+ Meer informatie

Naarde katechisatie

5 minuten leestijd

142.

VAN GODS WET.

Het vierde gebod.

Dit gebod van Gods Wet is het SABBATHSGEBOD: „Gedenk den Sabbatdag, dat gij dien heiligt.”

Nu hebben wij reeds bij het begin onzer lessen, de 13e, 14e en 15e les, het Sabbathsgebod besproken. Het was nog wel niet aan de orde, maar omdat men toen mij vroeg, hierover één en ander te zeggen, hebben we dit gedaan. Het betrof iemand, die met enkele vragen zat in verband met haar kinderen.

Wie deze nummers nog bezit, kan die erop nalezen. Voor wie ze niet meer heeft, willen we enkele zaken daaruit nog eens onder de ogen zien.

De vraag naar de betekenis van het Sabbathsgebod is niet nieuw, maar was in oudere tijden aan de orde. Denk slechts aan de strijd hierover tussen de Voetsianen en de Coccejanen. Het betrof de twistpunten, wat op Zondag niet mocht en wat wél mocht gedaan worden.

Er zijn nu aan de dag van vandaag beschouwingen over het vierde gebod, die geheel afwijken van het karakter en de aard van de Zondag, omdat men de Wet des Heeren, de zedewet, de tien geboden betrekt bij de schaduwachtige of ceremoniële wetten, die alle vervuld zijn in Christus en voor ons geen NORMATIEVE waarde meer hebben, d.w.z. om ze nog te onderhouden, zoals b.v. het brengen van dierenoffers, Levitische reinigingen enz. We hebben hierop trouwens al gewezen.

Uit dit standpunt vloeit voort, dat men er totaal geen bezwaar in ziet, om ’s Zondags ook nietnoodzakelijke arbeid te verrichten of te reizen met een openbaar vervoermiddel. Heel wat dominees gaan rustig per trein naar een gemeente, die zij dan moeten dienen. En wie nog stipt de Zondag wil vieren, zoals onze voorouders steeds hebben gedaan, is vandaag: wettisch! Christus heeft immers de Wet vervuld. En metterdaad is dat zo. Gods kind kan ook wel eens z.g.n. „wettisch” gesteld zijn. Maar overigens: Gods kind begeert wel „wettelijk” te leven, namelijk in déze zin, dat het zijn leven wenst te richten naar Gods Wet als RICHTSNOER of LEEFREGEL DER DANKBAARHEID, volgens ook Zondag 34 van onze Heidelberger. Ook dit hebben we besproken.

Nu zijn er echter wel enkele bepalingen in het vierde gebod, zoals de Heere Israël die gaf, well ke in de Nieuw Testamentische bedeling niet meer van kracht zijn. O.a. het houden van de Sabbath op ZATERDAG, de zevende dag. Verschillende sekten handhaven de zevende dag als Sabbath.

Dat Israël de zevende dag moest onderhouden als Sabbath hield verband met de aard van de O.T. bedeeling, zij wees enerzijds terug naar de Schepping en anderzijds naar de komst van Christus. De orde was toen: eerst werken en dan de rust, als heenwijzende dus naar het Verlossingswerk van Christus, dat EERST moest volbracht worden en wat volbracht i s.

En is het niet een zeer opmerkenswaardige zaak, dat Christus op de eerste dag der week uit het graf is opgestaan en Zich aan de Zijnen geopenbaard heeft? Daarom is nu de orde voor de kerk des Heeren: vanuit de rust de dagelijkse arbeid te verrichten. De eerste christenen van de N.T. kerk hebben dit aangevoeld en begrepen. Men kwam al vroeg samen op de Dag des Heeren, die eerste dag der week. Zie Handelingen 20: 7.

Men werpt echter tegen, dat er nergens in het Nieuwe Testament een bevel staat, dat de Sabbath op Zondag moet gehouden worden. Dat is waar, maar zulks was ook niet nodig. De Heilige Geest liet een en ander de gelovigen verstaan aangaande deze N.T. orde. En het is in feite zó, dat zij, die nog aan de zevende dag willen vasthouden, het volbrachte werk van Christus verloochenen!

Zo staat er ook geen nadrukkelijk bevel, dat KINDEREN gedoopt zullen worden. Onze vaderen hebben in het doopsformulier opgemerkt, dat de Doop in de plaats van de besnijdenis is gekomen. Waaruit hebben zij dit afgeleid? O.i. mede uit Collosenzen 2:11 en 12, waar sprake is van de besnijdenis en de doop.

Om nog even terug te komen op de tegenwerping, dat er geen opdracht is gegeven door den Heere in het Nieuwe Testament aan Zijn kerk, dat de Sabbath nu op Zondag dient gehouden te worden, zo zij opgemerkt, dat zulks de Heere ook niet heeft gegeven ten opzichte van de andere ceremoniën, om die namelijk niet meer te onderhouden. Paulus heeft juist zeer scherp het Judaïsme veroordeeld, dat bleef vasthouden aan de onderhouding zoals van de besnijdenis.

Wel, zegt men, is het dan niet duidelijk, dat het vierde gebod vervùld is en daarom niet behoeft onderhouden te worden?

Maar dan zeggen we positief j a, toch wél! Al is het schaduwachtige nu vervallen tot onderhouding, als „moreele Wet” is zij BLIJVEND en geldend voor alle tijden en voor ieder, omdat zij uiteindelijk rust in de SCHEPPING. Hierover willen we nog iets zeggen in een volgende les, als een zeker resumé van de vroegere lessen in ons blad.

Alleen dit nog. Wat bepaalde de Nationale Synode van Dordrecht?

Het volgende over het vierde gebod:

1. In het vierde gebod is iets ceremoniëels en iets moreels.

2. Ceremonieel is geweest de rust van de zevende dag.

3. Moreel, dat een zekere, gezette dag de godsdienst zij toegeëigend en daartoe zoveel rust, als de godsdienst en de heilige betrachting daarvan node is.

4. De christenen moeten de Zondag volmaaktelijk heiligen.

5. Deze dag is in de oude Katholieke Kerk altijd onderhouden geweest.

6. Op die dag moet men rusten van alle slaafse arbeid (uitgezonderd die de liefde en de noodzakelijkheid vereisen) mitsgaders alle reculatiën, die de godsdienst verhinderen.

Ook URSINUS, één van de Godzalige opstellers van onze Heidelbergsche Katechismus, keert zich scherp tegen hen, die de heiliging van de Sabbathdag houden voor JOODSE overblijfselen.

Wat is de Sabbathdag, de dag des Heeren, voor ü, gel. lezer(es)?

E.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.