+ Meer informatie

Hoe moet het als ik mijn vader, die in overspel leeft, niet meer kan eren ?

9 minuten leestijd

Het vijfde gebod zegt duidelijk dat we onze ouders moeten eren. Maar als ze zich nu zo gedragen dat ze geen eer waard zijn? Kan dat, of blijft dit gebod altijdgelden, in welke situatie ook? Ouders kunnen in de problemen komen door hun kinderen, maar kinderen ook door hun ouders...

Eert uw vader en uw moeder, maar hoe moet het nu als één van je ouders zich schuldig maakt aan overspel? Mageen kind zijn vader of moeder in liefde waarschuwen?En als er dan geen gehoor wordt gegeven aan mijn waarschuwingen?Als ik om die reden mijn vader of moeder niet meer kan eren, hoe moet het dan ? Als vader voort blijft leven in overspel en praten niet meer met hem mogelijk is, mag ik dan eenpredikakt opzoeken? Maar als vader dan vreselijk boos op me wordt, wat dan?Ik bid dat hij zijn zonden mag in gaan zien. Ik ben 25 jaar oud. P.S. Ik kan niet duidelijker zijn, want dit is een waar probleem voor me op dit ogenblik.

Ook jouw vraag laat zien dat het vijfde gebod vaak los van de bijbelse context is gaan functioneren als een absolute rögel, die vergelijkbaar is met de Duitse slogan uit de Tweede Wereldoorlog: "Befehl ist Befehl". Het vijfde gebod staat echter in direct verband met Gods bedoeling met een vader en een moeder: om als Zijn handen de door Hem toevertrouwde kinderen tot de HEERE te leiden. Als het goed is, dan is dat ook het verlangen van ouders: de kinderen tot de HEERE leiden. Als dit de bedoeling van ouders is, betekent dat niet dat zij zonder gebreken en zwakheden zijn. Zij zijn mens net als wij. Het Hebreeuwse woord "eren" heeft de betekenis van "van,gewicht zijn" of "zwaar zijn". Het eren van onze ouders Het vijfde gebod zegt duidelijk dat we onze ouders moeten eren. Maar als ze zich nu zo gedragen dat ze geen eer waard zijn? Kan dat, of blijft dit gebod altijd gelden, in welke situatie ook? Ouders kunnen in de problemen komen door hun kinderen, maar kinderen ook door hun ouders... houdt dan in dat wij hen zo als Gods handen erkennen en laten merken dat zij van gewicht voor ons zijn.

Gods Naam
Je vader maakt zich schuldig aan overspel. Je vraag is of je niet zondigt tegen het vijfde gebod als je je vader in liefde waarschuwt. Mijn antwoord is kort en krachtig: "Geenszins." Integendeel, je zondigt èn tegen de eerste tafel èn tegen de tweede tafel van de wet als je het niet doet. Je vader zondigt met zijn overspel tegen de heilige God. Bovendien zet hij de Naam van God op het spel dat deze om zijnentwil gelasterd zal worden als zijn zondige leefwijze openbaar wordt. Zo moet jij opkomen voor Gods Naam en wet. Je hebt ook een taak tegenover je moeder, die door dit overspel diep getroffen wordt: haar echt wordt gebroken. Haar recht op je vader wordt gekrenkt. Je hebt ook een taak tegenover je vader die een ziel te verliezen heeft. Hoereerders en overspelers zullen het nieuwe Jeruzalem immers niet binnengaan. Dat zelfde geldt ten aanzien van de vrouw met wie hij een ongeoorloofde relatie heeft.

Niet brutaal
Het ligt dus precies andersom: jij worstelt met de vraag „Mag ik spreken?" Ik geef je als antwoord: "Je »«o^/spreken!" Zelf geef je aan dat dit waarschuwen een waarschuwen in liefde zA moeten zijn. Je kunt en mag een vader die in overspel leeft niet eren, want hij onteert zichzelf Dit betekent echter niet dat wij op een brutale en oneervolle wijze zouden mogen reageren. Om op het laatste punt een vergelijking te maken: stel dat onze wijkagent zijn vrouw in de steek gelaten heeft om met een andere vrouw te gaan samenwonen. Als hij mij aanhoudt vanwege verkeerd parkeren kan ik niet zeggen: „Man, loop toch door. Ik heb met u niets te maken, want u parkeert uzelf dag en nacht verkeerd." Ik zal mij op het punt van de overtreding aan hem als het wettige gezag moeten onderwerpen. Daarin heb ik hem te gehoorzamen als hij mij niet dwingt tot een handelen tegen de wet van God. Kortom: een zondig handelen van iemand die boven mij geplaatst is, geeft mij niet de vrijheid om op brutale, revolutionaire wijze te reageren. (Ik laat de vraag rusten of de overheid zo'n man nog wel als gezagsdrager kan handhaven.)

Heilige plicht
Het zou erg zijn als je vader toch zo gewichtig voor je zou zijn, dat je er niet om gaf dat hij zo leefde. Hij zou dan een persoonlijk gewicht voor je hebben en niet het bijbelse gewicht waar het om gaat in het vijfde gebod! Als je hem van gewicht wilt laten zijn op het punt waar God wil dat hij gewicht heeft, dan kun je God alleen maar eren door je vader in liefde ernstig te waarschuwen. Ik ben blij met de toon van je brief: ik heb daarin geen geest ontdekt die tegen het vijfde gebod ingaat. Maar als hij toch doorgaat en geen gehoor geeft aan je waarschuwingen? Mag je dan een predikant opzoeken? Hier geldt weer hetzelfde: dat is geen kwestie van mogen, maar een heilige plicht. Een plicht tegenover de Heere en Zijn gemeente, een plicht tegenover je moeder en een plicht tegenover je vader. Gods eer en onsterfelijke zielen staan hier op het spel. „Maar als vader dan vreselijk boos op mij wordt?" Dat zou een zeer goddeloze reactie zijn en een teken van verharding in de zonde. Jij hoeft die toorn echter niet te vrezen, want vaders toorn is dan geen vaderlijke en heilige toorn, maar een vleselijke toorn.

Geen haatgevoelens
Ik hoop dat het duidelijk is het vijfde gebod nooit mag functioneren als een absoluut, dictatoriaal bevel boven alle andere geboden. Nooit mag een vader die incest of overspel pleegt of andere duistere praktijken er op nahoudt, gehoorzaamheid eisen en zwijgplicht opleggen middels het vijfde gebod. Al zou je vader een gerespecteerd predikant of ouderling zijn: door je zwijgen mag jij de zonde niet laten geworden. Wij moeten Gode meer gehoorzamen dan de mens. Maar tegelijk hebben wij ons te onderzoeken of wij werkelijk God gehoorzamen. Wij mogen ons niet laten leiden door haatgevoelens en van daaruit maar één begeerte kennen, de ander kapot te maken. Als wij een zaak bij de kerkeraad of bij de politie aangeven, moeten wij dat op christelijke wijze doen: niet de vernietiging van de dader zoeken, maar beëindiging van de zonde en het behoud van de zondaar. Voor het laatste kan aangifte en tucht juist noodzakelijk zijn.

Ik ben 18 jaar en ik werk in een winkel Ik heb een collega die onkerkelijk is opgevoed. Sinds eenjaar of zes heeft ze last van d'r hoofd. En ze is nu bij Jomanda terecht gekomen. Dat is een krachtgenezeres die haar "krachten"ergens instraalt. Nu is mijn vraag of je daar naartoe mag. Wat voor gevaar brengt dat met zich mee als je er naar toe gaat! Magje er ook heen om zomaar te gaan kijken! Na zo 'n bijeenkomst krijgt iedereen een kaartje dat door haar is "ingestraald". Dat moeten ze bij zich dragen en 's nachts onder het kussen leggen. Ze worden duar rustiger van. Mijn collega vroeg of ik naar zoiets toe mag. Ik denk zelf van niet. Maar ze vroeg mij waarom niet. Daarop zei ik dat zo iemand van de duivel is. Kunt u verklaren of mijn standpunt juist is!?

Je standpunt is juist. In de Bijbel wordt nergens gezegd dat tovenarij en waarzeggerij onzin zijn. De Heere zegt dat Zijn volk zich van die zaken verre te houden heeft omdat wij ons dan gaan begeven op het terrein van de boze machten. Ook satan is machtig en God laat hem zijn macht nog houden. Satan kan erg ver gaan. Wij zien dit ook in de geschiedenis van Mozes' bezoek aan de farao. Maar tegelijk is er een groot verschil: de staven van de tovenaars van de farao werden door de staf van Aaron verslonden (Ex.7:8-12). Wij hoeven de macht van satan dus niet te vrezen, maar wij mogen die macht van satan niet opzoeken. Dat is levensgevaarlijk. Wij kunnen dan onze eigen ziel uitleveren aan de satan. Dit zien wij ook in de geschiedenis van koning Saul die een bezoek bracht aan de waarzeggeres van Endor (1 Sam.28). Satan liet als de ziel van Samuël opkomen en deze sprak zoals Samuël gesproken zou kunnen hebben. Tegelijk zien wij dat Saul nog meer in de macht en gebondenheid van de satan terecht kwam: mede omdat de geest gesproken had van een sterven, had hij geen levensmoed meer en sloeg de hand aan zichzelf Saul sneuvelde niet, hij beëindigde zelf zijn leven. Satan trok hem de dood in. Zo deed Saul zelf het bericht waar worden.

Jezus Christus
Deze lijnen kun je doortrekken naar de door jou beschreven situatie. Ware christenen wenden zich voor hun toekomstvoorspelling niet tot waarzeggers. Omdat zij door genade weten mogen dat de God en Vader van Jezus Christus hun Vader is, mogen zij in alles wat hen nog toekomen kan, een goed toevoorzicht hebben op onze getrouwe God en Vader. De natuurlijke mens maakt onderscheid tussen goed en kwaad aan de hand van de vraag of iets zin heeft of onzinnig is. Ware christenen gaan niet uit van de vraag of iets werkt en klopt, zij laten het onderscheid tussen goed en kwaad door God bepalen. Ook al weet een krachtgenezeres werkelijk mensen van hun kwalen af te helpen, dat betekent voor christenen nog geen groen licht. Wat dat betreft maakt de door jou genoemde genezeres het trouwens erg gemakkelijk. Zij laat merken dat zij paranormaal en met magie begaafd is, zonder een beroep te doen op Jezus Christus. De strijkers en iriscopisten die zeggen hun gave van God te hebben en God te willen dienen, maken het veel moeilijker, terwijl het met hen net eender ligt. Lees maar eens het interview in Terdege 14 (10e jrg.) met dhr. Richters. Maar niet alleen het bezit van paranormale gaven maar ook het gebruik maken ervan brengt in de banden van satan. Daarom houden wij ons verre van die plaatsen en van die personen.

Jaloers maken
Het 14-jarige meisje dat vraagt wat er met „de reformatorische mensen van deze tijd aan de hand is" en „Hoe kun je onkerkelijken jaloers maken op ons geloof?" verwijzen we naar Terdege 12, 10 mrt. '93, waar dezelfde vraag is beantwoord.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.