+ Meer informatie

VOOR ONZE Militairen

5 minuten leestijd

Ik wilde thans een enkel woord richten tot hen die een rang bekleden in ons leger. Een zware taak is op Uw schouders gelegd. Sommigen Uwer hebben die taak vrijwillig op zich genomen, anderen zijn hier meer speciaal voor aangewezen. Hoe het echter ook zij, gij ztft allen bekleed met gezag. Zijn we dit ons altijd wel goed bewust ? Hebben we daar al eens goed over nagedacht wat dat wil zeggen? Wonderlijk toch is „gezag." Nergens kan het worden gemist en niemand kan er buiten.

De ene mens is ondergeschikt aan de andere. Vanwaar komt tóch dit wonderlijk verschijnsel? Waar halen we toch het recht, om te heersen als mens over zijn medemens? Waarom is de ene meerdere en de andere mindere? De communist zegt: wij zijn allen gelijk en hebben allen dezelfde rechten, dezelfde plichten. De practijk leert echter wel anders. Waarom is de een Koning en de ander onderdaan? Zijn we niet allen in zonde ontvangen en geboren? Komen wij allen niet als stof ter wereld en keren wij allen niet wederom ' tot stof? Is daar onderscheid in?

Vanwaar dan toch de macht om gezag uit te oefenen over onze naaste? We zullen trachten naar ons vermogen deze belangrijke zaak een weinigje toe te lichten. Alles heeft een oorsprong, behalve God, waarvan we lezen in Ps. 90: „Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht had, ja van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God."

Het gezag heeft dus ook een oorsprong. Die oorsprongis uit God en niet uit de mens. Bedenk dit toch wel, gij allen die een gezag bekleedt en dus gezag uitoefent. Het is geen geringe zaak om gezagdrager te zijn, of men dit nu is in 't huisgezin, kerk of maatschappij. Of men nu Generaal of Korporaal is, dat is slechts een gradueel verschil, doch het wezen der zaak is hetzelfde.

God de Heere, lezen we in Openb.: is Koning der koningen en Heere der heren. Dat wil dus zeggen dat Hij boven alle mensen is verheven, bekleed met macht en heerlijkheid. Zijn doen is majesteit, Hij behoeft niemand verantwoording te doen over Zijn vrijmachtig souverein welbehagen. Zijn doen is altijd recht, en wij mensen hebben als zondige wezens, ons te buigen voor Zijn recht, omdat wij uit ons zelf niets bezitten wat voor Zijn aangezicht kan bestaan. Al ons doen is bezoedeld door de zonde. Het is God die in Zijn gunst en vrijmacht mensen de macht geeft over medemensen. Dit belijden we ook in onze Geloofsbelijdenis waar we lezen: „Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper van hemel en aarde." Daar eren wij God dus als de Almachtige, als de bron, de enige bron, waaruit wij ons gezag kunnen putten. Hoe zou het anders mogelijk zijn ons gezag te handhaven, en over onze naaste te regeren, indien wij niet zo'n bron, zo'n voetstuk hadden, waarop wij ons gezag kunnen bouwen? Alleen door Hem en tot Hem zijn alle dingen. In Gen. 3 kunnen wij zuiver en helder die bron vinden, waar de Heere tot Eva zegt, dat hare begeerte tot de man zal zijn en dat de man heerschappij over haar zal hebben. Adam was dus de eerste mens welke heerschappij kreeg over de andere mens.

Weet U wat zo opmerkelijk is? Dat niemand op de wereld buiten gezag kan. Hoe komt dat? Ieder mens heeft 3 indrukken in zich, welke men niet kan wegnemen.

le Ieder mens heeft een vrees voor straf. 2e Een indruk van een hoger Wezen. ^ 3e Een gevoel voor recht.

Deze 3 punten mijne vrienden zijn 3 kern-waarheden, dat niemand buiten gezag kan leven.

Was de mens niet bevreesd voor straf, uitgeoefend dus door het gezag, gewis we zouden op aarde niet kunnen leven. Zou de ene mens de andere niet verslaan om een wonde en weer een andere om een buile? Ook heeft ieder mens een indruk van een hoger Wezen. Of hij het bekennen wil of niet, maar deze indruk kan niemand wegnemen. Ieder mens heeft een gevoel in zich dat er een Opperwezen is. Dit is dan ook een teken dat de mens door gezag nog in beteugeling wordt gehouden.

Een gevoel voor recht. Komt de ene mens niet op voor zijn medemens, wanneer hij ziet dat deze onrecht wordt aangedaan? De bewijzen hiervoor zijn er dagelijks. Ook dit is een bewijs voor het gezag. Het recht toch wordt uitgeoefend door het gezag. Deze , 3 indrukken bij ieder mens aanwezig zijnde, zijn er door God als de bron van het gezag ingelegd. De Christen toch vindt in al zijn doen en laten als uitgangspunt God. God heeft in Zichzelf het leven. Al het leven is dus uit Hem. Hij kan en mag dus doen met ons naar Zijn souverein welbehagen. God heeft voor al Zijn daden, de beweegredenen in Zich zelf; dit is dan ook de Raad Gods, die voor ons mensen onbegrijpelijk en verborgen is.

(Wordt vervolgd.)

Hartelijke groeten van „KRIJGSMAN".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.