+ Meer informatie

Winter in de Amsterdamse waterleidingduinen

4 minuten leestijd

Hoewel de vegetatie in de duinen de laatste jaren door de bemesting vanuit de lucht behoorlijk is verruigd en er weinig kale plekken meer te zien zijn, is een winters bezoek aan de Amsterdamse Waterleiding duinen nog steeds de moeite waard. De afwisseling van naald- en loofbos, heuvels en dalen en de rust die er heerst op een winterdag geven je het gevoel in een andere wereld te verblijven, ondanks het feit dat je maar een paar kilometer van de drukke Randstad verwijderd bent.

We kunnen Jac. P. Thijsse en andere natuurbeschermers en ook de waterleidingbedrijven niet dankbaar genoeg zijn voor het feit dat onze duinen niet zoals bij voorbeeld in België ten prooi zijn gevallen aan verstedelijking. Wie tussen Aardenhout en Vogelenzang bij de Oase het duin ingaat, komt al na honderd meter terecht bij een gegraven meer, de Oranjekom; een verzamelbekken van duinwater. Door constante bemaling ligt het water in de kom altijd open en is het een rust- en fourageerplaats voor vele soorden eenden. Bij strenge vorst zijn er niet alleen de gebruikelijke soorten, zoals kuif-, tafel- en slobeend, maar strijken er ook vaak noordelijke gasten neer. Brilduikers, zaagbekken en nonnetjes wagen zich dan ook in het meer. Dodaarsjes en futen duiken er naar vis en wie goed oplet zal er zelfs het ijsvogeltje kunnen zien, dat zich vanaf een tak langs de kant in het water stort om een visje te verschalken. Vanaf de weg kun je met een kijker prachtig de in de diepte liggende kom overzien.

Waterspreeuw
Loop je verder, dan kun je langs de kanalen in de duindoorns soms groepen koperwieken en kramsvogels van de feloranje bessen zien snoepen, terwijl in de bossen allerlei mezen en goudhaantjes in groepjes rondbuitelen, elkaar met fijne geluidjes in de gaten houdend. Vlakbij de Oranjekom, langs een kunstmatig betonnen beekje met geïnfdtreerd vrij snel stromend water, verblijft al een paar jaar achter elkaar 's winters een bij veel vogelaars bekende waterspreeuw, afkomstig uit het Noorden. Langs dit beekje heb ik eens twee sperwers zien badderen, terwijl er één ook een poging deed om de waterspreeuw te pakken. Als je verder wandelt (je hoeft in de Amsterdamse Waterleidingduinen niet op de paden te blijven) en je doet niet te luidruchtig, is een ontmoeting met een vos of een ree niet uitgesloten. Er lopen ook groepjes damherten rond. Reeën en vossen gaan er meestal snel vandoor, maar de damherten zijn opmerkelijk mak. Vossen snoepen ook van de bessen, wat aan de uitwerpselen te zien is.

Fazanten
Vossen krijgen nog al eens de schuld van het feit dat de stand van de vogels in de duinen zo achteruitgaat en vooral fazanten en andere bodembroeders (meeuwen) moeten menige veer laten. Maar op een gegeven ogenblik ontstaat er toch weer een natuurlijk evenwicht. Er broeden nog steeds fazanten en meeuwen in het duin, zij het niet meer in zulke grote aantallen. Wanneer je een flink eindje het duin in bent, kom je niet veel mensen meer tegen. Als de kanalen niet bevroren zijn, herbergen ze niet alleen knobbelzwanen, maar ook wilde en kleine zwanen. Zij zijn wintergasten uit Scandinavië en komen al grondelend aan de kost. Ze onderscheiden zich van de knobbelzwaan door de gele bles op hun snavel.

Roerdompen
Bij winterse toestanden met sneeuw en ijs komen ook de roerdompen, die normaal een zeer verborgen leven leiden, in het riet te voorschijn. Alleen moet je zeer alert zijn wil je de vogel opmerken. Ik heb wel eens een groep natuurvorsers met kijkers bewapend op een paar meter afstand langs een rietkant zien wandelen, zonder dat ze de stokstijf staande vogel zagen. Een ontmoeting met een buizerd of een ruigpootbuizerd is geen zeldzaam gebeuren. Natuurlijk zal niet iedereen die maar een enkele keer het duin ingaat meteen al het genoemde in ogenschouw kunnen nemen, maar gelukkig is er bij de in- of uitgang ook nog een bezoekerscentrum waar men kan zien wat men eventueel gemist heeft. Wie ten slotte na een heerlijke wandeling verkwikt weer op huis aangaat, zal toch verwonderd zijn dat er in het zo overvolle westen nog van zo veel natuur te genieten valt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.