+ Meer informatie

Provincies tegen wet uitkeringen wegen

„Op korte termijn nieuwe voorstellen"

2 minuten leestijd

DEN HAAG — De provinciale besturen — met uitzondering van de provincie Groningen — hebben in een gezamenlijlc commentaar het onaanvaardbaar uitgesprol(en over het voorontwerp van de wet tot herziening van de wet uitkeringen wegen.

Hun bezwaren hebben met name betrekking op de gesignaleerde onvoldoende samenhang met het landelijk decentralisatiebeleid en de financiële verhouding tussen rijk en lagere publiekrechtelijke lichamen. Ook hebben de provincies ernstige bedenkingen tegen het voorontwerp in het kader van hét structuurschema Verkeer en vervoer.

Hoewel Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen het volledig eens zijn met het gezamenlijke commentaar willen zij — gezien de uiterst benarde financiële positie van hun provincie — niet zover gaan om over het voorontwerp een onaanvaardbaar uit te spreken. De provincies hebben hun commentaar vrijdag jongstleden aan de ministers van Verkeer en waterstaat en van Financiën en de staatssecretaris van Binnenlandse zaken toegezonden.

Zij verwachten dat de bewindslieden op korte termijn met nieuwe voorstellen ter herziening van de huidige wet zullen komen om op snelle en adequate wijze tot een oplossing te komen.

Vopr 1981 komen de provincies^ ter dekking van de onderhoudskosten en kapitaallasten van alle secundaire, tertiaire en quartaire wegen reeds meer dan 160 miljoen gulden gekost. Telt men de gemeenten en waterschappen er ook bij, dan gaat het zelfs om ruim 300 miljoen gulden, zo verklaarde maandag drs. J. de Geus op een bijeenkomst in Den Haag. Hij is lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant en voorzitter van het interprovinciaal overleg.

Beletsel

Volgens de provinciale besturen gaat de voorgestelde vaststelling van de ter beschikking van de lagere wegbeheerders komende bedragen bij de jaarlijkse begroting van Verkeer, en waterstaat. Volledig voorbij aan de waarborgen ten aanzien van de financiële zelfstandigheid. Deze afhankelijkheid van begrotingsposten- vormt een ernstig beletsel voor een verantwoord meerjarenbeleid op provinciaal niveau.

In het voorontwerp is nergens aansluiting gezocht bij de beleidsafstemming tussen de taken van het rijk en die van de lagere wegbeheerders, terwijl de verdeling van de beschikbare schaarse financiële middelen nauwelijks objectief is geweest. ,,De behoefte van de lagere wegbeheerders zijn stelselmatig gebagatelliseerd", aldus drs. De Geus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.