+ Meer informatie

HOE PREKEN WE OVER DE CATECHISMUS?

10 minuten leestijd

INLEIDING

Sinds de Reformatie kennen kerken van gereformeerde signatuur de catechismuspreek. Deze past in het kader van de tweede kerkdienst als een leerdienst. Zodoende is het in veel gemeenten heel vertrouwd geworden dat in de middag- of avonddienst de catechismuspreek wordt gehouden. De gemeente is dan de lerende gemeente. Dat deze leerdiensten altijd belangrijk zijn gevonden hangt samen met de gereformeerde opvatting van het geloof. In de Heidelbergse Catechismus (HC) wordt het geloof omschreven als kennen en vertrouwen (zondag 7). Kennis behoort wezenlijk tot het geloof. Niet maar uiterlijke, verstandelijke kennis, maar kennis als een zaak van hoofd, hart en hand. Kennis als relatie, namelijk met God door Jezus Christus. Kennis als werk van Gods Geest.

Ook in onze tijd is kennis onmisbaar in ons geloof. Kennis van de Schrift, van het geloof van de kerk der eeuwen. Tegelijk moeten we zeggen dat het met deze kennis niet zo best gesteld is in de gemeente. We zullen er daarom alles aan moeten doen om het verkrijgen van kennis die plaats te geven die nodig is om als gelovige en als gemeente te (over)leven. Ik denk dat de catechismusdienst daarbij van grote betekenis is. Ze staat in het perspectief van het ‘Christus leren’ uit Ef. 4:20. Misschien haalt een lezer nu zijn schouders op. Is dat nu wel zo? Is de catechismusdienst en -preek nog wel een geschikt middel om de kennis, samen met het vertrouwen, tot zijn recht te laten komen in het leven van het geloof?

Ik denk dat inderdaad. Maar dan moeten we wel bereid zijn om de praktijk van de catechismusdienst tegen het licht te houden.

BEDIENING VAN HET WOORD

Laat ik beginnen met te zeggen dat de catechismuspreek moet worden gezien als bediening van het Woord. Zo is de catechismuspreek ook altijd bedoeld in de gereformeerde traditie, al heeft ze niet altijd zo gefunctioneerd. Er wordt uiteindelijk niet uit de catechismus, uit een belijdenisgeschrift gepreekt, maar uit de bijbel als het Woord van God. Dat kan ook niet anders, want anders zouden we de HC op een lijn stellen met de Bijbel. Dat zou in strijd zijn met onze belijdenis zelf. (vgl. NGB, art. 7) De catechismuspreek kan bediening van het Woord zijn omdat in de HC de kernen van de Schrift aan de orde komen. Om die bijbelse kernen gaat het in de catechismuspreek.

Nu kan men globaal genomen twee soorten preken onderscheiden, namelijk tekstpreken en themapreken. Een tekstpreek gaat over een tekst of perikoop uit de bijbel. Een themapreek stelt een thema uit de bijbel aan de orde. Ik denk dat we de catechismuspreek moeten zien als een themapreek. We hoeven zo’n thema uit de bijbel dan ook niet per se te verbinden met een tekst uit de bijbel. Het gevaar is dan dat we twee verschillende preken met elkaar verbinden, hetgeen vaak tot iets gekunstelds leidt. In de catechismuspreek komen dus de grote bijbelse thema’s, zoals de schepping, Gods voorzienigheid, de verzoening, de opstanding, het geloof, de geboden, het gebed en andere thema’s aan de orde, waarbij we dan telkens op zoek zijn naar wat de bijbel ons hierover leert. De HC reikt ons hiervoor het nodige materiaal aan. Dat moet dan zo gebeuren dat de thema’s midden in de actualiteit van het geloofsleven in onze tijd staan. Zo wordt de catechismuspreek een levende leerpreek, geschikt om ‘Christus te leren’.

EEN ONDERZOEK

Toch is dit laatste niet zo vanzelfsprekend. Ik hield een klein onderzoek onder hoorders van de catechismuspreek. Daaruit bleek dat men vaak een afstand voelt tussen de catechismuspreek enerzijds en het eigen geloofsleven en de huidige tijd anderzijds. Men voelt dat men in een heel andere culturele — en kerkelijke situatie leeft dan in 1563, toen de HC werd geschreven. Men mist daarom in de catechismuspreek de geestelijke — en praktische leiding die men nodig heeft om vandaag als christen te leven. Men wijst er dan op dat in de HC noties als onze missionaire roeping, de verhouding kerk en Israël, de gaven van de Heilige Geest, ethische beslissingen, omgaan met moslims enzovoort, ontbreken Betekent dit gegeven niet dat de HC geen geschikt leerboek meer is voor onze tijd?

Zelf denk ik dat we ook vandaag in de HC toch een betrouwbare gids vinden. Maar dan moeten we wel op een goede manier met haar omgaan. We moeten ons niet vastpinnen op de letterlijke tekst van de HC, die we dan in de preek exegetiseren. Nee, het gaat veel meer om het vinden en toepassen van de intentie van de vragen en antwoorden van de HC. Prof. J. Severijn zei ooit dat het om de religie van de belijdenis gaat. Wanneer we de intentie van een zondag van de HC hebben ontdekt kunnen we vervolgens met behulp van die intentie op creatieve wijze aan een bijbelse themapreek werken. Dat lijkt me een goede vorm voor de catechismuspreek vandaag.

DE PRAKTIJK

Hoe kan de catechismuspreek en ook de leerdienst nu zó vorm en inhoud krijgen, dat ook in onze tijd mensen geholpen worden in het ‘Christus leren’?

Er moet allereerst in de plaatselijke gemeente bezinning komen. Men kan de catechismuspreek maar niet alleen overlaten aan de predikant. Kerkenraad en gemeente dragen met de predikant gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de leerdienst. De kerkenraad begint met na te denken over het doel van de catechismuspreek en de huidige praktijk in de gemeente. De goede, maar ook de zwakke kanten van de praktijk worden besproken. Vervolgens belegt de kerkenraad een gemeenteavond om samen met de gemeente over de catechismuspreek te praten en daarbij ruimte te geven voor de ervaringen van de kerkgangers.

Vervolgens benoemt de kerkenraad een bezinningsgroepje, waarin de predikant(en), enkele leden van de kerkenraad en gemeenteleden zitting hebben. Dit groepje gaat met behulp van een goed omschreven opdracht van de kerkenraad verder met het nadenken over de plaatselijke praktijk en komt op een afgesproken moment met het verslag van zijn bezinning en doet voorstellen. Het is nu aan de kerkenraad om te zien wat men hiermee doet. Het bezinningsgroepje kan worden ontbonden. Maar het kan ook aanblijven als een instantie die op de achtergrond een coachende en waar nodig ook helpende taak heeft bij de catechismuspreek. Voor de hier genoemde bezinning reik ik nu enkele dingen aan.

1. Het rooster van catechismuspreken

In veel gemeenten staat een geregelde catechismusdienst onder druk door allerlei andere soorten diensten. Daardoor is er vaak sprake van flarden leerdienst. Ik denk dat dit funest is. Wie wil leren moet regel kennen. Ik pleit voor het opstellen van een rooster van drie jaar, bestaande uit zes blokken, een over geloven (+ sacramenten), twee over de twaalf artikelen, twee over de geboden en een over het bidden. Vanuit de thema’s die de HC daarbij aanbiedt kunnen extra actuele onderwerpen aan de orde worden gesteld, die van belang zijn voor de plaatselijke gemeente in deze tijd.

2. De voorbereiding

Een goede catechismuspreek vraagt om een grondige voorbereiding. Daarbij gaat het steeds om drie componenten: de Schrift, de HC en de huidige situatie. De predikant moet bij het maken van de preek alle ruimte krijgen en niet in een keurslijf gedrongen worden. Toch zijn er ook onderdelen van de voorbereiding die gezamenlijk kunnen worden gedaan. In een ander onderzoek dat ik hield, bleek hoe predikanten hieraan gestalte geven. De een roept zo nu en dan enkele gemeenteleden bij elkaar. Een ander betrekt de catechisanten er bij. Weer een ander laat gemeenteleden suggesties doen via de e-mail. Er zijn echt veel mogelijkheden.

Wat is het ook belangrijk dat de gemeenteleden zelf zich voorbereiden op de catechismusdienst. Laat het bezinningsgroepje hiervoor mogelijkheden aanreiken, bijvoorbeeld via website of kerkblad. Vooral de geestelijke kant van de voorbereiding is van belang. Dat kan het rendement van de dienst ten goede komen. De leerdienst moet echt iets van de gemeente samen worden.

3. De catechismuspreek zelf

De catechismusdienst moet een praktisch karakter dragen. Het ‘Christus leren’ is niet gebaat bij abstracte of dogmatische betogen, maar bij geestelijke instructie. Wanneer bijvoorbeeld het avondmaal aan de orde komt, is de gemeente niet gediend met een lange uiteenzettingover de verschillende avondmaalsopvattingen. Ze is veel meer gediend met praktische, pastorale leiding inzake de vraag hoe het avondmaal op een goede wijze kan functioneren in het eigen geloofsleven en in het gemeenteleven. Laat de preek vooral eenvoudig zijn, als een derde weg naast een gecompliceerde of simpele preek. En niet te lang. De synode van Dordrecht 1618–1619 maande de predikanten hier al toe.

4. De catechismusdienst

Het centrale gebeuren in de dienst is de catechismuspreek. Juist daarom is het antwoord van de gemeente erop ook van belang. Het lijkt me goed om te zoeken naar mogelijkheden, waardoor gemeenteleden kunnen worden ingeschakeld in de leerdienst. Ik denk in het bijzonder aan een categorie met wie de catechismuspreek ooit begonnen is: de kinderen. Eeuwenlang hebben zij in de catechismusdienst de vragen en antwoorden van de catechismus opgezegd. Zo kan het in onze tijd niet meer. Maar hier ligt wel een uitdaging om te bezien hoe kinderen een functie in de dienst kunnen krijgen. Ik denk bijvoorbeeld aan de combinatie van catechismusdienst en kindercatechese. Zoals kinderen nu ook wel tijdens de preek naar een kindernevendienst gaan, zo zouden kinderen catechese kunnen krijgen in een bijzaal van de kerk over het thema dat aan de beurt is. Er zijn ook voorbeelden in het land dat zo nu en dan de leerdienst helemaal op kinderen afgestemd is.

5. De verwerking van de catechismuspreek

Ook over de verwerking van de catechismuspreek moet het bezinningsgroepje nadenken. Hoe kan er een lijn naar het gezin getrokken worden? Er is vaak creativiteit genoeg in de gemeente om hiervoor plannen en materiaal te maken.

Men kan bijvoorbeeld een eenvoudige samenvatting van de preek aan de kerkgangers meegeven, met enkele gespreksvragen of stellingen voor jongeren en ouderen. Van groot belang is dat er gezocht wordt naar integratie van de catechismusdienst in het verdere gemeenteleven. Hoe kan de leerdienst een bouwsteen zijn voor gemeenteopbouw? Een van de predikanten die meedeed met mijn onderzoek schreef in zijn verslag onder andere:

‘Het jaar daarop behandelden we in de catechismusdienst: ‘Het gebed’, n.a.v. het Onze Vader in de HC (zondag 45–52). Ik herinner me een mooie gemeenteavond bij dat thema. De jeugdvereniging had de avond met mij voorbereid. De avond was druk bezocht, met mensen van allerlei leeftijden. Er was veel tijd uitgetrokken voor groepsgesprek. Ouderen waren verbaasd en verwonderd te horen hoe de jongeren leefden met het gebed. En men bevroeg elkaar onderling. Ook hadden we die avond bewust tijd uitgetrokken voor gezamenlijk gebed. Drie mensen van verschillende leeftijden gingen in het gebed voor en hadden van te voren afgesproken voor welke terreinen zij zouden bidden. Dat was een hele rijke ervaring! Dat thema ‘gebed’ kwam ook aan de orde op de huisbezoeken. We spraken er over in de consistorievergadering en ik maakte een stencil als hulp voor het gesprek over gebed op huisbezoek.’

TEN SLOTTE

Uit het bovenstaande is hopelijk gebleken dat de catechismuspreek ook vandaag goed kan functioneren. Laat ik afsluiten met te wijzen op het kostbare van de HC. Onbekend maakt onbemind. Maar wie de HC als levensgids leert kennen, gaat haar beminnen. Kohlbrügge zei niet voor niets op zijn sterfbed: ‘De Heidelberger, de eenvoudige Heidelberger, houdt daaraan vast, kinderen.’ In het voorjaar 2005 verschijnt van mijn hand een boekje over de catechismuspreek, getiteld Hulde aan de Heidelberger. Over de leerdienst en de catechismuspreek. Ook wordt momenteel een website gebouwd, www.heidelbergsecatechismus.nl, waarin een rubriek is opgenomen: ideeën voor de catechismuspreek.

Dr. W. Verboom is als kerkelijk hoofddocent en bijzonder hoogleraar (vanwege de Gereformeerde Bond) werkzaam aan de Universiteit Leiden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.