+ Meer informatie

HEILSHISTORISCHE EN EXEMPLARISCHE PREDIKING

5 minuten leestijd

In de predikkunde is het een oud dilemma: moet men heilshistorisch of exemplarisch preken. Gaat het in de Bijbel wat de prediking betreft, om de grote lijnen van het handelen van God met het oog op de komst van Zijn Zoon Jezus Christus, òf gaat het er (ook en vooral) om dat we in de Bijbel beschreven vinden hoe mensen tot geloof komen, uit het geloof leven en de strijd van het geloof voeren?

Sinds K. Schilder, B. Holwerda en M.B. van ’t Veer dit onderwerp in de veertiger jaren hebben aangesneden, is het onderwerp inderdaad tot een dilemma geworden, Het is òf heilshistorisch òf exemplarisch preken. Men kan beide aspecten niet in één methode verbinden.

Nu is er een beknopte, maar tegelijk heldere en degelijke studie verschenen van de hoogleraar in de ambtelijke vakken aan de Gereformeerde (vrijgemaakte) Hogeschool in Kampen, dr. C. Trimp. Hij geeft aan een van de paragrafen in het vierde hoofdstuk de titel: „Het misplaatste dilemma tussen heilshistorie en heilsorde”. De lezer bemerkt dat hier niet de termen exempel, voorbeeld of exemplarisch worden gebruikt.

Toch gaat het daar wel over. Hij geeft een fair overzicht van de publikaties en posities van de drie genoemde auteurs. Voordat hij dit deed, heeft hij het begrip heilsgeschiedenis aan een kritisch onderzoek onderworpen.

Hij wil liever spreken van verbondsgeschiedenis. Hij meent dat de term heilsgeschiedenis op zich niets gereformeerds in zich heeft. Trimp schrijft verhelderend over de onomkeerbare voortgang die er is in Gods openbaring. Het oude wordt in de toekomst herhaald en tegelijk overtroffen. In het oude kan men de structuur van het nieuwe zien. Daarom mag het woord typologie gebruikt worden. Deze term berust (in tegenstelling tot de methode van de allegorese) op het volstrekt serieus nemen van de historie. God gaat volgens Zijn plan te werk. Hij leidt Zijn volk naar de toekomst. Dat is de drijfkracht, de dynamiek van de heilsgeschiedenis. Wij moeten de verhalende teksten „naar voren toe” verklaren. Dat is met het oog op wat God verder in de geschiedenis doet. Er is verschil tussen toen en nu. „Niettemin vertonen vroegere gebeurtenissen een zodanige structuur, dat wij daaruit de contouren van Gods latere, definitieve werk in de bediening van de Heilige Geest kunnen ontdekken.” „Het typische of typologische ligt niet in een totaal complex van feiten en gebeurtenissen, waarin God Zijn hand heeft en menselijke personen een rol spelen” (blz. 55v.).

Uit deze stellingen volgt dat de geschiedenis „exemplarisch” is. Hiermee is uiteraard het dilemma heilshistorisch of exemplarisch doorbroken. Blijkens 1 Corinthe 10: 6 en 11, maar ook blijkens Johannes 13:15, Jacobus 5:10, Hebreeën 4:11 en 2 Petrus 2 : 6 wijst het bijbelse woord voorbeeld op de normatieve strekking van een verhaalde gebeurtenis of ook op het waarschuwend karakter ervan (blz. 78). Luther heeft terecht gezegd dat het moeilijk is om zonder voorbeeld in God te geloven. Luther spreekt over het voorbeeldkarakter van verhalen (in de zin van geschiedenissen) die we in de Bijbel tegenkomen. Het voorbeeld dient om toegang te vinden tot het hart van de gelovigen. Zo komt er ruimte over hun aanvechtingen en volhardingen te spreken. Zelfs bij het historisch verhaal van Jezus is er van een exemplarische functie te spreken (blz. 81 v.). In de unieke heilshistorische situatie zit een exemplarische functie van de daarin optredende personen. Tot zover de gedachten van Luther, die Trimp met instemming releveert, ook al heeft hij wel enige kritiek op het soms speelse gebruik dat Luther van de allegorie maakt. Calvijn krijgt van Trimp de prijs: ook al omdat deze voorzichtiger was ten aanzien van de Christologische uitleg van de Bijbel dan Luther (blz. 86v.).

Conclusie is dat wij ons moeten inzetten voor een herijken van het woord exemplarisch en de negatieve bijklank zoveel mogelijk moeten terugdringen. Wij moeten de voorbeeld-functie van de bijbelse verhalen opnieuw in overweging nemen en voorbeeld breder opvatten dan als enkel illustratie (blz. 90). Trimp verduidelijkt dit aan de krampachtige manier waarop men met Hebreeën 11 is omgegaan. Wij mogen langs de perspectivische lijn van de strijd en het geloof van de kinderen van God wel degelijk naar de gemeente van vandaag kijken. We moeten dat zelfs doen (blz. 93). Trimp meent dat de voortgang in de geschiedenis van de openbaring overbelicht is en de omgang van God met Zijn volk onderbelicht is. Hij pleit voor een heilshistorische behandeling van de heilsorde (blz. 94v.). Hij waarschuwt tegen elke vorm van schematisme. Hij meent voor zijn beschouwing aanknopingspunten te kunnen vinden bij H.J. Schilder (zowel in diens kritiek op vroegere uiteenzettingen als in diens eigen positieve ontvouwing). Tenslotte zij vermeld dat Trimp vanuit de trinistisch-historische Zelfopenbaring van God twee woorden gebruikt: heilsgeschiedenis als openbaringsgeschiedenis èn heilsgeschiedenis als geloofsgeschiedenis. Ten onrechte heeft de eerste in het verleden over de laatste gedomineerd (blz. 108).

Hier breek ik af. Het boek houdt hier ook op! Ik ben bijzonder blij met en dankbaar voor deze studie, vooral wel omdat het diepste motief voor de doorbreking van dit dilemma is „het werk van de Heilige Geest in de geschiedenis van Gods heil”. Trimp noemt dit punt „het verscholen middelpunt van onze voornaamste kritische opmerkingen” (blz. 108).

Het komt me voor dat juist dit „verscholen middelpunt” bredere uitwerking behoeft. Het is immers de basis van de hele beschouwing. Hier wordt een grondlijn uit het praktische homiletische werk van prof. W. Kremer gehonoreerd. Zijn naam trof ik in het boek niet aan, zijn geest wel; ook al heeft hij homiletisch zijn gedachten niet zo breed uitgewerkt als hier geschiedt. Ik zie hier een treffende overeenkomst! Ook met wat mijzelf met betrekking tot dit onderwerp voor ogen staat.

N.a.v. C. Trimp, Heilsgeschiedenis en Prediking. Hervatting van een onvoltooid gesprek. 119 blz., f. 16,65. Uitg. Van den Berg, Kampen 1986.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.