+ Meer informatie

Geloof en Wetenschap (1)

Prof. dr. ir. A. van den Beukel: "Voor mijn geloof heb ik geen behoefte aan objectieve feiten"

16 minuten leestijd

"Je moet als fyxicus wel een gespleten persoonlijkheid hebben om nog in een god te kunnen geloven." Met die opmerking van Nobelprijswinnaar Simon van der Meer in NRCHandelsblad kon prof A. van den Beukei het doen. Want hij is natuurkundige en gelooft desondanks in God. In "De dingen hebben hun geheim" beantwoordt hij de vraag hoe dat mogelijk is. Overtuigend toont hij aan dat de natuurkunde slechts een beperkt beeld van de werkelijkheid toont. Tegelijkertijd neemt hij afstand van het fundamentalisme. Het gaat de Delftse hoogleraar om de ervaring van het christelijk geloof Dogma's laten hem koud. Vandaag de eerste aflevering van een serie interviews met christenwetenschappers over de verhouding tussen wetenschap en christelijk geloof.

Het is niet alledaags dat een boek over het spanningsveld tussen natuurwetenschap en christelijk geloof in brede kring aanslaat. Uitgeverij Ten Have in Baarn was dan ook niet echt enthousiast toen de fysicus A. van den Beukei een persoonlijk getint manuscript aanbood waarin dat spanningsveld centraal staat. Pas na lang aarzelen werd besloten tot uitgave van "De dingen hebben hun geheim. Gedachten over natuurkunde, mens en God". Inmiddels is de derde druk van de pers gerold, nog geen halt jaar na verschijning van het boek. De auteur is zo mogelijk nog verbaasder over het succes dan de uitgever. „Ik wist überhaupt niet of het iets voorstelde, laat staan dat ik dit had verwacht. Ik krijg stapels brieven, waaruit blijkt dat veel meer mensen met de beschreven problematiek zitten dan ik gedacht had." Opvallend is dat vooral de gewone man zich door het boek van Van den Beukei aangesproken voelt. „Uit wetenschappelijke kring krijg ik vrijwel geen reacties. Daar heerst een diep stilzwijgen. Zeker hier in Delft. Ze vinden het griezelig om over die dingen te praten. Dat doe je niet."

Mateloze arrogantie
De Delftse hoogleraar groeide op in een gereformeerd gezin. Zijn vader was een eenvoudige landbouwer. Arie behoorde tot de knapste jongetjes van de klas en mocht doorleren. Hij had een exacte knobbel, ging na het gymnasium naar de TH in Delft, promoveerde en werd benoemd tot hoogleraar in de natuurkunde aan de universiteit waar hij zelf gestudeerd had. Tot verdriet van zijn vader, die de hoop had gekoesterd dat hij eens predikant zou worden. Door zijn functie werd Van den Beukei geconfronteerd met collega's die zich als de goeroes van de moderne mensheid beschouwen. Naar hun overtuiging zal de natuurkunde binnen afzienbare tijd de laatste geheimen van ons bestaan oplossen. „Dan kennen we de geest van God", schreef de wereldberoemde Britse fysicus Stephen Hawking aan het eind van zijn bestseller "Het heelal". De visie van Van den Beukei staat daar haaks op. In "De dingen hebben hun geheim" neemt hij stelling tegen "de mateloze arrogantie" die hij bij fysici als Hawking bespeurt. Ze maken zich volgens hem schuldig aan grensoverschrijding. „Natuurwetenschap (ver-)wordt tot pseudo-religie waarvan de wetenschappers de priesters zijn."

Kwantumrevolutie
In het eerste deel van het boek schetst de hoogleraar de ontwikkelingen in de moderne natuurkunde. Een belangrijke plaats daarin heeft zijn uiteenzetting over de kwantumrevolutie, die ten grondslag ligt aan de hedendaagse fysica. Tot het begin van onze eeuw heerste de gedachte dat alle verschijnselen verklaarbaar zijn uit oorzaak en gevolg. Inmiddels is vast komen te staan dat op het niveau van de atomen de onzekerheid fundamenteel ingebakken zit. Daardoor is een einde gekomen aan de zogenaamde objectieve werkelijkheid, die door natuurkundigen vanuit een neutrale positie onderzocht zou kunnen worden. Van de fysicus Niels Bohr is de treffende opmerking: „We zijn niet louter toeschouwers, we zijn acteurs in dit grote drama van de natuur." De waarnemer en het waargenomene zijn één en onscheidbaar. Die ontdekking bracht grote natuurkundigen als Einstein en Heisenberg aan de rand van de wanhoop. Op een in 1987 gehouden conferentie van natuurkundigen vatte de Israëlische fysicus Max Jammer de moderne ontwikkelingen in de natuurkunde samen met de woorden: „Het schijnt dat hoe meer we weten in de natuurkunde, hoe minder we begrijpen van de fysische wereld".

Apologie
Van den Beukei is er niet door geschokt. In "De dingen hebben hun geheim" stelt hij zijn lezers de vraag: "Wat kan er toch voor aantrekkelijks steken in een beeld van het heelal dat bestaat uit een verzameling atomen die misschien ooit, in het begin, door God geschapen en in beweging gezet zijn en die zich sindsdien bewegen op een door ijzeren natuurwetten volstrekt voorgeschreven manier, waar met geen mogelijkheid iets aan te veranderen valt?" Voor de Delftse hoogleraar is het antwoord duidelijk. Zo'n wereldbeeld degradeert de mens tot een machine. „Zeker. De directe aanleiding om het boek te schrijven was een gesprek met mijn broer, die wel predikant is geworden. Hij werd geconfronteerd met mensen, vooral jongeren, die hem zeiden: Het bestaan van God is achterhaalde flauwekul. Zijn vraag aan mij was: Hoe moet ik mij daartegen verdedigen? Ik heb hem beloofd wat op papier te zetten. Daar is dit boek uit voortgekomen. Had een dominee het geschreven, dan was de weerklank denk ik veel minder geweest. Het spreekt aan, omdat nu iemand uit de wetenschappelijke wereld vraagtekens zet bij de pre-O tenties van de wetenschap."

Ambacht
U komt uit een geferofmeerd nest. Hebt u de natuurkundestudie als een aanslag op uw geloofsovertuiging ervaren?
„Nee, dat kan ik me niet herinneren. Hier in Delft is de natuurkunde gericht op de toepasbaarheid ervan. Het is een vak, een ambacht. Het filosofische aspect staat heel sterk op de achtergrond. Daar werd ook nooit over gepraat onder studenten. Later moet er wel zoiets als een spanningsveld geweest zijn tussen de fundamentalistische opvattingen over de Bijbel en dat wat de natuurwetenschap aan het licht bracht. Maar juist in die jaren begon in de Gereformeerde Kerken, waartoe ik behoor, de verandering in het denken over de aard van het Schriftgezag. Dat proces heb ik soepel, praktisch spanningsloos, meegemaakt."

Verantwoordelijk
Welke plaats heeft de Bijbel voor u in de beoefening van de wetenschap?
„Laat ik een sigaartje opsteken, want als ik me niet vergis komen nu de moeilijke vragen. In de eerste plaats is het goed om te bedenken dat ik hier een vak uitoefen. Net als de bakker. Die bakt brood omdat het volk brood nodig heeft en wij leiden ingenieurs op, omdat de samenleving daarom vraagt. Vraag je aan de bakker welke plaats de Bijbel heeft in het bakken van zijn brood, dan zal hij toch ook eerst, net als ik, in verlegenheid zijn. Daar is natuurlijk niet alles mee gezegd. Ik heb in dat boek een hoofdstuk gewijd aan de verantwoordelijkheid van de wetenschapper met betrekking tot de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. De conclusie die ik daar trek wordt me zeer kwalijk genomen door met name progressieve dominees. Mijn conclusie is namelijk dat de wetenschapper nauwelijks invloed heeft op de resultaten van zijn onderzoek, zeker als het fundamenteel onderzoek betreft. Ben je wat toegepaster bezig, dan geldt nagenoeg hetzelfde. Neem de ontwikkeling van de chips. Is het goed of verkeerd om daaraan te werken? Ze zitten in een tv, maar ook in een bom. De verantwoordelijkheid van de wetenschapper is voor mij geen andere dan die van de bakker en de melkboer, namelijk om de doeleinden van de samenleving ter discussie te stellen. Zijn wij met z'n allen wel goed bezig? Hebben wetenschap en techniek in onze samenleving niet de dimensies van een afgod aangenomen? "

Waarnemingen
U spitst uw antwoord toe op de wetenschapsresultaten. Welke plaats heeft de Bijbel voor u als het gaat om de uitgangspunten voor wetenschapsbeoefening?
„De basis van de natuurkunde wordt gevormd door waarnemingen. Die probeer je onder te brengen in een raamwerk, een model, een theorie waarin die waarnemingen worden beschreven. Zolang waarnemingen die theorie bevestigen, handhaaf je die."
De waarnemingen ijken nooit in strijd met het bijbelse spreken?
„In mijn vakgebied niet. Dat kom je vooral tegen in de biologie en de kosmologie. Er zijn mensen die de resultaten van onderzoek op die terreinen in strijd achten met Genesis 1. Voor mij speelt dat absoluut niet, omdat ik van mening ben dat Genesis 1 ons niet probeert bij te brengen wat er allemaal gebeurd is sinds de grote knal. Wat de Bijbel zegt is voor mij iets totaal anders dan wat een fundamentahst erover zegt. Als het werkelijk de bedoehng van God geweest was om ons via Genesis mee te delen dat de aarde zesduizend jaar oud is, dan had dat getalletje er wel in gestaan."

Fundamentalisme
U voelt weinig verwantschap met fundamentalisten?
„Ik vind het totaal ongevaarlijk als iemand gelooft dat de aarde zesduizend jaar oud is. Met zo iemand kan ik prima leven. Het probleem is dat fundamentalisten niet alleen op dit punt zo met de Bijbel omgaan, maar op allerlei andere punten ook. Daar wordt het voor mij onaanvaardbaar. Een paar voorbeelden. In Genesis 1 staat: Gaat heen en vermenigvuldigt u. Hanteer je de Bijbel fundamentalistisch, dan zeg je dat ook vandaag nog tegen elk getrouwd paar. Mijn vader komt uit een nest van elf kinderen, mijn moeder uit een nest van zeventien. Ik heb 144 neven en nichten. Stel je voor dat iedereen op die manier aan de uitbreiding van z'n nageslacht werkte. Een tweede voorbeeld. Vervloekt zij Cham. Lees dat fundamentalistisch en je hebt de rassendiscriminatie. De apartheid is gebaseerd op dergelijk fundamentalistisch bijbelgebruik. Derde voorbeeld: homofihe. Je pakt een paar teksten uit wat de apostel Paulus ooit geschreven heeft en de homofiel is een zondig mens. Ik heb een homofiel kind en ik zal u zeggen dat ik, toen die jongen ons dat vertelde, intens blij was dat ik leefde in de synodaal Gereformeerde Kerken. Laatste voorbeeld: de positie van de vrouw. Je neemt een handvol uitspraken die Paulus in de context van zijn cultuur en tijd heeft gedaan, plant die over naar onze tijd en de vrouw heeft niets te vertellen. Dat vind ik het gevaarlijke van het fundamentalisme."

Zekerheden
U ziet de Schrift als tijd- en cultuurgebonden. Welke normatieve betekenis heeft de Bijbel dan nog?
„De Bijbel is voor mij een verzameling teksten van talloze verschillende auteurs. Het zijn getuigenissen van mensen die met God te maken hebben gehad in hun leven. Elke tekst vergt interpretatie, uitleg, zoeken naar de bedoeling en de context. Het Woord van God is in de bijbel. In die zin moet je de Bijbel serieus nemen. Neem de opdracht om heen te gaan en te vermenigvuldigen. Die werd gegeven aan twee mensen op een lege aarde. Dat was een zinnige opdracht. Plant je dezelfde opdracht klakkeloos over naar onze tijd met z'n overbevolking, dan vind ik dat een kwestie van slecht lezen."
We moeten het Woord van God dus uit de Bijbel destilleren. Plaatst u zo het menselijk inzich niet boven het Woord van God?
 „Voor mij is de vastheid van het geloof niet dat we een Boek hebben waarin alles duidelijk staat vermeld. Een rijtje waarheden waar je je handtekening onder zet. Het centrum van de Bijbel is voor mij Jezus. Twee woorden zijn daarbij centraal. „Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond." En de uitspraak van Jezus: „Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." Geloven is voor mij dat je het met Hem waagt, met Hem op weg gaat."

Opstanding
Uw boek leert dat de natuurwetenschap slechts een beperkt beeld van de werkelijkheid geeft, terwijl de Bijbel een subjectief verslag van de waarheid bevat. is er geen vaste grond in het leven van de mens?
„Zeker wel. De vaste grond is Christus. Daar gaat het om. De Schrift getuigt van Hem. Maar niet op een manier die in dogma's voor eens en altijd is te vangen. Het blijft zoeken. Van wat ik vijfentwintig jaar geleden geloofde is veel vervallen en vervangen door andere inzichten. Die ontwikkeling is denk ik voor het menselijk leven."
De apostelen hebben Jezus gepredikt als de Opgestane. Wat betekent het opstandingsfeit voor u?
 „Vraagt u mij naar het feit, dan kan ik daarmee niet uit de voeten. Er zijn vier verschillende versies van het opstandingsverhaal. De evangelisten vertellen allemaal wat anders en hun verhalen zijn met geen mogelijkheid in overeenstemming te brengen. Er is iets wonderlijks gebeurd, dat is duidelijk. Ik vind de betekenis van de opstanding onovertrefbaar verwoord door Malcolm Muggeridge. „Het is voor mij geen vraag of Christus is opgestaan, want Hij leeft." Dat is me uit het hart gegrepen."

Midden-orthodox
Die visie is in strijd met 1 Korinthe 15, waarin Paulus aangeeft dat met het opstandigsfeit het geloof staat of valt.
„Dat vind ik niet. Wat is feitelijker dan dat je vandaag kunt zeggen: Hij leeft. Dat is voor mij een ervaringsfeit. Ik kom met 1 Korinthe 15 helemaal niet in de knel."
Paulus presenteert de opstanding toch neit in de eerste plaats als een ervaringsfeit, maar al een objectief feit?
 „Dat is waar. Maar ik heb voor mijn geloof geen behoefte aan objectieve feiten, of een onfeilbaar Boek dat precies vertelt hoe alles in elkaar zit. Waarheden worden pas werkelijk tot waarheden als ze ervaren worden. Wat is trouwens een objectief feit. Als zelfs de natuurwetenschap tot de conclusie moet komen dat een objectieve werkelijkheid niet bestaat, wat moet ik dan met objectieve feiten van theologen?"
u voelt zich verwant met een theoloog als Berkhof?
 „Inderdaad. Zijn "Christelijk geloof' vind ik een prachtig boek. Vroeger heette de positie die hij innam midden-orthodox. Zo voel ik mij eigenlijk ook. Ook in veel van wat Kuitert zegt kan ik me heel goed vinden."

Levende getuigen
Het gaat u om de ervaring van het christeiljk geloof, niet om de dogma's.  Wat is dan het unieke van het christencom in vergelijking met andere religies waarin de ervaring centraal staat, zoals het boedhisme?
„Ik heb niet het lef om te zeggen: het christelijk geloof is het en de rest is dwaling en heidendom. Ik constateer wel dat voor mij het christelijk geloof het is en dat ik daar voldoende aan heb."
Als het gaat om de vraag of God bestaat, wijst u in uw boek op de grote betekenis van levende getuigen. Is de levenswandel voor u van groter waarde dan de belijdenis?  „Ik zeg niet dat het getuigenis geen waarde heeft. Maar duidelijk is dat het grotelijks aan kracht wint, als uit een heel leven duidelijk wordt dat dat getuigenis daarin geïntegreerd is en daarin werkt. Dan spreekt het pas echt. Niet als op zondag de prachtigste getuigenissen worden afgelegd, terwijl in de week de boel wordt opgelicht, zoals je van nogal wat Amerikaanse televisiedominees leest. Dat soortO getuigenissen kunnen we missen als kiespijn."

Verstand
Enerzijds bekritiseert u in "De dingen hebben hun geheim "de plaats die door de Verlichting aan de rede is toegekend Anderzijds stelt u dat de spanning tussen geloof en wetenschap verminderd kan worden door redelijke discussie tussen redelijke mensen. Dat lijkt tegenstrijdig.
„Mijn bezwaar tegen de Verlichting is niet het gebruik van de rede, maar het rationalisme. Alles waar -isme achter staat ben ik tegen. Vandaar dat ik ook het irrationalisme afwijs. Jezus zegt dat we God moeten Hefhebben met ons hart èn met ons verstand. Mijn grote profeet Pascal zegt het zo: „Een verstand dat niet tot zijn grenzen gaat is zwak, maar een verstand dat zijn grenzen overschrijdt is overmoedig." Daar sta ik helemaal achter."
Welke plaats heeft in uw visie de zondeval met daaraan verbonden de verduistering van het verstand?
„Wij moeten ons laten verlichten door de Heilige Geest, door met het Woord van God bezig te zijn. Op die manier wordt mijn hart verlicht. Maar dat werkt door in het verstand. Dat dienen we te gebruiken door gewoon na te denken. Neem de opvattingen van de vredesbeweging. In principe ben ik het met die mensen eens. Bewapening is een afschuwelijke zaak. Dat zeg ik uit de grond van mijn hart. Maar dan is een tweede vraag: hoe realiseren we ontwapening? Dan gaan de wegen uiteen. Niet Mient Jan Faber heeft bereikt dat de kruisraketten uit Europa verwijderd zijn, maar de verafschuwde Ronald Reagan. Langs de weg die door G.BJ. Hilterman werd aangegeven. Zeg ik dat tegen vredesactivisten, dan zijn ze des duivels. Maar ik kan het onmogelijk anders zien."

Pascal
Pascal noemde u uw grote profeet. Waarom?
„In de eerste plaats omdat hij behalve een groot natuurkundige een diep gelovig mens was. Daarnaast om de spanning in zijn denken, zoals je die aantreft in zijn Pensees. Die spreken mij enorm aan. Ik gaf al aan hoe hij over het verstand oordeelt. Zo spreekt hij eigenlijk over alles. Hij zegt bij voorbeeld: „Er zijn maar twee soorten mensen die men redelijk kan noemen. Zij die God dienen met hun ganse hart, omdat ze Hem kennen, en zij die God zoeken met hun ganse hart, omdat ze Hem niet kennen." Als christen ben je dan geneigd om te zeggen: alle ongelovigen die God niet zoeken zijn dus onredelijk. Maar het tweesnijdend zwaard, en dat vind ik het machtige van Pascal, zit in die eerste zin. Zij die God kennen, dienen Hem met hun ganse hart. Dat is iets wat christenen zich mogen aantrekken. Want wij zeggen dat we Hem kennen, maar dienen we Hem ook? Zo snijdt het zwaard van Pascal altijd naar twee kanten."

Materialisme
Van Pascal geldt ook dat een volstrekt wetenschappelijke benadering van de natuurkunde bij hem samenging met een absoluut geloof in de onfeilbaarheid van de Schrift. Daarin staat hij dichter bij een fundamentalist dan bij u.
„Ja. Daar moet ik u gelijk in geven. Wel betwijfel ik of je Pascal een fundamentalist kunt noemen in de hedendaagse betekenis van het woord. Laat ik het zo zeggen: als de fundamentalisten van vandaag de taal van Pascal spraken, dan zou ik er een stuk minder moeite mee hebben."
In het laatste hoofdstuk van uw boek uit u scherpe kritiek op het materialistische karakter van onze cultuur Toch eindigt u vrij optimistisch. „Inderdaad. Ik heb het gevoel dat we in een overgangstijd leven. We hebben een tijd achter de rug waarin het materialisme hard toegeslagen heeft. Het toppunt vind ik dat het maatschappelijk ideaal van de jaren tachtig de yup was. Walgelijker kan het naar mijn oordeel niet. De yup als maatschappelijk ideaal. Zoiets kan natuurlijk nooit langer dat tien of twintig jaar duren. Dan ontdekken de mensen vanzelf wel dat je daarbij niet leven zal."

Geboden
U doet in het slot een appèl op het gezonde verstandvan de mens Staat u daarin niet dichter bij een bijbels humanist ah Erasmus, dan bij Pascal die beleed. Het christelijk geloof stelt twee dingen vast: de verdorvenheid van de natuuren de verlossing door Jezus Christus?
„Ik heb zeker geen humanistisch geluid willen laten horen. Dat bewijst de laatste regel van het boek. Die verwijst naar de weg die in Psalm 119 wordt gewezen. „Verberg uw geboden niet voor mij." Geboden die duidelijk maken dat we het materialisme achter ons moeten laten. Daarover ben ik echt niet zo vreselijk optimistisch. Wel zie ik een zekere kentering, die er overigens bij een aantal mensen toe leidt om het in New Age te gaan zoeken. Religieuze zelfbevrediging. Dat vind ik wel een verbetering. Ik zie liever iemand bezig met New Age dan met een Mercedes van 180.000 gulden en een yuppak. Maar ik zie het niet als de weg waar we het van hebben moeten. Die is naar mijn overtuiging voor de westerse mens vervat in het christelijk geloof."

Volgende keer: Prof. dr. W.J. Ouweneel, een klassiek fundamentalist

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.