+ Meer informatie

Knappende en krakende gewrichten

7 minuten leestijd

Iedereen heeft wel eens last van 'knappende' gewrichten, zonder dat dit gepaard gaat met pijn. Je krijgt als huisarts nogal eens de vraag of het kwaad kan. Vooral jongere mensen kunnen allerlei knappende geluiden demonstreren door bij voorbeeld aan hun vingers te trekken.

Dit berust op het kortdurend ontstaan van een vacuüm in het desbetreffende gewricht. Het heeft niets te maken met enige vorm van gewrichtsafwijking. Het gewricht is volledig gezond. De "patiënt" hoeft dus alleen maar gerustgesteld te worden.

Er zijn ook mensen bij wie het gewrichtskapsel wat slap is. Er is dan te veel speling, met als gevolg dat de gewrichtskop half uit de kom kan schieten. Het terugschieten van de kop in de kom over een kraakbeenrandje kan een "knap" geven. Dit komt bij voorbeeld voor in het schoudergewricht.

Ook de knieschijf kan wel eens van zijn plaats raken en terugschieten. Verder zijn er mensen die bij bepaalde bewegingen een knap in de heup waarnemen, die soms pijnlijk kan zijn. Dit geluid ontstaat doordat een pees aan de buitenkant van de heup over een uitstekend stuk bot beweegt.

Slijtage
Naast knappende gewrichten kennen we ook krakende gewrichten. We hebben dan te maken met slijtage van het kraakbeen in het gewricht. Door veroudering is het kraakbeen niet meer glad en er ontstaat bij bewegen een krakend geluid. Meestal betreft het oudere mensen. Versleten knieën bij voorbeeld hoor je niet alleen kraken, maar je kunt het ook voelen door de hand erop te leggen.

Een aparte bespreking verdient de vroegtijdige slijtage van het kraakbeen aan de achterzijde van de knieschijf. Vooral in de puberteit en bij jong volwassenen zie je dit verschijnsel. Op het spreekuur zie ik vaak jongelui die veel aan sport doen of lange afstanden naar school moeten fietsen, die klagen over pijnlijke knieën. Door het intensief bewegen schuurt het kraakbeen stuk, het wordt "beurs"; later komen er kloven in. Als je dan de knieschijf over de onderlaag beweegt, voel je hem kraken.

Zo'n beweging veroorzaakt ook pijn bij de patiënt. Waarschijnlijk is het zo, dat het kraakbeen in aanleg niet zo sterk is. Het is als het ware wat weker, zodat het gemakkelijk stuk schuurt. Minder sporten en fietsen geven in het algemeen verbetering van de klachten. Behandeling door een fysiotherapeut is in een aantal gevallen nuttig. Bij hardnekkige pijn kan een operatieve ingreep noodzakelijk zijn.


Postnatale depressie

Onlangs kreeg ik een uitgebreide brief, waarvan ik hier een korte samenvatting geef: „Na de geboorte van mijn eerste zoon had ik een postnatale depressie. Na de tweede bevalling ging het aanvankelijk goed, maar na het stoppen van de borstvoeding stortte ik in. Ik kreeg progesteron zetpillen voorgeschreven. Nu, vijf jaar later, tob ik nog steeds. Vooral rond de menstruatie ben ik huilerig en labiel. Hormoonkuren hielpen niet. Huisarts en gynaecoloog ontraden een derde zwangerschap. Hier heb ik veel moeite mee. Je mag en kunt toch op God vertrouwen?"

De term postnatale depressie is in wezen onjuist. Postnataal slaat op zaken die betrekking hebben op het kind (postnataal betekent letterlijk na de geboorte). Beter is het om te spreken van postpartumdepressie (partus is bevalling, post is na), der, en niet bij het kind. Zo'n depressie kan weken tot maanden duren. De moeder is niet alleen neerslachtig en moe, maar kan ook angstig zijn. Uitgebreid onderzoek heeft nooit een duidelijk verband aangetoond tussen hormonale factoren en het ontstaan van een postpartumdepressie.

Aanpassing
Desondanks is de oorzaak van de depressie gelegen in een combinatie van lichamelijke, psychologische en sociale veranderingen, die de geboorte van en de zorg voor een baby met zich mee brengt. (Hernieuwd) ouderschap heeft nu eenmaal ingrijpende gevolgen voor het gezinsleven en niet het minst voor de relatie met de echtgenoot. Vooral van de vrouw wordt een groot aanpassingsvermogen geëist.

Ook kunnen zich depressieve klachten voordoen voordoen één à twee weken voor de menstruatie. De vrouw kan dan niet alleen last hebben van huilerigheid en labiliteit, maar ook van diverse lichamelijke ongemakken. Hier geldt eveneens dat er geen sprake is van één oorzaak (bijv. hormoontekorten), maar van een combinatie van individuele gevoeligheid van hormoonveranderingen en psychische factoren.

Steun
Dit neemt niet weg dat een behandeling met hormonen, zowel bij postpartumdepressie als bij het premenstrueel syndroom, klachtenverminderend kan werken. Tegelijk dient de behandelend arts oog te hebben voor mogelijke psychische en sociale omstandigheden, die mede verantwoordelijk zijn voor het gehele klachtenpatroon.

Steunende begeleiding door huisarts of psycholoog kunnen heel nuttig zijn. Bovendien acht ik een therapie met antidepressief werkende medicijnen in een aantal gevallen erg zinvol. Ik kan me daarbij voorstellen dat de behandelend arts een nieuwe zwangerschap afraadt, hoe moeilijk het echtpaar het ook kan hebben met dit advies. Het opvolgen van zo'n advies betekent niet altijd dat u er blijk van geeft geen vertrouwen op God te hebben. We hebben ook onze menselijke verantwoordelijkheid. Deze twee zaken sluiten elkaar niet uit.

Leven vanuit het geloof en vertrouwen, dat God ons leven leidt en voor ons zorgt, betekent niet, dat we ons verstand niet moeten gebruiken. Dit geldt voor alle aspecten van het leven, dus ook het terrein van de seksualiteit en de voortplanting. Het is wel heel belangrijk wie zo'n advies geeft en om welke redenen. Voor een uitgebreide behandeling van dit probleem verwijzen we u naar Terdege nr. 1 van 9 oktober 1991.


Ook klein wondje moet goed verzorgd worden

Vrijwel dagelijks lopen we van die ogenschijnlijk onbeduidende wondjes op. Men onderscheidt in het algemeen open wonden en gesloten wonden. Bij "open" wonden (prik-, snij-, steek-, bijt- en scheurwonden) is de samenhang van alle weefsel van huid of slijmvlies in feite verbroken. Bij "gesloten" wonden (zoals schaafwonden) zijn gelukkig niet alle weefsellagen van huid of slijmvliezen verbroken, en dit soort wonden is dus in principe minder ernstig.

Het eerste wat te doen staat is vooral ontstekingen te voorkomen. De natuur helpt daar zelf een handje bij, want door het bloeden komt er een stof vrij (fibrine geheten) waardoor het bloed stolt, zodat er een korst je ontstaat. Ook worden aan de wondrand antistoffen (waarneembaar als wondvocht) aangemaakt tegen bacteriën en virussen.

Opkomende witte bloedlichaampjes zorgen bovendien voor afbraak van celresten van bacteriën en houden op die manier schoonmaak in de wond. Het is een goed teken als het korstje op de wond er korrelig en rood uit gaat zien. Vanaf de rand van de wond vormt zich dan langzaam een nieuwe huid, totdat de hele wond daardoor bedekt is.

Natuur 'helpen'
Moeten wij de natuur een handje helpen? Dat is wel verstandig, want bij veel wonden staan de bacteriën in grote massa's te dringen om een infectie te veroorzaken. Het is in ieder geval gewenst elke wond, hoe klein ook, goed schoon te maken, dus in ieder geval afspoelen met schoon, stromend water.

Daarnaast moet de wond worden ontsmet. Veel gebruikte ontsmettingsmiddelen zijn huid-vriendelijke en snelwerkende jodiumhoudende zalven, -pleisters, -poedersprays, -zepen en -tincturen. De jodiumtincturen zijn vandaag de dag niet meer zo bijtend.

Afdekken
Nadat de wond gedesinfecteerd is, is het meestal zaak de wond af te dekken, ter bescherming tegen nieuwe infecties en vuil van buiten. Zogenaamde non-woven gazen hebben als voordeel dat ze het wondvocht snel absorberen. Voor oppervlakkige wondjes met weinig wondvocht is een gaaspleisterverbandje meestal meer dan voldoende. Compressen komen in aanmerking als er veel wondvocht is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.