+ Meer informatie

Sekten

10 minuten leestijd

Ons „Ambtelijk Contact” biedt ons gelegenheid voor verkenningen op het terrein van de sekten en geestelijke stromingen, waarmee wij in aanraking komen. Ook onze kerkelijke bladen besteden er aandacht aan. Wij hebben hier immers te doen met verschijnselen, waaraan wij als leden der kerk niet voorbij kunnen gaan. Vooral van de ambtsdragers mag waakzaamheid en weerbaarheid verwacht worden!

Om te illustreren hoeveel wij de laatste tijd met het sectarisme te maken hebben zal ik — zonder naar volledigheid te streven — het een en ander noemen, dat ons in dit opzicht in 1962 te denken gaf.

1. Onder de ingekomen stukken, die bij verschillende kerkeraden op tafel kwamen, bevond zich enige maanden geleden een drietal geschriften, die blijkbaar op royale wijze verspreid werden.

Het waren een deel van de in het Nederlands vertaalde „Synopsis van de Bijbel” van J. N. Darby, een twee werkjes van H. L. Heykoop, getiteld: „De Heilige Geest” en „De toekomst”. De heer Heykoop te Winschoten, die deze lectuur uitgeeft, is Darbist. Wie naleest, wat hij over de „roeping van arbeiders van de Heer” en over „leiding van de Heilige Geest in de samenkomsten” zegt, bemerkt dat al meteen. Het ambt van herder en leraar zou niet gegrond zijn op de Schrift. Menselijke opleiding tot de dienst zou de geschiktheid tot de dienst des Heren verminderen, tenzij een bijzondere genade van God dit voorkomt enz.

2. In het kader van een actie om „de pastorieën in brand te steken” wordt onze predikanten het blad „Kracht van Omhoog” al enige tijd geregeld toegezonden. Het is gewijd „aan de vervulling met de Heilige Geest en de verwachting van Christus’ komst”.

Men kan het beschouwen als een blad, dat zich in dienst stelt van de Pinksterbeweging, al zijn niet allen, die eraan meewerken, bij een Pinkstergroep aangesloten. In dit blad is in het jaar 1962 ook meer dan eens kritisch gereageerd op gebeurtenissen in onze kerken.

3. Veel ingrijpender is het feit, dat een van onze predikanten, ds. W. J. van der Linden te Deventer, geschorst moest worden, omdat hij naar het oordeel van zijn kerkeraad en van de Classis Apeldoorn een leer voordroeg, die niet in overeenstemming is met Gods Woord.

Het was vooral de invloed van de zgn. Noorse broeders, die hem hoe langer hoe meer deed afwijken van de gereformeerde belijdenis. Daardoor geraakte hij in een onhoudbare positie — hij heeft toen zijn ambt neergelegd en zich aan de gemeenschap van onze kerk onttrokken.

4. Op onze laatste Generale Synode kwam de vraag aan de orde, hoe de kerk moet staan tegenover leden van de gemeente, die zich laten overdopen. Dat was geen theoretische kwestie. Dergelijke gevallen hebben zich hier en daar voorgedaan. Moet de kerkeraad dan verklaren, dat de betrokkenen hiermee metterdaad gebroken hebben met onze kerk?

Bij de behandeling van deze zaak is overwogen, dat met deze „overdoop” in de regel allerlei dwalingen samenhangen. Daarbij is in het bijzonder te rekenen met het geestelijk klimaat van de Pinksterbeweging. Daar leven opvattingen, die ongereformeerd zijn en die wij op grond van de Heilige Schrift moeten afwijzen. Maar sommigen worden er blijkbaar door bekoord. De „overdoop” is daar een symptoom van.

5. In het statistisch overzicht in het Jaarboek van onze kerken, dat in 1962 verscheen, treffen wij ook een statistiek van overkomst uit en vertrek naar andere formaties aan. Volgens de cijfers, die betrekking hebben op 155 kerken, verloren onze Chr. Geref. Kerken leden aan de Geref. Kerken en aan de Pinkstergemeenten. Het zijn ongelijke getallen: 231 en 25. Maar dit laatste is toch een relatief hoog cijfer. En er stond geen overkomst uit de Pinkstergroepen tegenover! Met het trekken van conclusies uit cijfermateriaal moet men voorzichtig zijn, vooral als het onvolledig is en er weinig vergelijkbare gegevens zijn. Maar de statistiek over 1960 wees in dezelfde richting. Behalve de Geref. Kerken waren het toen de Pinkstergemeenten en de Vergadering der gelovigen (Darbisten) waarheen meer belijdende leden en doopleden vertrokken dan dat er overkwamen. Het zou mij niet verwonderen als straks het nieuwe overzicht een soortgelijk beeld te zien zou geven.

Wat is een sekte?

Uit het voorgaande volgt, dat wij de sekten niet negeren kunnen. En zeker de Pinkstergroepen nietl

Maar waaraan zijn de diverse sekten te herkennen?

Er zijn ondanks alle verschillen enkele trekken van overeenkomst, op grond waarvan men kan trachten het kenmerkende van de sekte nader aan te duiden. Het woord sekte zegt al iets. In het Latijn betekent secta, afgeleid van sequor (volgen): de richting, die men volgt, en speciaal: politieke partij of wijsgerige school. Als vertaling van het Griekse woord hairesis (heresie) kreeg het een ongunstige klank, bv. in Gal. 5: 20, waar de partijschappen (Nieuwe Vertaling) werken des vleses genoemd worden.

Zo werd het de benaming van groepen, die zich afsplitsten van de christelijke kerk: afwijkende richtingen in het christendom., in die betekenis is het woord onder de Protestanten gangbaar geworden. Het komt ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis voor (art. 29).

Van de sekten wordt daar gezegd, dat zij zich met de naam van kerk bedekken. Dat geldt van de Wederdopers en de Doopsgezinden, waaraan hierbij niet in de laatste plaats te denken zal zijn, maar ook van de hedendaagse sekten.

De sektegemeenschap wordt verabsoluteerd. De felle prolemiek tegen de kerk is slechts de keerzijde van haar rechtvaardiging van zichzelf. En hoe absoluter zij zichzelf poneert, des te radicaler is haar antikerkelijke polemiek (Hutten). In allerlei toonaard wordt de verzekering gegeven: Wij zijn de ware gemeente van Christus! Of tenminste (Wij alleen bezitten de volle geloofswaarheid en zijn de legitieme dragers van de christelijke boodschap, die de toekomst doen aanbreken.

Zo is het niet alleen Apostolischen of de Jehova’s getuigen, maar ook bij verschillende groepen, die deel uitmaken van de Pinksterbeweging.

De sekten beroepen zich voor hun leer op de Bijbel, al wordt daarnaast soms wel een ander gezag erkend. Niet zelden wordt de Bijbel gehanteerd als een verzameling teksten, terwijl het ontbreekt aan inzicht in het Woord. De veelzijdige rijkdom van de openbaring Gods wordt op zeer bedenkelijke wijze teruggebracht tot enkele punten, die men als een schibboleth beschouwt. En heel de Heilige Schrift wordt dan in het licht daarvan gelezen.

Daarom valt een sekte altijd op door haar eenzijdigheid.

Bovendien wordt het dikwijls zo voorgesteld, dat door de aanvaarding van de leer van de sekte, het toetreden tot haar gemeenschap en het volgen van haar voorschriften het eeuwig behoud van de mens gewaarborgd is.

Het gaat niet aan om alle sekten op één lijn te stellen. Er zijn er, die de fundamenten van het christelijk geloof aantasten, zoals de Mormonen en de Jehova’s getuigen, maar er zijn er ook, die veel met de kerk gemeen hebben, en die zich zelfs min of meer tot afzonderlijke kerkelijke groepen ontwikkeld hebben, zoals de Baptisten.

Men kan in zekere zin spreken van een verkerkelijking van de sekten. Dat is vooral in Amerika het geval, waar de Baptisten en Methodisten hun leden bij miljoenen tellen. Behalve deze sekte-kerken tieren ook de groepen van het zuiver sektarische type er trouwens welig.

Het enige criterium voor de beoordeling van de sekten is het Woord van God. Getoetst aan het Woord zijn het dwaalwegen.

Daarbij bedenken wij wel, dat dit oordeel de sektarische opvattingen betreft, en dat het nog geen veroordeling is van allen, die zich erbij hebben aangesloten. Ook iemand, die God vreest, kan immers op een dwaalspoor geraken.

Talrijk zijn de dwaalwegen, en groot is de kracht van de dwaling …

Onbetaalde rekeningen?

Zijn de sekten de onbetaalde rekeningen van de kerk?

Dat is een bekend gezegde, en er schuilt enige waarheid in. Als men het bestaan van de sekten er maar niet mee gerechtvaardigd acht!

Men kan in allerlei sekten een reactie zien op gebreken van de kerk. En wie zal ontkennen, dat zij haar tekortkomingen heeft? De toenemende activiteit van de sekten mag wel een aanleiding zijn tot kerkelijke zelfbeproeving.

Meestal is het een protest tegen het voorbijzien of niet beleven van een deel van de waarheid.

Zo zijn de sekten wel eens ingedeeld al naar gelang er een reactie en correctie in te ontdekken zou zijn op tekorten aan geloof, hoop en liefde (Aalders).

Tot de eerste groep worden dan een aantal bewegingen gerekend, die oproepen tot een terugkeer naar de kracht en gehoorzaamheid van het geloof. Hierbij wordt o.m. gedacht aan het Darbisme en de Pinksterbeweging.

Anderen willen de toekomstverwachting verlevendigd zien. Zo de Apostolischen en de Adventisten.

Weer anderen stellen de liefde voorop: de liefde tot elkaar en de liefde tot het verlorene. Hier wordt vooral het Methodisme bedoeld, waar het Leger des Heils weer een bepaalde gestalte van is.

Er is op deze indeling kritiek te maken. Maar ze laat wel uitkomen, welke geheel verschillende tendensen er zijn. De sekten staan niet alleen antithetisch tegenover de kerken, maar ze spreken elkaar ook voortdurend tegen!

Maar wij hebben te maken met de kritiek op de kerk. De uitwerking van de voortdurende felle aanvallen, die op haar worden gedaan, is niet te onderschatten. Wij worden op allerlei wijze met de groeiende invloed van de sekten geconfronteerd.

Een belangrijke factor is de sterke propaganda, die van de meeste groepen uitgaat. Het is een ijver, een betere zaak waardig!

Het heet, dat men bij de sekten meer geloof vindt, meer liefde en offervaardigheid, een zuiverder en heiliger gemeente, een grotere trouw aan de letter van de Bijbel of een meer geestelijke kennis van de waarheid.

Wij zijn niet allereerst geroepen om de kerk te verdedigen. Laten wij maar erkennen, dat zij ook lang niet volmaakt is. Maar dat is geen reden om haar de rug toe te keren. God wil met Zijn Geest immers nog wonen in het midden van de gemeente, waaraan Hij Zijn Woord heeft toevertrouwd. Hoe zou Hij Zijn zegen verbinden aan sektarische opvattingen, die met Zijn openbaring in strijd zijn? Is er in de gemeente misschien iemand, die van de zijde van een sekte wordt benaderd en die zelf maar zwak staat, dan is het de taak van de ambtsdragers om te wijzen op het gevaar van de dwaling en om de schriftuurlijke leer tegenover de afwijkende meningen te stellen.

Ook zal het wel eens gebeuren, dat wij bij het evangelisatiewerk of door andere contacten volgelingen van de een of andere sekte ontmoeten. Dan is het van betekenis om er enigszins van op de hoogte te zijn.

Maar ten aanzien van al de verschijnselen op het gebied van de geestelijke stromingen en sekten hebben wij vooral een zekere intuïtie nodig, waarbij wij geoefend blijken in het aanvoelen van wat van de waarheid, naar Schrift en belijdenis, afwijkt (Prof. Kremer).

Wij moeten de geesten beproeven of zij uit God zijn, want er zijn valse profeten in de wereld uitgegaan (1 Joh. 4: 1). Tegenover allerlei „wind van leer” hebben wij Gods Woord te laten spreken om onder Zijn zegen degenen, die erdoor heen en weer geslingerd worden (Ef. 4: 14) te behouden en afgedwaalden terecht te brengen.

Het is de bedoeling, dat in „Ambtelijk Contact” binnenkort enkele artikelen over de Pinksterbeweging verschijnen. Als er belangstelling bestaat voor deze rubriek, volgt er wellicht meer.

Indien er bij de lezers vragen over bepaalde sekten of stromingen zijn, zal de redactie er gaarne kennis van nemen en er zo mogelijk mee rekenen.

Enige algemene litteratuur over de sekten

H. Bakker, Stroomingen en sekten van onzen tijd, 1924, 19395.

C. Aalders, Lot en illusie, 1939.

F. Boerwinkel, Kerk en secte, 1953, 19593.

W. Kremer, Dwaalwegen, 1958.

K. Hutten, Geloof en sekte, 1959.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.