+ Meer informatie

De last van het geheugen

14 minuten leestijd

De aanslag op het geheugen neemt zorgwekkende vormen aan. Wat moet een mens vandaag al niet bijhouden aan lectuur, afspraken, vergaderingen? Om maar te zwijgen over de codes die je niet vergeten mag. Je (nieuwe) telefoonnummer, je pincode, het kenteken van de auto, je paspoortnummer, de beveiligingscode van de voordeur... Zeker voor ouderen dreigt het een drama te worden. Hoe moet ik dit allemaal onthouden ...

Voor de PTT was de tiende oktober een mijlpaal. Een megaproject werd succesvol afgerond. De consument kan dat nog niet zeggen. Het aanpassen van telefoonnummers in agenda's en op adreslijsten is betrekkelijk eenvoudig. Wie de omnummergids te ingewikkeld vindt, kan bij de telefoonwinkel een handzaam apparaatje kopen dat na intoetsing van het oude nummer meteen het nieuwe presenteert.

Maar daarmee is de verouderde informatie in het geheugen niet uitgewist. Laat staan dat de nieuwe gegevens zijn ingeprent. Nieuwe kengetallen, verlengde abonneenummers. Deskundigen hebben inmiddels laten weten dat de rek er nu uit is. Het korte-termijngeheugen van de gemiddelde burger is in staat kortstondig zeven elementen vast te houden. Doet er niet toe of het letters, cijfers of woorden zijn. Met een zevencijferig abonneenummer is de grens dus bereikt.

Wonderlijk ding
Het blijft een wonderlijk ding, dat geheugen. De onnozelste feiten keren soms terug in je gedachten, terwijl vitale informatie op essentiële momenten zoek is. Een enkele keer is dat een prettig verschijnsel.

Zo kwam het hoofdofficier van justitie mr. L. de Wit ongetwijfeld goed uit, dat tijdens het verhoor door de parlementaire enquêtecommissie een deel van zijn binnenkamer plotseling in mist gehuld was. Op het verzoek van commissievoorzitter Van Traa wat dieper in het geheugen te grijpen, klonk zijn verontschuldiging: „Ik kan niet dieper tasten dan op dit moment."

Voor het merendeel van de Nederlanders is vergeetachtigheid een uiterst hinderlijke kwaal. Vooral ouderen tobben ermee. En die komen er door de perfectionering van de gezondheidszorg steeds meer. Dementie rukt sluipend op binnen de top-tien van volksziekten.

Deze wetenschap doet bij menige bejaarde de angst om het hart slaan wanneer een naam niet te voorschijn wil komen, een nummer lijkt weggewist, een herinnering met nevels omgeven blijft. Jongeren die iets vergeten zijn, doen dat af als een black-out. Voor ouderen doemt meteen het spookbeeld van Alzheimer op.

Pincode
Mevrouw Vos kent deze schrik uit ervaring. Toen haar man een herseninfarct kreeg, ging haar leven ondersteboven. Een jaar later volgde een tweede klap: het echtpaar verloor een zoon. Kort daarop constateerde de Apeldoornse dat haar geheugen mankementen gingen vertonen. De eenvoudigste zaken kon ze niet meer onthouden en meer dan eens raakte ze in een gesprek de draad kwijt.

„Achteraf gezien miste ik m'n concentratie, maar dat staat je in zo'n periode niet helder voor ogen. Je weet alleen dat je rommelig bezig bent. Ik had soms het gevoel dat ik begon te dementeren, ben er zelfs voor bij de neuroloog geweest. Die heeft een hersenscan laten maken, maar alles was goed. De klachten waren een gevolg van de omstandigheden."

Om toch wat aan het euvel te doen, volgde ze in '87 een cursus geheugentraining. „Je moet er geen wonderen van verwachten, maar het maakt je wat oplettender. En het contact met anderen doet al goed. Je herkent dingen bij mekaar. Iedereen van onze leeftijd vergeet veel. Vooral namen onthouden is een probleem. En pincodes. Zaterdag heb ik nog geprobeerd om te pinnen: twee keer fout."

Cursus.
Dit jaar besloot ze op "herhalingsoefening" te gaan. De 75-jarige Apeldoornse wist een twaalftal medebewoonsters van de serviceflat te motiveren voor een cursus geheugentraining in eigen huis. Joop Witkamp, docent van de Apeldoornse Stichting voor Geheugentraining, bleek bereid de cursus te leiden.

„Een falend geheugen levert veel ouderen een schuldgevoel op", weet de oud-conrector. „Je kunt merken dat pa een daagje ouder wordt, zeggen de kinderen, als pa zo nu en dan wat vergeet. Een belangrijk element van zo'n cursus vind ik, dat mensen die vergeetachtigheid wat leren relativeren. Er worden geen wondermiddelen aangereikt. Wel een manier om meer te weten te komen over de mogelijkheden en de grenzen van het geheugen.

Zo leren de cursisten dat het geheugen bij het ouder worden langzamer werkt en dat vergeten een normaal verschijnsel is, zodat je niet bang hoeft te zijn als je wel eens wat vergeet. Er zijn bovendien allerlei manieren om er wat aan te doen." Leidraad daarbij is de tiendelige lesmap "Over geheugen gesproken", die werd ontwikkeld door de Intervakgroep Sociale Gerontologie van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Sinds 1985 fungeerde het boekwerk voor duizenden 55-plussers als hulpmiddel om het geheugen op te krikken. Allerlei instellingen voor ouderenwerk namen de geheugencursus op in hun dienstenpakket. Inmiddels is de rage wat geluwd, maar de actieve Apeldoornse Stichting voor Geheugentraining draait nog op volle toeren.

Cassa
De kern van de cursus is samengevat met het sleutelwoord "cassa", een afkorting van concentreren, associëren, structureren, selecteren en accepteren. Het begint niet voor niets met concentratie, houdt Witkamp de dames voor.

„Zeker als je ouder wordt, is het steeds moeilijker om twee dingen tegelijk te doen. Maak dus eerst af waar je mee bezig bent. Ga niet stoffen en meteen ook de planten verzorgen. Dan is de kans groot dat je na het afspuiten van een plant je stofdoek kwijt bent." Instemmend gelach bewijst de realiteit van het voorbeeld.

„Weet je wat mijn probleem is?", fluistert een cursiste, „ik ben altijd zo gauw afdwalerig." Na een concentratietest keren de dames terug naar de lesstof van de vorige keer: het onthouden van namen bij gezichten. Op advies van Witkamp hebben ze daarbij het associëren toegepast. In alledaags Nederlands: het gebruik van ezelsbruggen. Het biedt niet altijd uitkomst.

„Ik vind het heel moeilijk om bij dit gezicht een ezelsbruggetje te verzinnen", bekent een cursiste, wijzend naar het portret van een heer met een bijzonder alledaags gezicht. Voor het onthouden van telefoonnummers adviseert de cursusleider op het ritme, een bekend jaartal of een spiegelgetal te letten.

Wie bij de psalmen is grootgebracht, kan die als geheugensteun hanteren. Wat is eenvoudiger dan in plaats van 8703 "de Filistijn" in het geheugen op te slaan. Wanneer die wordt opgediept volgen vanzelf "de Tyriër, de Moren", met de bijbehorende informatie: Psalm 87 vers 3.

Mens
Ook de media hebben het geheugen ontdekt. Onze Taal vulde er het mei-nummer mee, het magazine Plus bood haar lezers een complete bijlage over dit onderwerp en -om niet meer te noemen- de VPRO wijdde er vele uren tv aan.

Geheugendeskundige prof. dr. W.A. Wagenaar, hoogleraar functieleer aan de psychologische faculteit van de Rijksuniversiteit Leiden, is er niet door verbaasd. Het bevreemdt hem meer dat de belangstelling voor het geheugen zo laat is gewekt.

„Het is ongeveer de belangrijkste functie die een mens heeft. Veel belangrijker dan het gezicht, het gehoor en wat dan ook. Als je niet kunt zien of horen ben je ernstig gehandicapt, maar je bestaat nog steeds als persoon. Heb je geen geheugen, dan ben je verdwenen.

Het is de herinnering die de mens tot mens maakt. Zonder geheugen kun je geen enkele andere functie gebruiken. Als ik me niet kan herinneren wat een tafel is, zié ik ook geen tafel."

Bibliotheek
Wat het geheugen precies is, laat zich nauwelijks onder woorden brengen. Ook specialisten als Wagenaar moeten zich behelpen met vergelijkingen. Het liefst gebruikt hij het beeld van een bibliotheek. Met onbeperkte capaciteit.

„Vergeten bestaat niet. Alles wat werkelijk in het geheugen is opgeslagen, blijft erin. Maar wanneer het op de verkeerde manier is opgeslagen, kom je er heel moeilijk meer bij. Om in het beeld te blijven, het boek ligt wel ergens, maar we kunnen het niet meer vinden.

Als je iets wilt onthouden, is belangrijk dat je de informatie zodanig verwerkt dat die meer handvatten krijgt, zodat je langs verschillende wegen bij de opgeslagen kennis kunt komen. Dat is een van de moeilijkste taken bij het studeren."

Naast het onbegrensde langetermijngeheugen is er het beperkte werkgeheugen, waarin informatie wordt opgeslagen die voor de korte termijn van belang is. Slechts een deel daarvan bereikt het lange-termijngeheugen.

Het derde geheugen dat onderscheiden kan worden is het zintuiglijk geheugen, waardoor we zaken als kleur, geur en smaak kunnen herkennen en plaatsen.

Bij stoornissen van het geheugen zal dan ook eerst vastgesteld moeten worden over welk type geheugen het gaat. De bekende verstrooide professor laat zien dat de ene geheugenfunctie optimaal ontwikkeld kan zijn, terwijl een andere minimaal functioneert.

Efficiënter
De training van het geheugen is grotendeels een onbewust proces. Een kind op de basisschool heeft een forse kluif aan het leren van een rij onbekende woorden. Tien jaar later moet het in staat zijn binnen twee maanden de stof van een dik boek tot zich te nemen. In die jaren is het vermogen om kennis op te nemen en vast te houden blijkbaar aanzienlijk getraind.

De geheugencursussen voor ouderen hebben volgens Wagenaar een totaal ander karakter. „Daarmee verbeter je niet je geheugen, maar je leert handiger door het leven te gaan met het beperkte geheugen dat je hebt. Mijn agenda is een middel om ervoor te zorgen dat ik niet alles hoef te onthouden. En op dat stuk papier daar heb ik pasfoto's bevestigd van de studenten waarvoor ik verantwoordelijk ben, met eronder hun naam. Dat is mijn geheugensteuntje."

Niets wijst er volgens de Leidse geheugendeskundige op dat het gebruik van dergelijke hulpmiddelen de functie van het geheugen zelf verzwakt. „Je kunt het juist efficiënter gebruiken." Ook de opvatting dat het geheugen in vorige generaties beter ontwikkeld was, weerspreekt hij met kracht. „Die mensen leefden in een maatschappij waarin veel minder onthouden hoefde te worden.

Wij leven in een enorm complexe wereld. En er wordt van ons verwacht dat we over die wereld zeer veel weten. We worden geacht hordes politici uit alle mogelijke landen te herkennen en de internationale ontwikkelingen bij te houden. Mijn vroegere collega's hadden de verplichting om aan de universiteit te melden wanneer ze zich buiten de muren van Leiden begaven.

Ik ga jaarlijks naar ik weet niet hoe veel congressen over de hele wereld, om daar over de resultaten van ons onderzoek te vertellen. De belasting van het geheugen is veel zwaarder dan driehonderd jaar geleden."

Memoriseren
De veranderingen in de samenleving hebben ook een aanpassing van het onderwijs tot gevolg gehad. Vroeger was leren vooral memoriseren. Nu alles op schrift of schijf staat, is de betekenis daarvan afgenomen. Belangrijk is dat je informatie leert vinden. Het uit het hoofd leren van de klassieke rijtjes verdween. Deels omdat ze niet meer met de realiteit overeenstemden, deels omdat het als nutteloos werd ervaren.

Momenteel is in die opvatting weer een zekere kentering waarneembaar. Zo pleitte Michaël Zeeman, chef van de kunstredactie van de Volkskrant, in het blad Onze Taal ervoor om schoolkinderen elke week een gedicht uit het hoofd te laten leren. „Laten we ons bevrijden van die slappe houding dat het zielig is om iets uit je hoofd te moeten weten, omdat je toch een zakcomputer hebt. Nee, je moet een hoofdcomputer hebben. Want wat in je hoofd zit, kan niemand je afpakken."

Het is een visie die naadloos aansluit bij die van F. van Toor, leerkracht aan de Eben-Haëzerschool in Teuge. In weerwil van de nieuwe inzichten handhaafde hij het memoriseren, zij het in een wat aangepaste vorm. Het verleende hem het stempel van een ouderwetse schoolmeester. Nu blijken zijn opvattingen weer modern te zijn.

Basiskennis
De onderwijzer begon zijn carrière in 1974. Veel oudere leerkrachten hielden in die jaren nog vast aan het memoriseren, het overgrote deel van de jonge generatie huldigde inmiddels het standpunt dat kinderen inzicht moet worden bijgebracht. Concreet: geen massa's plaatsnamen erin stampen, maar hen leren omgaan met de atlas.

„Op zich heel ware dingen", vindt Van Toor, „maar men sloeg wat door. Je zult eerst de noodzakelijke ingrediënten moeten toedienen waarmee ze dat inzicht kunnen verwerven. Ik heb altijd gekozen voor een tussenweg. Je moet onderscheid maken tussen zinloos reproduceren en nuttig memoriseren. In m'n jeugd heb ik rijen plaatsnamen geleerd, zonder te weten waar die plaatsen lagen. Dat is nutteloos.

Maar het is heel zinvol als kinderen de belangrijkste plaatsen van Nederland uit het hoofd kennen en ook weten aan te wijzen op de kaart. Hetzelfde geldt voor jaartallen bij het vak geschiedenis en bijbelteksten bij godsdienst. Inzicht vereist een stuk basiskennis. Feiten die je gewoon moet weten. Dat wordt ook vrij breed weer erkend. Zaken die lachend in een hoek zijn gezet, komen nu weer te voorschijn."

Globaal idee
Professor Wagenaar ziet weinig in een herwaardering van het memoriseren. Zeker wanneer dat gebeurt met de gedachte dat daarmee het geheugen wordt gestimuleerd. „Als je ziet wat kinderen over popgroepen of mode-artikelen weten, dan is duidelijk dat we hun geheugen echt niet behoeven te trainen. Als iets hun interesse maar heeft. Dat is bepalend.

Daar ligt ook het geheim van zogenaamde geheugenwonders. Dat zijn geen mensen met een geweldig geheugen, maar met een uitzonderlijke interesse voor één bepaald gebied. Heeft het nut om jaartallen uit het hoofd te leren? Of de tafels van vermenigvuldiging, als je zakrekenmachientjes ter beschiking hebt? Ik betwijfel dat.

Veel zinvoller is om kinderen een idee te geven van de globale uitkomst van dingen. Zodat ergens een lampje bij ze gaat branden als 7 x 9 53 oplevert, en ze de Franse revolutie niet voor de 80-jarige oorlog plaatsen."

Catechismus
Van Toor ontkent niet dat interesse voor een belangrijk deel bepaalt of kinderen kennis vasthouden. Het memoriseren beoefent hij vooral bij leerstof waarvan de leerlingen het nut nog niet zien, maar hij wel. Zoals de Heidelberger Catechismus. De onderwijzer uit Teuge dreunt die er op ouderwetse wijze in.

De nieuwe vraag, die op het bord is geschreven, wordt door hem op maandagmorgen uitgelegd. 's Middags dreunen de leerlingen de catechismus voor het eerst op, terwijl de leerkracht met zijn aanwijsstok op het schoolbord de maat slaat.

„Dat geeft een vast ritme. Je heit die vraag erin. Letterlijk. Zo doe ik dat elke dag twee keer. Steeds worden wat woorden weggeveegd. Op vrijdag is het bord schoon. De collega's moesten er even aan wennen, maar het blijkt besmettelijk. Het wérkt en de kinderen vinden het nog leuk ook.

Niet alleen onze eigen kinderen. In de kinderevangelisatie hebben we dezelfde ervaring bij het aanleren van teksten. Bijna elk kind wil graag presteren. Op deze manier kun je ook de zwakke broeders erbij trekken. De kracht van de herhaling moeten we niet onderschatten.

Daarnaast probeer je trucjes te bedenken waarmee kinderen kennis makkelijker vasthouden. Ankertjes waarmee je de informatie als het ware in hun geheugen probeert vast te pinnen."

Zoekfase
Net als bij een computer zijn bij het geheugen drie functies te onderscheiden: opslaan, bewaren en zoeken. Informatie die is opgeslagen kan niet verdwijnen. Wel kunnen gegevens worden bedekt door recentere informatie. Dat "updaten", waarbij alleen de laatste versie behouden blijft, is een belangrijke functie van ons geheugen.

„Ik moet niet vandaag m'n auto gaan zoeken op de plaats waar-ie gisteren stond", illustreert Wagenaar. „Maar het gaat mis als we dingen "updaten" die beter bewaard hadden kunnen blijven, en omgekeerd." De derde periode waarin geheugenproblemen kunnen ontstaan, is de zoekfase. Iets kan goed zijn opgeslagen, correct bewaard, maar het is niet meer terug te vinden.

Bijna iedereen kent die irritante momenten waarop je niet op een naam kunt komen. Soms staat hij aan de poort van de herinnering, maar weigert naar buiten te treden. Een euvel dat de Leidse hoogleraar verklaart uit het zoeken met een foute "cue", het merkteken waarmee informatie is opgeslagen.

„Uit mijn eigen onderzoek blijkt dat de inhoud van een gebeurtenis de belangrijkste cue is. Als mijn portemonnee op 13 september wordt gestolen, en iemand vraagt me enkele weken later wat op 13 september is gebeurd, dan weet ik dat waarschijnlijk niet. Maar vraagt hij naar de gestolen portemonnee, dan is dat een cue die de hele zaak meteen oproept. Hoe zeldzamer de cue, hoe beter de bijbehorende herinnering te vinden is."

Vragen om problemen
De hinderlijkste afwijking van het geheugen is de vermenging van gegevens. In vaktaal: interferentie. Het is voor Wagenaar duidelijk dat de top van het bankwezen daar weinig oog voor heeft. „Ik heb een giropas, een Europas, een Visa-kaart, een American-Expresskaart, een Master-kaart... Allemaal met verschillende pincodes.

Er is toch geen schijn van kans dat ik die kan onthouden. Dat heeft niets met ouderdom te maken. Ik heb eens een voordracht gehouden voor de directeuren en onderdirecteuren van een bekende bank. Ook zij hadden hun cliënten het advies gegeven de kaartcode uit het hoofd te leren en vervolgens te vernietigen. Mijn vraag aan deze mensen: Geachte heren, wilt u nu allemaal uit uw portefeuille het briefje pakken met uw eigen code.

Die mensen hebben geen ander geheugen dan wij en zitten met hetzelfde probleem. Ons geheugen is gemaakt voor het onthouden van betekenisvolle dingen. Met zo'n betekenisloos nummer kies je dus al iets waarin ons geheugen minder goed is. En dan ga je daarbij nog eens een geweldige interferentie kweken, door mensen te overladen met nummers. Dat is vragen om problemen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.