+ Meer informatie

Landinrichting rond

Vooral agrariërs stellen zich kritisch op tegenover plannen

4 minuten leestijd

^ DRIEBRUGGEN — Hoe kun je een compromis vinden ussen de belangen van de boeren en van de natuurbesclierners, terwijl ook de bescherming van het landschap en de recreatiemogelijkheden niet vergeten mogen worden? Over dit eelzijdige vraagstuk buigt zich de landinrichtingscommissie «Driebruggen", die een plan op moet stellen voor de inriching van dit gebied. Voor het zover is moeten er nog heel wat ibstakels opgeruimd worden.

In 1971 vroegen een aantal landouworganisaties ruilverkaveling an voor het gebied rondom Drieruggen. Dit gebied beslaat het oiderland tussen de plaatsen boerden en Gouda. De voornaamste reden voor dit erzoek was de spoorwegproblemaek. Door dit gebied lopen twee rukke spoorlijnen, namelijk Leien-Utrecht en Gouda-Utrecht. Iet grondbezit van een groot aantal oeren wordt doorsneden door deze Doorlijnen, zodat veel boeren geruik moeten maken van gevaarlije, onbeveiligde spoorwegoverangen. De Gedeputeerde Staten van uid-Holland keurden dit verzoek m ruilverkaveling goed, maar.eis-, ,'n fëvëris dat er ook rekening ge-, ouden moest worden met de nalurwetenschappelijke, landdiappelijke en recreatieve belansn. Door deze brede opzet sprak len niet meer van ruilverkaveling, laar van landinrichting. In maart van het jaar 1979 werd de , zogena2mide landinrichtingscommissie „Driebruggen" geïnstalleerd. Deze commissie moet een plan opstellen waarin aangegeven wordt hoe het gebied om' Driebruggen ingericht kan worden. De voorzitter ervan is gedeputeerde J. Noorland, terwijl burgemeester Groenenberg van Driebruggen vice-voorzitter is. Verder zitten in de commissie drie agrariërs en een vertegenwoordiger van de agrarische jongeren. De natuur- en landschapsorganisaties hebben twee vertegenwoordigers. Ook het recreatieschap en de waterschapsbesturen hebben ieder een commissielid mogen benoemen.

Naast deze landinrichtingscommissie heeft men ook nog een inspraakcommis^ie benoemd. Deze Commissie zal zich bezig houden met het geven van voorlichting en het regelen van de inspraak.

Knelpunten

Een van de punten van kritiek die de boeren naar voren brengen be

landinrlchtlngsproject DRIEBRUGGEN

——— grens landinrichtingsgebied • • • tnterimgrens
treft de samenstelling van de landinrichtingscommissie. Men stelt dat men in dat orgaan ondervertegenwoordigd is. Dit wordt geïllustreerd door de uitlatingen van de heer L. van Schaik, voorzitter van de Maatschappij voor Landbouw in de regio Woerden.

In een onlangs uitgegeven voorlichtingskrant zei hij in dit verband: „Ik vind het een goede zaak, dat ook niet agrarische belangen in de Zh 79 t 285 plannen verwerkt worden, Maar het is natuurlijk wel zo dat de agrarische belangen'niet op een tweede 'plaats dienen te geraken. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan de saihenstelling van de landinrichtingscommissie, waarvan ik vind dat de landbouw hierin ondei^ertegenwoordigd is". Beheersovereenkomsten houden in dat boeren bij hun werk op het land aan regels zijn gebonden.

Een tweede knelpunt zijn de spoorwegovergangen. Van de kant van de provincie heeft men hierop onder andere het idee van veetunnels geopperd. De boeren zien hier niet zo veel in, .aangezien de tunnels te smal zijn voor tractors en andere machines. Dat de boeren een andere oplossing voor ogen hebben, blijkt wel uit de woorden van de heer Van Schaik: „Om de spoorwegproblematiek op te lossen is boerderijverplaatsing het beste".

. Het doel van die regels moet zijn de bescherming van de natuur of van het landschap. Hier krijgen ze wel een vergoeding voor, maar die wordt als ontoereikend beschouwd. Reservaatgebieden zijn stukken land, die vanwege hun waarde door de overheid worden opgekocht. Het beheer van deze gebieden zal dan in handen komen van de provincie.

Procedure
Bij de totstandkoming van het Grondwater landlnrichtlngsplan wil men de volgende procedure volgen. De com

Een ander pimt, waar vooral de belangen van boeren en natuurbeschermers botsen, vormt de hoogte van het grondwater. Vanuit landbouwkimdig oogpunt gezien, is het polderpeU in het algemeen te hoog. Dit heeft tot gevolg een vertrapping door het vee en een lagere grasproduktie. Daarom streven de boeren naar verlaging van het grondwaterpeil.

Natuurbeschermers willen hier niets van weten. Ze gaan uit van de volgende stelling: de natuur dient beschermd te worden tegen nadelige invloeden. Daarom moet men de grondwaterstand niet verlagen en de huidige stroomrichting van het Water niet wijzigen. Ook wat betreft de beheersovereenkomsten en de reservaatgebieden is men van agrïuischè kant niet zo enthousiast. missie wil eerst het „schetsplan" aanbieden. Door middel van een voorlichtingskrant en voorlichtingsavonden wil men de bevolking over de inhoud ervan informeren. Tevens zal er dan gelegenheid zijn om te reageren op dit schetsplan.

Al deze reakties en suggesties zullen besproken worden in een volgende voorlichtingskrant, die in het najaar van 1982 moet verschijnen. De volgende stap zal vervolgens zijn dat de landinrichtingscommissie fièt zogenaamde „voorontwerp" uit zal brengen. Ook dan zal de bevolking informatie ontvangen en zal er gelegenheid zijn voor inspraak. Hierna zal de landinrichtingscommissie het uiteindelijke ontwerp van het landinrichtingsplan presenteren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.