+ Meer informatie

Straffen dient met verstand te gebeuren

10 minuten leestijd

Wie kent niet het verschijnsel straf? Iedereen zal er zeker mee te maken hebben (gehad), hetzij in het verdienen en ontvangen van straf, hetzij in het toedienen ervan. Dat kan ook eigenlijk niet anders. Maar het straffen wordt in de Bijbel wel uitdrukkelijk verbonden met liefde. Het geven van straf is erop gericht het welzijn van het kind, de leerling te zoeken! Ook als we slaan....

„Mijn broertje bezoekt een christelijke basisschool. Hij heeft het daar prima naar zijn zin, maar er is één probleem. Zijn leerkracht slaat de leerhngen. Niet af en toe, wat ik me nog voor kan stellen als ze het erg bont maken. Wekelijks krijgt een aantal leerlingen een paar klappen in het gezicht of wordt aan de haren of oren getrokken.

Wanneer men hem hierover aanspreekt, zegt hij, dat het hoofd van de school hier achter staat. Deze laat zelfde handen ook wel eens "wapperen". Volgens hem zijn de ouders van de betrokken kinderen het ook met deze gang van zaken eens.

Mijn moeder is hierop dan een uitzondering. Zij is namelijk van mening, dat, als een kind slaag nodig heeft, de ouders dit zelf wel kunnen regelen binnen het gezin. Hoe denken andere ouders over deze zaken? En komt dit op andere scholen ook voor?"

Niet alleen straf
Kinderen zijn zondige kinderen en op ouders en leerkrachten rust de taak de hun toevertrouwde jeugd christelijk op te voeden. Dat kan nooit een strafloze opvoeding zijn. De Bijbel geeft op vele plaatsen aan, dat het kind vanwege de overtreding getuchtigd moet worden.

Maar... het straffen wordt in de Bijbel wel uitdrukkelijk verbonden met liefde. Het geven van straf is erop gericht het welzijn van het kind, de leerling te zoeken! Nu is straffen slechts een klein onderdeel van het geheel van de opvoeding. Het mag wel onze aandacht hebben, maar het moet niet het een en al worden!

Andere middelen
Er zijn nog vele andere middelen om kinderen, leerlingen op te voeden, die eerst toegepast worden. Allereerst is er de gewoontevorming. Het kind moet wennen aan bepaalde regels. Als geboden en verboden voor het kind duidelijk zijn, en als ze ook door de ouders en leerkrachten zelf nagevolgd worden, dan kan al veel onheil voorkomen worden. Dan is het al niet eens nodig om veel te straffen.

Een onduidelijke, rommelige en ongestructureerde thuis- of klassesituatie kan de oorzaak zijn, dat ouders of leerkrachten vaak boos moeten zijn. Belangrijk is ook om het goede voorbeeld te geven, om goedkeurend en bemoedigend te spreken en niet altijd alleen het verkeerde aan te wijzen.

Ouders en leerkrachten zouden altijd moeten blijven zoeken naar wegen om het straffen te voorkomen. Door bovengenoemde middelen is het net zo goed, zo niet beter, mogelijk het gedrag van kinderen te beïnvloeden!

Voorgeschiedenis
In de aangehaalde brief gaat het over straffen op school. Er is natuurlijk iets gebeurd wat niet door de beugel kan. Kinderen, jongens èn meisjes kunnen soms heel lastig, druk, brutaal of ondeugend zijn. Nee, als er gestraft moet worden komt dat niet zomaar uit de lucht vallen. Er is een voorgeschiedenis.

De brief maakt ons wat dat betreft niet wijzer. Kinderen kunnen in de schoolsituatie een leerkracht plagen, sarren, tergen. Ik neem aan dat de leerlingen over wie het in de brief gaat, het de leraar zo moeilijk gemaakt hebben, dat hij hen wel móest straffen. Hij nam zijn toevlucht tot het slaan en dat gebeurde zelfs wekelijks.

Is dat verstandig? Kan dat niet anders? Is dit de juiste manier om opvoedend met de leerlingen bezig te zijn? Het lijfelijk straffen van kinderen staat tegenwoordig in een heel ander daglicht dan vroeger. In de tijd van Maarten Luther bij voorbeeld was het slaan een heel normaal strafmiddel.

Vele malen kreeg Luther -voor het minste vergrijp- er van langs met het rietje! Hij zegt zelf: „Er zijn vooral veel schoolmeesters, die het gezond verstand hunner leerlingen door bulderen, tieren en slaan bederven; men behoort niet met kinderen om te gaan gelijk een beul met een dief..!"

Doel
Als een kind vanwege zijn gedrag correctie nodig heeft, dan mogen we ons wel afvragen met welke straf en in welke mate we dat willen bereiken. Want straf heeft immers ten doel het kind te leren zich te gedragen zoals het behoort.

We zullen daartoe in de leer gaan bij ds. Koelman (in: Plichten der ouders): „Straf uw kinderen niet te weinig, niet te veel en niet te laat (...) Straf hen niet onmatig, niet te streng, zodat u hen niet verbittert of tergt of toorn in hen verwekt of hen moedeloos maakt (...)

Straf uw kinderen niet in grote woede, maar wacht zolang totdat u weer kalm bent, want anders zullen ze denken dat niet uw verstand, maar uw toorn de oorzaak is van hun bestraffing (...) Laat in uw straf altijd de teerheid van uw liefde blijken en ook wat een tegenzin u hebt om hen te straffen, wanneer ze op een aangenamer wijze terecht gewezen zouden kunnen worden.

U moet hen ervan overtuigen, dat u het voor hun bestwil doet en niet om uw emoties te ontladen, of omdat u daar nu eenmaal zin in hebt; integendeel het is, omdat u de zonden niet in hen mag verdragen, en niet omdat u straft uit haat tegenover hen." Hier kunnen we het allemaal wel mee doen! Wie straft zijn kinderen of zijn leerlingen op deze manier?

Leerkracht zelf
Hoe ervaart een meester of juf nu zelf zo'n strafmaatregel? Naar alle waarschijnlijkheid zal er niet direct geslagen worden.

Wellicht is er eerst een scala van andere strafmaatregelen aan voorafgegaan: het naar een leerling kijken, met de ogen dreigen, hem waarschuwen, naar hem toelopen, de naam uitdrukkelijk uitspreken, een standje geven, zijn boeken op laten ruimen, met armen over elkaar laten zitten, in de hoek zetten, de gang opsturen, bij een andere leerkracht zetten, schoolblijven, strafwerk maken... en er zijn vast nog wel meer straffen te bedenken.

Soms komt meester of juf op een punt dat de drift hem of haar overheerst. En dan gebeurt het: de leerling wordt geslagen, ruw vastgepakt, of door elkaar gerammeld. En dan? De hele klas reageert geschokt; de leerling -al dan niet snikkend- houdt (waarschijnlijk) op met vervelend zijn en gaat zijn werk doen.

Is de leerkracht nu tevreden? Of houdt hij er een allermiserabelst gevoel van over? Ik hoorde eens vertellen van een oudere leerkracht die in drift een van zijn leerlingen, een jongen, een tik had gegeven. Wat had hij daar zelf een hekel aan! De hele dag moest hij eraan denken en hij probeerde het ook goed te maken met zijn leerling.

Toen het eindelijk half vier geworden was, stapte de meester als eerste de school uit en fietste regelrecht naar de ouders van de jongen. Daar vertelde hij, wat er die dag voorgevallen was en erkende, dat hij het niet goed had gedaan. Hij betuigde zijn spijt en we kunnen wel aannemen, dat de ouders dit zeer gewaardeerd hebben.

Theo Thijssen, in het begin van 1900 onderwijzer op een Amsterdamse volksschool en schrijver van enkele boeken over kind en onderwijs, heeft hetzelfde meegemaakt. We lezen daarvan in "De gelukkige klas".

Zelden doordacht
Ouders kennen dat akelige gevoel natuurlijk ook wel. Vader had zich zo voorgenomen om z'n zoontje vol geduld te benaderen en... nu heeft hij het ventje toch weer in drift geslagen. Het geeft een gevoel van mislukt zijn, van te kort schieten, van moedeloosheid.

Uit een onderzoek is gebleken dat ouders een tik, een draai om de oren of een pak slaag vooral geven uit onmacht of boosheid. Zelden is het een doordacht strafmiddel. Voor leerkrachten geldt hetzelfde -een kind, een leerling slaan gebeurt meestal in drift.

Er zijn pedagogen die zeggen dat kinderen die door de ouders veel geslagen worden zich agressiever gedragen dan andere kinderen. Worden ze agressief van het slaan, of lokken ze deze straf uit door hun gedrag? In ieder geval imiteren ze hun ouders en gebruiken ze bij meningsverschillen met vriendjes vooral hun vuisten!

In de klas zijn deze kinderen met andere straffen dan slaan soms moeilijk te bereiken. Het lijkt wel of ze alleen door lijfelijk geweld tot de orde geroepen kunnen worden. De ouders van zo'n leerling vinden soms, dat de leerkracht hun methode van straffen maar over moet nemen: „Geef hem maar gerust een flinke tik..."

Een klein onderdeel
Straf is slechts een klein radertje in het geheel van de opvoeding. Wil een straf effect hebben, dan moet de opvoedingssfeer goed zijn. Dat wil onder andere zeggen dat we niet alleen het negatieve van onze kinderen zien, maar dat we vooral aan het positieve gedrag aandacht schenken. Het is in de opvoeding vaak beter om te belonen, dan om te straffen.

En als er dan toch gestraft moet worden, dan moet dat mèt verstand gebeuren. Ten slotte wil ik nog enkele opmerkingen maken. Het in drift slaan van kinderen is nooit goed te praten. Sarcastische woorden bij voorbeeld kunnen het kind tot in de grond toe vernederen en beschamen. Een kind kan belachelijk gemaakt worden, met een scheldnaam opgezadeld worden of kil en koud behandeld worden alsof het er niet bijhoort.

Als we straffen, hoort dat gepaard te gaan met liefde en... er moet vergeving op volgen! Opvoeden, straffen, het blijft mensenwerk. In dat besef moge Luthers gebed ons aller gebed wel zijn: „Geef mij wijsheid en kracht om mijn kinderen goed te leiden en op te voeden, en hun een goed hart en een goede wil, om Uw leer te volgen en te gehoorzamen. Amen!"

                              ------------------------------

Straffen op school

„Een jongen uit de tweede klas moet voor het bord komen. Hij heeft met knikkers zitten spelen en de juffrouw heeft hem al driemaal gewaarschuwd, nu moet het maar eens uit zijn. Bartje kent die jongen wel, hij hurkte vanmorgen in de plassen en had ruzie. Toen bekte hij er geweldig op los en nu kijkt hij zo bang en ongelukkig als een schaap dat onder 't mes moet.

't Is ook geen wonder, zijn knikkers gaan allemaal in de kast en hij krijgt drie tikken met een liniaaltje op de stoute hand. Hij moet daarbij zijn vuist op de bank voor Bartje leggen en de juffrouw slaat hem gemeen op de knokkels, vindt Bartje."

Uit: Bartje - Anne de Vries

                              ------------------------------

Rust in de klas

„Al doen we een hele middag niets, dan zullen jullie nóg rustig blijven", verkondigde ik op een gegeven moment. En jawel, daar vertoonde Frans de Wit onmiddellijk daarop de brutaliteit, tóch weer iets te fluisteren!

Ik vloog op hem af en sloeg. Frans wou de slag ontwijken, vloog met z'n hoofd tegen het tafelblad, dat het bonkte. Ik schrok, en een gevoel van eindeloze moeheid liep langs m'n rug bijna als een fysieke pijn (...) Het was afschuwelijk.

Geen één kind keek me aan. Frans de Wit, kreunend, zat met z'n zakdoek te werken." (Frans komt de dagen na het gebeurde niet op school en de meester haalt zich van alles in zijn hoofd. Hij ziet Frans al in het ziekenhuis. Op een gegeven moemnt trekt hij de stoute schoenen aan en gaat Frans opzoeken). „...

Toen zag ik daar opeens Frans midden in een clubje jongens. Ze waren aan het bokspringen, van het trottoir af. Hij zag me dadelijk. „Onze meester", riep-ie, en hij vloog op me toe, en trok me aan z'n hand voort..."

Uit: De gelukkige klas - Theo Thijssen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.