+ Meer informatie

Onze ervaringen tijdens een zomerkamp

7 minuten leestijd

Het is zaterdagmiddag 2 uur, het is neg erg rustig in en om de kampeerboerderij. Het wachten is op „onze" jongens, die straks uit alle oorden van ons land, hier binnen zullen komen. Ze worden gebracht door hun ouders of komen alleen met de trein. De scep staat al op. Dat zullen ze vanavond wel lusten, vooral als ze een lange reis gemaakt hebben. Het vlees voor de zondag staat te braden en we zetten een grote pot koffie voor de langzaam binnen druppelende jongens met hun vaders en/of moeders. We drukken handen en noemen namen. Het valt niet mee om 36 jongens uit elkaar te houden. Wie is ook alweer Piet en wie Kees? Maar vanavond hebben' we een kennismakingsspel en dan zal het wel wat beter gaan. En ja hoor, als we 's avonds na het eten nog wat gezellig bij elkaar zitten en na de dagsluiting aan het eind van de dag de slaapplaatsen opzoeken, weten ze al aardig te zeggen wie hun buurman is. Het slapen vlot neg niet zo erg. De jongens zijn rumoerig, sommigen willen „een hele nacht wakker blijven", zo ze zeggen. Maar ais oom Piet ook in z'n slaapzak kruipt tussen hen in, en nog even vertelt dat de mensen van de leiding een heel drukke week achter de rug hebben met de voorbereidingen voor dit kamp en dus moet zijn, en we bovendien morgen weer fris behoren te zijn om naar de kerk te gaan, dan is het al gauw stil en rusten de jongens uit van hun vermoeiende reis. 's Zondagsmorgens word ik al vroeg wakker, ik glip uit bed en ga enorme potten thee zetten. Daarna aankleden en voor alle jongens een beschuitje smeren, de tafels waren gisteravond al gedekt. Na het ontbijt gaan we naar de kerk. Een jongen vraagt of we hier 2 keer naar de kerk gaan, ja, hoor Wim zegt oom Piet, dat doen we toch thuis ook? En mogen we voetballen? Nee jongen, die bal is er de hele week nog. Vandaag willen we proberen te leven zoals de Heere dat van ons vraagt, met hoeveel gebrek dat dan ook gaan zal. Eén jongen heeft een erg „hippe" pak aan. Kun je niet even iets anders aan trekken? , vraagt een van de leiders. We moeten toch naar Gods huis, daar verschijnen we voor Zijn Aangezicht en dan kleden wij ons toch naar die gelegenheid. Maar hij heeft niets anders bij zich, dus dan moet hij zo maar mee. Uit de kerk gekomen zetten we koffie, schenken bekers chocomel en delen de dikke plakken cake, die een van de leidsters thuis gebakken heeft, uit. Wat is dat gezellig. Na het koffie drinken gaat de „leiding" eten koken en de jongens lezen, een brief schrijven naar huis of zingen bij het orgel. Na de kerkdienst van 's middags en na het eten hebben we een leerzame Bijbelquiz, die door een van de leidsters in elkaar is gezet. Het valt je cp dat er nog zoveel jongens zijn die zo weinig weten uit de Bijbel. Of durven ze het niet te zeggen? Waar gaat de belangstelling van deze jongens naar uit? Ook tijdens de Bijbelstudie, die we in de week een paar keer houden, komt in het bespreken uit dat er (gelukkig niet alle) jongens zijn die weinig interesse tonen als het over het werk en het Woord des Heeren gaat. De zondag is al weer om. Een van de kampstafleden sluit de dag, vraagt om Gods bewarende hand in de nacht en iedereen gaat naar bed.

Maandagmorgen staan we bijtijds cp. De jongens rennen naar de kastdeur waar een leuk gekleurd vel papier hangt met daarop de mededeling wat we vandaag hopen te gaan doen, wat we zullen eten en wie er corvee heeft. Een jongen zegt met een benauwd gezicht dat hij geen bloemkool lust. Nou Dirk, dan heb je pech gehad jongen' en als je nu thuis was kreeg je dan wat anders? Nee hoor, alleen maar aardappels en vlees. Als 's avonds het eten opgeschept wordt hou ik plagend de volle groentelepel boven zijn bord. Jij zeker een extra schep hè? Dan knik ik hem toe: „loop jij maar door hoor, je hoeft het niet." Later zegt hij, wat heb ik lekker gegeten! Ja, dat corvee. Ik geloof dat niet een van de jongens dat graag doet. Maar toch zijn er jongens die direct hun afwaskwast of theedoek pakken en gelijk

maar aan de slag gaan. Er zijn er zelfs die, zonder aan de beurt te zijn, in de keuken komen vragen of ze soms kunnen helpen. Maar er zijn ook jongens die voortdurend mopperen als ze aan de beurt zijn. We vragen aan een van hen: „Hoef jij thuis nooit de vaat te wassen? " Zijn antwoord is: „Wij hebben een afwasmachine!" Ach ja, een kind van onze welvaartstijd! Omdat het prachtig weer is, gaan we een hele dag naar het zwembad, klaargemaakte boterhammen, melk, appels en biscuitjes gaan mee. De jongens genieten, 's Avonds weer thuis wordt er eten gekcokt door de staf en na het eten kwam een van onze dominee's spreken voor de jongens. Ze luisteren als vinken en na afloop willen ze van alles aan de dominee vragen, nu komt de belangstelling toch weer naar boven. Als ds. voor hij weggaat aan een van de jongens vraagt een sigaretje te mogen draaien bekijken ze hem ineens met heel andere ogen. De andere dag gaan we eerst een ochtend de stad in, de staf doet inkopen en de jongens zwermen uit cm kaarten of souvenirs te kopen. We waarschuwen hen, nog niet al hun geld op te maken, want de week is nog lang niet cm en als er op het eind van de week geen geld meer is, gebeuren er nare dingen. De dag wordt vol gemaakt met een mooie fietstocht en een dia-avond. De volgende dag regent het, we wagen nog een poging de uitgestippelde route uit te fietsen, maar die valt letterlijk „in het water". Een paar jongens mopperen op het weer, dat is verdrietig, we weten toch dat ons dat niet past? Het valt voor de leiding niet mee om zo'n dag tot een goed einde te brengen. Het warme eten, met zoveel mogelijk zorg klaargemaakt wil er clan bijzonder goed in en er wordt dan cok geweldig gegeten. We hebben ook nog een sportmiddag, grondig voorbereid door een van de leidsters. Die valt heel goed in de smaak en het is gelukkig weer droog. Een puzzelrit, ook weer voorbereid door een staflid, „gaat er in als koek". En vergeet niet een ochtendwandeling met een boswachter, cf een avondwandeling. En wat denk je van een echte dropping? Wel onder leiding van de staf, we nemen geen risico's. Ook een kampvuur vinden de jongens geweldig. De laatste dag alweer. Er zijn jongens die vast wat aan het inpakken zijn. Gaan ze naar huis verlangen? De laatste avond is een „gezellige avond". Er wordt een gedicht voorgelezen, een spelletje gedaan, gezongen, en we hebben iets lekkers bij de koffie. Deze avond gaan we wel laat naar bed! 's Zaterdag is het al vroeg een drukte, er gaat een groepje naar de trein, ze worden weggebracht door de staf. De gehuurde fietsen moeten' weer terug, er komen weer ouders hun zoons halen, we trekken de bedden weg en vegen de slaapzalen, de eetzaal en de keuken meet worden gedweild. Eindelijk is haast iedereen weg, we krijgen neg een hartelijke handdruk van een ouderpaar, die hun jongen weer meenemen. Ze bedanken ons omdat hij het zo fijn gehad heeft. We rijden weg, verschrikkelijk moe, maar toch cok met een dankbaar gevoel omdat de Heere ons allen nog spaarde deze week en omdat we, hoe gebrekvol, toch iets mochten doen' voor al deze jongens. Of ze het naar hun zin gehad hebben? We horen dat nog van een enkele. Als we weer thuis zijn krijgen we nog eens een briefje of een foto gestuurd. Zelfs van een moeder kregen we nog een aardige brief, haar jongen had het zo goed gehad. Fijn hoor, dat doet ons goed!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.