+ Meer informatie

Groot aantal partijen bij Kamerverkiezingen

Nieuw record na Tweede wereldoorlog

3 minuten leestijd

DEN HAAG — Aan de verkiezingen voor de Tweede kamer op 26 mei zullen 29 partijen deelnemen. Een nieuw naoorlogs record, want het grootste aantal partijen tijdens Kamerverkiezingen werd geregistreerd in 1971, toen 28 partijen naar de gunst van de kiezer dongen.

Uit de kandidaatstelling is dinsdag gebleken dat 19 van de 29 partijen in alle 18 kieskringen een lijst zullen uitbrengen. Het zijn: Partij van de Arbeid, Christen-Democratisch Appel, Volkspartij voor Vrijheid en democratie. Democraten '66, Politieke partij radikalen. Staatkundig gereformeerde partij. Communistische partij van Nederland, Rechtse volkspartij (voorheen Boerenpartij), Gereformeerd politiek verbond, Democratische socialisten'70, Pacifistisch-socialistische partij, Rooms-katholieke partij Nederland, Reformatorisch politieke federatie. Evangelische volkspartij, Nederlandse volksunie. Socialistische partij. Centrum partij, Leefbaar Nederland, Internationale kommunisten bond.

SOS

De partij Redt onze zielen SOS doet in 17 kieskringen mee, maar niet in de kieskring Arnhem. Realisten '81 zal in dertien kieskringen met een lijst uitkomen, maar niet in Arnhem, Den Haag, Leiden, Dordrecht en Den Bosch. Wereld, Welzijn en bewustwording doet een gooi naar de stemmen in zes kringen, te weten Nijmegen, Den Haag, Den Helder, Den Bosch, Tilburg en Maastricht. In vier kieskringen doet mee de Vredepartij, namelijk in Lftrecht, Amsterdam, Haarlem en Den Haag.

In de drie grote steden (drie kieskringen) kan de kiezer zijn stem uitbrengen op de Partij van rijksgenoten. De groepering ,,God met ons" zoekt het in twee kieskringen, te weten Nijmegen en Maastricht. De Partij tot liquidatie van Nederland denkt in Amsterdam en Haarlem (twee kieskringen) voldoende stemmen te kunnen verzamelen.

Grote keuze

In Haarlem is de keuze trouwens bijzonder groot, want daar kunnen de kiezers ook vakjes rood maken achter de Kleine partij (één kieskring) en de Nederlandse evolutie partij (één kieskring). Daarmee wordt het aantal partijen waarop de Haarlemmers hun stem kunnen uitbrengen opgevoerd tot 25.

Tenslotte kan de inwoner van Nijmegen nog zijn gunst schenken aan de heer R. Dane, die met de lijst-Dane alleen in de kraakstad uitkomt. Het record aantal lijsten van 28 is na 1971 nooit meer gehaald. In 1972 kwamen 20 partijen uit en in 1977 waren het er 24.

In de periode vanaf 1946 hebben tot nu toe alleen de PvdA, de Staatkundig gereformeerde partij en de CPN aan alle verkiezingen deelgenomen. Dat zou met KVP, ARP en CHU ook het geval zijn geweest, als niet de fusie tussen deze partijen in het CDA tot stand zou zijn gekomen.

Partijen die in het recente verleden snel opkwamen, maar ook weer moesten afhaken waren de Nederlandse middenstandspartij en Binding rechts. De ,,nieuwe" partijen die zich naast de traditionele partijen in het parlement wisten te handhaven zijn de VVD (1948), PPR (1971), PSP (1959), Boerenpartij (1959) GPV (1952) en DS'70 (1971).

In de naoorlogse verkiezingen, 1946, waren het nog tien p&rtijen die bij de tweede-kamerverkiezingen een lijst uitbrachten: KVP, PvdA, AR, CHU, CPN, SGP, Partij van de vrijheid, Protestantse unie, Nederlandse Bellamy partij en de groep-Lopez.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.