+ Meer informatie

kaaltjiZ5^ok Paasfeest bij oma en opa

9 minuten leestijd

irctha€Li

Anneke en Jan komen huppelend uit school. Ze hebben hun jas los, want het is prachtig weer geworden. Vanmorgen toen ze naar school gingen regende het nog. ledere dag regen...en nog eens regen. Ze hebben daar wel eens om gemopperd. Maar mama zei altijd: „Ik wil geen gemopper horen, want als je boos kijkt, is het dubbel triestig. En weet je kinderen, Jat er landen zijn, waar ze om 'egen bidden? Daar is het zó droog, dat mensen sterven van longer en dorst. Het wordt léus wel weer mooi weer. iVacht maar af'.

En nu...ó Anneke en Jan cunnen wel springen. De zon ;chijnt, en alles lijkt ineens zó /rolijk. In de meeste tuinen is :r een kleurenpracht van >loemen. En weet je wat het ïjnste is...? Morgen krijgen ze >aasvakantie. Heerlijk! Als ze thuiskomen, is noeder nog druk. Ze maakt de ;roente schoon. Ook moet ze log aardappelen schillen. ,Dat kunnen jullie wel even 'oor me doen, Anneke en Jan. Vant we moeten vandaag Toeg eten. „IJverig gaan Vnneke en Jan aan het chillen. Dat kunnen ze best. vleine Alice zit al in de linderstoel te wachten, nmiddels is papa huisgekomen. En als ze even ïter gezellig met elkaar aan afel zitten om te eten, labbelen de kinderen over wat op school beleefd hebben. „Paps," zegt Jan opgetogen, we gaan met het paasfeest aar oma en opa hè!" „Ja atuurlijk jongen, net als ndere jaren. Oma en opa inden het altijd heerlijk als /ij komen. We zijn van plan, m al een paar.dagen voor 'asen te gaan. Dan kunnen we pa helpen met de tuin. Want pa is, nadat hij in het iekenhuis gelegen heeft, niet o handig meer om te jinieren. En de tuin, is opa Itijd zo trots op. Dus...met Ikaar is het zo gebeurd". „O ja, daar hebben wij wel in in...!" roept Anneke jontaan. ,,Dan neem ik m'n ein mee, die ik gekregen heb p mijn verjaardag mam. Die ebben oma en opa nog niet ;zien". „En ik...." zegt Anneke, „ik oe dan natuurlijk m'n nieuwe Iveren armbandje om. Wat il oma die mooi vinden...!" Ja," lacht moeder, „jullie often maar, dat jullie I april en jaar werden. Dat was een ntzettende fijne erwennerij...! En wat oma ïkregen heeft, kunnen we an ook meteen zien hè!" De olgende dag zijn de kinderen llemaal rumoerig op school, •at komt natuurlijk omdat ze aasvakantie krijgen. En...het rapport. Hoe zal het lopen? Meestal als je lasrapport goed is, ga je na zomervakantie wel.over vdv de volgende klas. Omdat nneke en Jan een tweeling jn, kunnen ze hun euwsgierigheid haast niet ïdwingen. Wie zal de beste jfers hebben? De meester :eft maar wat toe, dat de kinderen meer uitgelaten zijn dan anders. Na de rekenles, leest hij voor verrassing, een mooi verhaal voor. Daarna mogen ze helpen, om de kasten op te ruimen. Wat nieuwe schriften en potloden legt de meester apart. Geheimzinnig zegt hij: „Daar • heb ik een bedoeling mee. Wie straks de beste cijfers op zijn rapport heeft, krijgt een potlood of een schrift.

Als even later, de kasten keurig en netjes in orde zijn, gaat de meester de rapporten uitdelen. Zelfheeft hij een lijst van-de cijfers. Opgewonden en met warme wangen, kijken de kinderen vlug naar hun cijfers. Dan leest de meester voor, wie in aanmerking komt voor een verrassing. Anneke en Jan krijgen ieder een mooi potlood. Een paar kinderen krijgen niets. Die hadden heus niet hun best gedaan. Maar Mieke, die zolang ziek geweest is, kan er niets aan doen dat haar cijfers laag zijn. Zij krijgt van de meester tóch een mooi schrift. Want hij weet, dat ze haar uiterste best gedaan heeft.

Als ze daarna nog een paar paasliederen zingen, en de meester gedankt heeft, gaan ze allemaal opgewekt naar huis. Fijn...paasvakantie...!

Anneke en Jan komen vrolijk binnen. Moeder wil meteen thee inschenken. Maar Anneke en Jan denken aan geen thee. „Eerst ons rapport bekijken, mam", zegt Anneke, „bent u het vergeten?" „O nee hoor meisje, ik heb wat lekkers gebakken voor bij de thee. Want ik reken erop, dat de rapporten goed zullen zijn". Enthousiast laten Anneke en Jan de cijfers zien. „Geweldig", zegt mama, „jullie hebben reusachtig je best gedaan"^ Dan gaan ze knus theedrinken, met een roomsoes. Kleine Alice staat in de box te zeuren. „Jij krijgt ook hoor!" Mama voert haar eèn stukje van de roomsoes. „Wacht maar mam," zegt Anneke, „ik zal haar wel helpen. Ze moet weten, dat het een beetje feest is", 's Avonds is papa erg tevreden, als Anneke en Jan de rapporten laten zien. „Jullie nemen ze maar mee naar oma en opa. Die zijn meestal ook nieuwsgierig hè!"

De eerste vakantiedagen vliegen om. En Anneke en Jan mogen mama helpen met de koffer inpakken. Dat doen ze graag. Oma en opa zijn pas verhuisd. Dat was een drukte! Maar het ergste was, dat opa in die tijd in het ziekenhuis lag. Gelukkig is opa nu weer beter. Papa neemt ook zijn oude pak mee, om in de tuin te werken. En Jan natuurlijk zijn nieuwe trein. Eindelijk...is het zo ver, dat alles klaar is, en ze weg kunnen rijden. Alice klapt in haar handjes, al begrijpt ze niet alles.

Oma en opa zitten al uit te kijken. „Daar zijn ze," roept opa. En hij is in een ommezien Kijk maar!" Op zijn gemak kijkt opa naar de cijfers. Goed hoor!" prijst hij. Dan pakt hij zijn portemonnee. „Hier, vOor jullie spaarpot!" Nee maar, die opa...! Anneke en Jan geven hem een stevige pakkerd. „Dank...dank u wel opa..." IJverig helpen ze opa de volgende dag in de tuin. Keurig is het geworden. Oma en opa genieten ervan.

Nu is het paasfeest. Anneke en Jan zijn al vroeg wakker. Fijn, ze mogen straks mee naar de kerk. Oma blijft op Alice passen. Als ze klaar zijn met eten, horen ze de kerkklok luiden: „Bim...bam, bim...bam..." Op weg naar de kerk, houdt Jan opa's hand stijf vast. Opa zegt verschillende mensen gedag. „Kent u die mensen ai opa?" vraagt Jan verwonderd. ,,U woont hier toch pas?" „Ja Jan, we hebben al met veel mensen contact gehad. Ze hebben me trouw opgezocht in het ziekenhuis. Daardoor zijn we hier vlug gewend". Als ze in de kerk komen, is de kerk al bijna vol. Ze kunnen nog maar net, naast elkaar zitten.

Anneke en Jan kunnen de preek goed begrijpen. De dominee preekt van de opstanding van de Heere Jezus. Van de wachters, die angstig achterovervielen en gevlucht zijn. Als de vrouwen bedroefd bij het graf komen, worden ze door de engel getroost. O, wat was dat rijk. De Heere is waarlijk opgestaan. Ze zullen Hem straks zien, en in Hem geloven. Met grote blijdschap zijn de vrouwen het aan de discipelen gaan vertellen.

Jan ziet, dat opa een traan wegveegt. En als ze thuiskomen, zegt opa: „Ik Vind het een wonder, dat ik nu met Pasen, weer in de kerk mag zijn. Dat hadden we niet gedacht, toen ik in het ziekenhuis lag.

Oma knikt, en zegt: „We zijn ó zo dankbaar, dat we nog samen zijn". En ze wijst naar de tekst, die achter haar aan de wand hangt. De tekst, die ze gekregen hebben. Waarop staat: „Wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen". „Dat is mooi oma", fluistert Anneke zachtjes.

Ze hebben nog fijne dagen met elkaar. Oma heeft mooie leesboeken. Anneke en Jan zijn dol op lezen. Natuurlijk speelt Jan ook een poosje met zijn trein. Die heeft hij toch niet voor niets meegenomen? Nee hoor, vast en zeker niet...! 47. „Eet nu niet weer te veel, man", zei moeder Qrijsjas tegen Snuffels vader. „Anders krijg je er weer last van." „Maak je over mij maar geen zorgen, moeider", bromde Orijsjas. „Ik eet echt niet zo veel, want we moeten vanavond kaas halen. En dan moet ik niet zo dik zijn. Er ligt een lekker stuk in de kelder. De jongens moeten dan maar even mee om op de uitkijk te staan. En om te helpen dragen." Het begon al een beetje donker te worden. Vader Orijsjas rekte zich eens uit. Hij had juist een dutje gedaan. „Kom, jongens", zei hy, „we gaan er op uit. Ik heb best weer eens zin in een lekker stukje kaas." Snuffels moeder keek ons eens aan. „Zullen jullie voorzichtig zijn?" „Dat komt best ia orde, vrouw. Kom, jongens, dan gaan we maar." De dikke Orijsjas liep voorop, en wij trippelden achter hem aan. We gingen nu door gangen waar ik nog nooit eerder geweest was.

hwtóal-IcnutócJr

Voor alle kinderen die graag een knutselwerkje willen doen is hier weer een nieuwe opdracht. Je hebt er niet veel bijzonders voor nodig. Wat tekenspulletjes en wat ruitjespapier. Want met dat ruitjespapier gaan we aan het spelen. Op het plaatje dat hierbij staat afgedrukt kun je al één voorbeeld zien van watje met dat ruitjespapier kunt doen.

Het idee komt van een paar kinderen, die met ruitjespapier aan het kleuren waren. Ze begonnen in het midden van een blad. Zo een blad uit een schrift, je kent dat wel. Het middelste hokje (ongeveer; je hoeft het niet uit te tellen) kreeg een kleur. Met de kleurpotloden gaat dat prima. Zorg yoor een mooie scherpe punt aan je potlood, dan wordt het mooier. Of je neemt er wat viltstiften voor. Maar ook die > moeten dun zijn. Met die dikke krijg je de hoekjes niet netjes. Wil je het met een balpen doen of een vulpen, dat kan ook. Met kleuren kun je steeds een andere kleur kiezen om dat eerste vierkantje heen. Zorg, datje aan alle kanten steeds hetzelfde blijft doen.

Heb je nu geen kleuren, zoals ik, want voor de krant moet alles in zwart wit, dan kun je met verschillende figuurtjes in de hokjes gaan werken. En het resultaat was een verrassing voor mij. Vind je het niet grappig?

Je kunt het ook met kleur èn met figuurtjes doen natuurlijk. Wat jezelf maar het leukst vindt. Het geheel lijkt wel een beetje op een kruiswoordpuzzel.

Als je het leuk vindt om bijv. naar twee kanten die figuur uit te werken kan dat natuurlijk ook. Je moet eerst dat ruitjesblad maar eens voor je nemen en gewoon proberen wat je er allemaal mee kunt doen. En dan denk ik dat jij misschien net zo verrast zult zijn als ik van w'at het is geworden. Veel plezier ermee!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.