+ Meer informatie

INDUSTRIERAAD NICV CONTRA BOERSMA

OPHEFFING MIJNINDUSTRIERAAD

3 minuten leestijd

Minister Boersma (sociale zaken) kan er geen vrede mee hebben dat het Bedrijfschap voor Steenkolenindustrie (de Mijnindustrieraad) na zijn opheffing op 1 januari 1975 bemoeienis houdt met de arbeidsvoorwaarden, zoals de raad graag wilde en de SER inmiddels ook had geadviseerd.

Hij heeft zijn bezwaren kenbaar gemaakt in een brief aan de raad, die vandaag in het dagelijks bestuur van de Mijnindustrieraad wordt besproken. Minister Boersma achtte het in het algemeen onjuist, dat een openbaar lichaam na zijn opheffing ten gevolge van de sluiting van de mijnen nog voor onbepaalde tijd (de bedoeling was tot 1 april 1978) de rechtstoestand van grote groepen personen zou blijven beheersen. In het geval van de mijnindustrieraad acht hij het zelfs nog bezwaarlijker, omdat daaronder ook de werkers in de chemische sector (DSM-chemie met 10.000 werknemers) vallen „die nooit tot het eigenlijke steenkolenmijnbedrijf hebben behoord".

Door de brief van de minister treedt een (nieuw) fundamenteel verschil van mening tussen de industriebonden van NW en NKV aan het daglicht. De vertegenwoordiigee van de industriebond NKV behoorden tot de injtiatiefnerners om de Mijnindustrieraad nog enige tijd bemoeienis te laten houden met de arbeidsvoorwaarden voor het personeel in de mijnindustrie, inclusief dus die bij DSM-chemie.

GEEN AKKOORD
De tegenstellingen tussen de indu striebonden van NW en NKV, die reeds op 17 juni in de vergadering van de Mijnindustrieraad aan hel licht kwamen, zijn onlangs onderwerp van gesprek geweest tussen de hoofdbesturen van beide bonden, maar het was niet mogelijk tot een akkoord te komen.

„Het is een raadsel dat de Industriebond NKV zich in Limburg van een geïntegreerd arbeidsvoorwaardenbeleid op het nationale vlak wil distantiëren", aldus de industriebond N-W.

Minister Boersma schrijft in zijn brief, dat hij de nog van kracht blijvende verordeningen van de Mijnindustrieraad steeds wil aanpassen op basis van de ontwikkelingen in het bedrijfsleven. De heer Bosch vicevoorzitter Industriebond NKV, is het

ANDER ORGAAN

De bewindsman acht het ook om loontechnische redenen onjuist om zich voor onbepaalde tijd op een bepaalde ontwikkeling vast te leggen. De noodzakelijke aanpassingen/ dienen volgens de minister na de opheffing van de Mijnindustrieraad dan ook door een ander orgaan te worden geregeld. Voorts is het van kracht blijven van loonverordeningen van de Mijnindustrieraad volgens minister Boersma ook nog overbodig, daar de betrokken werkgevers- en wepknemersorganisaties ruimschoots de tijd hebben om voor de opheffing van het bedrijfschap nog een vervangende cao af te sluiten.

De minister kondigt aan, dat hij in de opheffingswet zal bepalen, dat uitsluitend de verordeningen van de Mijnindustrieraad die betrekking hebben op de lonen en andere arbeidsvoorwaarden nog gedurende een bepaalde tijd van kracht zullen blijven en wel die betrekking hebben op de mijnwerkers. Hij wil de termijn >>? 1 april 1978 laten eindigen, omdat dan de afbou'wwerkzaamheden zijn beëindigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.