+ Meer informatie

De beulen onder ons

6 minuten leestijd

„Kijk eens achterom! Die lui zaten vroeger bij de Sigurimi". We drinken gezellig een kopje koffie in hotel Tirana als mijn gespreksgenoot, een voormalige politieke gevangene, een aantal leden van Albaniës gevreesde geheime dienst plotsklaps in het vizier krijgt.

De loodzware steen van 's lands zeldzaam wrede communistische dictatuur moge dan evenals elders in het Oostblok van de natie zijn afgewenteld, zo niet vanzelfsprekend de last van dit huiveringwekkende verleden. Hoe moet je je voelen na jarenlang slachtoffer van een gevallen regime geweest te zijn als je beulen frank en vrij rondstappen, ja zelfs naar de mode van de tijd het ideaal van de planeconomie voor dat van de markteconomie hebben verruild, kortom zich in zaken hebben gestort?

Vriendjespolitiek

Eind zomer deed het verhaal al de ronde dat achter de Illyria Holding, het paradepaardje van Albaniës privatisering van de economie, het verborgen vermogen stak van de familie van wijlen Enver Hoxha, de despoot die het land sinds de Tweede Wereldoorlog tot zijn dood in '85 tiranniseerde. De directeur van Illyria Holding schijnt zich in een goudkleurige Rolls-Royce te verplaatsen. Schrijnender contrast met Albaniës algemene armoede is nauwelijks denkbaar.

En hoe bitter moeten de pogingen van lokale partijbonzen eenvoudige dorpelingen stemmen als deze 'rode baronnen' in het kader van de agrarische hervormingen de coöperaties op hün wijze privatiseren? De vruchtbaarste akkers, de beste machines gaan natuurlijk naar vriendjes. De consolidatie van de 'nieuwe klasse', juist in een tijd dat zij afgeschaft zou worden! De landarbeiders laten zich evenwel niet overal buiten spel zetten. In het dorp Tropoja, in het noordoosten van Albanië, leidde een conflict over de boedelscheiding van de coöperatie tot de gewelddadige dood van drie communistische kaders.

Geen bloedwraak

Ex-generaal Gjergj Titani, secretaris van Albaniës vereniging van ex-politieke gevangenen, benadrukt dat zijn achterban geen wraak wenst te nemen op voormalige vervolgers en hun handlangers. „Deze opstelling getuigt van edelmoedigheid". Overigens vindt Titani wel dat lieden met een besmet verleden uit hun overheidsbaantjes dienen te worden gezet. „Laat ze zelf maar een andere betrekking zoeken. Dat moest ik tenslotte ook doen na mijn gedwongen vertrek uit het leger".

Een gematigd geluid klinkt eveneens uit de mond van de beeldende kunstenaar fashku: „Als wij de collaborateurs nu gevangen zetten, eventueel doden, wat schieten wij daarmee dan op voor onze nationale toekomst? We moeten de traditie van de bloedwraak geen nieuwe kans geven in ons vaderland! Is het niet opmerkelijk dat de mensen die het meest geleden hebben onder het communistische regime zich meer verzoeningsgezind tonen dan degenen die veel minder te verduren hadden? Ook mijn familie telt vele slachtoffers. Heel Albanië was één grote gevangenis. Laten we alsjeblieft oppassen in herhaling te vervallen!"

"Ostexperte"

Albaniës moeizame morele zelfreiniging is exact hetzelfde probleem als waar de andere voormalige satellietstaten van Moskou in Midden- en Oost-Europa al iets langer het hoofd over breken. Tirana's "Wende" (politieke omwenteling) hinkte immers achter de maalstroom van de gebeurtenissen van '89 aan. Een paar voorbeelden ter illustratie van dit netelige probleem.

In een Oekraïens stadje is een nieuwe onderneming van start gegaan. Met het management is een Duitser belast, preciezer gezegd een Oostduitser. De man spreekt perfect Russisch. Dat mag je ook verlangen van iemand die met zichzelf letterlijk adverteert als een "Ostexperte". Welke Duitse zakenman verhuist er overigens van Berlijn naar een 'gat' aan de rand van Europa? Nou ja, zo vertelt zijn zeer tevreden geldschieter (een Westduitser), je moet natuurlijk niet met een pincetje in 's mans nogal duistere politieke verleden gaan wroeten. De succesvolle manager was tot voor kort een vooraanstaand partijlid in Honeckers DDR. „Soms houdt hij wel eens al te strak aan de principes van de markteconomie vast".

Ontmaskerd

Harder evenwel dan in het verenigde Duitsland, waar de meerderheid van de bevolking tenslotte geen directe ervaring had met het DDR-regime, slaat het besmette verleden terug op de conduitestaat (beoordelingslijst) van de burgers van de andere staten van het voormalige socialistische kamp. In de woorden van Jacqueline Hénard in de Frankfurter Allgemeine van gisteren: „Niemand was er niet in verwikkeld".

Tegenover hoogdravend intellectueel gepraat over boetedoeningen van enkelingen als 'martelaren' voor de gehele bezoedelde natie plaatst mevrouw Hénard de ontnuchterende werkelijkheid. Wie werden er het eerst ontmaskerd? Prominente dissidenten, lieden met een reputatie van persoonlijke integriteit! Te denken valt dan aan de Bulgaarse zoöloog en oppositieleider Petar Beron. Hij onderhield contacten met de geheime politie. Idem de Slowaakse ecoloog en oppositieleider Jan Budaj, die na een vluchtpoging in de netten van de Tsjechoslowaakse 'dienst' verstrikt raakte.

Commentaar van Hénard: „Beiden zijn uit de politiek verdwenen zonder dat is opgehelderd in welke mate zij zich gecompromitteerd hebben èn of iemand door hun „rapportages" benadeeld is. Hun 'affaire' heeft ook geen goed doel gediend. Wat blijft is wantrouwen ten aanzien van de nieuwe verhoudingen".

Kameraad Zjivkov

Over wantrouwen gesproken! Mogen we afgaan op een publieke mededeling van de voorzitter van de Bulgaarse parlementaire onderzoekscommissie voor de dossiers van de geheime dienst, dan zou 's lands oppositie even weinig of zelfs nog wel minder te vertrouwen zijn als de oude partij. Zijn verklaring was simpel: de diverse geheime diensten in Bulgarije zouden de partij niet geïnfiltreerd hebben. Waarom ook? Zij herbergde toch louter opportunisten. Van hen viel geen gevaar te duchten voor het Zjivkov-regime. Daarom ook zouden er in de partijgelederen relatief weinig agenten geopereerd hebben. Ondertussen liet Bulgarijes partyboss zich wel elke morgen informeren hoe zijn collega's in het Politburo de vorige avond hadden doorgebracht...

A la Napoleon

Doorgaans speelt de publieke verwerking van Oost-Europa's verleden zich af op het niveau van de roddelpers. Vandaar de weeklacht van de prominente Roemeense dichteres Ana Blandiana: „Niemand organiseert voor ons een Neurenberger proces". De in het openbaar vertoonde scène van de executie van Nicolae en Elena Ceausescu heeft stellig de last van het verleden niet van het zo zwaar geknechte Roemeense volk afgenomen. In de hele stad bekende moordenaars en folteraars van het ten val gebrachte schrikbewind flaneren ongestoord en ongegeneerd door Boekarests straten. Waar zijn de moordenaars van de 1067 doden van december 1989 gebleven?

Ook aan Hongarije gaat het debat over 'goed' en 'fout' niet voorbij. „Napoleon, die toch ook een vracht zonden op z'n kerfstok had, hebben ze verstandig genoeg zonder proces verbannen", meent een intellectueel. Met de middelen van een rechtsstaat kun je eenvoudigweg geen dictatuur overwinnen.

Keukenhelden

In het land van de Magyaren griezelen met name de burgers die onder wijlen Janós Kadar geleden hebben bij de gedachte aan een nieuwe stroom van politieke processen. President Arpad Göncz, zelf ruim zes jaar om politieke redenen gedetineerd, betreurt bij voorbeeld ten zeerste de recent aangenomen wet die de verjaringstermijn voor bepaalde misdrijven heeft opgeheven.

De drijvende krachten van een genadeloze afrekening, zo schrijft Jacqueline Hénard, zijn zowel in Hongarije als in Tsjechoslowakije degenen die in het verleden niet al te zeer onder het bewind hebben geleden: de volwassen kinderen van orthodoxe communisten bij voorbeeld of ministers, die zelfs in de strenge jaren zestig naar Amerika konden reizen. Lieden die 's nachts tijdens discussies in keukens en woonkamers fulmineerden tegen de communistische machthebbers, maar overdag in het openbaar zich zeer gedwee opstelden. Een voormalige dissidente uit Praag vat hun houding pregnant samen: „De lui die niets tegen het regime hebben ondernomen, gedragen zich nu extreem revolutionair". Fraai commentaar van Hénard: „Met het einde van het communisme zijn ze evenwel vergeten dat óók zij geen helden waren".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.