+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

7 minuten leestijd

61.

Zodra het hart van een pelgrim niet meer ten volle verenigd is met de weg der gehoorzaamheid, gaat het redeneren en dat sterkt het ongeloof. Vanuit het geloof komt nooit enige bedenking op tegen de weg des Heeren. Het geloof dat door de liefde werkt, kiest het doen van de wil des Heeren, al komt er nog zoveel tegenop. Vanuit het redeneren komt men altijd af te wijken van de Heere in ongehoorzaamheid. Met weinig moeite weet men dan te klimmen over het hek dat on” scheidt van de weg die veel begeerlijker is voor het vlees, om er met veel meer genot voor ons godsdienstig gevoel de reis naar Sion te vervolgen.

Zo is de Pelgrim met zijn jeugdige broeder Hoop geweken van het vertrouwen op het Woord en gekomen op het pad van allerlei vleselijke beschouwingen. Met de gedachte dat het pad zou uitlopen op de hemelpoort, voerde het hen naar de verschrikkingen van de hel. Getroffen door vele verschrikkingen, vermoeid door het worstelen met de duisternis, heeft de slaap hen bevangen. En daarin zijn zij door reus Wanhoop gevonden, die de verdwaalde reizigers met zijn wrede handen gevangen nam, en deed zuchten in zijn greep. Geworpen in een vunzige kerker van het kaseel Twijfel, werden zij door reus Wanhoop met bijstand van zijn vrouw Wantrouwen, niet weinig getiranniseerd.

Onbeschrijflijk is het leed dat door deze verdwaalde en bedroefde broeders is doorworsteld van woensdagmorgen tot zaterdagavond. Vanuit het hol van reus Wanhoop is nooit op enige verkwikking te rekenen. Het ongeloof snijdt alle hoop op de Heere af. Het neemt alle verwachting van Zijne goedertierenheid weg. Alles wordt hier door reus Wanhoop in het werk gesteld tot onze totale ondergang in de wanhoop. Hij spoort zijn gevangenen aan tot de verschrikkelijkste daden die te bedenken zijn, daar het hen niet mogelijk is, hun ziel te bevrijden uit zijn greep. Door die allervreselijkste daden, waartoe zij door reus Wanhoop werden aangespoord, kon het lijden in zijn hol alleen maar beëindigd worden. En dat is door zijn zogenaamde barmhartigheid, die in wezen zo wreed is als de hel. Want reus Wanhoop wil dat zij uit eigen beweging vanuit zijn hol springen in het eeuwige vuur, gelijk als Judas dat deed. En erger is niet te bedenken voor de oprechten, dan eeuwig Gods zoete gunst en zalige gemeenschap te derven.

Maar gelukkig in al deze folteringen en kwellingen van het helse ongeloof, waren zij treurende en wenende over het gemis van de Heere. En dat kwam op uit het innerlijke leven van het geloof, hoe diep het ook bedolven lag onder het geweld van de hel. En dat zuchtende leven tot de Heere is het onaantastbaar leven der genade. Vanuit dat nieuwe levensbeginsel treurt en weent het hart van deze arme pelgrims tot de Heere. En dat is ons ook bekend vanuit de Schrift.

Toen de discipelen, naar de mens gesproken, meer dood dan levend waren door de kwellingen van het ongeloof, bleef het hart toch nog treuren en wenen over het gemis van de Heere. In de boodschap van de vrouwen, de Heere is opgestaan en Hij gaat u voor naar Gallilea, vonden zij, en al was het niet terstond met volle klaarheid, de sleutel van de belofte tot bevrijding uit de kwellingen van het ongeloof. Wat hen beloofd was vanuit de staat 1er vernedering, zou door Hem vervuld worlen in Zijn verheerlijking.

Al sprekende over voorgaande tijden, waarin de Heere verlossing gaf uit de banden van de dood, kwamen de twee reizigers naar Sion de ellende waarin zij door ongehoorzaamheid gekomen waren, steeds inniger te betreuren en te bewenen. Vanuit het onaantastbare leven der genade werden zij nu steeds krachtiger werkzaam aan de troon der genade. De verlossing moest vanuit Sion komen.

Aanvankelijk deden zij dat meer persoonlijk, men dorst er niet voor uit te komen. Er was zoveel waarin zij veroordeeld werden, en dat benam de vrijmoedigheid. Maar naarmate het hart inniger begon te treuren en te wenen over het gemis van de Heere, bekwam het door Zijn genade meer vrijmoedigheid in het gebed. Gemeenschappelijk kwamen zij nu de gehele nacht door uit de banden van de dood en angsten van de hel te roepen tot de Heere. Ja, een alarmgeschrei tot Hem opteheffenom ontferming.

En zie, de Heere zag in ontferming neer op Zijn zuchtende kinderen. Bij het aanbreken van de dag, vond de Pelgrim in de plooien van zijn kleed de sleutel „Belofte”, die hem dierbaar en onmisbaar was. Want daarin spreekt de Levensvorst. Hij triomfeert over het ongeloof.

Hij heeft satans kop vermorzeld.

Maar alvorens men tot gebruik van deze wonderlijke sleutel overging, heeft de Pelgrim zijn dwaasheid beleden. Vanuit de innerlijke ontroering van het wezen en leven des geloofs, sprak hij: Wat ben ik toch een dwaas! Daar blijf ik nu in dit vunzige kerkerhol liggen, terik vrij zou kunnen rondlopen! Ik bezit de sleutel „Belofte”, en ik weet zeker, dat ik daarmee elk slot van dit kasteel Twijfel vermag te openen.

„Wel”, zei Hoop, „dat is goed nieuws, mijn broeder, haal die sleutel tevoorschijn en beproef hem eens!”

Bij de reizigers naar Sion komt het altijd aan op het geestelijk kennen en gelovig gebruik van de beloften des verbonds. Vanuit het Goddelijk beloven, kwamen zij weer met een heilige aktiviteit tot de heerlijkste geloofsdaden.

Nu nam de Pelgrim de sleutel, stak hem in het slot van de kerkerdeur, draaide hem om, en ziet, het slot sprong terug en de deur ging met gemak open, en de twee treurende en wenende mannen mochten nu van Godswege het vunzige hok van reus Wanhoop verlaten. De deur die naar het voorplein voerde, was ook spoedig geopend, en toen bereikten zij de ijzeren poort, die ook geopend moest worden. Maar dat slot ging verbazend moeilijk, toch opende de sleutel het.

Nu wierpen zij de poort open, om met spoed te ontvluchten, maar het knarsen van de hengsels deed de reus Wanhoop ontwaken, die de vluchtelingen zo snel hij kon, wilde achterhalen. En dat zou zeker geschied zijn vanwege zijn geweldige vaardigheid in het lopen, maar hij werd door een toeval overvallen, zodat hij de vluchtende pelgrims met geen mogelijkheid kon achterna zitten.

Zo menigmaal reus Wanhoop in aanraking komt met de overwinning van de opgestane Heiland, wordt hij getroffen door een toeval, en zinkt in onmacht ter neder. En dat komt hij nooit weer te boven, want de opstanding van Christus is door hem niet krachteloos te maken. De gedachte dat hij overwonnen is door de gekruiste Christus, krenkt hem dagen nacht, want op die geweldige nederlaag had hij niet gerekend.

Weldra bevonden de pelgrims zich nu op dc koninklijke heirbaan, en konden ze vrij ademhalen, omdat zij zich buiten het gebied en het geweld van de reus bevonden.

Zodra zij veilig waren aangekomen bij de plaats waar zij van de rechte weg waren afgeweken, overlegden zij wat zij zouden kunnen doen om te voorkomen dat anderen in de macht van de reus Wanhoop zouden geraken. Zo besloten zij een paal op te richten, en daarop deze woorden te schrijven: „Deze weg voert naar het kasteel twijfel, bewoond door de reus Wanhoop, die een verachter is van de Koning der Hemelstad, en de heilige pelgrims om het leven wil brengen”.

Velen die na hen kwamen, lazen hetgeen geschreven was, en ontkwamen het gevaar.

Toen zij dit gedaan hadden, zongen zij het volgende lied:


Wij weken van de weg, doch wij bevonden
Wat ’t zegt te treden op verboden gronden
Gij die hier na ons komt, neemt u in achi
En wijkt niet af; opdat niet onverwacht
Door Hem, die Wanhoop heet, ge wordt
gegrepen
Die u gevangen naar zijn Twijfelburg zal
slepen.


Wees zo goed en vertel het voort aan alle reizigers, nooit te klimmen over het hek dat voor ons gesloten is, maar dat zij moeten volharden in het gaan op de weg der gehoorzaamheid.

N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.