+ Meer informatie

Leiden ze je daar op voor moordenaar of.... om moord te voorkomen?

In dienst

10 minuten leestijd

Laatst gebeurde het nog: In Amsterdam, .in een overvolle tram. Ik hoorde het op een 'Uur Geestelijke Verzorging; en de maten vroegen me wat of ik vond dat ze in zo'n situatie moesten doen. Om dat antwoord van mij gaat het hier nu niet. Wel om die situatie. En die was als volgt:

Een dienstplichtige knaap 'zit in uniform (landmacht... marine zou denk ik niet zo erg geweest zijn, want de „Jantjes" zijn en blijven populair) in die 'tram en in het gangpad, dat helemaal vol staat, ziet hij naast zich een oude dame, die zich amper in de bochten staande kan houden. Dus staat die jongen op en zegt (wat iedereen in de buurt kan horen): „Mevrouw, een plaats voor u". Correct, zou je zo denken...

Maar nee. Mevrouw kijkt die knaap aan, van top tot teen, met misprijzende blik en geeft daarna, eveneens ten aanhoren van iedereen, de volgende opmerking ten beste:

„Nee dank je, ik ga niet zitten op de plaats van een moordenaar..." ' Einde van het tafereel, van het wel zeer trieste tafereel. Je zult maar dienstplichtig (mogen) zijn.

Men kome mij nu vooral niet aan met het verhaal dat je dan vandaag de dag maar niet zo dom moet zijn om in uniform over straat te gaan (alsof het uniform een schande is).... En men vertelle mij ook niet, dat zoiets nou typisch iets voor Amsterdam is, en niet voor de rest van ons vaderland. Want dit verhaal is typerend voor de al of niet openlijke (meest misschien nog sluimerende en latente, maar heel vaak toch al openbare en agressieve) houding, die men"' aanneemt tegen alles wat van het leger is of bij de krijgsmacht dient.

En heus, die mentaliteit beperkt zich niet tot wat militante pacifisten. Die houding is verder doorgewoekerd dan menigeen beseft. Kortom... dienen bij de krijgsmacht is feitelijk medeplichtig zijn aan moord.

Ik zou daar heel kort en heel duidelijk mijn mening tegenover willen stellen. In de eerste plaats hebben wij geen ministerie van oorlog, maar een ministerie van defensie van verdediging derhalve. Zoals de gehele NATO gericht is op defensie en niet op agressie, niet op aanval, verovering, annexatie, wereldheerschappij of wat dan ook. Met andere woorden: wij hebben een leger (en een luchtmacht en een marine) niet om te moorden, maar om moord te voorkómen, om ons tegen moord te wéér te stellen. Dat is dus het tegenover gestelde van moordt In de tweede plaats: lang niet iedere soldaat heeft een „combattante" functie, met andere woorden: niet elke soldaat hoeft, als het er op aan gaat komen, te schieten. Er zijn hele compagnieën in onze Landmacht, die ongewapende dienst hebben. Ik wijs alleen maar op de Geneeskundige Troepen. Het is derhalve wel zeer oppervlakkig te zeggen dat „de" soldaat wordt opgeleid om te doden...

Slachtofferig
In de derde plaats: het klinkt zo slachtofferig: „In dienst maken ze een moordenaar van je"... elke lichting hoor ik van pas opgekomen recruten weer dat geluid, vooral op de dagen dat ze voor het eerst hun wapens moeten hanteren.

Het tegendeel is waar. Als iemand dan werkelijk innerlijke conflicten heeft en zich een verantwoordelijkheid op de schouders geschoven voelt door het dragen van dat wapen die hij niet aan kan... nu, dan schrijft hij een rekest (verzoekschrift) aan de minister (en de administrateur van zijn eigen compagnie helpt hem daarbij, want de formulieren liggen elke lichting klaar) en meestal wordt hij dan, in afwachting van de beslissing, huiswaarts gezonden.

Het ,hoeft" helemaal dus niet, al is er dienst-„plicht".

Maar wat is het geval? Zodra betrokkenen dan horen dat het wel even kan duren voordat ze „voor de commissie" moeten verschijnen om hun gewetensbezwaren daar kenbaar te maken en zodra ze horen dat ze in plaats van militaire dienst dan vervangende burgerdienst moeten vervullen die een paar maanden langer duurt (omdat ze in dat geval immers nooit meer voor „herhalingsoefeningen" behoeven op te komen... zeer billijk dus)... dan is Leiden in last. Dan blijven de heren toch maar „onder de wapenen", zuchtend en klagend dat „ze" je in dienst opleiden tot moordenaar...

Iedereen weet dat: die soldaten zijn er nu eenmaal en zullen er ook wel blijven, zolang er dienstplicht bestaat. Ze zijn onder de wapenen, er wordt veel geld en moeite aan hen besteed, maar ze zijn niet van plan ook maar enige zinnige bijdragen aan de defensie van ons land te leveren, in vredestijd niet en in oorlogstijd helemaal niet. Een mentaliteits-ondermijnende groep, niet bereid tot enige inzet.

Maar naast de. gewetensbezwaarden, die burgerdienstplicht mogen vervullen (is hun geweten dan niet bezwaard als ze er aan denken hoe ze nu hun maten alléén voor de defensie-taak laten staan... ook in oorlogstijd?) en naast deze groep die dan balende en zich Vervelende en vaak ook saboterende „dient" en niet anders doet dan streepjes zetten op de kalender „zo veel dagen nog" is er nog een groep.

Bewust

En daar wil ik met nadruk op wijzen. Dat is de groep jongens die bewust in dienst is. Het zijn de jongens, die vanzelfsprekend ook liever hadden dat er geen leger nodig zou zijn en die vanzelfsprekend ook liever hun biu-gerbaan hadden voortgezet of hun studie hadden afgemaakt maar die weten en het er ook mee eens zijn dat dit, de dienstplicht, nu eenmaal noodzaak is.

Het zijn de jongens, die bereid zijn om, ten tijde van een oorlog, zelfs hun eigen jonge leven te geven voor de vrijheid van dit land en tot verdediging van de waarden die Ood aan dit Westen schonk...

Het zijn de jongens, die niet, zoals dat dametje in Amsterdam, in haar kortzichtigheid meende, „moordenaars" willen worden, maar integendeel: eventueel, als het niet anders kan en als het werkelijk zou moeten, faun eigen leven offeren om moord te voorkómen! Om moord op de vrijheid van godsdienst, om moord op de christelijke waarden die nog over zijn te voorkomen!

Altijd, bij elke nieuwe lichting is dat het gebed dat ik aan de jongens zeg: „dat Ood verhoede, dat jullie je leven zult moeten geven..."

Beter dan domme en ondoordachte scheldtirades tegen jongens in uniform te richten ware het om eens een woord van bijzondere waardering tot „onze jongens" te richten. Want ze brengen nu al offers: financieel, en ook sociaal (ver weg van hms en haard vaak) en eveneens doordat velen him studie moesten onderbreken).

En bovenal drage óns gebed, onze voorbede henl

Dat God het verhoede, dat zij hun jonge levens prijs zouden moeten geven... Is dat niet een veel vergeten maar toch onmisbare vorm van Geestelijke Verzorging?

'GEBEDT ENES KRYGSMANS

Heb ik 't u niet bevolen? weest sterk ende hebt groede moedt, en verschrikt niet, ende en ontzet u niet; want de Heere uwe Godt Is met u, alomme daar gy henen gaa.t. JOS. 1 VS. 8 Heer der Heirscharen die met uwen knecht Josua, en met meer andere krijgshelden waart/ en Uw volk heerlyke overwinningen door hen gaaft; zyt ook met my in mijn beroep. Ik weet wel / dat het zelve vele verzoekingen en gevaren onderworpen is; m.aar ik weet ook / dat gy een magtige beschermHeer zyt / die zelfs in de allergrootste gevaren ons kunt bystaan beschermen / en wonderlyk behouden. Bewaar my / Heer voor de zonden / die in ons beroep meer als in andere in zwang gaan. Laat ik in zo verre niet vervoert worden / om zamen te spannen met die quaat'doéii / "en zo grqffelijk tegen den hem.el zondigen / in wellust en dartelheit / vloeken en zweren / ongeregeltheit en geweldadigheit. Laat ik Uwe vreze nooit uit mijnen zin zetten / en laat het verre van my zyn / dat ik tegen U mynen Oodt, moedwilliglyk zondigen zou; op dat Uwe rechtvaardige hant my niet in toome met anderen / in 't . midden der zonden wegrukke. Mijn staat is zekerlijk vol aanlokzelen en gelegenheden om guaat te doen; daarom bewaar my Heer dat ik geen Oorlog tegen den hemel voere / maar myne ziele als in de hande drage, op dat ik onder zo vele verzoekingen niet eeuwig verloren ga. Indien ik stride tegen de zonde / mijn geloof en vertrouwen op u stelle / en heiliglyk en voorzichtiglyk voor u wandele / zo zult gy zegen en genade tot al mijn doen en verrichting geven. Laat my gehoorzaam zyn aan die / die gy over my gestelt hebt dat ik hun bevel vlytig / getrouw / en willig nakome. Vervul mijn hart met wijsheit en dapperheit / om de vyanden Tnet goeden moedt onder de ogen te zien / en altijd getrouw in mijn beroep bevonden te worden.

Indien 't de noodt vereischt / gewelt met gewelt te keren schermen lant en volk te be30 laat my nog vreesachtig / nog vermeten zijn; maar geef my enen helden Tnoedt / enen sterk arm / en overtvinnende wapenen. Laat ik onnozelen geen gewelt / nog niemant enig onrecht aandoen / maar my vergenoegen / met myne bezoldinge. Wanneer Ik in 't midden onder de vyanden in mijn beroep strijde zo bewaar my voor de vliegende moortkogels / en laat ons na verkegen zege / niet ons / maar Uwen Name de ere daar van geven. Doch indien 't U behagen zou / Heer / my in den strijt te laten snevelett zo laat my doch alle dagen mijne Ziele in zodanigen staat stellen / dat ik gerest zou kunnen sterven / in verzekeringe Uwer Oenade; dat ik my in 't laatste ogenblik mijnes levens dan beroepen kan / op 't geen ik wel eer aan u belooft hadt / dat ik namelijk voor Uwe ere / voor Uwe Kerke / en als een Kint Godts nedervalle. Oy zult / hoop ik mijne Ziel die ik u aanbevolen heb / opnemen / en my / nau/ mijnen Oodt / en mijnen naasten tot in de doot trouw gedient te hebben / de Krone des eeuivigen levens geven. Amen.

(De lust der heiligren in Jehovah, of Gebedeboek. Tot nut gebrulk In allerhande Tyden, Staten en Gelegentheden door Den zeer Geleerden en vermaarden, Do. Coenraat Mei. Te Amsteldam, By Adrlaan Wor, en de Erve G. onder de Linden, 1743). ZIJN WE DAT ALLEMAAL KWIJT GERAAKT?

Dat „Gebedt enes krygsmans" van meer dan twee eeuwen oud...-moet dat daarom ook maar meteen verouderd zijn? Is dat „uit de tijd"? Of zou dat in onze harten moeten herleven? Ik vraag maar... Maar het is wel een belangrijke vraag dacht ik, aan ieder van ons, en in het bijzonder aan -onze dienstplichtigen!

Zijn we dat kwijt geraakt: die ontroerende bede dat ik „geen oorlog tegen de hemel voere?" We zijn er enorm druk mee bezig om geen oorlog meer tegen mensen te voeren. Maar we zijn er weinig of niet mee bezig om onszelf te onderzoeken of we al opgehouden hebben met oorlog tegen de hemel te voeren. Of dachten we dat die twee samen vallen? Dat oorlog tegen mensen gelijk staat met oorlog tegen de hemel? En dat elke verticaal gelijk is met een horizontaal? En dat religie gelijk staat met politiek?

En dat tweede: dat we alleen zouden strijden met het doel: ,4ant en volk te beschermen" en, zoals later nog wordt gezegd: „voor Uw Kerke".... Zijn we dat ook kwijt? Bij hoeveel (of hoe weinig) jongeren vormt dat nog een onderdeel van hun motivatie bij de krijgsmacht van vandaag te dienen: „om Uw Kerke" te beschermen? Is dat uit de tijd? Is de Kerk anno 1976 dan soms minder bedreigd dan anno 1743, toen dit gebed in druk (en het was al de vijfde drukl) verscheen?

Om te beschermen... ja. Maar alleen wat als werkelijke waarde aanwezig is en als werkelijke waarde gewaardeerd wordt als een genadegave van God... dat wordt beschermd. Maar welke waarden zijn nog aanwezig? En welke waarden worden nog gewaardeerd? En wat is het nog waard om met inzet van ons leven tegen een aanval te verdedigden? Zijn we met de waarden ook ons zicht op werkelijke waarden kwijt geraakt? Dat zijn zo van die vragen. Vragen, die benauwend ' en beklemmend bij mij naar boven kwamen bij het lezen van dat twee eeuwen oude, maar naar mijn gedachten geenszins verouderde gebed...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.