+ Meer informatie

Het Pinksterwonder van de uitstorting des Geestes op alle vlees

7 minuten leestijd

„Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees”. Hand. 2 : 17m

De Heer’, in Israël geprezen,
doet wond’ren, Hij alleen.


Wat bevat deze lofverheffing van de dichter een rijk vertroostende waarheid. Hij deed niet alleen wonderen bij de vleeswording des Woords, wat wij niet doorgronden kunnen. Doch, dit geldt niet minder van de uitstorting des Geestes op de Pinksterdag. Ook dit * is niet te doorgronden met het verstand. De , duivel, de helse geest, was er dan ook direct bij toen enigen de vraag stelden: „Wat mag toch dit zijn?” om spotters te laten zeggen: „Zij zijn vol zoete wijn”. Doch dan rijst Petrus op met de elven en geeft een kostelijke verklaring. Hij wijst op de profetie van Joël. Toen heeft God reeds de belofte gegeven van de uitstorting des Geestes. Dit heilsfeit wordt nu vervuld na Jezus’ hemelvaart.

Nu spreekt Joël van „uitgieten”, Petrus van „uitstorten” des Geestes. Deze uitdrukkingen betekenen bijna hetzelfde. Dit zegt niet alleen dat het wonder uit de hemel geschiedt, doch ook, dat de Heere in rijke mate Zijn Geest meedeelt. Hij zal Zijn Geest uitstorten op alle vlees. Neen, er staat niet op alle mensen, doch op alle vlees. Dit is het wonder geheim. Want wat wordt met „vlees” bedoeld? Daarin wordt de mens getekend, niet alleen in zijn zwakheid en nietigheid, dat hij nu door de val vergankelijk stof is. Doch daarin wordt hij ook getekend in zijn zonden, vuil, onreinheid en verdoemelijkheid voor God. Onder „vlees” moet hier verstaan, het zondig, vijandig beginsel van de gevallen mens. Neen, zo was hij niet door God geschapen, maar zo is hij geworden door de val. Dat zondig vlees zit vol onreine begeerten en gruwelijke gedachten, te goddeloos om hier neer te schrijven. Als de Geest er aan ontdekt, zeggen wij met Paulus: „Ik weet dat in mij, d.i. in mijn vlees geen goed woont”. „Ik ben vleselijk verkocht onder de zonde”. In het vlees zit de haat, de zelfzucht. Het zoekt zichzelf te behagen en rooft God de eer. Nu, op zulk walgelijk, verdoemelijk vlees, heeft God Zijn Geest uitgestort. Dat is het grote wonder van Gods vrije genade. Dat leert elk, die de Geest ontvangt, vol aanbidding uitwonderen. Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Elk wedergeboren mens is een wondergewrocht van Gods vrije genade. U ook al? Die heeft dus nooit te roemen in zichzelf. De uitstorting des Geestes op vlees is enkel uit Gods zondaarsontferming. Dit wonder der genade is op de Pinksterdag gebeurd. Petrus belijdt het met de elven. Dit wonder wordt verklaard uit Gods welbehagen, doch óók uit het wonder van de vleeswording des Woords. Was de Kerstnacht, Goede Vrijdag en Pasen er niet geweest, nooit zou het Pinksteren geworden zijn. Doch nu de Zoon Gods kwam in het vlees, doch zonder zonde, daar in leed en stierf, doch ook opstond, nu kon de Geest op vlees uitgestort worden. Gij, die reeds door de Geest zaligmakend zijt ontdekt en door Hem zijt levend gemaakt; nu gij uzelf leert kennen in uw zondig vlees, daarover in zielsverdriet treurt, nog niet weet hoe gij ooit rein moet worden, grijp hier moed. Want de Geest wil nóg op vlees uitgestort zijn. Dit ligt ook in de raad des vredes besloten. Daar nam de Zoon op Zich ons vlees aan te nemen, daarin voor de schuld te betalen en Gods deugden op te luisteren. Doch niet minder groot is het wonder, dat de Geest op vlees wil uitgestort zijn. En let er op, dat de Geest uitgestort wordt op alle vlees. Daardoor wordt deze belofte nog rijker. Zeker, dit wil niet zeggen, dat de Geest op ieder mens hoofd voor hoofd wordt uitgestort. Doch dit zegt op allerlei vlees. Niet alleen van de Jood, doch óók van de heiden. De middelmuur des afscheidsels is verbroken. De Geestesstroom vloeit nu ver uit. Zo kan en zal Psalm 87 vervuld worden. Die Geest, die uitgestort wordt, is door Christus als Gave verworven. Hij zal het nu uit Christus nemen en Zijn volk bekend en deelachtig maken. Het wordt dus beleving. Nu kunt u niet zo onrein, verdorven en walgelijk zijn, of die Geest wil nóg met u te doen hebben. Waar Hij op vlees wordt uitgestort, dan gebeurt er wat, al gaat het bij de één ook krachtdadiger toe dan bij de ander. Dat er wat gebeurt, komt op de Pinksterdag goed uit bij de 3000, die werden toegebracht. Hij werkt iets nieuws in de mens, wat er tevoren niet was. Hij gaat de werking van het zondig vlees doden, het vijandig vlees ten onder brengen. De hoogmoedige wordt onttroond. Hij wordt een arme van geest, in het dal van ootmoed. Die Geest verteert, als Vuurgeest, al het onze en bedeelt met de genadeschatten uit Jezus. Hij maakt een bedelaarsvolk. Zijt u al bij die geestelijke bedelaars ingedeeld? Hij is de Geest des gebeds en der ontgronding. Wel wordt dat vlees niet bekeerd. Hij vernieuwt, wederbaart de zondaar door het Woord. Hij is ook de liefelijke Onderwijzer en Vertrooster. Waar Hij de nieuwgeborene leert, dat hij zijn zondig vlees, dat altijd tegen de Heere ingaat, hier blijft omdragen, daar komt Hij te troosten dat genade het eens van de zonde, de Geest het van het vlees winnen zal. Wonderwerk des Heeren, Geest op vlees. Daardoor wordt hij weer mens Gods, leert weer wandelen naar de Geest, in de vreze Gods. Het vlees moet eens het zeil strijken voor de Geest, het alzo voor eeuwig verliezen. De Geest reinigt de onreine in het bloed des Lams. Hij neemt de aangeboren blindheid weg en geeft verstand van God en Goddelijke zaken. Hij maakt verslagen van hart, leert God toevallen en om genade bidden. Hij maakt van vleselijk, geestelijk. De geestelijk gemaakte mens leert de zonden des vleses haten, en wandelen in de wegen Gods, al zal hij hier de macht van de dood nog veel in zijn vlees gevoelen. Dit verdorven vlees onderwerpt zich der wet Gods niet. De strijd tussen vlees en Geest zal hij vaak ervaren, het hem soms bang maken dat het vlees het nog weer zal winnen. Doch, die eens de Geest heeft ontvangen, bij die neemt de Heere Hem nooit weer weg, al bidt hij soms met David: „Neem Uw Heilige Geest niet van mij”. Wel is Gods kind hier niet gevrijwaard dat hij soms de Geest bedroeft, Deze Zich dan voor een wijle terugtrekt. Doch die Geest zet toch Zijn heiligend werk voort, totdat Gods kind in heerlijkheid wordt opgenomen.

Jong en oud, is de Geest, uitgaande van Vader en Zoon, al op uw vlees uitgestort? Het vervolg zegt, dat Hij Zijn Geest uitstort op zonen en dochteren, zowel als op ouden. De jongeren worden niet uitgesloten. Bent u de geboorte uit de Geest al deelachtig? Is Hij al begonnen Zijn overwinnend werk op uw vlees? Kent gij de strijd tussen vlees en Geest? Als de Geest is uitgestort op ons vlees, wordt de wandel, hoe gebrekvol ook, naar de Geest. Dan zal onze godsdienst pas recht geestelijk zijn. Als wij de Geest nog missen, al leven wij rechtzinnig, zijn wij toch nog vleselijk. En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Wat is zelf-onderzoek noodzakelijk. Die Geest make u levend. Zo velen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Die zal in diepe ootmoed de Heere prijzen. Die Geest maakt klein voor God. Die heeft Hem nodig als Geest des gebeds en des geloofs, die leert bidden en geloof beoefenen. Er wordt geklaagd over schrale bedeling des Geestes. Onderzoeke hier een ieder zichzelf. Zij er veel gebed door de Geest om Geesteswerking, die het hart neigt tot de vrees van Zijn Naam: De Heere heeft nóg Geestesgaven over. Daartoe mag gepleit op het borgwerk van Christus, Die verscheen in ons vlees, uitgenomen de zonde. Beweldadigd de kerk, het hart, waarin de Geest veel werkt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.