+ Meer informatie

Bolswardorgel Groningen gaat weer klinken

Amerikaanse orgelmaker bouwt nieuw binnenwerk transeptorgel Der Aakerk

6 minuten leestijd

Niet de Nederlandse orgelmaker Verschueren uit Heythuysen, maar de Amerikaanse orgelmaker Paul Fritts gaat de lege kas van het transeptorgel in de Der Aakerk in Groningen van een nieuw binnenwerk voorzien. Het is de eerste keer dat een Amerikaanse orgelmaker een orgel bouwt in Nederland.

Het transeptorgel in de Der Aakerk bestaat slechts uit de twee lege orgelkassen van hoofd- en rugwerk. Wel zijn de oude frontpijpen en de oude klavieren er nog, evenals delen van het oude registermechaniek. Het orgel werd in de jaren 1635/1645 door Anthoni Verbeeck gebouwd voor de Broerekerk in Bolsward. Tot 1877 deed het daar dienst. Toen de Broerekerk opslagplaats werd voor de plaatselijke ijsclub, ging de kas zonder binnenwerk naar de Bolswardse Martinikerk.

In 1967 werd het orgel aangekocht door de hervormde gemeente van Groningen, met de bedoeling het een plek te geven in de Groningse Martinikerk. Het kwam er niet van. In 1991 plaatste Orgelmakerij Bakker & Timmenga de lege orgelkassen in de Der Aakerk, op een nieuw balkon, tegen de oostelijke wand van het zuidertransept, waar oorspronkelijk ook een orgel heeft gehangen. Het instrument kreeg de naam Bolswardorgel.

Ambitieus plan

Peter Westerbrink, organist van de Der Aakerk, heeft van meet af aan de wens gehad dat de lege orgelkassen ooit nog eens van een binnenwerk zouden worden voorzien. Eind jaren negentig leek dat werkelijkheid te worden. Orgeladviseur Stef Tuinstra maakte een ambitieus plan, dat met geld van het Groningse Marthe Havingafonds gerealiseerd zou worden. Dat fonds sponsorde ook een groot deel van de restauratie van het hoofdorgel van de Der Aakerk. Bij wijze van cadeautje schonk het Havingafonds ook geld voor de bouw van een nieuw binnenwerk in het Bolswardorgel, aldus Tuinstra.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) had volgens Westerbrink geen zwaarwegende bezwaren. Er moest nog wel overlegd worden of de originele klavieren, waarvan de toetsen scheef boven elkaar zaten, moesten worden vervangen door een replica met recht boven elkaar liggende toetsen, hetgeen de speelbaarheid ten goede zou komen. De oude klavieren zouden dan naast het orgel worden opgeslagen. Orgelmaker Verschueren uit Heythuysen zou het nieuwe binnenwerk gaan bouwen. Alleen het contract moest nog worden getekend. Dat kwam er echter niet van.

Over de reden waarom het project op de valreep niet doorging, lopen de lezingen uiteen. Volgens Tuinstra duikelde het Marthe Havingafonds mee met het beleggingsdebacle van grootgrutter Albert Heijn. Ook Westerbrink spreekt van problemen rond de financiering.

De gemeente Groningen heeft een andere lezing. Berend Raangs, restauratiedeskundige van de dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken: "Voor de bouw van een nieuw binnenwerk zou de historische orgelkas naar de werkplaats van de orgelmaker moeten worden getransporteerd. Ingevolge de Monumentenwet was daarvoor een monumentenvergunning nodig. In de ingediende plannen was echter veel onduidelijk. Om het nieuwe binnenwerk te kunnen plaatsen, wilde men ook de historische orgelkas wijzigen. Zo voorzag het plan onder meer in het verhogen en verdiepen van de orgelkas. Ook zou er voor de windvoorziening een gat in de oude kerkmuur moeten worden gemaakt. Kennelijk is niet gezocht naar de winddoorvoer van het oorspronkelijk aanwezige transeptorgel. In het kader van de wettelijk voorgeschreven procedure hebben wij de vergunningaanvraag voor advies doorgestuurd naar de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ). In zijn advies schreef de RDMZ nogal wat beperkende voorwaarden voor, om het historische materiaal te beschermen. Op basis van het RDMZ-advies heeft de gemeente Groningen slechts een gedeeltelijke vergunning afgegeven, met het voorschrift dat de plannen in overeenstemming moesten worden gebracht met de beperkingen die de RDMZ stelde."

Volgens Raangs heeft de Rijksdienst voor de Monumentenzorg met zijn advies het plan-Tuinstra dus lekgeschoten en is de bouw van het nieuwe binnenwerk vervolgens in de ijskast verdwenen.

Kruisbestuiving

Peter Westerbrink heeft intussen niet stilgezeten. Orgelmaker Paul Fritts uit Amerika gaat nu het nieuwe binnenwerk in het Bolswardorgel van de Der Aakerk bouwen. Amerikaanse sponsoren brengen daarvoor het geld bij elkaar. Het contract moet nog getekend worden. Vandaar dat betrokkenen hebben afgesproken geen verdere mededelingen te doen.

Westerbrink wil wel kwijt dat hij denkt dat de bouw van dit orgel door een Amerikaanse orgelmaker in Nederland veel stof zal doen opwaaien. Volgens adviseur Stef Tuinstra is de bouw van een orgel door een van de meest gerenommeerde Amerikaanse orgelmakers verfrissend voor de orgelcultuur van Nederland. Hij noemt het een kruisbestuiving. Volgens Berend Raangs is er bij de gemeente Groningen nog geen aanvraag voor een nieuwe monumentenvergunning binnengekomen. "We hebben wel horen verluiden dat er een Amerikaanse orgelmaker in beeld is", zegt hij.

Orgelmaker Léon Verschueren is totaal overrompeld en verbaasd als hij hoort dat Paul Fritts het Bolswardorgel van de Der Aakerk van een nieuw binnenwerk gaat voorzien. "U overvalt me hiermee. Hier sta ik van te kijken." Verschueren is tevens voorzitter van de Vereniging van Orgelmakers in Nederland (VON). Hij wil echter niet reageren op de vraag wat de VON ervan vindt dat een Amerikaanse orgelmaker orgelbouwvoet op Nederlandse bodem zet.


Bewogen geschiedenis

De Der Aakerk in Groningen kent een bewogen orgelgeschiedenis. In 1697 bouwde de beroemde Arp Schnitger er een prachtig orgel, dat bij het instorten van de toren in 1710 echter jammerlijk verloren ging.

In 1815 werd het Schnitgerorgel uit de Groningse Academiekerk in de Der Aakerk geplaatst. Jarenlang werd er strijd gevoerd over de restauratie van dit wereldberoemde instrument. Moet het worden gereconstrueerd naar de situatie zoals Schnitger het in 1702 bouwde, of is het beter het te laten zoals het in de loop der tijd geworden is, inclusief de wijzigingen van orgelbouwer Van Oeckelen uit 1857? Want juist in díé toestand geniet het orgel wereldfaam. Voor- en tegenstanders bestreden elkaar. Het ene na het andere plan verscheen, en verdween weer net zo snel van tafel.

Uiteindelijk besloot de eigenaar het orgel conserverend te restaureren in de historisch gegroeide toestand. Na demontage stelden orgelmaker Reil en orgeladviseur Rudi van Straten echter vast dat Van Oeckelen de constructie van het orgel in 1857 dermate had verzwakt, dat terugplaatsing van het orgel in de huidige toestand onverantwoord was. Het was daarom onvermijdelijk om het orgel ingrijpend te wijzigen, aldus Reil en Van Straten.

Zij schreven vervolgens een verstrekkend wijzigingsvoorstel dat in binnen- en buitenland tot een stortvloed aan protesten leidde. Deze protesten liepen uit op een rechtszaak, waarin de rechter het bouwinstituut TNO opdroeg de toestand van het orgel te onderzoeken. Uit het TNO-onderzoek bleek vervolgens dat er van de beweerde "statische instabiliteit" helemaal geen sprake was. Het orgel kon gewoon in de historisch gegroeide toestand worden herplaatst. Er waren slechts enkele kleine aanpassingen nodig om het orgel te laten voldoen aan het moderne Bouwbesluit.

Daarmee was het wijzigingsplan van Reil en Van Straten van tafel en kregen de bezwaarmakers gelijk. Orgeladviseur Rudi van Straten verdween van het toneel en er kwam een nieuwe begeleidingscommissie, met onder anderen Peter van Dijk en Harald Vogel. Zij moeten toezien op een conserverende restauratie. Het is de bedoeling dat het orgel -met minimale aanpassingen- medio 2010/2011 weer in de Der AaKerk te horen zal zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.