+ Meer informatie

OPENINGSWOORD

10 minuten leestijd

Geachte broeders,

Over het leven in de kerken, in de onze zowel als in andere, vallen goede en vreugdevolle dingen te zeggen. Er valt op zegenrijke dingen te wijzen. En dat gebeurt ook, in de pastoralia van kerkbladen en bij de voorlezing van de rapporten naar artikel 41 K.O. in de classisvergaderingen. Toch heb ik mij al jaren niet aan de indruk kunnen onttrekken dat met name die artikel 41-rapporten veelal verhullend zijn en lang niet altijd de werkelijke stand van zaken in een gemeente weergeven. Die treedt dikwijls pas aan de dag als het in een gemeente op enigerlei manier en door wiens of wier toedoen dan ook, lelijk uit het roer is gelopen.

In alle kerkgemeenschappen kent men gemeenten die als oasen van rust en vrede bekend staan. Maar er zijn ook gemeenten waar interne spanningen en conflicten van een kerkenraad grote geestelijke wijsheid en bestuurlijke vaardigheid vragen. Wie enig zicht heeft op de ontwikkeling die het kerkelijke leven vandaag te zien geeft, weet dat er kerkenraden zijn die naast hun normale ambtelijke werk zeer veel tijd moeten investeren in het gladstrijken van plooien en het effenen van hobbels, die het leven van de gemeente veel schade kunnen toebrengen.

De gecompliceerdheid van de tijd waarin wij leven, draagt daartoe sterk bij. Natuurlijk heeft elke tijd in de geschiedenis van de kerk zijn eigen zorgen en problemen gekend en in elke tijd heeft men daaraan, naar men het voelde, meer of minder gewicht toegekend, maar zonder overdrijving kan toch wel worden gezegd dat de kerk vandaag gemeente van Christus moet zijn in een wereld, waarin maar weinig op zijn plaats wordt gelaten en waarin de ontwikkelingen nauwelijks bij te houden zijn. Deze ontwikkelingen roepen ook binnen de gemeente van Christus vragen op, waarop niet altijd eenduidige antwoorden worden gegeven, zeker niet wanneer een gemeente is samengesteld uit mensen, die qua aard, aanleg, herkomst, opleiding en ontwikkeling en vooral geestelijke gerichtheid, sterk uiteenlopen. Meningen en gevoelens kunnen onder broeders en zusters, met dezelfde bijbel in de hand, zo sterk uiteenlopen dat er tegenstellingen ontstaan, die diepe en langdurige, soms blijvende verwijdering tot gevolg kunnen hebben.

Het moeilijkste waarvoor een kerkenraad en de ambtsdrager persoonlijk kunnen komen te staan is misschien wel de situatie, waarin leden van de gemeente geestelijk tegenover elkaar komen te staan en zich in groepen tegenover elkaar opstellen, bijvoorbeeld omdat men het niet eens is over de wijze waarop men in de wereld van nu kerk van Christus moet zijn.

Onze kerken - en ook andere - teilen niet weinig gemeenten met sterke geestelijke liggingsverschillen, gemeenten die vrij constant onder de spanning staan van fricties rond zaken, die het ene deel graag gerealiseerd zou willen zien, terwijl het andere deel er zich uit alle macht tegen verzet.

Vooruitstrevenden en behoudzuchtigen komen voortdurend met elkaar in aanvaring, nu eens om dingen die de inrichting van de eredienst raken, dan weer vanwege standpunten die rond ethische, politieke en maatschappelijke vragen worden ingenomen. Wanneer het in zulke situaties aan goede ambtelijke leiding ontbreekt, kan de innerlijke verscheurdheid binnen een gemeente zo groot worden dat een gezonde functionering van het geestelijke leven er door in de weg wordt gestaan. De gezamenlijke viering van de geloofsgeheimenissen in de gemeente, zowel in de zondagse samenkomsten als in de onderlinge omgang met elkaar, komt dan onder druk te staan. De prediking loopt gevaar geen nut (meer) te doen en een proces van geestelijke vervreemding van elkaar dreigt op gang te komen.

Meerdere gemeenten leiden op deze wijze een kwijnend geestelijk bestaan. Alle dingen die tot een geordend kerkelijk leven behoren worden nog wel trouw in gang gehouden en individueel mogen door leden van de gemeente misschien nog veel goede dingen worden ervaren, maar in onderlinge geestelijke verbondenheid is men als gemeente ver verwijderd van het beeld dat de Here Jezus van Zijn gemeente verlangt. Wat voelen kerkenraden en ook ambtsdragers persoonlijk zich soms machteloos om in zulke situaties de gemeente te corrigeren en bij te sturen, om maar niet te spreken van situaties, waarin kerkenraden of ambtsdragers individueel, op volstrekt ongelukkige wijze de problemen te lijf te gaan.

Ook daarvan kent de geschiedenis van de kerk voorbeelden.

Conflicten rond of met de predikant

In geval van conflicten rond of met de predikant kan het een kerkenraad en kerkenraadsleden persoonlijk al erg moeilijk worden gemaakt. Hoewel de positie die de predikant in de gemeente inneemt niet mag worden verabsoluteerd, hangt met zijn persoon en werk toch een zeer wezenlijk element van het leven van de gemeente samen, namelijk de ambtelijke verkondiging van het Woord van God. Verstoorde verhoudingen tussen predikant en leden van de gemeente hebben in de regel negatieve invloed op de prediking. Er dreigt al gauw niet meer zonder vooroordelen en in onbevangenheid te worden geluisterd. Gesproken is dan nog niet over de narigheid, dat zulke verstoorde verhoudingen snel ook buiten de kring van de direct betrokkenen bekendheid krijgen en de reputatie van dienaren der kerk schade kunnen toebrengen. Het is een heilige plicht van elke kerkenraad alles in het werk te stellen om de verhoudingen tussen predikant en gemeente zo zuiver mogelijk te houden en bij verstoring ervan in volstrekte onpartijdigheid al datgene te doen wat tot herstel van de verhoudingen kan leiden, eenvoudig omdat anders het gezag van de prediking van het Woord er onder te lijden kan krijgen. De gedachte aan en de bescherming van dit gezag moeten bij de beoordeling en de behandeling van conflicten steeds centraal staan. Dit sluit natuurlijk niet uit dat in bepaalde situaties ook de predikant tot de orde kan moeten worden geroepen. Ook hij is mens en niets menselijks is hem vreemd. Een geïrriteerde uitval, een misplaatste opmerking, een al te scherpe karakterisering, negatie van broeders en zusters van wie hij tegenspraak te duchten heeft, het versluierd of op heel directe wijze uitdelen van reprimandes vanaf de preekstoel, snelle opvliegendheid wanneer de dingen in de gemeente een andere loop nemen dan men zich had voorgesteld, het zijn allemaal dingen waaraan predikanten zich schuldig kunnen maken en uit de kerkelijke praktijk is genoegzaam bekend hoeveel conflictstof in zulke dingen opgeslagen ligt. In broederlijke liefde en uit besef van verantwoordelijkheid voor het heil van de gehele gemeente, zal een kerkenraad in zulke situaties de moed moeten hebben ook de predikant onder correctie te stellen en hem in positieve zin bij te sturen. Zonder aanzien deze persoons. De geest van broederlijke samenwerking binnen een kerkenraad wordt alleen maar verdiept en bevorderd wanneer men als broeders, in het onderlinge opzicht dat er behoort te zijn, elkaar recht in de ogen kijkt. Met onuitgesproken negatieve gedachten over elkaar rondlopen (hoewel het ons natuurlijk duur te staan zou komen wanneer we alles maar hardop zouden zeggen) schept een sfeer van onoprechtheid in de onderlinge omgang.

Eerlijke standpuntbepaling

In geval van conflictsituaties, zeker wanneer deze geestelijke oorzaken hebben en het geestelijk welzijn van de gemeente als geheel raken, geldt als eerste voorwaarde dat een ambtsdrager in goede samenwerking met zijn medebroeders, maar ook persoonlijk, zich een duidelijk beeld van de situatie tracht te vormen. Het zoeken naar achtergronden en het analyseren van verschijnselen bij conflicten is voorwaar geen eenvoudige taak. Om dit objectief te kunnen doen zijn eerlijkheid en geestelijk onderscheidingsvermogen nodig. Zonder deze zal het onmogelijk zijn vast te stellen waarin een verantwoorde aanpak en heilzame oplossingen gelegen zouden kunnen zijn. De ambtsdrager drage naar het hem door God verleende inzicht gedachten aan om daartoe te geraken.

De kerkelijke praktijk leert dat in de conflictbeheersing binnen de gemeente van Christus vaak teveel op enkelen neerkomt.

Wie al wat langer in het kerkenwerk meedoet, weet dat elke kerkenraad bemand is met broeders die zich bij moeilijkheden in de gemeente, van welke aard die moeilijkheden ook zijn, uit angst om met een duidelijk standpunt partij te zullen moeten kiezen, Never wat op de achtergrond houden. Men heeft misschien wel een mening, maar spreekt deze Never niet uit. Misschien ziet men wel waarin de aanpak of de oplossing van een conflict gelegen zou kunnen zijn, maar men participeert Never niet in een besluit daartoe, omdat men persoonlijk naar de gemeente toe alle opties graag openhoudt. Ook kan het voorkomen dat men met het door de kerkenraad uitgestippelde beleid in cruciale problemen en conflicten volstrekt oneens is, maar men durft daarvoor niet rondweg uit te komen.

Elke ambtsdrager bidde om en streve naar oprechtheid en vroomheid, ook als het gaat om een duidelijke en eerlijke standpuntbepaling in conflictueuze situaties. Vooral meerdere kerkelijke vergaderingen gaan soms mank aan te weinig zelfstandige oordeelsvorming van de afgevaardigde ambtsdrager. Kwesties en conflicten, alsmede ter tafel zijnde tuchtprocedures tegen personen, worden in de oordeelsvorming door sommigen niet zelden meer benaderd vanuit de vraag naar de herkomst en de geestelijke signatuur van de personen die er bij betrokken zijn dan dat er sprake is van een objectieve weging van de aard, de oorzaken van conflicten en het gedrag van mensen daarin. Wat die meerdere vergaderingen betreff moet ik zeggen het een groot probleem te vinden dat stukken over conflicten die in comité moeten worden behandeld, eerst ter vergadering aan afgevaardigden worden uitgereikt, waarbij het aan sfeer en tijd ontbreekt om zich over een zaak een goed oordeel te vormen. Daardoor komt het waarschijnlijk dat in meerdere vergaderingen in de regel meer kerkelijk-justitieel dan echt geestelijk wordt omgegaan.

Voor een verantwoorde behandeling van conflicten die de inrichting van het kerkelijk leven, de liturgische vormgeving, de functionering van de predikant en van diens prediking in de gemeente en de toepassing van kerkelijke tuchtzaken raken, is nodig dat de ambtsdragers beschikken over het vermogen om de dingen die in geding zijn te beoordelen in het licht van Schrift en belijdenis.

Voorzover het gaat om zaken, waarvoor door de kerken in breder verband onderling afspraken zijn gemaakt, is een goede kennis van de kerkorde onontbeerlijk. Wat voor uitoefening van het bijzonder ambt in de gemeente van Christus als algemene eis geldt, is in elk geval ook voorwaarde voor het beoordelen van controversiële zaken in de gemeente, namelijk dat men zich gedurig oefent in het verstaan van de Heilige Schrift en in samenhang daarmee in het luisteren naar wat de kerk van vroegere tijden in toelichtende zin over het Woord Gods in haar belijdenissen heeft vastgelegd.

En wat mogen een kerk en een plaatselijke gemeente zich gelukkig prijzen wanneer zij ambtsdragers in huis hebben met het charisma om in conflictsituaties op het goede moment het rechte woord te spreken; die begenadigd zijn met gevoel voor humor; die met tegenwoordigheid van geest op verrassende wijze, ondersteund met aanwijzingen vanuit het Woord van God de angel uit harde woorden weten te halen en zo aan conflictueuze situaties of dreiging daarvan een wending ten goede weten te geven. In wier uitstraling iets herkenbaar is van de liefde van Christus.

Ik sluit af met een indringende vraag: hoe zou het toch komen dat het in de kerk van Christus in conflictsituaties bijna nooit echt goed komt, in die zin dat men elkaar volkomen hervindt in de geest van het Evangelie?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.