+ Meer informatie

VRAGENBUS

6 minuten leestijd

Correspondentie voor deze rubriek aan : | T. MOLEN AA R. Leede /S. Rotterdam-Zuid \ ___.

C. J. te T. vraagt: oe moeten we Ps. 104 : 5 uitleggen, waar geschreven staat: Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten" en Spr. 8 : 29: Toen Hij de grondvesten der aarde stelde."

Is de wetenschap nu niet in strijd met Gods Woord, als zij zegt, dat de aarde een bol is en draait?

Antwoord: at de aarde een bol is, is boven alle twijfel, niet alleen, omdat men de aarde rondgevaren en rondgevlogen heeft, maar omdat Gods Woord het zegt. Lees slechts Jes. 40 : 22, waar we lezen: Die daar zit boven de kloot der aarde." Ook lezen we in Job 26 : 7: Hij hangt de aarde aan een niet."

En dat de aarde draait zal ook wel waar wezen. Maar is dit nu in tegenspraak met de door u aangehaalde teksten? Wel neen! Als de dichter van Ps. 104 en Salomo in het spreukenboek alzo spreken, bedoelen zij, dat de aarde een vaste plaats heeft gekregen te midden van het onmetelijk heelal en daar in vaste banen geleid wordt.

In Dachsel lees ik: „De grondvesten van een zwevende bol zijn zijn centrum (middelpunt), waarop al de delen steunen en waardoor zij gedragen worden."

Ds Donner vermeldt: „Zij nu, die onder de natuurkundigen nog in de Schrift geloven, erkennen wel het bestaan der krachten, doch het middelpunt, het centraalpunt, vanwaar die krachten uitgaan en waarheen haar werking zich keert, is voor zulke Christelijke natuurkundigen, de levende en almachtige God Zelf, de Schepper aller dingen, Die alle dingen draagt door het Woord Zijner kracht."

J. B. te L R. W. vraagt hoe wij de nieuwe Bijbelvertaling moeten beoordelen.

Antwoord: Kort gezegd: We staan daar afwijzend tegenover. Ik wil verwijzen naar „Rondkijk" van 25 Jan. '52, die reeds een begin heeft gemaakt met zijn beoordeling op de nieuwe Bijbelvertaling. Ik ben het met hem van harte eens. Ook heb ik met groot genoegen gelezen het artikel in de Saambinder van 1.1. 21 Febr. 1952. De Hoofdredacteur van ons kerkelijk weekblad, dat evenals „Daniël" in alle gezinnen behoort gelezen te worden, heeft veel waardering voor de ontzaglijke arbeid, maar staat ten slotte toch afwijzend op gronden, die u in No. 21 zelf kunt lezen.

Alleen nog een klein uitstapje om nader te bewijzen, dat wij huiverig zijn die Bijbelvertaling te aanvaarden. Oude vertaling van 2 Sam. 6 : 19 luidt:

„En de Heere sloeg onder die lieden van Beth-Semes, omdat zij in de ark gezien hadden, ja Hij sloeg van het volk zeventig mannen en vijftigduizend mannen."

Nieuwe vertaling luidt:

„En Hij richtte een slachting aan onder de mannen van Beth-Semes, omdat zij de ark des Heeren bekeken hadden. Hij sloeg van het volk zeventig man, vijftig op de duizend."

Ik zou zeggen: „Dat verschil nog al wat." Oud is: „ingekeken." Nieuw „bekeken." Maar wat wel het meest opvalt, die vijftigduizend. Dat valt eigenlijk in de nieuwe vertaling weg. Dat vind ik erg. Hier gaat de tekstcritiek te ver. Vijftigduizend moet blijven staan, want al woonden er in Beth-Semes, dat maar klein was, niet zoveel mensen, het was toen een tijd van oorlog en Beth-Semes was een grensplaatsje, waar het leger van Israël lag. Alzo stierven er zeventig burgers en vijftigduizend soldaten.

Voorlopig is dit genoeg. Rondkijker schrijft: Te zijner tijd kom ik hier D.V. nog eens op terug. En in de vragenrubriek zullen er ook nog weieens vergelijkende teksten besproken worden.

J. B. te L. R. W. vraagt of de Libertijnen, die het leven van Johs. Calvijn zo moeilijk maakten, dezelfde zijn, die genoemd worden in Hand. 6 : 9.

Antwoord: ezelfde zijn het natuurlijk niet. Die in Handelingen genoemd worden waren al dood tijdens het leven van Calvijn. Maar ik begrijp wel, wat u bedoelt. In Hand. 6 : 9 worden onder Libertijnen verstaan vrijgelaten Joden uit Rome, die te Jeruzalem een synagoge hadden. Vermoedelijk waren zij vanwege hun streng vasthouden aan de voorvaderlijke zeden als slaven niet bruikbaar. De meerderheid bleef te Rome, maar anderen schijnen naar hun vaderland te zijn teruggekeerd en te Jeruzalem zich te hebben verenigd tot een gemeente met eigen synagoge, die de naam van „Synagoge der Lybertijnen droeg.

Zij stonden Stefanus tegen, daar zij meer ijver voor hun godsdienst schenen gehad te hebben, dan de Joden, die in het Heilige Land woonden.

Zij wilden door kracht van hun redenering het Christendom omverwerpen, wat hun echter niet gelukken kon. In het 10e vers staat er, dat zij niet konden weerstaan de wijsheid en de Geest door welke Stefanus sprak.

Later worden met deze naam aangeduid allen, die in denken of levenspractijk of in beide zich afkerig toonden van de Heilige Schrift en de belijdenis der kerk. In Genève is het de naam geweest van een politieke partij, wier leden eerst warme voorstanders waren van Calvijn en meegewerkt hadden aan zijn terugkeer, maar later, omdat zij onder de strenge leiding van Calvijn niet wilden staan, zich ontpopten als grote vijanden.

niet wilden staan, zich ontpopten als grote vijanden. Onder invloed van Calvijn was er in kerk en staat strengheid van zeden en nauwgezetheid in het zich houden aan de grondbeginselen van Gods Woord gekomen en omdat de Libertijnen meer vrijheid hadden in het vroegere Catholieke leven, en de banden hun te knellenjd waren, daarom kreeg Calvijn van hen veel last.

In de Raad van Genève hadden zij een tijdlajig de meerderheid, maar de grote Hervormer hield voet bij stuk. Een oproerige beweging in 1555 mislukte en de hoofden der partij moesten deels vluchten en anderen werden gevangen genomen en terechtgesteld.

I. B. te A. vraagt of Hendricus Groenewegen, die in het jaar 1685 in Enkhuizen stond en die de Oefeningen over de H. Catechismus of de gronden der Chr. Godgeleerdheid geschreven heeft, wel zuiver in de leer was.

Antwoord: We moeten deze naam niet verwarren met onze geliefde Ds Johannes Groenewegen, die , , de Lofzangen „Israëls" geschreven heeft.

Ds H. Groenewegen was een volgeling van Coccejus, de bestrijder van Voetius. Als we weten, dat Coccejus er een sabbathsbeschouwing op nahield, volgens welke het 4e gebod in de Nieuwe Bedeling zijn kracht verloren heeft, dat hij het zwaartepunt uit God in de mens verlegt, dan weten we dat Ds H. Groenewegen voor ons niet te volgen is.

Behalve de Ooef. over de H. Cat. heeft hij ook geschreven: „Uytlegginge van de zendbrief aan de Hebreën" en „Üytlegginge v. d. zendbrief aan de Romeinen."

Men zij met hem dus voorzichtig.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.