+ Meer informatie

In het kerkportaal

3 minuten leestijd

Het is in de jaren zestig. In een Zeeuws stadje wordt een van de eerste besprekingen gehouden over de restauratie van de eeuwenoude kerk. Er gaan stemmen op om het gebouw een zodanige aanpak te geven, dat het naar de mens gesproken weer generaties meekan. De hoofdingang, onder de toren, is al sinds mensenheugenis niet meer in gebruik. In het kerkportaal bungelde in vroeger tijden het klokkentouw. De techniek zorgde voor emeritaat. Het hing in de weg. Een oude ladder, wat gereedschap, een brancard. Dat was zo ongeveer de hele inventaris van het portaal. De kerk was toegankelijk gemaakt via de grote zijdeur. En het voorstel luidde om dat vooral niet te veranderen.

Totdat een oude ouderling het woord vroeg. Hij stelde voor de oude ingang weer in volle luister te herstellen. Toen naar zijn motivatie werd gevraagd, klonk zijn stem bewogen: "We moeten onder de toorn Gods het heilige der heiligen binnen". Natuurlijk was deze woordspeling wat overgeestelijk. Toorn is immers heel wat anders dan toren, ook al klinken beide woorden bijna synoniem. Toch sprak er veel uit zijn woord. Onder de toren én onder de toorn de kerk in. Zoals het geslachtenlang was geweest. Men luisterde naar zijn advies. Na een enkel jaar vol restauratie ging het volk weer "onder de toorn" het Godsgebouw binnen.

Wie vandaag de dag een kerk binnenloopt, kan van alles en nog wat tegenkomen in het aloude of moderne kerkportaal. Een busje voor de zending. Een bordje met een 'verboden toegang'' in de geest van "Voor vrouwen en meisjes in mannenkleeding (lange broek) en/of het hoofd ongedekt is de toegang ontoelaatbaar!!!", zoals vele jaren in de gereformeerde gemeente van Oud-Beijerland hing. Of de mededeling dat bezoekers die te laat uit bed of van huis zijn gegaan, even moeten wachten tot het votum is uitgesproken. Of, zoals in Aalst, een vermaning: "Men wordt verzocht de kerk niet door spuwen te verontreinigen". Dit bord sierde later de studeerkamer van drs. A. Vergunst in Veen. Een waarschuwing aan het adres van pruimende kerkgangers. Zelfs internationaal was deze vermaning te lezen. "No spitting", vertelde me ooit een bordje in de grote St. Jude's kerk van de Free Presbyterians in Glasgow. M'n bejaarde achterbuurman, zo werd me verteld, liep jaren geleden zondags met een sjerp om z'n lijf door de roomse kerk. "Eerbied in Gods huis", stond daarop. Diezelfde woorden kon je ook lezen in de entreepartij van het kerkgebouw.

Het voorportaal was méér dan het voorhof der heidenen. Het hoorde tot Gods huis. Zowel in de eeuwenoude dorpskerk als in de houten schuur ergens langs de dijk, waarheen de stammen vrolijk opgingen. De tollenaar kwam niet veel verder dan het portaal, maar ontving er een goddelijke zegen.

Wie monumentale kerken bezoekt, ziet in het gewelfde kerkportaal soms andere bordjes. Aanduidingen dat er een ringleiding is. Een verkeersbordachtig verbodsbordje met een dikke rode streep door een zak patat of een ijsje. Of een rood kruis door een bordje waarop een camera staat afgebeeld. Soms een oude gevelsteen, zoals in de kerk van de gereformeerde gemeente van Leiderdorp. In sommige kerken schuifelt men langs lectuurtafels of prikborden met allerlei aankondigingen of langs kapstokken en kledingrekken. In de ene kerk over uitgesleten plavuizen, in een ander gebouw over laminaat. Zondag aan zondag en soms door de week. Langs de diverse bordjes. Oók met het diepe gevoel van onwaarde, zoals die oude Zeeuw, vanwege het binnentreden "onder de toorn Gods"?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.