+ Meer informatie

De Tulp

4 minuten leestijd

Dit voorjaar is het precies vier eeuwen geleden dat de eerste tulpen in de Leidse Hortus ontloken. Wat begon met een klein hoekje in een academietuin, is vier eeuwen later uitgegroeid tot ruim zevenduizend hectare bollenvelden.

In het najaar van 1593 begroefde botanicus Carolus Clusius de eerste tulpebol in de aarde van de Leidse Hortus. Van 1573 tot 1576 was de vermaarde plantkundige in Wenen, aan het hof van Maximilaan II, waar hij was aangesteld als prefect van de keizerlijke medicinale kruidentuin. Daar ontmoette hij Ogier Ghislain de Busbecq, de keizerlijke gezant aan het hof van de sultan. Van hem kreeg Clusius zijn eerste tulpebollen uit Turkije. Nadat Clusius in 1593 door de Universiteit van Leiden het ambt van prefect kreeg aangeboden, richtte hij de Leidse academietuin in met de plantencollectie die hij in Wenen had verzameld. De publieke belangstelling ging het meest uit naar de tulp en al spoedig zag Clusius zich genoodzaakt om zijn bollentuin onder strenge bewaking te stellen om dieven zo min mogelijk kans te geven. Hoewel Clusius' naam onlosmakelijk verbonden is aan de verspreiding van de tulp in Europa, was de bloem in Nederland niet geheel onbekend. Al voor 1573 zou de tulp in de tuin van een Amsterdamse apotheker zijn gesignaleerd. Maar het was Clusius die bekendheid gaf aan deze exotische bloem.

Prestige
Weldra was Clusius niet meer de enige die tulpen kweekte. Rond 1600 vestigden zich de eerste teeltbedrijfjes ten zuiden van Haarlem, die hun alleenheerschappij zo'n 150 jaar in stand wisten te houden. De tulp bleef iedereen verbazen door haar variaties in vorm en kleur. Tulpenliefhebbers probeerden elkaar de loef af te steken met de mooiste en merkwaardigste exemplaren. Ook andere bolgewassen vierden het succes van de tulp mee.De "koningin der bloemen" werd door haar toenemende populariteit een alom begeerd prestige-object. Parels en diamanten verloren hun glans nadat de gevierde bloembol zijn intrede had gedaan. Een tulpebol werd al gauw een veiliger bezit geacht dan edelstenen. De nationale tulpengekte leidde niet alleen tot astronomische prijzen van de bollen, maar hier en daar ook tot gefronste wenkbrauwen. In zijn zinnepoppen uit 1614 hekelt Roemer Visscher de tulpenvrienden, die hij vergelijkt met verzamelaars van hoorntjes en schelpen.

Ds. De Hondt

Hoewel hij een groot bewonderaar was van de tulp, trok in die tijd ook de Zeeuwse predikant Pieter de Hondt fel van leer tegen de tulpenaanbidders. Vermanend dichtte de predikant over de anjerhefhebbers, die hij vergelijkt met tulpmaniaken: „ Ondertusschen sal ik haer Stellen by degroote schaer Van de dwaese Tulipisten Die haer geit en tyt verquisten."

Vijfduizend gulden
In die jaren waarschuwden Visscher en De Hondt al voor de toenemende speculatiezucht die later als de Windhandel de geschiedenis in zou gaan. Zo kostte de geliefde Semper Augustus met zijn gevlamde bloembladeren in 1610 nog 1200 gulden, in 1624 3000 gulden en 5000 gulden in 1625. Wie geen geld had betaalde in natura. Zo blijkt uit een teruggevonden rekening dat een enkele tulpebol gelijk stond aan "twee lasten tarwe, vier lasten rogghe, vier vette ossen, acht vette verekens, twaalf eveneens vette schapen, twee oxhoofden wijn, vier tonnen achtguldens bier, twee tonnen boter, duysent pont kaas, een bedde en zijn toegehoren." En een wagen om alles te vervoeren. Dat alles ter waarde van drieduizend gulden. Op het hoogtepunt van deze bollenrazernij (1636-1637) gaan drie tulpenbollen voor dertigduizend gulden van de hand, dat is drie keer zoveel als een Amsterdams grachtenpand. Aan de bollenspeculatie komt in februari 1637 plotseling een einde, na ingrijpen van de staten van Holland en Friesland.

Failliet
De prijzen zakken in en veel handelaren gaan failliet. Toch blijft de gevierde tulpebol nog redelijk fors geprijsd. Een bol van de variëteit Admirael van Eyk, die op het hoogtepunt van de handel voor 1345 gulden van de hand ging, bracht vijfjaar later nog altijd 220 gulden op. Pas een eeuw later, als de hyacint de tulp van de troon stoot, zakt de prijs van sommige variëteiten tot enkele dubbeltjes. Verhalen over de windhandel hadden de tulp in het buitenland inmiddels beroemd gemaakt, zodat de bloem ook daar steeds meer in de belangstelling kwam. In de eerste helft van de 19e eeuw breidt de bollenteelt zich uit naar Overveen en Bloemendaal en in de tweede helft van de eeuw richting Hillegom en Noordwij k. In de twintigste eeuw is de tulp een belangrijke pijler van de Nederlandse economie geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.