus is de waarheid. Kajafas maakte, evenals Nicodemus, met Christus kennis. De eerste tot oordeel, de tweede tot voordeel. Kan je nu zeggen dat Christus de waarheid niet was, omdat Kajafas Hem niet, in relatie met Hem, als de Waarheid bevond?

,,Neen", antwoorden de mensen van de bevinding," de Waarheid bestaat bij de gratie van zichzelf, zij heeft niet van node als zodanig geloofd te worden". De waarheid is. Zij kan ge-kend worden zonder er-kend te worden, ,,want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden".

Paulus betrekt deze tekst uit het Oude Testament op de vertreding van het bloed van de Zoon van God. De kennis der waarheid is uit de prediking van Christus. En daarom is het Tyrus en Sidon verdraaglijker in de dag des oordeels. Met „bevindelijk" wordt niet op het gevoelen van de mens geduid, maar op het werk van de Geest.

Wij kennen de waarheid bevindelijk als de Geest met onze geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn. De Geest heeft dan de blinde zielsogen voor de Waarheid van schuld en genade geopend. In „God met ons" is de waarheid, al bevindend, in wording, door de mens medebepaald. Wij daarentegen zijn van mening dat de waarheid, zelfstandig, aan de mens toegepast wordt. Zij heeft niet van node geloofd te worden om waarheid te zijn. Het begrippenpaar verstandelijk-bevindelijk is nauw verbonden met het, door de synode gewraakte, objectief waarheidsbegrip.

Weerlegging
Is het nu noodzakelijk om deze beschrijving te laten volgen door een weerleggeing van wat in „God met ons" staat? Moet niet, met de Bijbel in de hand, bewezen worden dat de gereformeerde synode er naast zit? Dat is al volop geprobeerd: In EO-uitgaven, in „Waarheid en eenheid", in ,,De Waarheidsvriend". Ik vraag mij echter af of zulke bewijzen wel zinvol zijn.

Men wil namelijk het objectief waarheidsbegrip bewijzen door een beroep te doen op bijv. 2 Tim. 3: „Al de Schrift is van God ingegeven". Men bewijst dan de inspiratie van de Schrift met de Schrift zelf. Maar dat lijkt mij onmogelijk: Wie bewijst, dat het Paulus ingegeven is te zeggen dat de Schrift is ingegeven?

Wij kunnen hooguit bewijzen dat Paulus een objectief waarheidsbegrip hanteerde, maar zulks functioneert, in het gesprek met de synode, pas als bewijs als én de syynode én de zogeheten fundamentalisten een gelijke waarde hechten aan de woorden van Paulus.

En dat is nou net niet het geval.

Voor de fundamentalisten is Paulus' uitspraak over de inspiratie immers een hem uit de hemel geopenbaarde waarheid, voor de synode een relationele, door Paulus medebepaalde waarheid. Met bewijzen komen wij dus geen stap verder.

Slechts het getuigenis dat de Heilige Geest in onze harten geeft dat de Schriften van God zijn, is het enige onomstotelijke bewijs. Niet zonder reden treffen wij dit bewijs aan in de belijdenis. In de belijdenis des gelóófs. Vanaf heden kan de gereformeerde synode niet meer bewijzend, alleen nog maar getuigend aangesproken worden.

Tot slot
De deputaten klagen steen en been over het onbegrip m.b.t. het rapport. Mijn begrip zal daar wel geen uitzondering op vormen. Reden te meer om „God met ons" zelf te toetsen. Onwaarheid heeft het voordeel dat zij de waarheid aan het licht brengt.

Maar misverstand van het rapport is niet het ernstigste misverstand. Ernstiger is misverstand van de waarheid, waar wij zo hard voor kunnen vechten, zelfs als wij er geen deel aan hebben. Heeft de pijl van het relationeel waarheidsbegrip óns geraakt, of heeft die pijl onze Gód geraakt? Is het idee dat wij voor een eenmaal tégen ons getuigende waarheid kunnen strijden, niet huiveringwekkend?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.