+ Meer informatie

Vrouw in politiek en maatshappij

Drs. P.C. den Uil: "Is er nog enig gevoel voor de tijdgeest?"

15 minuten leestijd

In grote lijnen was duidelijk hoe binnen de SGP de standpunten lagen inzake de vrouw in de politiek. Er waren ook verrassende uitzonderingen. Verschillende als behoudend bekend staande predikanten bleken geen bezwaar te hebben tegen deelname van de vrouw aan de politiek. Drs. P.C. den Uil, onder meer gemeenteraadslid in Hendrik Ido Ambacht en docent ethiek aan de Cursus Godsdienstonderwijs van de Gereformeerde Gemeenten, toonde zich tot verbazing van velen op dit gebied juist zeer terughoudend. „Ik heb het als uiterst pijnlijk ervaren dat voormannen in onze gezindte geen gevoel voor de tijdgeest lijken te hebben."

Star conservatisme kan drs. M H Den Uil moeilijk worden verweten. De achterliggende jaren verdedigde hij in lezingen en publikaties zijn opvatting dat er bijbels gezien geen bezwaren zijn aan te voeren tegen deelname van de vrouw aan het arbeidsproces. Des te opvallender is het dat hij velen binnen de SGP rechts inhaalt als het gaat om politieke participatie van de vrouw. Hoewel hij zich in de lidmaatschapskwestie tot de verontruste SGP'ers mocht rekenen, viel Den Uil binnen deze groep uit de toon als het ging om de wijze waarop hij zijn zorg uitte. Hij schreef niet alleen een open brief aan de werkgroep Bouwen, maar lichtte de kwestie ook toe op de opiniepagina van het NRC-handelsblad en voor de camera's van de Evangelische Omroep. Voor het oog van tv-kijkend Nederland ging hij in het actualiteitenprogramma NOVA. zelfs in discussie met PvdA-kamerlid Van der Burg, voorzitster van de Rooie Vrouwen. Met kennis van zaken wist hij de feministe, die de SGP wilde laten vervolgen wegens discriminatie, duidelijk te maken dat haar opvatting over discriminatie onhoudbaar is. Waarop het in het nauw gedreven kamerlid met haar laatste troef kwam. „Ik heb wel bijval gekregen van SGPvrouwen."

Tijdgeest
Dit soort ervaringen verklaren de huiver van Den Uil voor de wijze waarop ijveraars binnen de SGP de vrouw naar de politiek willen drijven. Ze hebben naar zijn oordeel geen oog voor het werkelijke probleem. „In tegenstelling tot de jongerenorganisaties van GPV, RPF en SGP, die het blijkens hun brief aan minister Hirsch Ballin over gewetensvrijheid wel hebben doorzien. Het moet ons iets te zeggen hebben dat de discussie over het vrouwenlidmaatschap binnen de SGP, een juridische en exegetische kwestie, uitgerekend plaatsvindt in een tijdsgewricht van individualisering, emancipatie en anti-discriminatie. Deze discussie heeft, maatschappelijk gezien, alles te maken met de ruimte voor de vrijheid van belijden. Ik heb het als uiterst pijnlijk ervaren dat voormannen in onze gezindte, onder wie veel predikanten, op dit punt geen antenne hebben voor de tijdgeest. Daarnaast vind ik dat de discussie onzuiver is verlopen. De weg waarlangs de gedachtenwisseling verliep heeft mij vanaf het begin meer beziggehouden dan de uiteindelijke uitkomst."

Losse flodders
Als fractiemedewerker emancipatiebeleid binnen de Tweede-Kamerfractie van de SGP bekritiseerde Den Uil destijds onder meer het voorontwerp van de Wet Gelijke Behandeling. De opstelster ervan, mevrouw KraaijeveldWouters, liet hem in een persoonlijk gesprek minzaam weten: „Jullie komen vanzelf wel, alleen later." Ze heeft sneller gelijk gekregen dan hem lief is.
Waarom gaat het ineens zo snel?
„De kwestie is uitdrukkelijker op de agenda gekomen door het partijlidmaatschap van vrouwen in Den Haag. Bovendien komen de verkiezingen in zicht. Daar is op ingespeeld door de werkgroep Bouwen, goed bedoeld overigens. Waarom tal van dominees zich er nu pas mee zijn gaan bemoeien weet ik niet. Er zijn in het recente verleden gedegen publikaties verschenen over de positie van de vrouw op maatschappelijk en politiek gebied. Daaraan is nauwelijks aandacht besteed. Dan verbaast het me te meer als anno 1993 iemand als ds. De Gier op het standpunt van het SGPhoofdbestuur reageert met termen als "dopers", zonder die losse flodders te onderbouwen. Zijn Saambinder-artikelen over de plaats van de vrouw stopten toen het actuele probleem om behandeling vroeg. Ik had graag een gefundeerde inbreng gezien, zoals de nota "Principieel Samen Verder" van de SGP-bezinningsgroep."

Bezinningsnota
Hoe beoordeelt u deze nota?
„Ik heb grote waardering voor de grondige exegese, de gedegen historische analyse en de waardige toon. Bij de eindconclusie vraag ik me af of het wel een echte conclusie is, maar de hoofdlijn spreekt me aan. Argumenten als opiniepeihngen en komende verkiezingen zijn terecht buiten beschouwing gelaten. Opmerkingen vanuit de werkgroep Bouwen dat het gesloten houden van de partij voor vrouwen niet meer van deze tijd is, hebben me echt geschokt. Sinds wanneer is dat de norm? In het huwelijk treden is toch ook niet van deze tijd?"
Kunt u een korte samenvattinggeven van uw standpunt over de maatschappelijke positie van de vrouw in het algemeen?
„Het feit dat de vrouw zich meestal met de huishouding bezighoudt en de man buitenshuis het inkomen verdient, is voor een groot deel te verklaren uit de in- o dustriële inrichting van onze maatschappij. In andere verbanden werken man en vrouw nog wel samen. Denk aan de boerderij, het binnenvaartschip, de kruidenierszaak. Niemand onder ons die daar moeite mee heeft. Je moet beginnen bij de bijbelse huwelijksmoraal. Binnen de ordening van onze geïndustriahseerde maatschappij heeft het aanhangen van het bijbelse gezinsdenken in het algemeen de consequentie dat de vrouw thuis is en de man buitenshuis werk verricht. Andersom kun je niet stellen dat een vrouw die een betaalde baan heeft onbijbels bezig is. Dat hangt immers af van de vraag of recht wordt gedaan aan het geheel van de gezinsverantwoordelijkheid. Dat punt maakt mij overigens wel terughoudend."

Toekomst
„Los hiervan staat de vraag of een vrouw elk beroep mag uitoefenen. Ook de uitdrukking vrouwelijk beroep is grotendeels traditiegebonden. De liberale EHse van Calcar noemde in 1863 het geven van onderwijs "de uiterste grens van hetgeen een vrouw past." Vandaag stellen predikanten in de rechterflank van de gereformeerde gezindte terecht dat juist de onderwijstaak van de vrouw aansluit bij de scheppingsnorm. Dit soort voorbeelden nopen tot voorzichtigheid. De grens ligt voor mij bij het regeerambt. En het kerkelijk ambt."
Dat laatste zal bijna iedereen in de achterban van de SGP bevestigen.
„Nu nog wel. Maar hoe lang nog? Onderzoek de geschiedenis, lees de kerkelijke pagina van de krant, realiseer je dat straks alleen de "zwarte-kousenkerken" nog zo'n extreem standpunt hebben. Verplaats ik me in gedachten even naar de toekomst, dan hoor ik ook als het gaat om de vrouw in het kerkelijk ambt: juUie standpunt is niet meer van deze tijd."

Scholing
In de nota "Principieel Samen Verder" wordt vastgesteld dat de scheidslijn tussen het algemeen maatschappelijke en het politieke terrein vaak moeilijk te trekken valt. Is dat niet een terechte constatering?
„Ik erken dat. Op spreekbeurten over dit onderwerp heb ik dat ook altijd hardop gezegd. Als een vrouw geen kamerhd mag zijn, mag ze dan wel medewerkster zijn? Als ze geen rechter mag zijn, mag ze dan wel officier van justitie zijn? Of advocaat? Waar ga je de grens over? Daar ben ik niet uit."
Is de vraag naar politieke participatie niet een logische stap na de onderwijsemancipatie en maatschappelijke emancipatie?
„Je kunt niet ontkennen dat deze ontwikkeling op z'n minst impliceert dat zo'n laatste stap wordt uitgelokt. Tegelijkertijd zie ik zo veel positieve kanten aan schohng voor meisjes, dat ik hen nooit zal ontraden om een opleiding te volgen. Met de wereld om ons heen maken we de fout dat we onderwijs uitsluitend zien als een middel tot inkomensverwerving. Terwijl scholing er ten diepste is om je gaven te ontwikkelen, waardoor je ze dienstbaar kunt maken in de samenleving. Dat kan even goed in een onbetaalde als in een betaalde baan."

Uiterste grens
Dat neemt neit weg dat u een betaalde baan voor gehuwde vrouwen niet uitsluit. Ook een leidinggevende functie niet.
"Inderdaad, ik denk dat je onderscheid moet maken tussen het regeerambt en een leidinggevend beroep. Het eerste is in mijn opinie aan mannen voorbehouden, het tweede niet. Ik vind geen bijbelse onderbouwing voor het standpunt dat vrouwen op maatschappelijk terrein onder geen beding zeggenschap mogen uitoefenen over mannen."
Vanwaar die scherpe grens bij politieke participatie ?
„Ik onderken de exegetische problemen en de toepassingsproblemen. Maar ik kan me met het hoofdbestuur van de SGP, inclusief ds. Hovius, niet onttrekken aan de totaalindruk dat binnen het schriftuurlijk denken het regeerambt voorbehouden is aan de man. Ik ga pas overstag als mij de ogen geopend worden voor het bestaansrecht van een andere exegese. Niet als mij wordt verteld dat ik met deze opvatting niet meer van deze tijd ben."
Het spreken van de Bijbel over de plaats van de vrouw in de kerk betrekt u vanwege Paului beroep op de scheppingsorde ook op de politiek. Is het dan niet zwak om de rest van het maatschappelijk terrein buiten beschouwing te laten?
„Zoals ik al zei ben ik op dit punt niet uitgedacht. Maar als de uiterste grens wel duidelijk voor je is, en het grijze middengebied niet, dan wil ik in ieder geval vasthouden aan wat overtuigend is."

Eerste stap
Concreet komt uw visie erop neer dat een SGP-vrouw wel lid kan zijn van die hoofddirectie van Philips maar niet van de kiesvereniging van Nunspeet?
"Nee, zo kun je het niet stellen. De visie op het lidmaatschap van de kiesvereniging hangt af van de relatie die je ziet tussen kiesvereniging en regeerambt. In geval van volledig lidmaatschap is de kiesvereniging de poort tot het passief kiesrecht -dat is de kiesvereniging naar haar juridische aard- en ligt daarmee in het verlengde van de politieke forums. Bij een beperkt hdmaatschap is dat niet het geval. Met die oplossing zou ik op zichzelf kunnen leven. Maar ik heb afgeleerd om zaken geïsoleerd van de context te beoordelen. Of je het leuk vindt of niet, een fors deel van de partij wijst het beperkt Hdmaatschap voor de vrouw a£ Dat is gewoon een feit. Het is eveneens een feit dat prominente SGP'ers als ir. Van Rossum en burgemeester Hardonk openlijk hebben aangegeven dat zij geen moeite hebben met een volledig hdmaatschap. Dus inclusief de poort naar het regeerambt. ik kan verwijzen naar artikelen in NRC-Handelsblad, De Telegraaf, Trouw en Koers. Hoewel Van Rossum in Terdege weer een ander geluid liet horen, maakt dit alles op z'n minst begrijpelijk dat verontrusten binnen de partij zeggen: Zie je wel, dat beperkte lidmaatschap is een eerste stap. Op het moment dat ik dit een reëel element in de discussie noem, word ik meteen geparkeerd ter rechterzijde. Daar kan ik slecht tegen. Je hebt rekening te houden met de gevoelens die in de partij leven. En met de maatschappelijke context waarin deze hele discussie plaatsheeft. Dat gebeurt niet en juist daar ligt mijn grootste zorg."

Antithese
„Kijk, ik zie een groot vierkant: de maatschappij die doordrenkt is van de geest dezer eeuw, die tot uiting komt in de wetgeving rond abortus, euthanasie, individualisering, emancipatie en anti-discriminatie. Binnen dat grote vierkant is een klein vierkant actief: de SGPwoordvoerders in Kamers, staten en raden. Binnen dat SGP-vierkant heb je het vierkantje van de kiesverenigingen. Daar speelt een discussie over een beperkt lidmaatschap voor vrouwen. In dat vierkantje is een werkgroep Bouwen actief, die een bijeenkomst organiseert in Rotterdam waar zegge en schrijve tweehonderd mensen komen. Zet daartegenover nu eens het anti-discriminatieeffect van dat hele gebeuren. En de verwijdering die er intern door gekomen is. Wat voor vreselijke verwijten zijn niet over tafel gegaan, zoals de stelling dat de traditie boven de Schrift is gesteld. Dat bestrijd ik. Er is verschil in exegese, maar dat is iets heel anders. Bekijk je deze effecten in het licht van het grootste vierkant, de samenleving, dan denk ik: is er nog enig gevoel voor de antithese? Ook onder ons vallen nu uitdrukkingen als "de SGP is bevoogdend voor vrouwen" en "de beslissing van Putten is vernederend voor vrouwen". Dat is de echo van de emancipatienota's die ik destijds van commentaar heb moeten voorzien. Op zo'n moment voel ik me, wat dit onderwerp betreft, inderdaad meer thuis bij de verontruste SGP'ers. Ondanks het feit dat ook ik best wel eens flink moet slikken als ik hoor wat daar soms te berde wordt gebracht."

Goedkoop
Hoe ziet u in dit licht de houding van de door u genoemde opinieleiders binnen de SGP; zijn ook zij door het emancipatiedenken aangetast?
"Zij hebben publiekelijk afstend genomen van de emancipatiegedachte en daarin neem ik ze serieus. Hun opvatting is gebaseerd op het gegeven dat je naar hun mening bijbels niet hard kunt maken dat de vrouw het regeerambt niet toekomt. Zo ver ben ik niet. Zo ver zijn heel veel SGP'ers niet. En ze hebben daarin 75 jaar lang al heel goede papieren. Laten zij die een afwijkende mening hebben maar eens uitleggen waarom al de argumenten die in een rapport als "In haar waarde" staan, niet steekhoudend zijn. Dan ben je op een goede manier met elkaar bezig. Nu wordt gesuggereerd dat bij tegenstanders van de openstelling van het lidmaatschap voor vrouwen, ook in de vorm van een beperkt Hdmatschap, de Bijbel dicht is gebleven. Dat vind ik een uiterst kwalijke suggestie. Ook de opmerking dat de Bijbel niets over een lidmaatschap voor vrouwen zegt, is goedkoop. Over tal van zaken kunnen we slechts door afleiding vanuit de Schrift een antwoord formuleren. Daar komt bij dat ik zelden een voorstander ben tegengekomen die van onderzoek kon getuigen. De bijdrage van ds. Van Ruitenburg in het boek "Is dat discrimineren?", het rapport "In haar waarde", de onderscheiden exegese van de vrijgemaakte theologen De Vries en Van Bruggen, men kent die üteratuur niet eens. Men doet niet anders dan elkaar maar wat napraten."

Proces
U hebt erop gezwezen dat binnen de ARP precies hetzelfde heeft gespeeld. De uitslag is bekend. mag je dat feit als argument in de discussie gebruiken?
"Niet in je uiteindelijke antwoord, wel in de beoordeling van het proces waarlangs ontwikkelingen zich voltrekken. De geschiedenis van de ARP leert mij dat het niet van realisme getuigt als je denkt dat je het bij een beperkt lidmaatschap kunt laten. Daarom roep ik al tien jaar dat je beter meteen de koe bij de horens kunt vatten: het regeerambt voor de vrouw en daarmee het volledig lidmaatschap van de kiesvereniging. Zelf heb ik nog geen exegetisch materiaal onder ogen gehad dat mij overtuigt van 75 jaar misvatting van de SGP."
Hoe wilt u de betrokkenheid van vrouwen praktisch gestalte geven ?
„Ik vond het idee dat door de SGP-bezinningsgroep naar voren is gebracht in de vervolgnota "Doelmatig dienstbaar" zo gek niet. Daarin wordt voorgesteld de partij regionaal op te zetten, waarbij een platform wordt gesticht waarop mensen met elkaar kunnen spreken over de vraagstukken die zich in de maatschappij voordoen, terwijl alle bestuurlijke zaken door mannen worden verricht. Zo zijn er meer mogelijkheden om de waardevolle inbreng van vrouwen te benutten, buiten het lidmaatschap van de kiesvereniging om. Ik denk bij voorbeeld aan werkgroepen en themaavonden."

Actief kiesrecht
Is de consequentie van de afwijzing van het partijlidmaatschap van vrouwen niet dat ook het actief kiesrecht voor vrouwen moet worden afgewezen ?
„Ik vind dat een reële vraag. Hier zie je het bewijs voor mijn stelling dat je dingen niet op zichzelf kunt bezien. Toen het actief kiesrecht geregeld werd, zaten we in een emancipatiegolE In die tijd drukte een vrouw met de gang naar de stembus uit dat ze de emancipatiegedachte aanhing. Intussen bevinden we ons in een andere positie. Het actief kiesrecht is nu geen uiting meer van emancipatie, maar wordt benut om die ideeën te versterken waarvan je samen vindt dat de maatschappij er goed mee is. Staatsrechtelijk gezien maakt de vrouw die stemt gebruik van een afgeleide regeerfunctie, maar in haar intentie doet ze dat niet. Ik wijs het wel af als de man SGP, GPV of RPF stemt en de vrouw bij voorbeeld D'66. Dan vind je de onbijbelse individualisering terug."
De toetsing van de tijdgeest moet meewegen in onze standpuntbepaling?
„Precies. Daarom vind ik wat nu gebeurt zo ontzettend pijnlijk. De hele emancipatiebeweging wacht op het moment dat ook wij overstag gaan. Dat moet je extra alert maken om de tegenpartij niet in de kaart te spelen. Waarom zijn we uitgerekend in een tijd van anti-discriminatiewetgeving aan het strijden over de zogenaamd middelmatige kwestie van het partijlidmaatschap van de vrouw? Die vraag zou ieder zich eens moeten stellen."

Vrij laten
Voor u is hetgeen middelmatige kwestie?
„Nee, die kreet zegt me als zodanig niks. Je kunt hooguit zeggen dat een aantal mensen deze kwestie als middelmatig beleeft en vele anderen niet. Gesuggereerd wordt dat je vanwege de middelmatigheid elkaar vrij moet laten. Maar daarmee is het probleem niet opgelost. Wie moet wie vrij laten? Als de verontrusten de tegenpartij vrij laten, komen vrouwen metterdaad op de kiesvereniging en daar hebben ze het nu juist zo moeilijk mee, omdat zij het niet als een middelmatige zaak beleven. Wat dat betreft ligt het meer voor de hand dat de mensen met een ruimere visie rekening houden met de mensen die hun standpunt niet delen. Met het oog op de eenheid van de partij. Als de zaak door hen werkelijk als middelmatig werd beleefd, hadden we niet de uitwassen gehad waarmee we nu geconfronteerd zijn. Bestuursleden die opstappen, burgemeesters die het hoofdbestuur boycotten, een dominee die praat over zondige besluiten."

Predikanten
Tal van predikanten maakten via het blad Koers zelfs hun toekomstig stemgedrag wereldkundig. Wordt de hele discussie niet sterk vertroebeld door de dominocratie in onze gezindte?
„Ik moet dat helaas bevestigen. Je houdt echter je eigen verantwoordelijkheid en je gezonde verstand. Binnen mijn eigen kerkgenootschap is me opgevallen dat de predikanten die het meest maatschappijbetrokken schrijven of preken, zich in het algemeen afzijdig hebben gehouden in deze publieke discussie. Vermoedelijk vanuit het besef dat ze vanaf de preekstoel nog genoeg te zeggen hebben. En om nog even op het artikel in Koers terug te komen, veelzeggend vond ik de reactie van ds. C. den Boer. Die zei letterlijk: „Minister DAncona heeft gezegd dat de vrouwen bezig moeten blijven deze zaak aan de orde te stellen. Dat kan ik ook op mezelf toepassen en dan moet ik er niet vandoor gaan." Een predikant die zich laat raden door nota bene minister DAncona, de publieke belichaming van de geest dezer eeuw. Of ben ik aan het verrechtsen?"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.